recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verscheen een nieuwe verzamelbundel:
Zo lust ik er nog wel een

Belastingdienst
(20 juli 2019)

Leuker kunnen we het niet maken. De slogan van de belastingdienst.
Overigens is er een cabaretier, Jan Beuving, die er met een collega
een sport van heeft gemaakt om een voorstelling te maken over de
belastingdienst en alles wat er kijken komt bij het doen van een
aangifte. Hij weet het wis en waarachtig wel leuker te maken! We
hebben daar erg van genoten, maar dit terzijde.
Ikzelf vond het altijd een mooi klusje, de aangifte invullen. Alle
papieren op tafel, uitzoeken welk deel van de huur ik kon aftrekken als
kosten voor de werkkamer, hoeveel muziek ik had aangeschaft die
voor aftrek in aanmerking kwam, en zo rekende ik mezelf jaar in jaar
uit een beetje rijker. Daarbij moet wel even vermeld worden dat het
om niet meer dan een paar honderd gulden ging. Maar het was het
idee, en de voldoening was groot als het allemaal lukte! Na het
gepuzzel eerst het formulier uit de belastingalmanak van Elsevier als
een soort kladje gebruikt, en daarna de echte aangifte ingevuld en de
zaak op de bus gedaan. Die lol is er nu wel een beetje af. Via
mijnbelastingdienst.nl open je je persoonlijke pagina, en ze hebben
eigenlijk alles al voor je ingevuld. Het enige wat je moet doen is
controleren of het allemaal een beetje klopt, en aan het eind kun je
wat goochelen, en schuiven met het plaatsen van de bedragen. Als je
een bepaalde post of een gedeelte daarvan onder de inkomsten van
je vrouw zet kan dat zo maar schelen met wat je moet betalen. De
belastingsite rekent het graag en razendsnel voor je uit.
Ik ben nog van de generatie die er als een soort vanzelfsprekendheid
van uitgaat dat we in een rechtvaardig land leven. En dat, als er eens
iets verkeerd gaat, dat dan, desnoods met behulp van advocaten en
rechters, ook weer hersteld kan worden, letterlijk ‘recht gezet’
eigenlijk. Het kan soms lang duren, maar het is heel prettig als je op
den duur je recht haalt.
Zo lagen we een keer in de clinch met een energieleverancier die er
een wat rommelige administratie op nahield en alvast begon met
aanmaningen te sturen voordat er überhaupt rekeningen waren
gemaakt. We wisten het zelf op te lossen door redelijk te blijven.
Bij een meningsverschil met mijn werkgever lukte dat niet. Maar
dankzij een enthousiaste en volhardende advocaat is ook dat naar
tevredenheid opgelost. En mijn vertrouwen in die zo onvolprezen
rechtsstaat werd weer bevestigd.
Maar wat we de laatste tijd horen, van de belastingdienst, van de
overheid, zorgt toch wel voor een enorme deuk in dat vertrouwen.
De tijd van de kinderbijslag ligt al ver achter ons. In die tijd bestonden
termen als kinderopvang en kinderopvangtoeslag nog niet eens. Als je
als werkende vrouw zwanger werd was dat vaak een moment om te
stoppen met werken. Dat gaat tegenwoordig in een modern
huishouden wel even anders. En het wordt op die manier een hele
organisatie. Mooi dat de overheid er met ruimhartige subsidies voor
zorgt dat iedereen de mogelijkheid heeft om aan het werk te blijven.
Maar juist daarom is het toch niet alleen ontzettend belachelijk, het is
oneerlijk, onterecht, en dus eigenlijk gewoon misdadig, dat ten
onrechte teruggevorderde kinderopvangtoeslagen niet alsnog gewoon
worden uitgekeerd? En dan hoor je ook nog dat de belastingdienst
informatie voor de rechtbank achterhoudt.
Leuker kúnnen ze het niet maken. Maar rechtvaardiger móet het, zou
je zeggen…

Komkommertijd
(3 augustus 2019)


Het is komkommertijd. De politiek is met vakantie en het is bloedheet.
Toch gebeurt er van alles. Ruzie in partijen en opzienbarende>
onderzoeken.
Zoals in het verleden al bleek is alle begin moeilijk. De
ouderenpartijen, de LPF, PVV, de fractieleden gingen ruziënd over
straat. Het is nu de beurt aan Forum voor Democratie, het speeltje
van Baudet. Na eerdere strubbelingen, die hem het beoogde
fractievoorzitterschap kostten, is Eerste Kamerlid Otten door het
bestuur uit de partij gezet. Hij zou fraude hebben gepleegd, hetgeen
overigens uit een onderzoek door de belastingdienst niet is gebleken.
Hij gaat alleen verder, met als bijkomend gevolg dat Forum niet meer
de grootste partij is in de Senaat, maar de VVD. Intussen klaagt hij het
bestuur aan wegens smaad. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de Tweede Kamer is een lid van de Partij voor de Dieren uit de
fractie gestapt. Ze was het niet eens met het beleid. Ook zij gaat
‘gewoon’ als onafhankelijk Kamerlid verder. Officieel word je op
persoonlijke titel gekozen maar in wezen ben je onder de vleugels van
de lijsttrekker binnengekomen. Opstappen en toch blijven zitten is
volgens mij gewoon zetelroof. Dan deed Zihni Özdil, van GroenLinks
dat sjieker. Ook hij kon zich niet meer vinden in de fractiestandpunten
en stapte er uit. Maar hij stapte er ook echt uit. Zijn zetel leverde hij,
zoals het een integer mens betaamt, weer in.
Over integer gesproken. 50plus heeft een manager ontslagen die een
grote anonieme gift wilde aannemen. Het schijnt dat je als politieke
partij wel geld mag accepteren van begunstigers, maar als dat meer
dan 4.500 euro wordt kan dat niet anoniem. Het was een onderzoek
van De Telegraaf. Men zocht contact met verschillende partijen met
het aanbod 15.000 euro over te maken. De meesten wilden wel
meedenken over manieren om de wet te omzeilen en die 15.000 te
accepteren. Bijvoorbeeld door de gift op te knippen en over
verschillende jaren te spreiden, of via wat familieleden. De 50plus
manager was gewoon bereid om het geld in contanten in ontvangst te
nemen en is vervolgens ontslagen.
Maar niet alleen in beginnende partijen heb je problemen. Het schijnt
dat ook onze oudste politieke partij, de SGP, te maken heeft met
interne strubbelingen. Het gaat over de bestuurscultuur. Mannen
zitten te lang in het bestuur, maken snoepreisjes op kosten van de
belastingbetaler (naar het Midden-Oosten om te kijken hoe je daar
christelijke politiek zou kunnen bedrijven!), en de jongerenorganisatie
mag niet eens haar eigen voorzitter kiezen…. Kees van der Staaij
doet zijn best de partij te moderniseren, en ik heb het idee dat dat
hem best goed afgaat. Maar hij is nog niet klaar!
Tot slot een opzienbarend onderzoek. Ik las het volgende bericht: “In
bijna 1 op de 5 reformatorische gezinnen kampt iemand met
verslaving. Dat blijkt uit onderzoek van het KICG, het Kennisinstituut
Christelijke GGZ. Vooral veel jongens zijn verslaafd aan alcohol.
Gebruik van drugs, porno kijken en gamen valt volgens de
onderzoekers mee. Verslaving ligt in refo-kring ook lager dan het
landelijk gemiddelde, maar het is volgens de onderzoekers wel
degelijk een probleem.”
Toen ik het uit had las ik het nog een keer, om er achter te komen of
ik iets over het hoofd had gezien. Maar er staat echt wat er staat: je
vermoedt dat er veel verslaving is in refo-kringen, je onderzoekt dat,
en komt  tot de conclusie dat dat niet zo is.
“Maar het is wel een probleem!”
Inderdaad, komkommertijd.

Vliegen
(17 augustus 2019)

Ik vind het nog steeds, ook in deze tijd van vliegschaamte,
fascinerend. Vliegen. Elke keer als ik een vliegtuig zie opstijgen
verbaas ik me dat het lukt, zo’n bakbeest met honderden mensen aan
boord, evenzovele koffers, per persoon ook nog een klein koffertje dat
meegaat onder het mom van ‘handbagage’, maar waar voor het
gemak wel wieletjes onder zitten, en dan ook nog ik weet niet hoeveel
liter kerosine, want het kost, dat is nou net het probleem, wel
behoorlijk wat energie om die hele fabriek de lucht in te krijgen.
Die kerosine was de laatste tijd wel een dingetje. Er ging op Schiphol
iets mis met het tanken. Ik snapte nooit hoe dat ging, maar begrijp dat
de kerosine vanuit een ondergronds pijpennetwerk naar de vliegtuigen
wordt gepompt. Met dat netwerk was iets mis, zal wel met de software
te maken hebben, en Schiphol haastte zich om te melden dat ze er
niet voor verantwoordelijk waren, want het tanken was uitbesteed aan
een apart bedrijf. Rare smoes. Alsof een winkelier niet
verantwoordelijk zou zijn voor de kwaliteit van zijn koopwaar.
Het was in 2000 dat ik voor het eerst zelf in een vliegtuig stapte. We
maakten een reis naar Israël. Een excursie met een groep van 24
mensen. Bij het raam zat een van de leden van de groep die
vliegangst had, maar toch heel graag naar Israël wilde. Wat het
zwaarst is moet het zwaarst wegen, vond hij. Ik had een stoel aan het
middenpad en kon nauwelijks naar buiten kijken. Op de terugweg,
toen we elkaar allemaal wat beter kenden, hebben we geruild. Hij zat
met het hoofd naar beneden in het midden, en ik zat te genieten aan
het raam.
Dit jaar hebben we ook weer gevlogen. Naar Ierland. Ook weer vanaf
Schiphol. We hadden het idee dat ons vliegtuig stond geparkeerd aan
de meest afgelegen pier die ze konden vinden. De wandeltocht er
naar toe duurde eindeloos, overigens nog verschillende keren
onderbroken door enorme zigzagrijen voor controles. De loopbanden
waar zo’n vriendelijke stem steeds ‘mind your step’ zegt stonden
allemaal stil.
Eenmaal in het vliegtuig was er nog wat vertraging omdat er teveel
handbagage was en die moest alsnog onderin het vliegtuig. Daarna
duurde het taxiën naar de startbaan zo lang dat ik me op een gegeven
moment afvroeg of de piloot van plan was de tocht naar Ierland
rijdend af te leggen. Het was een vluchtje van vijf kwartier waar we al
met al de hele dag zoet mee waren.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het parkeren op Schiphol.
Ook dat was een belevenis. De tocht van de parkeerplaats naar de
vertrekhal konden we met een pendelbus maken. Maar de afstand
van de auto naar de bushalte was ongeveer even ver en legden we te
voet af. Met twee koffers en twee stuks handbagage, in ons geval een
tas en een rugzak.
Gelukkig hadden we niet te maken met de tankproblemen. Die
kwamen later.
We hadden een prachtige vakantie. De terugreis ging in omgekeerde
volgorde, zij het dat ik bij de parkeerplaats eerst de auto ophaalde, en
daarna de koffers. Jammer was dat de bushalte bij de ingang van de
parkeerplaats was, en dat was een andere plek dan de uitgang. Ook
die terugreis kostte een hele dag, met veel wachten in lange rijen.
Ik beloofde mezelf plechtig om nooit meer te vliegen. Daar heb ik
geen vliegschaamte voor nodig!

Hij/zij/u/jij
(31 augustus 2019)


Vroeger had je de Kweekschool. En daarnaast de
Kleuterkweekschool. Ik las een verhaal over de lerarenopleiding. En
over het lerarentekort. En dat er nauwelijks meer mannelijke leraren
(onderwijzers zeiden we vroeger) op de basisschool rondlopen. En
dat dat misging toen kleuterschool en lagere school werden
samengevoegd tot basisschool. Uiteraard werd ook de opleiding
samengevoegd. Ik citeer: “Met het verdwijnen van de kweekschool
voor kleuterleiders (sic) verdween ook de mannelijke leraar uit de
klas.” Ik begreep het eerst niet, maar het werd uitgelegd. Jongens die
stage moesten lopen in een kleuterklas en allerlei frutseldingen
moesten doen verlieten gillend het lokaal en waren voorgoed verloren
voor het onderwijs. Ik ken er trouwens zo een in mijn naaste
omgeving.
Het was duidelijk geweest als de schrijver het gewoon over ‘de
kleuterkweekschool’ had gehad, of ‘de kweekschool voor
kleuterleidsters’. Maar dat mag natuurlijk niet, dat zou wijzen op
vooringenomenheid, dat het vooral een vak voor vrouwen was,
kleuterleidster dus. Maar uit het feit dat die jongens er allemaal mee
kappen tijdens de opleiding blijkt dat die vooringenomenheid gewoon
klopt. En misschien is het dan dus wel helemaal geen
vooringenomenheid.
Toen ik theologie studeerde had je vrouwenstudies. Geloof is voor
vrouwen iets anders dan voor mannen, en als je niet met je vader kon
opschieten was het lastig omgaan met een mannelijke God. Zoiets.
Maar ik ga ongetwijfeld te snel en te kort door de bocht. Het gevolg
van dit alles was dat je je wel tien keer bedacht voor je het woord ‘hij’
gebruikte. Dat moest altijd hij/zij zijn. Of, desnoods, bij het eerste
woord ‘hij’ gelijk een voetnoot dat je het inclusief gebruikt. Dat je er
altijd zowel mannen als vrouwen mee bedoelt. Want vrouwen voelden
zich snel buitengesloten!
We leven inmiddels in een andere tijd. In Zweden hebben ze een
neutraal woord bedacht. Naast ‘hij’ en ‘zij’. Simpel zou je denken,
‘het’. Hebben we hier al.  Maar die vlieger gaat niet op. Als wij een
neutraal woord gebruiken en we verwijzen ernaar dan wordt het toch
weer ‘hem’, dus dat is dan toch weer te mannelijk. Inclusief
taalgebruik of niet.
Maar ook het woord God, of dat nou mannelijk of vrouwelijk is, kan
allerlei afschrikwekkende associaties oproepen, we hebben het dan
liever over de Allerhoogste, of de Eeuwige, met een hoofdletter, dat
dan weer wel, want anders weet je niet dat daar God mee wordt
bedoeld.
Tegenwoordig tutoyeren we graag. “De Heer zij met jullie,” zegt de
voorganger, en we roepen terug: “Ook met jou zij de Heer!”
Ik hou daar niet van. En als ik dat zeg krijg ik vaak als antwoord “maar
in Duitsland doen ze het ook! Daar zeggen ze Vater unser, der du bist
im Himmel…” Nou en, wat kan mij dat schelen. Wij zijn geen Duitsers.
Engelsen zeggen tegen iedereen ‘u’! Zo klinkt voor mij hun ‘you’, en
een Vlaming zegt tegen zijn lief zelfs u: “Ik zie u graag!”
Ik word door een voorganger liever met u aangesproken, en zo spreek
ik ook graag terug. Hoewel ik meestal, gezeten op de orgelbank,
gewoon mijn mond hou.
Er zijn lieden die ook de Allerhoogste tutoyeren. In dat geval gaat dat
(in geschreven teksten) vaak met een hoofdletter, om geen
misverstanden te krijgen. Maar ik ervaar die hoofdletters als een
uitholling van de vertrouwelijkheid die nou juist toch hét kenmerk van
tutoyeren zou moeten zijn.
Altijd weer boeiend, die taal van ons.

Beter horen
(14 september 2019)

Onlangs was er nieuws over Amsterdam, de onderwereld, de
drugsscene, en dat er tijdens een dancefestival een omzet van
vijfmiljoen euro aan drugs wordt gemaakt. Ik kan het me wel
voorstellen. De herrie die ze bij dergelijke gelegenheden onder de
noemer ‘muziek’ uit de luidsprekers laten knallen lijkt me ook
nauwelijks te verdragen als je er met je volle verstand bij aanwezig
zou zijn. Dan kun je maar beter stoned zijn!
Van een trouwe bezoeker hoorde ik dat de meeste festivalgangers
met oordoppen in hun oren lopen. Ook daar verbaas ik me al lang niet
meer over, hoewel het vreemd blijft: Van harde geluiden waar je niet
onderuit komt, zoals het lawaai van je zaagmachine als je aan het
klussen bent, lijkt het me praktisch als je je oren daar tegen wapent,
maar als het om iets gaat als muziek, waarvan nou juist het kenmerk
is dat je het goed moet horen, dat de nuances belangrijk zijn, blijf ik
het bizar vinden dat je dat blijkbaar niet met je normale zintuigen tot je
kunt nemen zonder die te beschadigen.
Ik heb het voorbeeld vaker gebruikt, maar ik heb nog nooit iemand
een  zonnebril zien opzetten om de felle kleuren van een schilderij te
kunnen verdragen.
Dat die muziek, of wat daarvoor doorgaat, altijd zo hard moet heeft
ook te maken met dat rare gegeven, (en ja, daar had ik het ook vaker
over, je hebt zo van die stokpaarden,) dat mensen er altijd doorheen
moeten praten. Gewoon, luisteren met je mond dicht schijnt lastig te
zijn. Ik snap best dat je je enthousiasme soms kwijt wilt aan je
luistergenoten, maar dat hoeft niet continu.
Wat je ook regelmatig meemaakt, is dat bezoekers van een
popconcert met hun rug naar het podium staan en kennelijk van alles
te bespreken hebben dat ze niet elders aan de orde kunnen stellen.
Dat wordt dan schreeuwen tegen elkaar. Niet zo gek dat we met zijn
allen steeds dover worden. Het is ook niet voor niks dat we
tegenwoordig zoveel reclame voor hoorapparaten zien. Beter horen
begint bij beter horen of zoiets.
Vooralsnog zijn die reclamespotjes bedoeld voor de wat ouder
wordende mens, maar het zou me niet verbazen als we, gezien het
bovenstaande, steeds jonger aan de hoorapparaten moeten.
Over ouderen gesproken: een ander probleem is dat je minder gaat
zien. Dat is lastig met ´s avonds auto rijden. Onze minister van
verkeer wil op de snelwegen in Nederland daarom het licht ’s nachts
aan te laten. Dat is veiliger, vindt ze.
Toen ik jong was waakte mijn moeder er al over dat ik genoeg licht
had. Als ik zat te lezen bij een schemerlamp riep ze al heel gauw dat
ik meer licht aan moest doen. “Je moet het goed kunnen zien, anders
bederf je je ogen.” Al die ouderen die moeilijk zien in het donker
hebben vroeger zeker met te weinig licht zitten lezen.
Maar als ik Feike Asma had opstaan, of, erger Focus of Ekseption,
vond ze dat al heel snel te luid, en had ze geen boodschap aan mijn
excuus dat ik het toch goed moest kunnen horen.
Je ziet veel ouderen met hoorapparaatjes, nou ja, ze zijn zo klein dat
je ze niet meer ziet, maar ze hebben ze wel. Dancefeesten hadden
die ouderen nog niet. Maar misschien hebben ze de elpee van
Woodstock wel veel te hard gedraaid. Of juist te zacht…

Geld
(28 september 2019)

Het gaat vaak over geld.
Afgelopen week hadden we Prinsjesdag en de Algemene
beschouwingen en de miljarden vlogen ons om de oren. Voor een
normaal mens is een miljoen al niet te bevatten, laat staan een
miljard. En dan hoor je over een investeringsfonds van enkele
tientallen miljarden geleend geld, “omdat de rente negatief is en het
rijk dus geld toe krijgt.” Een eenvoudige burger als ik vraagt zich dan
wel af of die miljarden dan niet hoeven te worden afgelost. Want er
schijnt toch ook de neiging te zijn te proberen de staatsschuld te
verminderen.
Overigens dreigt de spaarrente ook door de nul te zakken. Ooit
spaarde ik bij de Zilvervloot. Elk jaar een paar procent rente en aan
het eind nog eens een premie van 10 procent. Een mooi systeem, met
weliswaar een maximum van 300 gulden per jaar, maar mijn eerste
ouwe Renault 4 van 800 gulden kon ik er mooi van betalen. De
huidige spaarrente staat op 0,03 procent. Op 100 euro spaargeld
ontvang je aan het eind van het jaar drie cent. Het gekke is dat er bij
het vaststellen van de hypotheekrente dan weer niet in negatieve
percentages wordt gedacht.
En we hoorden over koopkrachtplaatjes en gemiddelden, waarbij
gemiddeld iedereen er op vooruit gaat, maar dan denk ik weer aan
Godfried Bomans die het ooit had over een man die door een rivier
wandelde die gemiddeld een meter diep was. Hij verdronk wel. En als
er in de straat een stuk of wat miljonairs wonen, wat niet eens zo’n
onwaarschijnlijk scenario is met die idiote prijzen bij de
postcodeloterij, wil dat nog niet zeggen dat iedereen in de straat rijk is.
Hoewel wellicht wel iedereen meedoet aan die loterij om te
voorkomen dat je de schlemiel van de wijk wordt. Daarmee is dat
postcodegebeuren de enige loterij waarbij je kunt verliezen zonder
mee te doen. Ik snap niet dat dat allemaal zomaar mag, maar dit
terzijde.
Een ander geldnieuwtje kwam ik tegen op teletekst. Ik las dat
organisaties die kerkdiensten op tv uitzenden miljoenen mislopen
omdat er ook een illegaal netwerk schijnt te bestaan dat via het
buitenland die diensten voor een veel te laag tarief aanbiedt. Vroeger
had je kerktelefoon, maar tegenwoordig kijken we op internet. In
sommige kerken kun je aangeven als je als organist niet gefilmd wil
worden. Ik vind het best, maar het zorgt wel voor een zekere
beperking van mijn bezigheden tijdens de preek.
Gelukkig werd er in Nederland geen schade geleden, want men
richtte zich vooral op Italië. Ik begreep het bericht niet helemaal, totdat
ik doorkreeg dat het hele verhaal helemaal niets had te maken met tv
uitzendingen van kerkdiensten. Je moet waarschijnlijk lijden aan een
zekere vorm van beroepsdeformatie om die associatie te maken als je
het woord ‘tv-diensten’ ziet staan.
Tot slot, ook over geld, nog iets over een gratis concert dat we
bijwoonden op de Monumentendag. In een mooie kerk in de buurt
zong een kamerkoor en vooraf werden we via een tetterende
geluidsinstallatie welkom geheten door iemand van het koor.
“Voor niets gaat de zon op, en dat geldt ook voor de klassieke
muziek,” zei ze. Met die opmerking wilde ze de collecte bij de uitgang
aanbevelen, maar deed ze eigenlijk het tegenovergestelde. We
hebben wel netjes gedoneerd.

Transfer
(12 oktober 2019)

Ooit maakte Johan Cruyff de overstap van Ajax naar Feyenoord. Dat
was groot nieuws. Hij was het niet eens met het beleid van Ajax, of
met zijn salaris, of misschien wel met allebei, en haalde zijn gram door
naar Rotterdam te gaan. Prompt werd hij met Feyenoord dat seizoen
landskampioen.
Veertien dagen terug (het is jammer dat de kerkbode niet meer
wekelijks verschijnt, zo heb je toch snel dat je actuele verhaal oud
nieuws wordt, maar ik vind het opmerkelijk genoeg om het er toch nog
even over te hebben) las ik in de krant een verhaal over een andere
overstap van Amsterdam naar Rotterdam. Het was niet zo
wereldschokkend als indertijd de transfer van Cruyff, maar kennelijk
belangrijk genoeg om er aandacht aan te besteden. Het was een
groot stuk met dito foto.
Het ging om organist Jos van der Kooy. Jarenlang, wat zeg ik, veertig
jaar was hij organist van de Westerkerk in Amsterdam, en nu ging hij
daar weg en was benoemd aan de remonstrantse Rotterdamse
Arminiuskerk. De man is 67 jaar. Het beleid van de Amsterdamse
PKN is dat er verjongd moet worden. Het contract van Van der Kooy
loopt af en dus komt er een einde aan zijn bezigheden in de
hoofdstad. Het bizarre is dat de Westerkerkgemeente hem liever
helemaal niet kwijtraakt, maar men schikt zich in het kennelijk
onvermijdelijke.
De laatste tijd verbaas ik me wel vaker. Ik zie vacatures van
organistenbanen in meestal grote stadskerken, waarbij ik denk,
waarom zou de organist daar weg gaan? Ik ken niet elke collega in
Nederland, maar het ging in die organistenadvertenties een paar keer
om mensen die ik wel ken, jongens van mijn eigen generatie.
Kennelijk zijn we intussen te oud… Mocht ik al de illusie hebben op
zo’n baan te kunnen solliciteren dan hoef ik dat dus niet te proberen,
los van het feit dat ik het erg naar mijn zin heb op mijn huidige
orgelbank.
Terzijde: Het is natuurlijk goed om op tijd te stoppen. Je kunt er beter
zelf een punt achter zetten dan dat je gaat zitten wachten tot de
gemeente zuchtend en steunend ervaart dat het beste er nou toch
langzamerhand wel helemaal af is..
Jos van der Kooy kwam zelfs langs in het ontbijtnieuws van WNL. Hij
had het niet over verjonging, verplicht vertrek, er was geen boosheid,
hij vertelde dat hij naar Rotterdam ging, niet vanwege het orgel, want
dat is een stuk minder interessant dan dat in de Westerkerk, maar
vanwege de gemeente, waar muziek van hoge kwaliteit erg wordt
gewaardeerd, en waar hij dus zijn muzikale ei uitstekend kwijt kan.
Maar ik neem aan dat hij dat in Amsterdam ook wel kon…
In het ontbijtprogramma speelde hij op het Rotterdamse orgel ‘Tulpen
uit Amsterdam’. Jammer, denk ik dan, het moet weer lollig. De tv
kijker moet niet denken dat het orgel een ouderwets saai
muziekinstrument is. Het klonk een beetje als een draaiorgel. Hij
vertelde erbij dat dat moest kunnen, ‘Tulpen uit Amsterdam’ op een
orgel in Rotterdam. Hij had in Amsterdam ook wel eens een
Rotterdams lied gespeeld tijdens de dienst, en we hoorden wat
flarden van ‘Hand in hand, kameraden, hand in hand voor Feyenoord
1’, en dat had ook gekund, want zoals de kijker kon zien leefde hij
nog. Tja…
Nochtans wens ik hem veel speelplezier in het Rotterdamse!

Dierenleed
(26 oktober 2019)

Er wordt wat af geprotesteerd dezer dagen. Boeren rijden in hun
trekkers naar Den Haag, er zijn klimaatprotesten, protesten tegen een
dreigende korting op pensioenen, en ga zo maar door.
Ik hoorde onlangs van een nieuwe actie. Het ging om het behoud van
een wild schaap. De moeflon. Die kwam van oorsprong niet in
Nederland voor, maar is in de twintiger jaren van de vorige eeuw
geïmporteerd. Ik weet niet met welk doel, maar het bleek dat
hobbyjagers het leuk vonden om op het dier te jagen. Ik noem het
woord hobbyjagers, dat heb ik zelf niet bedacht. Toen we nog
Batavieren waren móesten we wel jagen om aan onze vitamine B12,
ons ijzer en ons zink te komen, tegenwoordig hoeft dat niet meer.
Jagers jagen nu soms om de natuur een beetje te helpen bij het in
stand houden van de juiste verhouding tussen de soorten wild
(waarbij de mens dan kennelijk degene is die bepaalt wat juist is!) en
soms dus als hobby.
Het gaat met de natuur best redelijk. Dat klinkt misschien gek, maar ik
hoor dat het erg goed gaat met de muizenpopulatie in het noorden, ik
lees in een ingezonden stuk dat je hier en daar struikelt over de
vossen, en ook de wolf heeft zijn plekje weer gevonden, kortom, de
natuur leeft!
Maar de eerder genoemde moeflon heeft het moeilijk. Let wel, een
schaap dat hier eigenlijk niet eens hoort. Wat is het geval. Zoals in de
natuur gebruikelijk is, leeft het ene dier van het opeten van het
andere. Het gaat goed met de wolf. En die gebruikt graag een
moeflon om zijn honger te stillen. Het schijnt dat er daardoor op de
Hoge Veluwe zo’n veertig moeflons minder zijn dan je zou mogen
verwachten. De vereniging van moeflonjagers luidt dan ook de
noodklok: hun quasi wilde schaap moet gered!
Het is een bizarre hobby. Dieren uitzetten om te bejagen. Ik had ooit
een vage kennis die in zijn kippenhok door zijn kippen eieren van
fazanten liet uitbroeden, vervolgens de jonge fazanten het hok uit joeg
en er in het weekend met vrienden en zijn buks achteraan ging.
Ik had het er over dat het goed gaat met de muizenpopulatie. Dat is
natuurlijk een rare zin. We hebben het dan over een muizenplaag. Er
zijn er veel te veel. Meer dan goed voor ons is. Vooralsnog hebben wij
er weinig last van. Ik zie wel gaten in het gras waar ze hun holletje
hebben (denk ik, ik ben geen natuurkenner), maar zolang ze buiten
blijven vind ik het best. En het is grappig om te zien hoe de katten uit
de buurt door de tuin sluipen, op zoek naar een prooi die ze helemaal
niet nodig hebben. Die katten gedragen zich dus eigenlijk ook net als
onze hobbyjagers. Alleen noemen we het dan geen hobby, maar
instinct.
Zoals gezegd, ik ben geen natuurkenner. Als een dier kan vliegen
weet ik dat het een vogel is, en als een haas een beetje onhandig
loopt zal het wel een verwilderd konijn zijn. Maar ik hou wel van de
natuur. Afgelopen week was het nodig de ramen te wassen. Vooral de
kozijnen en dorpels waren behoorlijk besmeurd met afvalstoffen van
allerlei dieren. Ik wilde het niet, maar heb noodgedwongen heel wat
spinnenleventjes in de kiem gesmoord. En dat deed best pijn…

Taal
(9 november 2019)

Taal is en blijft een boeiend onderwerp. We hebben er allemaal
dagelijks mee te maken. Ik hou van taal. Ik vind het mooi om er mee
bezig te zijn. Je hebt van die families waar iedereen gelijk “dan ik”
roept, als iemand “als mij” zegt. Piet is groter als mij, of zoiets.
Ik vond het dan altijd leuk om zinnetjes te bedenken waarin “als mij”
wel goed is. Bijvoorbeeld: “Jou geeft pa net zo’n klein stukje vlees als
mij…” Het nadeel van drie zussen die dan direct “dan ik” riepen, was
dat de inhoud van de mededeling, dat wij maar een klein stukje vlees
kregen, volledig verloren ging.
Dat is ook het gevaar van zo’n taalhobby. Als ik teksten lees met
storende taalfouten, rare verwijzingen (“het orgel, die…”),verkeerde
werkwoordsvormen die je levensgroot aanstaren, ben ik al zodanig
afgeleid dat het me niet meer lukt het verhaal serieus te nemen.
Aan de andere kant heb je mensen die met taal bezig zijn en die het
zo goed moeten doen dat het daardoor onbegrijpelijk wordt. Als je met
juridische taal te maken hebt kom je soms de meest hoogdravende en
daardoor onbegrijpelijke zinsconstructies tegen. Ik heb vaak het
gevoel dat de schrijver zich met zulk taalgebruik door zijn onmacht
heen bluft. Als je als lezer een ingewikkelde tekst als onzin ervaart
heb je de neiging te denken dat je niet slim genoeg bent om te
snappen wat er staat. Terwijl ik dan tegenwoordig, ouder, wijzer en
minder bescheiden, gewoon wéét dat het onzin is.
Aanleiding voor dit verhaal is het bericht, op teletekst, dat “het kabinet
extra taalexperts gaat inzetten om overheidsteksten voor alle burgers
begrijpelijker te maken. (…) Het ministerie van Binnenlandse Zaken
begon vorig jaar een campagne om zijn ambtenaren taalles,
voorbeeldbrieven en schrijftips te geven. Maar er moet een schepje
bovenop, vindt staatssecretaris Knops, met de ‘Direct Duidelijk
Brigade’ (ja, echt, zo heet die…) bestaande uit coaches en
ambassadeurs. De extra bijscholing kost drie miljoen euro.”
Ik wist eerst niet of ik het bericht serieus moest nemen, maar toen in
elke talkshow op de televisie taaldeskundigen verschenen, en ook de
kranten er grote artikelen over schreven, begreep ik dat het ernst was.
Ambtelijke taal moet helderder! Voor drie miljoen…
In de krant lees ik dat ambtenaren “behoefte hebben aan concrete
tips. Daarom krijgen ze workshops over basisvaardigheden: gebruik
geen jargon, geen lijdende vormen en korte zinnen.” Ik mag dus niet
zeggen dat hier onduidelijkheid wordt geschapen (een lijdende vorm),
maar dat vind ik wel, want moeten de mensen op het stadhuis nou wél
of géén korte zinnen schrijven?
Degene die deze tekst maakte heeft waarschijnlijk ooit geleerd dat je
in een opsomming geen komma zet vóór het woord ‘en’. Maar soms
moet het leven sterker zijn dan de leer. Zeggen wat je bedoelt – dan
kunnen we lezen wat er staat - is de beste manier om duidelijke taal af
te leveren.
Op zich vind ik wollige taal en jargon niet zo’n probleem. Maar dat er
pertinente leugens worden geschreven (zoals in een enquête over
zomer- dan wel wintertijd, waarin werd gesuggereerd dat het met
zomertijd ’s zomers eerder donker wordt, hetgeen door minister
Ollongren werd weggelachen, ik schreef er in januari over) is veel
erger.
Het allerergste is natuurlijk om onwaarheden te verstoppen in een
schier onnavolgbare stijl in vakjargon. Dan heb je niet eens door dat je
voor het lapje wordt gehouden….

Autoloos
(23 november 2019)

Het was in de tijd, lang geleden, dat we Groningers werden. Van
Nieuwerkerk, Schouwen-Duiveland, verhuisden we naar Middelstum.
De benzine kostte nog geen 80 cent (€ 0,36) per liter. Er was die
winter een olieboycot met als gevolg een oliecrisis. We kregen de
autoloze zondag, en later ging de benzine op de bon. Tijdens die
autoloze zondagen ging ik nog wel eens een weekend op en neer
naar Zeeland. De terugreis begon op zondag na middernacht, en in
het midden van het land was het dan druk.
Het was ook de tijd dat ik wel eens kerkdiensten begeleidde in
Kantens (voor 3 gulden per dienst!) en ik weet nog dat ik een keer op
schaatsen vanuit Middelstum daarheen reed. Het was toen niet
vanzelfsprekend dat je als gereformeerde jongen je schaatsen op
zondag mocht onderbinden, maar met een beroep op Psalm 138
durfde ik het wel aan. Ik reed immers ook nog eens naar de kerk: Ik
zal mij buigen op uw ijs naar uw paleis! In Kantens aangekomen bleek
dat ik mijn schoenen in Middelstum had laten staan, zodat ik het orgel
op sokken bespeelde, iets wat mijn leraar mij altijd ten strengste
verboden had.
Even dreigde de geschiedenis zich te gaan herhalen. Er was weer
sprake van autoloze zondagen. Stikstofproblematiek. Nu wordt het
maximaal 100 rijden op de snelweg. Iets wat ik tot een paar maanden
geleden graag deed. Mooie CD in de CD-speler, sigaartje aan, auto
op de cruise control, en rustig met 100 over de snelweg zoeven.
Soms moest je wel eens inhalen. Dan gaf ik wat gas bij. Ik wil mensen
achter mij niet in de weg rijden!
Maar sinds we onze auto hebben ingeruild hebben we geen CD
speler meer. Dat schijnt ouderwets te zijn. (Ik weet nog de opwinding
toen de CD op de markt verscheen: wat een kwaliteit!) En een asbak
wordt ook niet meer standaard meegeleverd tegenwoordig… Dus
zonder sigaar en luisterend naar datgene dat de radio toevallig te
bieden heeft, en me vaak niet bevalt, wordt het lastig om me aan die
zo ontspannende 100 kilometergrens te gaan houden.
Zeker als je af en toe even een vrachtwagen wilt inhalen. Maar dan
rijden er wel van die schoolmeesters voor je die, waarschijnlijk ook op
hun cruise control, zich precies aan de 100 houden. Van die lui die
ook naar je knipperen als je je mistlampen aan hebt voor een beter
zicht op de berm. Mistlampen die niet verblindend zijn, maar officieel
mogen ze niet branden als het niet mistig is, en dat is dan voor zo’n
brave borst aanleiding om mij daar op te wijzen.
De stikstofcrisis heeft te maken met een rechterlijke uitspraak. Door
een onafhankelijke rechter. Je kunt in hoger beroep. Bij een college
dat ook onafhankelijk is. Ik vind het allemaal best, maar een rechter in
wat voor college dan ook is toch ook maar een mens, en heeft zijn
mening. En in elke mening zit toch altijd iets subjectiefs. Misschien
bestaat een objectieve mening wel helemaal niet. Trump was er niet
voor niets na zijn aantreden als de kippen bij om republikeinse
rechters aan te stellen.
Hier en daar is men niet blij met die 100 kilometer per uur. Wilders
spreekt van ‘hoogverraad aan de automobilist’, de VVD heeft het over
‘een offer’. Dat valt, objectief gezien, wel mee. En anders ga je toch
lekker ’s nachts 130 rijden. Dan is het stikstofprobleem kennelijk
minder ernstig...

(Kinder)postzegels
(7 december 2019)

Deze week realiseerde ik me opeens dat ze niet geweest waren. Tot
nu toe was het elk jaar raak. Meestal op een woensdag, ik meen
ergens in september, om iets na twaalven werd er aangebeld door
een jongen of meisje uit de buurt met de vraag of we kinderpostzegels
wilden kopen. Het was voor die kinderen een sport om zo snel
mogelijk na schooltijd zoveel mogelijk adressen af te werken.
Leo was ooit zo slim om in een flatgebouw aan de slag te gaan. Dan
had je weinig tijdverlies met het reizen van de een naar de ander.
Elk jaar kocht ik wel een paar setjes postzegels. De laatste jaren
deden we er wel steeds langer over om ze op te maken. Je kon ze
ook niet voor elke gelegenheid gebruiken. Een condoleancekaart met
een vrolijk plaatje in de rechterbovenhoek vonden we minder
passend. Daar kon je toch  beter een ernstig kijkende vorst voor
gebruiken.
De postzegels waren een stuk duurder dan de waarde die ze
vertegenwoordigden. Het verschil was een bijdrage aan het goede
doel. Wat mij irriteerde was dat er de laatste jaren op de bestellijst een
extra regel stond waar je nog een vrije gift kon noteren. Hoe meer
postzegels je kocht, hoe meer er al voor het goede doel overbleef. Ik
vond dat wel genoeg.
Wat trouwens ook een probleem werd de laatste tijd was het aspect
veiligheid. Vroeger betaalde je direct en contant en het
postzegelhandelaartje kon snel naar het volgende adres.
Tegenwoordig moet er naast naam en adres nog van alles ingevuld
worden. Een machtiging met doorslag, en ik geloof dat je het
banknummer dan weer niet direct mag geven maar dat dat later via
een mail wordt geregeld, waarvoor je dus ook je mailadres moet
noteren, kortom, er is heel wat administratie voor nodig om die paar
euro liefdadigheid te kunnen verwerken.
Uit het verleden weet ik nog dat er een keer een prijsvraag was onder
schoolkinderen. We moesten een tekening maken die als illustratie
zou kunnen dienen op de postzegels. Een jongen van onze school
was één van de winnaars. Ik zie zijn tekening nog voor me: een grote
rode tractor met een mannetje er op. Hij zat niet bij ons in de klas.
Meester deed er een beetje meewarig over: “Hij had waarschijnlijk
gewonnen omdat de jury dat wel mooi vond: zo’n kind uit een
boerendorp dat een tractor tekent.” Het was wel sneu  dat zijn
tekening werd gebruikt voor een postzegel van 45 cent. Dergelijke
postzegels had je alleen nodig als je een héle zware brief moest
versturen, of een pakje.
Hoe het ook zij, het kost vandaag de dag minimaal vier van die zegels
van 45 cent (20 eurocent) om een brief te kunnen versturen. Per 1
januari is dat zelfs niet meer genoeg: In de krant zag ik de kop
“Postzegels worden weer duurder”. Dat vond ik raar: een postzegel
van 45 cent blijft toch een postzegel van 45 cent. Maar vanaf volgend
jaar kost het versturen van een brief 91 cent. “Ook het pakkettarief
stijgt. PostNL noemt
de stijging gematigd en in lijn met de afgelopen
jaren.”
Misschien zijn ze daarom wel niet geweest met kinderpostzegels. Er
blijft steeds minder over voor het goede doel!
(En de PTT zet al jaren niet meer de prijs maar een grote ‘1’ op de
zegels, dan valt het niet op hoe duur ze zijn…)

Salarisstrookje
(21 december 2019)

Mijn eerste salarisstrookje was nog echt een strookje. Een reepje
papier van 30 centimeter lang en niet meer dan een paar centimeter
breed. Er stond op genoteerd wat ik die maand had verdiend en wat
er werd ingehouden aan belasting en premies. Zo was er een VUT
premie en ook een inhouding onderwijspersoneel. Gewoon, omdat het
barre tijde waren.
Er stond ook een bedrag reiskosten ingevuld. Ik weet nog dat die
reiskosten het meeste indruk op me maakten. Het feit dat ik aan het
werk was geweest en daarvoor werd betaald had wel iets
vanzelfsprekends, maar dat ik ook nog een bedrag kreeg omdat ik
kosten moest maken om op mijn werk te komen ervoer ik als een
grote weelde. Waarbij ik wel moet zeggen dat er collega’s op andere
muziekscholen waren die niet alleen hun kilometers vergoed kregen,
maar ook nog eens een bedrag voor de tijd die dat reizen hun kostte.
Dat is nog eens wat anders dan die kennis van me die bij de PTT
werkte en, als ze om acht uur begon, moest zorgen dat haar computer
dan opgestart was. Ze begon dus in feite elke dag om kwart voor acht.
Zo’n salarisstrookje was een doorslag van een heel blad met
gegevens dat de boekhouder op zijn typemachine maakte voor zijn
administratie. Onder elke regel zat een perforatierand en zo kon hij
voor elke docent de betreffende informatiereep afscheuren. En die
werden dan in onze postvakjes gelegd, zodat collega’s, als ze dat
wilden, van elkaar konden zien wat ze verdienden. Privacy deden we
nog niet aan…  
Het blad dat je tegenwoordig krijgt, een A4-tje vol met bedragen en
inhoudingen, noemen we nog steeds een salarisstrookje. De meeste
mensen kijken naar het eindbedrag. Dat krijg je op de giro en daar zul
je het mee moeten doen tot de maand weer om is…
Klaas Dijkhoff, de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer,
heeft een auto met chauffeur. Dat lijkt me tamelijk comfortabel. Wat
ook comfortabel is, is een uitkering van tienduizenden euro’s aan
wachtgeld per jaar omdat hij staatssecretaris en een blauwe maandag
minister was. Met zijn baan als fractievoorzitter verdient hij kennelijk
niet genoeg om rond te komen. Na kritiek op dat wachtgeld gaat hij
daar van afzien, maar en passant kwam iemand er achter dat hij ook
nog 5000 euro per jaar reiskosten ontvangt. Een beetje vreemd als je
jezelf laat rondrijden. Dijkhoff zei dat hij niet had gemerkt dat hij
reiskosten kreeg. 5000 euro per jaar is 400 per maand. Ik weet niet
wat je als kamerlid verdient, maar ik zou het wel zien als op mijn
salarisstrookje 400 euro extra stond.
Typisch een VVD’er, denk ik dan, een zakkenvuller. Maar er is ook
nieuws over een Groen Links mevrouw. Zij had een officieel
woonadres in Leeuwarden maar brengt haar nachten doorgaans in
Den Haag door. Dat is natuurlijk ook wel zo praktisch als je daar
werkt. Ze ontvangt ook reiskosten. Logisch als je elke week op en
neer reist. Alleen blijkt het om een bedrag van ongeveer 25.000 euro
per jaar te gaan. Dat is dus 500 euro per week, erg veel voor een
retourtje Leeuwarden-Den Haag.
Het jaar loopt op zijn einde. Naast het salarisstrookje krijgen we een
jaaroverzicht. Misschien valt de grootte van de bedragen dan wél
op…
“Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen,” zei mijn pa
altijd.

Goede voornemens
(4 januari 2020)

Het voelt wat onhandig om, nog voor het Kerst is, de column voor de
eerste week van januari te schrijven.
Geen idee hoe de Kerst verlopen is, hoe Oud en Nieuw. Ik hoorde
iemand zeggen dat de jaarwisseling in Nederland jaarlijks meer ogen
kost dan de oorlog in Syrië. Vreemde vergelijking. Telt hij dan de
mensen die alleen een oog verloren hebben, of ook hen die
gesneuveld zijn? Want dát gebeurt toch gelukkig nog niet op grote
schaal vanwege vuurwerk.
Geen idee ook in hoeverre er in Scheveningen nog een brandstapel
geweest is. Het stoken van zo’n vuur is het jaarlijks hoogtepunt in het
leven van veel Hagenezen. Ik steek nooit vuurwerk af. Niet uit
principe, maar gewoon, omdat ik er niks aan vind.
We hadden de klimaattop. Die zou je mislukt kunnen noemen. En in
Nederland moeten we dringend iets doen aan de stikstofproblematiek,
hetgeen heeft geresulteerd in de afspraak nergens meer harder dan
100 kilometer per uur te rijden. Alleen is het probleem kennelijk niet zo
heel dringend, want die snelheidsbeperking gaat pas per 1 maart in.
En alleen overdag.
Bij ons in de buurt, op pakweg 150 meter van ons
huis, wordt gewerkt aan het bouwen van tijdelijke woningen.
Wisselwoningen of logeerwoningen, daar wil ik af zijn. De harde
werkers hebben de radio er bij aan, en ik hoorde het nieuws, ik kon
het uitstekend verstaan op die afstand, van een zender die tevens
wist te melden waar er op dat moment snelheidscontroles waren. Dan
hoef je je alleen maar dáár, en op dat moment, aan de maximum
snelheid te houden. Dan helpt het allemaal niet veel. Ik kreeg
trouwens dezelfde dag een aanbieding van Peugeot in mijn mailbox
om voor een paar tientjes in mijn auto een app te installeren die me
waarschuwt voor snelheidscontroles. Doe mij maar liever een CD
speler…
Ikzelf heb nooit goede voornemens. Maar ik weet donders goed dat ik
ook mijn bijdrage lever aan ons klimaatprobleem. Zo begin ik elke dag
met de krant. Maar wel een papieren exemplaar. Daar hou ik van. En
ik rij wel eens in de auto. Ook wel eens afstanden die ik zou kunnen
fietsen. Ik drink veel koffie en rook af en toe een sigaar. En ik lust
graag een stukje vlees. Als we zuurkool eten, of boerenkool, of
stamppot andijvie vind ik dat vooral lekker vanwege de worst of de
spekjes!
“Er is zoveel lekkers op vegetarisch gebied,” zei iemand me eens,
“met vruchten, en noten…” Zal best maar ik houd noch van vruchten,
noch van noten. Wat zeg ik, als ik een gevulde koek krijg geef ik die
noot, die er blijkbaar per se op moet, altijd aan een eventueel
aanwezige huisgenoot. Of hij gaat in de afvalboek. De groene. Dat
wel.
Onze verwarming werkt op, weliswaar heel weinig, gas. En zo kan ik
nog wel een poosje doorgaan.
Ik adem de hele dag in en uit. En dat heeft ook zo zijn effect.
Ik kan heel wat goede voornemens bedenken, maar ik ben ook nog
eens een babyboomer (boomer is verkozen tot hét woord van 2019!),
een blanke hetero man, dus veel zin heeft dat allemaal niet…
Nochtans wens ik u allen veel succes, mocht u wél goede
voornemens hebben, en daarnaast, via deze papieren krant, alle
goeds voor 2020!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Praatprogramma
(18 januari 2020)

Het valt niet mee, dagelijks een praatprogramma vullen.
“Wij trappen hier vandaag het Beethovenjaar af.”
Het was Matthijs van Nieuwkerk die besloot dat op dat moment, 8
januari 2020, het Beethovenjaar begon. Afgezien van het feit dat
Ludwig pas op 16 december 1770 werd geboren, dus het duurt nog
een maand of elf voor hij echt 250 jaar geleden geboren is, vroeg ik
me af of de heer Van Nieuwkerk dat bepaalt.
Als gasten had hij Maarten ’t Hart en Peter Buwalda, die zich eerst
vermaakten met wat flarden Elvis Presley omdat die op die dag 85
jaar zou zijn geworden. Toen het echt over Beethoven ging kregen we
wat fragmentjes van bekende Beethovenstukken te horen (maximaal
anderhalve maat per stuk!) en werd er bepaald wie nou de beste
componist uit de geschiedenis was. ’t Hart kiest voor Mozart, Buwalda
voor Beethoven, “omdat hij doof was…” alsof dat te horen zou zijn
aan het uiteindelijke resultaat. Het is dezelfde discussie die je krijgt als
er een oud schilderij opduikt. Als het van een willekeurige schilder is
hoor je er niemand over, maar als het Rembrandt blijkt te zijn is het
opeens een topstuk. Of als in een verder onopvallend orgel opeens
oud historisch pijpwerk blijkt te staan. Dat orgel gaat niet anders
klinken als we dat ontdekken.
Matthijs van Nieuwkerk wekt wel vaker de indruk alsof hij de maat der
dingen is. Nu we in een talkshowoorlog zijn beland wil hij de
presentatoren van de NPO-versie wel ontvangen en er minzaam mee
spreken. De heren presentatoren hadden het hoogste woord, de
dames zaten er wat stilletjes bij en een tafelheer was vooral bezig met
zichzelf te presenteren.
Eva Jinek is verhuisd naar RTL. Een uitstekende interviewster die de
overstap maakte, met een groot deel van haar redactie in haar
kielzog. Waarschijnlijk, nee, natuurlijk omdat de commerciëlen heel
wat meer salaris kunnen bieden dan de NPO die zich heeft te houden
aan de Balkenendenorm: niemand die van publiek geld wordt betaald
(behalve Van Nieuwkerk) mag meer verdienen dan de minister
president. Mark Rutte vertelde dat dat zo’n 7000 euro netto is. Hijzelf
vindt het meer dan genoeg. Ik ook.
Maar Eva Jinek kennelijk niet. Het is natuurlijk ook een zware klus. Vijf
dagen in de week zo’n programma presenteren. Gelukkig wordt het
voorbereidend werk allemaal gedaan door een grote redactie. Ik hoop
dat die hardwerkende mensen ook een pittige salarisverhoging
hebben gekregen!
Overigens krijg ik de indruk dat het bij RTL nog weer zwaarder is dan
bij de publieke omroep. Jinek praat harder en sneller. Bang om de
aandacht te verliezen? Voor je het weet zapt de kijker weg. Meestal is
een reclameblok zo’n moment. RTL zendt vooralsnog geen reclame
uit tijdens de uitzending om dat wegzappen te voorkomen. En als de
NPO om half elf begint, begint RTL om tien voor half elf, waarna de
NPO een reclameblok skipt om toch nog net iets eerder te kunnen
starten. Groot voordeel voor ons als kijker is dat je op een normale tijd
kunt gaan slapen.
Intussen gaan praatprogramma’s, en ook mijn verhaal hier, vooral
over praatprogramma’s. En het eerste item in het ontbijtnieuws de
volgende morgen zijn de kijkcijfers. Enthousiast kondigt de NPO aan
dat ze alweer gewonnen hebben 830.00 tegen 790.000.
Straks krijgt Jinek weer reclame tussendoor. Dat is maar goed ook.
Kan ze even uitblazen…

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA