recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar: Misschien snap ik het wel niet


Dokkum
(9 december 2017
)

Er waren mensen die wilden protesteren tegen de aanwezigheid van
zwart geschminkte Pieten in het gevolg van Sinterklaas bij zijn intocht
in Dokkum. En er waren Dokkumers die daar niet op zaten te
wachten. Zij zorgden er voor dat de snelweg werd geblokkeerd, zodat
de actievoerders, voornamelijk uit Amsterdam, rechtsomkeert konden
maken. Je vraagt je als nuchtere noorderling wel af waarom die
mensen helemaal naar Friesland afreizen om daar hun ongenoegen
kenbaar te maken.
De discussie over Zwarte Piet is niet aan mij besteed. Ik had nooit
bezwaar tegen een geschminkte dorpsgenote die met Sinterklaas
meeliep. Het was wel een sport om te proberen er achter te komen
wie ze was. Als ze zich had beperkt tot de beroemde roetvegen had ik
haar direct herkend.
Ik heb niet zo veel met verklede mensen. Ik hou niet van straattheater,
van die figuren die je grappig bedoeld aanspreken en die van je
verwachten dat je leuk reageert. Ik ben dan soms, want
boodschappen aan het doen, niet in mijn allerbeste humeur. Zo’n
kerstman die je in de winkelstraat tegemoet treedt, ik gruw er van.
Waar je niks meer over hoort is de mijter van Sinterklaas. Nu alles om
Zwarte Piet draait kraait daar geen haan meer naar. Het is nog niet zo
lang geleden dat ze in Amsterdam besloten dat de man, een bisschop
nota bene, geen kruis op zijn mijter mag dragen omdat dat een
christelijk symbool is. Ik kan me wel voorstellen dat je niet wilt dat hij
een bisschop is maar dat schijnt dan weer geen probleem te zijn. Wat
zou een echte bisschop er van vinden dat hij wordt misbruikt om te
worden neergezet als iemand die ongelimiteerd cadeaus aan het
uitdelen is? Lijkt me niet fijn. Net zoals ik het als vroeg kalende man
pijnlijk vind als jonge mannen zich vrijwillig kaal scheren!
Uitingen van geloof zijn vandaag de dag wel weer in het nieuws. Een
Rotterdamse medewerkster bij de politie mag wel of geen hoofddoek
dragen. Het schijnt dat het op de ene plek meer een probleem is dan
op de andere. Als ze geüniformeerd op straat verschijnt lijkt me dat
verwarrend voor iemand die wordt aangehouden. Maar als ze
telefonisch burgers te woord staat doen we er niet moeilijk over.
Telefoneren kan overal en in elk kostuum zal ik maar zeggen.
Ook al in Rotterdam ontstaan problemen bij buurthuizen die worden
verhuurd aan kerkelijke gemeenschappen. De gemeenteraad heeft
besloten dat dat maar eens afgelopen moet zijn. Er schijnen
Rotterdammers door de weeks niet meer te willen komen sjoelen in
een zaal waar ’s zondags een kerkdienst gehouden is. Ik zou
trouwens als kerkgemeenschap niet in een zaaltje willen bijeenkomen
waar ze doordeweeks andere dingen doen. En daar staat ook vast
geen orgel!
Maar het gebeurt niet alleen in grote steden. In de zeventiger jaren
hadden we in ons dorp een verenigingsgebouw dat ooit door de
gereformeerde kerk was opgericht en betaald uit jarenlange collectes.
Er waren niet-gereformeerden die er beslist niet heen wilden en dat
was soms best lastig voor de kinderen, als bijvoorbeeld Sinterklaas
daar werd verwelkomd!
Nu hun actie mislukt is gingen de anti-Pieters deze week alsnog naar
Dokkum. Sinterklaas en zijn Pieten (medewerkers, knechten mag niet,
assistenten misschien nog net!) waren er niet meer maar ze gingen er
nog wel tegen protesteren!
De verzuiling hebben we achter ons gelaten, tot vreugde van velen.
Maar misschien zijn we wel van de regen in de drup geraakt.

Klooster
(16 december 2017
)

We waren een weekendje in de Achterhoek en logeerden in een kasteel dat
jarenlang tevens fungeerde als gastenverblijf van het klooster dat er op een
kwartiertje lopen vanaf lag. We ontdekten dat die functie als gastenverblijf er in
de praktijk nog wel was - we bezochten vanuit het kasteel drie maal per dag de
dienst in de abdij - maar officieel zijn er geen banden meer.
Er was tot voor kort ook altijd een pastor aanwezig in het kasteel. Dat was
handig, want veel van de gasten die er kwamen deden dat omdat ze iets
moesten verwerken, rust nodig hadden, even de hectiek van de randstad achter
zich wilden laten.
Maar ook zonder pastoor waren er mensen die het weekend hard nodig hadden.
Zo sprak ik een mevrouw die beslist even uit de stress van haar werk moest en
uit de spanning die het haar opleverde om een boek uit te geven. Ze vond dat
ze het allemaal even achter zich moest kunnen laten. En er was een man die te
maken had gehad met een reorganisatie op zijn werk en die wat moeilijkheden
had met zijn puberzoon. Hij moest er even uit, vanwege die reorganisatie en
vanwege die moeilijke jongen. Ik begreep dat de moeder van de puber, zijn
vrouw, gewoon thuis was gebleven.
Maar terwijl je zou verwachten dat je, als je iets achter je wilt laten, je het er het
liefste niet over zou hebben, vertelden zij beiden hun verhaal direct bij onze
kennismaking. En in de loop van het weekend hoorde ik het nog regelmatig
langskomen. “Ja, ik moest er even helemaal uit, afstand van mijn werk, en mijn
boek…”  waarop de aangesprokene natuurlijk doorgaans reageerde met “O, ja,
wat voor werk, en wat leuk, heb je een boek geschreven?”
Wij waren er omdat we het mooi vinden om af en toe diensten in een klooster
mee te maken. Regelmatig wandelden we (nou ja, het weer was niet helemaal
je dat, dus we gingen ook wel eens met de auto) naar het klooster en maakten
eucharistie, vesper en dagsluiting mee. Die laatste viering was elke dag exact
hetzelfde, en toch klonk de monnikenzang niet routineus. Dat vond ik knap.
De monniken kwamen altijd min of meer ongedwongen binnendruppelen, niet in
regelmatige tussenpozen, het lijkt wel bewust, niet in een georganiseerde
optocht. Ik vermoed dat ze soms achter de deur bleven wachten als zo’n optocht
dreigde te ontstaan. Eén monnik was vrijwel alle diensten als laatste binnen. We
begrepen pas de laatste dag dat dat kwam omdat hij de klok, vlak voor aanvang
moest luiden.
In het kasteel genoten we onze maaltijden. ’s Middags een heerlijk diner, ’s
avonds brood en ’s morgens uiteraard het ontbijt. Het was allemaal goed voor
elkaar. Wegens allerlei regels van de Warenwet of iets dergelijks moet alle
broodbeleg, van jam tot pindakaas, van boter tot Becel, voorverpakt zijn. Ook de
beschuiten zaten per stuk in een cellofaantje. Het bijzondere was dat die
beschuiten zo’n inkeping hadden waardoor je ze, als je tenminste niet al te dikke
vingers hebt, makkelijk uit de rol kan halen. Ik begreep het nut van dat
inhammetje in dit geval niet.
Ook aan het ontbijt hoorden we weer veel persoonlijke problemen langs komen.
En mensen die eens lekker hun hoofd los gingen maken in het bos.
Ik voelde mezelf een gezegend mens, wetend dat een inhammetje in een
beschuit het grootste vraagstuk van mijn weekend bleek te zijn.   

Erfgoed
(23 december 2017
)

Vorige week had ik het over dat kasteel waar we waren. Zo´n gebouw
is een monument en we vinden allemaal dat we daar zuinig op
moeten zijn. Van tijd tot tijd wordt de zaak gerestaureerd, in de oude
staat teruggebracht zoals dat heet. Ze hadden wel wat concessies
gedaan. We sliepen in de torenkamer en in de aangrenzende
woonkamer was op handige wijze een badkamertje gerealiseerd. In
verband met de rookmelder, ook die was niet uit de middeleeuwen,
werd ons geadviseerd tijdens het douchen de deur dicht te laten. De
warme dampen zouden er voor kunnen zorgen dat het brandalarm af
zou gaan. Ooit maakten we dat trouwens mee op vakantie in
Engeland. Midden in de nacht een hels kabaal. Brandalarm. Er
heerste helemaal geen paniek. Niemand geloofde ook dat er brand
was. Iedereen dacht dat er iets mis was met de brandmeldinstallatie.
We lieten onze braaf, zoals het brandalarmprotocol vereist, maar niet
dan nadat we de tijd hadden genomen om ons aan te kleden, naar
beneden dirigeren. Aldaar werd het gierende gepiep uitgeschakeld en
we gingen weer rustig naar bed. Dankzij dat avontuur was het ontbijt
een stuk gezelliger dan het de dagen er voor was. Iedereen praatte
met elkaar.
Maar terug naar onze monumenten. We waren als muziekschool ooit
gevestigd in een oude Zeevaartschool. Een monument. Een
Amsterdamse School gebouw. Allemaal enkel glas, en dat mocht
beslist niet worden vervangen door thermopane. De stookkosten
waren dan ook gigantisch hoog. Alle tegelwanden waren ongevoegd.
Dat vond de architect indertijd mooi. Volgens mij was hij de enige.
We weten allemaal van onze prachtige kerken. Het is nog niet zo lang
geleden dat vooral middeleeuwse godshuizen als monument werden
bekeken. Negentiende eeuwse gereformeerde kerken waren gewoon
oude gebouwen.
Hetzelfde geldt voor orgels. Negentiende eeuwse orgels werden als
minderwaardig gezien, en orgels die gebouwd werden door mensen
die durfden te experimenteren met nieuwe technieken, pneumatiek
bijvoorbeeld, werden al helemaal als inferieur beschouwd.
Maar tegenwoordig is dat anders. Er zijn negentiende eeuwse kerken
die we monumenten noemen, en ook pneumatische en elektro
pneumatische orgels weten we inmiddels op waarde te schatten.
Er zijn ook andere monumenten. Oude fabrieken, die vroeger
niemand echt mooi vond, mogen niet worgen afgebroken. Dat
noemen we industrieel erfgoed. Ik verwacht dat de mensen die nu
protesteren tegen de bouw van windmolens om diezelfde reden over
vijftig jaar in het geweer komen als die dingen gesloopt dreigen te
worden.
En we hebben onze molens. Ik bedoel dan de gewone, ouderwetse
molens. Die moeten we ook koesteren, vinden we.
Afgelopen week ving ik berichten op dat we niet alleen de molens,
maar ook de mensen die ze bedienen, de molenaars, zouden moeten
gaan beschouwen als erfgoed. Ik weet niet of dat cultureel erfgoed
heet, of iets anders, maar je wordt dan als molenaar dus een soort
van museumstuk…
Vorige week las ik een ingezonden stuk van iemand, ik neem aan een
orgelliefhebber, die vond dat we naar analogie van de molen en de
molenaar, ook naast de orgels hun bespelers, als cultureel erfgoed
moeten gaan zien. Hij pleitte tevens voor de aanstelling van veel meer
stadsorganisten dan er nu zijn. Stadsorganisten zijn muzikanten die
het orgel dat ze bespelen graag willen promoten. Meestal zijn ze
onbezoldigd…
Dit is de laatste column van 2017. Op naar 2018. Ik wens u alle
goeds, veel muziek, vooral orgel, en ik mag hopen dat we ook in 2018
niet naar een museum hoeven om nog eens een organist tegen te
komen!

Verhuisd
(6 januari 2018
)

Zoals u uit mijn verhalen het afgelopen jaar hebt kunnen lezen
hebben we een tijdje elders gewoond. In Bethlehem, een prachtig
plekje, onder de rook van Rottum. Net voor de Kerst hebben we
Bethlehem weer verlaten en zijn we verhuisd naar onze nieuwe stek
aan de rand van Loppersum, met uitzicht op de skyline van
Winneweer en de toren van Stedum.
Als je gaat verhuizen merk je pas wat een inboedel is. En wat je in de
loop van je leven allemaal verzamelt. Of eigenlijk gewoon bewaart,
domweg omdat je het van nature zonde vindt om iets weg te gooien.
Een beetje beschroomd zei ik tegen de verhuizer dat we nogal veel
troep hadden. “U bedoelt spullen!” zei hij vriendelijk.
Toen we uit Delfzijl vertrokken hadden we al veel opgeruimd.
Regelmatig ging ik naar een kringloopwinkel en dozen vol boeken heb
ik afgeleverd bij een inzamelpunt voor een jaarlijkse grote
boekenmarkt. Op die markt, die we zelf ook altijd bezoeken, zag ik
trouwens niet één van mijn boeken terug. Misschien waren ze wel
heel snel verkocht, maar het kan ook zijn dat ze door de organisatie
van de markt zijn afgekeurd. Ik moest denken aan een goeie kennis,
die zijn boekenvoorraad kwijt wilde en een antiquair had uitgenodigd.
Die had geen zin om zijn bibliotheek mee te nemen. “Hier is gerookt,
met die boeken kan ik niks meer…”
In mijn kamer is ook gerookt geworden. Ik ben voornemens, we zijn
tenslotte een nieuw jaar begonnen, om dat in mijn nieuwe kamer niet
meer te doen. Maar gelukkig valt er ook veel te klussen in de garage
en buiten om het huis. Dus aan die sigaren kom ik nog wel toe!
Door de verhuizing hadden we het druk. En ook door onze beperkte
internetmogelijkheden (ik had een abonnement van 5 gigabyte per
maand, maar toen ik mijn computer een keer per ongeluk liet updaten
was ik ze in één keer kwijt) misten we veel. Zo hing ik niet hele
middagen voor de tv voor olympische kwalificatie schaatswedstrijden,
ik volgde geen uitzendingen over de Top 2000 en talkshows heb ik de
laatste maanden ook nauwelijks gezien. Wel lezen we de krant en
daaruit begreep ik dat het niet best is gesteld met de gasten van die
talkshows. Die zijn allemaal te wit en ze zijn te veel man.
Iemand had een half jaar elke uitzending zitten turven en wist precies
dat er in verhouding dus veel te weinig gekleurde mensen als gast
aanwezig waren geweest. Sowieso is het een zichzelf herhalend
kringetje van ons kent ons. Maar als ik de drie bekendste talkshows
vergelijk, DWDD, Pauw/Jinek en RTL Late Night, is de presentatie bij
één van de drie in handen van een niet blanke medelander. Lijkt me
een redelijk percentage!
En in het lijstje van overleden mensen dit jaar in de krant had iemand
anders weer erg veel mannennamen gelezen. “Het glazen plafon blijft
bestaan tot na onze dood!” schreef ze met veel gevoel voor drama.
Zoals gezegd, we zijn verhuisd. De verhuizers waren met zijn vijven.
Allemaal mannen. En de mensen die ons huis bouwden waren, het
zal u niet verbazen, ook allemaal mannen. Alleen op het kantoor van
de aannemer was een erg aardige mevrouw die ons koffie bracht. En
terwijl ik dit schrijf besef ik dat de toevoeging ‘aardige mevrouw’
verkeerd kan worden opgevat. Ik haast me dan ook te melden dat
daarnaast zowel de verhuizers als ook de bouwlieden allemaal erg
aardige mannen waren!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Eurlings
(13 januari 2018
)

Ooit was hij de kroonprins van het CDA. Maar om de een of andere
reden is dat er nooit uitgekomen. Toen het zover leek te zijn dat hij
gevraagd zou kunnen gaan worden om de partij te gaan leiden koos
hij, net als Wouter Bos en Agnes Kant, voor zijn gezin en privé leven.
Het duurde niet heel lang daarna of hij had een baan in de directie
van Schiphol. Dat viel blijkbaar wel te combineren met zijn
gezinsleven. Na verloop van tijd was die baan ook afgelopen en
kennen we hem vooral nog als IOC-lid, in een oranje jasje ontzettend
tekeer gaand als Nederlanders tijdens Olympische Spelen prestaties
leveren.
Hoewel ik geen CDA-stemmer (meer) ben heb ik nog altijd een zekere
sympathie voor de club. Net zoals je van de ene cabaretier kunt
zeggen: zie je wel dat het een schoft is, en van de andere: jammer,
dat hij zich verlaagt tot dit niveau. Ik bedoel, als Youp van ’t Hek uit de
bocht vliegt denk ik: ik mocht hem toch al niet, maar als Freek de
Jonge in een of ander praatprogramma de bokkenpruik op blijkt te
hebben en zich onredelijk gedraagt, geneer ik me wat en schaam me
haast plaatsvervangend. “Het is in wezen zo’n goeie jongen…”
Met Camiel Eurlings heb en had ik niks. Ik vond hem belachelijk toen
hij tekeer ging op dat emotionele partijcongres van het CDA over
regeren met gedoogsteun van de PVV. Hij stond daar te schreeuwen
achter de microfoon, en te roepen dat hij het volste vertrouwen had in
Maxime Verhagen. En ik dacht, daar zal je het maar mee moeten
doen, als Verhagen zijnde…
Zoals gezegd, de kroonprins werd nooit de leider. En misschien mag
het CDA hem daar wel dankbaar voor zijn. Hij kwam de laatste tijd
vooral in het nieuws dankzij dat privé leven dat hij indertijd zo
belangrijk vond.
Natuurlijk is er in een relatie wel eens ruzie, of op zijn minst ooit een
verschil van mening. De een denkt ergens zus over en de ander zo.
De een heeft een andere smaak qua behang op de muur dan de
ander, en daar voer je dan wel eens een discussie over.
Maar bij de Eurlingsjes thuis ging dat anders. Aanvankelijk lees je dat
hij zijn vriendin, of vrouw, weet ik veel, geslagen heeft, en dan denk
je, ach, kan gebeuren. Ikzelf doe het nooit, maar soms loopt het toch
even uit de hand. Sommige vrouwen kunnen je ook het bloed onder
de nagels vandaan halen. Maar het was niet zomaar slaan. Mevrouw
Eurlings had er een hersenschudding en een gebroken elleboog aan
overgehouden. Ik heb zelf ooit een hersenschudding gehad. En ik kan
u verzekeren, er moet heel wat gebeuren voor het zover is. Het was
een ongecontroleerde smak van de fiets op een gladde asfaltweg. En
hoe je een gebroken elleboog kan oplopen door een flinke tik op de
vingers is me ook een raadsel.
Het was vast meer dan het ‘handgemeen’ waarvan sprake was. Er is
ook discussie over de vraag wie er begonnen is: “de versies over de
volgordelijkheid verschillen”.
Door al het gedoe staat Eurlings rol als IOC-bestuurder op de tocht.
En hij heeft spijt betuigd voor zijn gedrag. Zoals David die spijt had
van zijn overspel met Bathseba op het moment dat het uitkwam.
Maar hij is al te laat. Hij is inmiddels uit het IOC gestapt. Heeft hij mooi
weer alle tijd voor zijn gezin.

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA