recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verscheen een nieuwe verzamelbundel:
Zo lust ik er nog wel een

Zomer- of wintertijd
(5 januari 2019)

We leven naar het einde van het jaar. De Top 2000. En dat daar te
weinig vrouwen in staan. Ik vind het ook een ramp. Het blijft een strijd,
die emancipatie. Er was ergens een gemeenteraad waar de verdeling
man-vrouw precies fifty-fifty was. Maar een mevrouw maakte zich
zorgen: “We moeten alert blijven, de volgende keer kan het zomaar
weer anders zijn.”
Het leven is niet makkelijk.
Het ging vorige week over de zomertijd. Over de vraag: wat moeten
we er mee?
Minister Ollongren had een onderzoek laten uitvoeren naar de mening
van de Nederlandse bevolking. Een bureau dat zelf vindt, en de
minister blijkbaar ook, dat het verstand heeft van het uitvoeren van
zo’n onderzoek, heeft 1800 mensen gevraagd wat ze er van vinden. Ik
vind 1800 mensen niet veel. Maar het schijnt te kunnen. En dat heet
dan een representatieve steekproef. Mij is niks gevraagd.
Vervolgens verschijnt de uitslag van het onderzoek op teletekst met
als kop: ‘De meerderheid van de Nederlandse bevolking wil graag het
hele jaar wintertijd’.
Dat klopt gewoon niet, sterker nog, dat is een pertinente leugen. Want
het blijkt dat maar 41 procent dat vindt. In mijn rekensysteem is 41 op
de 100 geen meerderheid. Dat is een minderheid, best een grote
minderheid, maar er staat een groep van 59 procent tegenover die
een andere mening heeft.
Trouwens, maar dit terzijde, eigenlijk bestaat het fenomeen wintertijd
niet eens. Omdat we in maart de klok een uur vooruitzetten, noemen
we tegenwoordig dat wat ooit de normale standaard West-Europese
tijd was opeens wintertijd.
Van die andere 59 procent wil overigens 27 procent het hele jaar
zomertijd en de rest, 24 procent, “juicht het verzetten van de klok toe”.
En blijkbaar is er ook nog 8 procent die het worst zal zijn. Ik hoor bij
de 24 procent die het geen probleem vindt de klok in maart vooruit te
zetten. Want lange avonden, daar hou ik van. Maar ik sta heus niet
juichend met de handleiding in de hand de tijd van de magnetron aan
te passen.
Tot zover, zou je kunnen zeggen, en nou maar hopen dat Ollongren
zich niks van het onderzoek aantrekt.
Maar dan verschijnt er een nieuw bericht. Er is een fout gemaakt. Er
werd in de vraag over permanente zomertijd “gesuggereerd dat de
zon in dat geval eind juni om 20.00 uur ondergaat. Dat moet 22.00 uur
zijn.” Afgezien van het woord ‘gesuggereerd’ (hoezo, het werd
blijkbaar niet gewoon gezegd, maar in bedekte termen meegedeeld?)
vind ik het een rare toestand. De grap van die zomertijd is toch juist
dat het langer licht blijft. Daar gaat het toch om. Op dat gegeven
baseer je toch je mening?
Maar het bureau is niet voor een gat te vangen. Motivaction (zo heet
het knullige bedrijf) “zegt tegen Binnenlandse Zaken dat het de vraag
is of de fout van invloed is geweest op de uitslag.” Blijkbaar maakt het
niet uit hoe je je onderzoek doet.
Maar ik zou als minister, nu Motivaction zelf het onderzoek blijkbaar
weinig serieus neemt, me er ook maar niet al te veel aan gelegen
laten liggen.
Ik zou helemaal maar ophouden met al die eindeloze onderzoeken en
zogenaamd representatieve enquêtes. Onlangs werd door het CBS
de kerkelijkheid van Nederland onderzocht. Een andere club, het
Sociaal en Cultureel Planbureau, deed hetzelfde, maar met heel
andere uitkomsten. Ik geloof niemand meer!

Ik wens u een mooi 2019, en zie al weer uit naar 31 maart. Dan mag
de klok vooruit!

In verhouding
(12 januari 2019)


Het was een vraag in De Slimste Mens. Er komen acht plaatjes voorbij
van verschillende stekkers. USB, HDMI, SCART, en meer van dat
spul. Er zat er ook een bij die door de kandidaat voor een ‘jack’ werd
aangezien. Zo’n stekker van een koptelefoon. Ik dacht het ook. Maar
het werd fout gerekend, want het bleek een mini-jack te zijn. Het zal
wel zo geweest zijn, maar als je een foto ziet van alleen een stekker
zegt dat niet zoveel. Je hebt geen referentiekader. Het gaat om de
verhouding met de omgeving. Je zou het misschien wel aan het
snoertje hebben kunnen zien waarvan een klein stukje in beeld was,
want dat leek achteraf wel een tamelijk dik snoer, maar die heb je ook
in verschillende diktes, dus dat zegt ook niet zo veel.
We hebben de jaarwisseling gehad. Op het strand in Scheveningen
ontsteekt men traditioneel een grote brandstapel. Dat vindt men daar
leuk. Ik had er geen beeld bij tot ik verhalen hoorde over een hoogte
van 35 meter. Zelfs toen had ik er nog niet direct een beeld bij. Tot je
gaat nadenken.
Een flatgebouw van een verdieping of tien is 35 meter hoog, een
bescheiden kerktoren ook zoiets denk ik. Ons huis is 6 meter. En als
je je dan afvraagt wat het effect zal zijn als je zo’n stapel hout in brand
steekt kun je je niet voorstellen dat dat niet verkeerd zal gaan, zeker
niet als er een stevige wind staat.
Ik begrijp dat de bewoners van de buurt achter de boulevard
doodsangsten hebben uitgestaan wegens de overvliegende
brandende houtsnippers die op veel plaatsen in de stad allerlei zaken
in brand zetten. Een woordvoerder van de brandstapelbouwers was
zich van geen kwaad bewust, en op de vraag of het niet beter zou zijn
om er maar mee op te houden, het volgend jaar niet weer te doen,
waarschuwde hij dat het dan een vreselijke puinhoop in de stad zou
worden. Dan zouden de feestvierende pyromanen gewoon ter plekke
allerlei branden gaan veroorzaken.
En ik las over “blije gezichtjes van kinderen”. Ik weet niet of dat nou
tijdens de bouw of tijdens de brand was.
Intussen put de burgemeester zich uit in wollige taal om om de hete
brij heen te draaien. De hoogte van die brandstapel had te maken met
de wedstrijd die ze er van maken met een andere brandstapel. Wel
weer bijzonder dat die andere geen problemen heeft gegeven.
Als je aan groot en hoog denkt zag je deze week ook zo’n gigantisch
schip waar de containers letterlijk huizenhoog staan opgestapeld. Die
dingen schijnen aan elkaar vast te worden gemaakt, maar als het heel
erg stormt en de boot heel erg gaat deinen komen er kennelijk
krachten vrij die die verbindingen niet aankunnen. Je kunt je weinig
voorstellen bij de grootte van zo’n schip, ook nog niet als je een
plaatje ziet, midden op zee gefotografeerd. Maar als je je realiseert
wat dat is, een boot met 19000 containers, dus met 19000
vrachtwagens, dan pas heb je een beeld. En daarvan zijn er dus 270
overboord gekieperd.
Het schijnt dat Schiermonnikoog inmiddels al weer schoon is. De
vraag is wel wat er de komende tijd allemaal nog aan gaat spoelen.
Het heeft niks met elkaar te maken, een jack-plug, een vreugdevuur of
een containerschip. Maar bij allemaal gaat het om het referentiekader,
de verhouding.
En die is hier en daar wel enigszins zoek, lijkt me.

Nashville
(19 januari 2019)

Je hebt van die zinnetjes die in een gezin steeds terug komen. Als het
een gereformeerd gezin is zijn dat nogal eens citaten uit de Bijbel. Bij
ons thuis klonk vaak “het blij vooruitzicht dat mij streelt”, als er iets
moois op stapel stond. Als we vonden dat we beter onze mond
konden houden zetten we “een wacht voor onze lippen”, en bij een
discussie waarbij de argumenten van de ander werkelijk nergens op
sloegen hoorde je soms “Antwoord den zot naar zijnen dwaasheid
niet!” Daarmee was je dan gelijk van het gezeur af.
Aan dat laatste citaat moest ik denken bij alle ophef over de Nashville
verklaring waarvan een paar reformatorische dominees vonden dat ze
die in het Nederlands moesten vertalen.
In wezen wordt er helemaal niks nieuws gemeld. Hoe men in orthodox
gereformeerde kringen denkt over homoseksualiteit is algemeen
bekend. Zo denkt men daar al honderden jaren. Het verhaal van
Sodom en Gomorra wordt bijvoorbeeld gesimplificeerd tot een
veroordeling van homoseksualiteit terwijl je het veel meer moet zien,
lijkt me, als een aanklacht tegen losbandigheid in het algemeen.
Maar nu de zaak op papier is gezet is Nederland in rep en roer. Er
worden regenboogvlaggen uitgestoken en de burgemeester van
Amsterdam gaat de straat op om te protesteren.
Je kunt ook je schouders ophalen. Laat ze maar, niet op reageren,
antwoord den zot niet… Als die zware mannenbroeders er zo over
willen denken moeten ze dat vooral doen. Gelukkig roepen ze niet op
tot geweld. Ik heb ook niet de indruk dat het manifest is opgesteld om
homohaat te promoten.
Natuurlijk snap ik dat je je als lid van de doelgroep gekwetst kunt
voelen, zeker als je ook nog eens lid bent van zo’n kerk. Maar, zoals
gezegd, dat jouw kerk daar zo over denkt kan geen nieuws voor je
zijn.   
Van der Staaij was bij Jinek en deed zijn best de zaak te nuanceren,
en er op te wijzen hoe in zijn kerkelijke kringen met liefde en begrip
met het onderwerp wordt omgegaan. Ik had niet het idee dat het hem
helemaal lukte. En hij had het over een nawoord waarin een en ander
nog eens wordt benadrukt. Zijn handtekening was ook niet echt een
handtekening, maar meer het resultaat van een mailtje waarin hij had
gezegd dat het hem wel een aardig idee leek om die tekst te laten
vertalen. Hij zelf begreep alle ophef ook niet. Het was toch duidelijk
hoe de Bijbel er over dacht.
We hebben de mondvol over vrijheid van meningsuiting. Iedereen
mag denken, en als hij dat wil, ook nog zeggen, wat hij vindt. Maar nu
is de wereld te klein.
Iets anders. Bij Nashville denk ik aan country muziek. Niet te
ingewikkeld, lekker in het gehoor. Zeker niet aan orgelmuziek. Maar ik
zag een paar items over het onderwerp op tv. Lucky TV maakte Van
der Staaij belachelijk, zingend bij het orgel van de Grote Kerk in
Dordrecht (waarbij trouwens in de tekst ook nog een pater figureerde,
niet bepaald een reformatorisch type) en in Nieuwsuur sprak men er
over met vage beelden van een orgelfront, ik meen Utrecht, op de
achtergrond. Dat vind ik, als organist en orgelliefhebber, dan weer
jammer.
Maar verder moeten we er maar niet al te veel woorden vuil aan
maken, al kan ik het niet laten nog een citaat te noemen dat me te
binnenschiet als ik al die verontwaardigde reacties, vooral uit niet
kerkelijke kring, zie: “Wij, zo geheel anders…” 

Applaus
(26 januari 2019)


“Altijd weer een gezellig moment, met de lekkerste koffie die je kent.”
Een zinnetje uit een reclamespotje voor koffie. Ik vind het mooie
muziek. Fijne akkoorden. De laatste tijd zie ik af en toe een nieuwe
versie langs komen. De tekst wordt gezongen door een, ik neem aan
jonge man. Maar mooi vind ik het bepaald niet meer. Elke noot die hij
zingt hangt er een beetje onderaan. In de lichte muziek hebben we
het dan vaak over ‘blue notes’, maar dat is dan toch altijd in een vorm
waarbij je aan die toon voelt dat hij je toe trekt naar de toon die wordt
bedoeld. Net zoals een dissonant normaal gesproken oplost, en een
leidtoon, het woord zegt het ook al, toeleidt naar de grondtoon. Ik
begrijp niet dat die opname door niemand is afgekeurd.
Laatst was er een zangeres bij Matthijs van Nieuwkerk. Hij heeft een
serie met liedjes over de belangrijke momenten in het leven. De
geboorte van een kind was aan de orde en ze zong daar een of ander
vaag liedje over. Het begon met de altijd prachtige klanken van een
hammondorgel, of in ieder geval een hammond imitatie. Dat weet je
natuurlijk nooit als het geluid via de luidsprekers van de televisie wordt
weergegeven. Het leek me lastig om de toonhoogte te bepalen. Het
orgel klonk ook wat vaag. Maar gedurende heel het lied bleek het
lastig de tonen te treffen. Ook dit zangeresje zong alle noten in mijn
beleving net te laag. Je kan wel een beetje gevoelig proberen je tekst
neer te zetten, maar je moet als zanger daarvoor wel actief in de
weer. Een toon waar geen activiteit onder zit is nooit lekker.
Niet iedereen stoort zich er aan als dingen niet helemaal zuiver gaan.
Het zangeresje kreeg een daverende ovatie. En het was niet alleen
applaus, er werd ook nog behoorlijk gejoeld en o en a geroepen. Dat
hoort er tegenwoordig allemaal bij. Gewoon in de handen klappen als
teken van waardering is te weinig. Sommige muzikanten schamen
zich als ze geen staande ovatie krijgen!
We waren bij een concert van een mooie tenor. Een Italiaan. Hij werd
begeleid door twee muzikanten op luit en gitaar. De een bespeelde
ook nog een aartsluit, een instrument dat ik nooit had gezien, maar
het was een luit met wat extra lage snaren. Ik verbaasde me er over
dat, voorafgaande aan het concert, hun instrumenten gewoon op hun
stoelen lagen, waar het talrijke publiek vlak langs liep.
De tenor had een prachtige stem. Hij bracht zijn repertoire als een
soort singer song writer. Renaissance muziek, niet veel melodie, wel
veel verhaal. Om als luisteraar die geen Italiaans verstaat hem te
kunnen volgen kon je de tekst meelezen in het programma. Maar dat
is heel iets anders dan het direct, via de oren, meekrijgen. Nergens
bereikte de tenor de uiterste randen van zijn bereik. Hij zong
voortdurend in zijn comfort zone, zoals we dat tegenwoordig noemen.
Het viel ons al met al enigszins tegen.
Maar hij kreeg een, uiteraard staande, ovatie, met veel gejoel en
gejuich. Ook wij gingen staan. Je wil het feestje niet bederven
natuurlijk, en ik was best onder de indruk van de beide begeleiders.
Waar je ook altijd applaus en gejoel hoort is bij het begin van een
televisieprogramma zoals bijvoorbeeld Eva Jinek. Er is nog helemaal
niks gebeurd, maar de tent wordt al afgebroken.
Ik begrijp al dat enthousiasme niet…

CO2
(2 februari 2019)


Ik begrijp soms dingen niet.
Ik snap dat we om het klimaat moeten denken. Stijgende
temperaturen en stijgende zeespiegel, al verschillen de meningen
behoorlijk over het aantal graden temperatuurstijging en nog veel
meer over die zeespiegel. De een heeft het over tientallen meters, de
ander over centimeters.
Waar we het wel over eens zijn is het probleem van de CO2 uitstoot.
Die moet omlaag. In 2020 zal hij, bij ongewijzigd beleid, 21% lager zijn
dan in 1990. Dat lijkt me goed nieuws. Maar een rechter heeft
besloten dat het te weinig is. Het moet naar de 25%. Dat komt neer op
9 megaton. Ook weer zo’n term die nauwelijks te bevatten is. 9
megaton is 9 miljoen ton, 9 miljard kilo. En dat is dus 4% van de totale
uitstoot zoals die in 1990 was. Toen was het kennelijk 225 miljard kilo
per jaar. Alleen in Nederland! We hebben het over CO2. Een gas.
Geen idee hoe 225 megaton daarvan er uit ziet.
Het verminderen met die 9 megaton lukt alleen met rigoureuze
ingrepen. Zover snap ik het nog wel. De mogelijkheden die worden
opgesomd zijn o.a. het sluiten van meerdere kolencentrales en het
terugschroeven van de maximumsnelheid. Nog niet zo lang geleden
hadden we een minister wier hoogste doel was op zoveel mogelijk
wegen 130 kilometer per uur te rijden.
Dat was nog een hele organisatie, want hier en daar mocht het wel,
maar dan niet in de spits, en dat moest wel duidelijk zijn voor de
weggebruiker. In de zomer van 2011 maakte ik het voor het eerst
mee: een stuk snelweg waar ik 130 mocht rijden. Een rood bord met
witte rand en 130 erin. Daarnaast nog een bord met uitgebreide
informatie over de tijden waarop dat mocht. We waren, het was vier
uur in de morgen, op weg naar onze vakantiebestemming. Na een
paar kilometer verscheen het bord ‘einde 130’ en ik had de neiging
het gaspedaal nóg verder in te trappen. Ik heb het maar niet gedaan.
Sowieso rijdt de auto lekkerder als ik hem wat minder op zijn staart
trap. En hij is dan bovendien een stuk zuiniger. We reden in de
zeventiger jaren wegens de oliecrisis niet harder dan 100 kilometer
per uur. We wisten toen al dat onze energiebronnen eindig zijn.
Het sluiten van kolencentrales lijkt ook een goed idee. Wel jammer dat
er in de Eemshaven zo’n installatie staat die nog splinternieuw is. En
als we allemaal van het gas af gaan en aan de warmtepomp is het
nog maar de vraag of we die centrales toch niet nodig hebben om aan
de dan gigantische vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen.
Maar wat ik niet snap is dat ook als middel tot het verlagen van de
CO2 uitstoot wordt genoemd “het fors hoger belasten van
energiegebruik”. Volgens mij zijn we tegenwoordig allemaal wel
energiebewust. We krijgen met de paplepel ingegoten dat we geen
lampen moeten laten branden, geen deuren laten openstaan, en als
we naar bed gaan de kachel al een paar uur daarvoor wat lager
moeten zetten.
Als we de accijns op sigaretten gaat verhogen schijnen er minder
mensen te gaan roken. Logisch. Het wordt onbetaalbaar. Je kan ook
zonder roken goed leven. Hetzelfde geldt voor belasting op drank.
Maar als je als overheid energie meer belast krijg je vooral meer geld
binnen. Ik zie niet wat dat verandert aan de CO2 uitstoot.
Onze ideale kamertemperatuur wordt toch niet lager doordat de
kosten hoger worden?

Sylvia en Sophie
(9 februari 2019)


Het zal je maar gebeuren. Dat een componist speciaal voor jou een
lied maakt en dat je het dan niet wil zingen. Ik zie het beeld voor me.
Je komt er mee aan, je speelt het zo mooi mogelijk voor, en dan krijg
je te horen:  “Nee, dank je, liever niet…” Een beetje een botte reactie.
Je hebt dan als componist enigszins een probleem. Het overkwam
Thijs van Leer die een nummer had geschreven voor ene Sylvia.
Tekst en muziek. Maar de bewuste Sylvia vond het niet mooi, of niet
goed genoeg en ze vertikte het om het op te nemen. Van Leer zelf
was best tevreden over zijn creatie en besloot om het dan maar als
instrumentaal stuk uit te brengen. Aldus geschiedde. Jan Akkerman
speelde de melodie op zijn gitaar, en Sylvia werd een van de grootste
hits van Focus. We schrijven 1973. Focus speelt nog steeds, en
Sylvia staat ook nog steeds op de setlist.
Het gebeurt natuurlijk veel vaker dat componisten of tekstdichters
liederen opdragen aan hun al dan niet gefingeerde geliefde. Wie kent
niet het lied Manuela, van Jacques Herb, die een auto-ongeluk krijgt
en waarin de onnavolgbare zin voorkomt: “De dokters vechten door,
ze weten niet waarvoor…” en even verder, “alsof ze zeggen wou, nee
het lag niet aan jou…”
Henk Westbroek bezong zijn Julia (“zelfs je naam is mooi”), en Leon
Russell  ging achter zijn piano behoorlijk tekeer voor zijn Emily (maar
dat kennen weinig mensen vermoed ik.). Peter Maffay was
praktischer: hij noemde geen naam, maar was zingend erg onder de
indruk: “Du bist alles was ich habe auf die Welt…” Kenmerkend voor
zijn lied was de modulatie met de gevoelige snik aan het einde. Zo’n
snik had Jacques Herb trouwens ook.
En dan hadden we nog, en hij is eigenlijk de aanleiding voor dit
verhaal, Johnny Lion. Gerrit den Braber had voor hem een tekst
geschreven op een Zweeds nummer, Fröken Fräken, geen idee wat
dat betekent, en hij had daar Bolle Bertha van gemaakt. Johnny Lion,
die eigenlijk John van Leeuwarden heette, vond Bolle Bertha niet zo’n
goed idee, het doet ook meer aan een of andere roodbonte melkkoe
denken dan aan een mooi meisje, en hij stelde voor om de tekst te
veranderen. Gerrit den Braber was een handige tekstdichter en hij
maakte er net zo makkelijk Sophietje van, de naam van Lions
vriendin, fotomodel Sophie van Kleef. Volgens mij kent iedereen het
lied met zijn kenmerkende orgelpingeltje en de “ranja met een rietje”
die Sophietje dronk. Een lief liedje over een vrouw die overigens
bepaald geen ranja dronk en waarmee Johnny Lion, zoals hij zelf zei
“de rockmuziek verloochend had”.
In 1969 strandde de relatie van Johnny en Sophie, maar het lied is hij
tot zijn dood, vorige week, blijven zingen.
Ik zag het op teletekst: ‘Johnny Lion van Sophietje dood’. Ik vind dat
nogal cru overkomen. Ik zou dan zeggen: Johnny Lion overleden.
Maar misschien is dat, als je ook Sophietje in je titel wil noemen, net
even te lang voor een regeltje teletekst. Maar ook in de krant las ik
dezelfde kop: Johnny Lion dood. Ik vind dat niet mooi. Ik vind dat erg
bot.
Overigens, zoals gezegd, Johnny Lion zong het lied nog steeds. En
ook de naam Sophie is nog steeds populair. In 2018 was de top 3 van
meisjesnamen (1) Julia (2) Emma en (3) Sophie.
Sylvia komt in het lijstje niet voor.
Maar bij de jongens Thijs wel!

Stemmen
(16 februari 2019)


Weet u al wat u gaat stemmen?
Er komen verkiezingen aan. Voor de Provinciale Staten en daardoor,
indirect, ook voor de Eerste Kamer. Die verkiezingen kunnen grote
invloed hebben op de steun voor het kabinet. Wellicht hebben straks
in de Eerste Kamer de vier regeringspartijen niet genoeg aan elkaar
om een meerderheid te behalen.
Er is van alles aan de hand. We hebben een klimaat dat opwarmt en
een zeespiegel die daardoor stijgt. We gaan van het gas af, en er
liggen een stuk of zeshonderd voorstellen die de energietransitie
moeten gaan vormgeven. In de Tweede Kamer wordt er stevig over
gediscussieerd, en heel vaak gaat het niet over de inhoud van de
voorstellen maar over de manier waarop, de reden waarom, of de
persoon door wie ze worden gedaan. Als het CDA zich bekeert tot
een ruimer kinderpardon maken we ons drukker over de vraag hoe
het toch zo gekomen is (“zal wel met de verkiezingen te maken
hebben…”) dan dat we blij zijn dát het zo gekomen is. Tel uw
zegeningen, zou ik zeggen.
Dat het over de provincies gaat maar dat dat niet echt bekend is bleek
toen men in Den Haag aan verschillende politici wat namen liet horen
met de vraag wat die hen zeiden. Bij sommigen, aanvoerders van
politieke partijen, deden de namen geen belletje rinkelen, terwijl het
ging om lijsttrekkers, partijgenoten dus, in de verschillende provincies.
En we zullen het maar helemaal niet hebben over de Waterschappen
waarvoor ook verkiezingen op stapel staan. Dat schijnt ook een
bestuurslaag te zijn. Ik weet er het fijne niet van. Wat mij betreft
zorgen ze voor een goede afvoer van teveel water, en, in droge
perioden, voor een op niveau blijvend grondwaterpeil. Maar dat
laatste weet ik niet eens zeker. Ik begrijp eerlijk gezegd niet goed in
hoeverre daar politieke kleur of overtuiging een rol bij zou kunnen
spelen.
Maar er is nóg een verkiezing. Die is wel vrij plaatselijk overigens. Het
gaat over de naam van onze gemeente na de herindeling.
Ik kan me herinneren dat er in 1990 zo’n herindeling was. Tot die tijd
had je in onze omgeving vele kleine gemeentes. Middelstum, Stedum,
Loppersum, ’t Zandt. Vier gemeentes, vier gemeentehuizen, vier
gemeentebesturen. Toen die herindeling er aan kwam hoorde je in
Middelstum, mijn toenmalige woonplaats, vaak: wij worden ingelijfd bij
Loppersum. Ik vond dat een te bescheiden insteek. Waarom zouden
wij worden opgeslokt door Loppersum? Waarom niet Loppersum door
ons? Maar inderdaad, al lag dat misschien niet aan die instelling van
de Middelstumers, de nieuwe gemeente kreeg haast automatisch de
naam Loppersum, en heel Nederland heeft daar tegenwoordig een
beeld bij…
Inmiddels komt er dus weer een herindeling aan. Her en der is dat al
geregeld, maar in onze contreien deed men er wat langer over. DAL
of DEAL, Delfzijl, Appingedam, Loppersum en wel of niet Eemsmond?
Het wordt DAL, en wij, de inwoners mogen deze keer stemmen over
de nieuwe naam. We kunnen kiezen uit drie mogelijkheden.
Eemsdelta (maar ik denk dan: wij liggen helemaal niet in de
Eemsdelta, daar ligt alleen toch Delfzijl?), Marenland (en dat
associeer ik vooral met een woningbouwvereniging, een
schoolvereniging en een streekkerk) of Fivelgo. Bij Fivelgo denk ik
aan Fivelingo. Het blijkt dat dat hetzelfde is. Een streek in Groningen
die de huidige gemeentes Appingedam en Loppersum omvat, het
grootste deel van Delfzijl, alsmede een stukje van de oude gemeentes
Ten Boer en Slochteren.
Ik denk dat ik wel weet wat ik ga stemmen.

Beeldcultuur
(23 februari 2019)

We leven in een beeldcultuur. Dat kun je op twee manieren opvatten:
Letterlijk, zoals het er uitziet, en figuurlijk, het beeld dat je je vormt op
basis van de informatie die je ergens over krijgt.
Wat de letterlijke betekenis betreft: Het is volgens mij een vrij
natuurlijk verschijnsel. Iedereen doet zijn best er zo goed mogelijk uit
te zien. Vooral deze week viel me dat op. Het leek wel lente. Dan
moet ik altijd aan Martin Bril denken, die columnist die veel te jong is
overleden. Die verheugde zich op de eerste lentedag. Rokjesdag
noemde hij dat. De dikke jassen en truien blijven thuis en de vrouwen
kleden zich in mooie jurkjes met blote benen. Ik weet niet of we
vandaag de dag met al het #MeToo gedoe nog wel vrijelijk over
rokjesdagen en mooie vrouwen mogen spreken, maar ik waag het er
toch maar op. Ik hou  van de eerste lentedag.
Iedereen is blij en ziet er blij uit. Tegenwoordig lijkt dat trouwens
voortdurend de norm te zijn. Op onze Facebookpagina en Instagram
putten we ons uit om er zo voordelig mogelijk uit te zien. Het schijnt
zelfs zo te zijn dat je een uitzondering bent als jonge Facebooker of
Instagrammer als je gewoon een foto van jezelf online zet die je niet
gefotoshopt hebt. Elk ongerechtigheidje, elk rimpeltje wordt
weggepoetst. En als we wat ouder worden doen we het niet alleen
fotoshoppend maar laten we rimpels daadwerkelijk chirurgisch
verwijderen. En dat allemaal om er zo mooi mogelijk uit te zien.
Waarbij men blijkbaar niet door heeft dat je er daarna helemaal niet
mooier uitziet!
Figuurlijk gesproken gaat het om de indruk die je ergens van krijgt. In
de politiek noemen ze dat framing, de manier hoe je je boodschap
verpakt, letterlijk: welk lijstje je er omheen doet. Nu er weer
verkiezingen aan komen, ik wilde het er niet over hebben, maar soms
kan het niet anders, gaat het ook weer over aantallen vrouwen. En dat
op de lijsten van sommige partijen meer vrouwen staan dan andere,
en dat de SGP helemaal geen vrouwen heeft.
En ik las in een artikel dat het droevig gesteld is met de verdeling van
bestuursposten. “Slechts zes procent van de commissarissen van de
Koning is vrouw. Een kwart van de burgemeesters. 29 procent van de
wethouders. Een derde van de Tweede Kamerleden, en dit aandeel
loopt de laatste jaren terug.” Je leest er eerst overheen. 29 procent
van de wethouders, 25 procent van de burgemeesters en dan die zes
procent van de commissarissen.
Wij leerden vroeger op school dat we elf provincies hadden. De
Noordoostpolder hoorde toen nog bij Overijssel. Per 1 januari 1986
werden de IJsselmeerpolders tezamen onze twaalfde provincie,
Flevoland. Met twaalf commissarissen vertegenwoordigt elke
commissaris dus een twaalfde gedeelte, ofwel 8,33 procent van het
totaal. Als we het moeten doen met zes procent commissarissen is
dat nog minder dan één!
Dat beeld klopt dus niet. Waarmee ik niet wil zeggen dat 8,33 procent
heel veel is. Maar het is wel bijna 40 procent méér dan de zes procent
die wordt genoemd! Ik neem niet aan dat de schrijver het bewust
verkeerd heeft gedaan. Maar het beeld wordt er zoals gezegd niet
veel beter van. Maar ik vind het wel slordig.
Intussen lijkt het al drie dagen lente. Het was nog geen rokjesdag,
maar die komt er aan… Dat vind ik nou een heel mooi beeld!

Passie
(2 maart 2019)

Pasen valt laat dit jaar. Op 21 april. Daarom begint ook de lijdenstijd
laat. De eerste zondag van de veertigdagentijd is pas op 10 maart.
Toch verschijnen er al weer mailtjes en reclames voor allerlei Passie
uitvoeringen. Bij sommigen advertenties valt op dat de dirigent minder
prominent in beeld is dan vroeger het geval was. Zo gaat dat.
The Passion, het jaarlijkseTV-spektakel op Witte Donderdag, wordt dit
jaar in Dordrecht georganiseerd. In een persbericht lees ik dat de stad
in 2011 gastheer was voor de nationale intocht van Sinterklaas en in
2015 voor Koningsdag. Die TV-uitzendingen leverden veel extra
toeristen en dagjesmensen op. Men hoopt dat The Passion een zelfde
effect zal hebben!
Ik begrijp dat men ook flink in de buidel moet tasten om het feest
binnen de muren te krijgen. Wat ook het geval is als je de Tour de
France, de Ronde van Italië of die van Spanje in jouw gemeente wil
laten starten. Burgemeesters zijn dan heel trots, maar het is vooral
gewoon een kwestie van betalen!
Terug naar The Passion. Bij Jinek was weer de onvermijdelijke
spannende bekendmaking van de cast. Hoewel, spannend, direct aan
het begin van het programma werden de hoofdrolspelers binnen
geroepen, ik kende ze niet allemaal, wat zeg ik, alleen Edsilia
Rombley kwam me bekend voor, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik
niet meer precies weet of zij nou ook de zangeres was die mee deed
aan ‘America’s Got Talent’. Zij speelt Maria. In een vorige editie zong
Anita Meijer die rol en ik weet nog dat dat indruk op mij maakte. Qua
leeftijd paste het ook beter, want je bent natuurlijk wel de moeder van
een 33-jarige… Bij Jinek vond men het om een of andere reden zinnig
om nog eens het moment te laten zien waar in die uitvoering Anita
Meijer even de tekst kwijt dreigde te raken. Wat dat betreft zijn die tv
makers allemaal hetzelfde. Heb je een gast die veel interessants te
melden heeft, dan ga je hem vooral jennen met één klein missertje,
soms ook nog eens van heel lang geleden.
En er waren weer de obligate gesprekjes. Deze keer niet eens over
de vraag of je gelovig moest zijn om de rol van bijvoorbeeld Jezus te
kunnen spelen, en of je überhaupt het verhaal moest kennen om je te
kunnen inleven. De zanger die Jezus gaat doen wist te vertellen dat
Jezus als een socialist opkwam voor de armen. Hij timmerde er op los
op een markt, omdat de marktkooplieden geld verdienden, winst
maakten, met hun nering…
En de Petrusfiguur was er achter gekomen dat Petrus helemaal niet
zo’n aardige man was als hij altijd had gedacht. Dat hij zomaar een
soldaat een oor afsloeg. Dat Petrus zich wel vaker opwond en primair
reageerde, hij had er geen idee van. Frappant trouwens dat alleen de
evangelist Johannes Petrus bij zijn naam noemt. De anderen hebben
het over ‘een omstander ‘ of ‘iemand’.
Martijn Krabbé (in Zeeland zeggen we gewoon Krabbe) is de
presentator. Evangelist zou je hem ook kunnen noemen. Ook hem
kende ik wel natuurlijk. Ooit presenteerde hij een klusprogramma en
tegenwoordig is hij vooral bekend van The Voice, waar hij tussen de
reclames door de optredens van de deelnemers aankondigt. Ik heb
daar trouwens het meeste respect voor de begeleidingsband. Wat die
elke week allemaal te spelen krijgt!
Eric van Tijn is de muzikale leider, het brein achter de Passion. Hem
noemden ze voor het gemak maar God…

Trots
(9 maart 2019)

Het is een beetje een eng woord geloof ik, nationalisme. Als je trots
bent op je land, als je het over het vaderland hebt, word je, voor je het
weet, een populist genoemd.
In de sport komt het vaak voor. We juichen voor onze landgenoten, of
dat nou een schaatser, een voetbalteam, of Tom Dumoulin is. En als
ze winnen en het Wilhelmus klinkt dan willen we nog wel eens
ontroerd zijn. Toen er trouwens Nederlandse kampioenschappen
schaatsen waren werd ook voor elke winnaar het Wilhelmus ten
gehore gebracht. Dat ontroerde totaal niet. Ik vond het eigenlijk maar
vreemd, om niet te zeggen tamelijk belachelijk. Er zijn ook mensen die
het sowieso belachelijk vinden om ontroerd te raken bij een
sportprestatie. Die daar totaal geen last van hebben. Die houden niet
van sport.
Afgelopen week ging het over onze nationale trots, de KLM. De
regering had voor 700 miljoen een pakket aandelen gekocht in Air
France/KLM, de door Nederlanders steeds als fusie genoemde
samenwerking, terwijl het in werkelijkheid een overname van de KLM
door Air France was, zo leerde ik deze week. Ongeveer voor 12%,
later 14%, is het bedrijf nu in handen van de Nederlandse staat.
Momenteel doet de KLM het overigens een stuk beter dan Air France.
Ook dat hoorde ik deze week. En met ‘beter’ wordt dan bedoeld dat er
meer geld wordt verdiend. En zo houden we in Schiphol een sterke
luchthaven (“een van de beste van de wereld”) en dat is dan weer
goed voor onze economie, waarbij we het woord vliegschaamte maar
even vergeten. 
Die aankoopactie moest wel in het geheim, anders zouden de
aandelen een stuk duurder zijn geweest!
Onze minister van financiën, en die van infrastructuur, Wopke
Hoekstra en Cora van Nieuwenhuizen, gaven een persconferentie en
in de krant stond een foto van een zaaltje met hun beiden en een
handjevol persmensen. Het was geen uitverkocht huis, aan de andere
kant, één camera van de NOS en één van RTL, en heel Nederland is
op de hoogte.
Dat hadden we toch maar mooi geflikt! Het schijnt dat minister
Dijsselbloem in het vorige kabinet al was gestart met de
voorbereidingen voor de aankoop. En bijna de hele Tweede Kamer
was het er ook mee eens.
Uiteraard was er ook kritiek, Thierry Baudet zei dat het veel eerder
had moeten gebeuren, toen de aandelen goedkoper waren, en Lilian
Marijnissen vond dat er dan ook wel 700 miljoen naar de zorg mocht.
En de Franse president was niet blij, en zijn minister van financiën ook
niet. Rutte en Hoekstra hadden de actie telefonisch medegedeeld.
De volgende morgen ging Hoekstra naar Frankrijk om bij een
gezamenlijk ontbijt zijn collega nog een toelichting te geven. In het
nieuws heette het dat hij door die collega “op het matje werd
geroepen.” Dat vond ik een vreemd bericht. Wie is die minister
helemaal dat hij onze minister op het matje zou kunnen roepen?
Vervolgens werd de vraag gesteld of het gesprek tussen de beide
bewindslieden in het Frans zou gaan, met andere woorden, of
Hoekstra het Frans voldoende machtig zou zijn om daarin met zijn
collega van gedachten te kunnen wisselen, zich aan die collega zou
kunnen aanpassen, of dat ze voor Engels zouden kiezen. De
verslaggever veronderstelde het laatste, omdat de Franse minister
ook redelijk Engels zou spreken. De vraag werd niet gesteld of het
gesprek misschien in het Nederlands zou worden gevoerd.
Soms zouden we iets trotser moeten zijn…

#Doeslief
(16 maart 2019)

Het is een nieuwe campagne van Sire. #Doeslief. En die schijnt nodig
te zijn. Want er wordt teveel gescholden, onbeschoft gedrag vertoond,
en zelfs onze grootste helden zien er geen been in om wild te plassen
en vervolgens een politieagent een kopstoot te verkopen.
Het gaat er om dat we wat vriendelijker doen. En een opvallend
element in het cijferoverzicht vond ik dat ook caissières in de
supermarkt werden genoemd. En dan gaat het er niet om dat ze
onheus worden bejegend. Nee, ze worden soms helemaal niet
bejegend. De klant is op zijn telefoon bezig terwijl hij zwijgend de
boodschappen op de band zet, ze zwijgend in zijn karretje laadt en
ook nog eens op dezelfde wijze afrekent. Ik maakte het zelf een keer
mee, het was een dame voor me. Ze reageerde niet op het ‘hallo’ van
de caissière en er klonk ook geen alstublieft of dankuwel. Er werd ook
niet over zegeltjes gecommuniceerd of over voetbalplaatjes, er werd
helemaal niks gezegd. Desondanks wenste het meisje achter de
kassa de klant doodleuk de stereotiepe fijne dag.
Iedereen heeft wel eens een minder goed humeur. Ik kan er ook wat
van. Maar dan probeer ik me niet tussen de mensen te begeven (al
denken mijn koorleden daar wellicht wat anders over…) en zo vermijd
ik onvriendelijk gedrag.
Normaal gesproken ben ik de vriendelijkheid zelve. Laatst stond ik in
de rij en besprak met de mevrouw voor me én de caissière dat het
toch wel erg warm was voor de tijd van het jaar. Het was een
geanimeerd gesprek. De mevrouw rekende af en vervolgens werd ik
met een soort automatisch ‘hallo’ begroet. Alsof ik er niet gestaan
had…
In het verkeer heb je het ook, onbeschoft gedrag. Je kunt mensen ook
eens voor laten gaan. Ik doe het vaak. Even de kant in bij een smalle
weg als er een tegenligger aankomt en je net bij zo’n uitwijkplaats
bent. Vaak rijdt die tegenligger dan zonder boe of ba langs. Je kan
ook even je hand opsteken om te bedanken. Hij zou ook zelf even
hebben kunnen wachten, op de uitwijkstrook aan zijn kant…
En dan heb je die collega weggebruikers die vlak voor je de weg
opschieten. Dat geeft op zich nog niks. Als iemand zo nodig voorlangs
moet heeft hij blijkbaar haast. Maar rij dan ook door! En ga dan niet
met een gangetje van 65 vóór mij rijden waardoor ik haast als vanzelf
in de rol van bumperklever word gedwongen.
En nou we het toch over het verkeer hebben: wat is dat ook een
ergernis als mensen een rotonde verlaten zonder richting aan te
geven. Ik ben van nature een geduldig mens, maar hou er niet van om
voor niks te wachten.
Bij ons in het dorp heb je zo´n wegversmalling als je binnen komt. Die
is bedoeld, neem ik aan, als verkeersremmer, maar veel mensen
geven juist extra gas om er als eerste doorheen te kunnen. Zo’n ding
werkt dan averechts. Ik heb meestal de neiging om maar even te
wachten. Laatst had ik wat haast en reed snel door. Mijn tegenligger
was het daar niet mee eens, en ik was blij dat mijn buitenspiegel zo
handig kan inklappen. Anders was ik die ter plekke kwijt geweest. 
O ja, het is vandaag (8 maart) vrouwendag. Ik zal wel commentaar
krijgen dat er een meisje achter de kassa zat. Ik kan het niet helpen.
Ook in de Sire-campagne is ze een vrouw…

Linksaf
(23 maart 2019)

Er zijn allerlei muziekinstrumenten. In allerlei vormen en allerlei
maten. Bij de meeste instrumenten bepaalt de vorm hoe je het
bespeelt. Het kan zittend, het kan staand. Koorleden staan graag.
Dan heb je meer lucht. Terwijl ik dan denk dat mijn longen in mijn
bovenlijf zitten, en dat de stand van mijn knieën of bovenbenen weinig
invloed heeft op de inhoud daarvan. Maar ik snap het wel: als je zit wil
je nog wel eens onderuit zakken, en als één ding belangrijk is bij het
zingen is dat je dát niet doet. Actief. Altijd. Staan dus!
Bij een cello is het lastig om het staande te doen, maar bij een
contrabas is juist zitten lastig. Dat is alleen mogelijk met een hoge
kruk.
Gitaristen kunnen kiezen. Ze kunnen het zittend doen, met zo’n
voetenbankje zodat de gitaar mooi op de knie ligt, of staand, met een
band om de nek. Bijzonder bij een gitaar vind ik dat je die kan
aanpassen aan de vraag of je als bespeler links- dan wel
rechtshandig bent. Je kunt de snaren omwisselen, maar er worden
ook speciale linkshandige gitaren gebouwd. Beroemde linkshandige
gitaristen zijn Jimmy Hendriks en de gitarist van Bløf. Er zijn ook
linkshandige bassisten: Paul McCartney bijvoorbeeld, en de basspeler
van Focus: Udo Pannekeet.
Voor toetsinstrumenten is de keus niet moeilijk. Die bespeel je zittend.
Hoewel in een popgroep toetsenisten vaak staan. En ikzelf bespeel
mijn hoge kistorgel ook graag staande. Dan heb ik geen last van mijn
knieën die tegen de orgelkast aankomen. Maar of we nou links- en
rechtshandig zijn, op dat gebied hebben we geen keus. De lage tonen
zitten links, de hoge rechts. Daar is helemaal niets aan te doen.
Overigens kreeg ik onlangs een verjaardagskaart met mezelf achter
de vleugel, waarbij het leek alsof de lage tonen, aan de lange kant
van de vleugel, rechts zaten. De boekenkast stond aan de andere
kant dan waar hij in werkelijkheid staat. Ik snapte het eerst niet, maar
het bleek dat de foto gespiegeld was. Dat is een simpele handeling.
Met een plaatje van mijn hoofd deed mijn uitgever dat ook een keer.
Dat was voor het beeld beter, vond hij, dan keek ik niet de verkeerde
kant op, “en jouw hoofd is toch tamelijk symmetrisch, dus dat maakt
niet uit.”
Ik zag een artikel in een regionaal blad over een docentencollectief.
Sinds muziekscholen zijn wegbezuinigd worden muziekdocenten
éénmansbedrijfjes die zich soms verenigen in een docentencollectief.
Je zou zo’n club haast een muziekschool kunnen noemen. Het stuk
was bedoeld om het collectief te promoten.
Er stond een foto bij van iemand, spelend op haar fluit. Ik wist niet wat
er was, maar op de een of andere manier had ik het gevoel dat er iets
niet klopte. Om er achter te komen wat dat was heb ik gegoogeld op
fluitist. Ik zag allerlei plaatjes, uiteraard ook van Thijs van Leer uit zijn
Introspectiontijd, en kreeg door wat er fout was. “Misschien moet die
juffrouw nog wat lessen hebben,” dacht ik, want het zag er echt heel
vreemd uit. Maar het was de fluitjuf zelf. Die zal toch wel weten hoe ze
haar fluit moet vasthouden!
Wat was het geval: de opmaakredacteur had de foto van de
fluitspelende docente gespiegeld. Ze speelde linksaf. Waarschijnlijk
om te voorkomen dat ze, in plaats van zichzelf óp de kaart te spelen,
van de krant áf zou spelen. Maar dat zag er dus wel een beetje knullig
uit…

VIPs
(30 maart 2019)

We waren bij een uitvoering van een musical. We hadden al heel lang
geleden kaarten besteld. Het waren vrije zitplaatsen, hetgeen inhoudt
dat je overal mag gaan zitten. Op zich is dat handig, maar het is altijd
jammer dat dat dan ook voor iedereen geldt. De zaal zou om zeven
uur open gaan, en er stond toen al een flinke rij voor de deur. We
belandden desondanks op een mooi plekje, twee houten stoelen die
opgesteld waren naast een kerkbank, want daar waren we, in een
kerk, en voor ons stonden een vijftal wat luxere stoelen, van zwarte
stof, met een tafeltje er voor en een briefje ‘gereserveerd’. 
Toen we een tijdje zaten verschenen ook de toeschouwers die op de
gereserveerde plaatsen mochten zitten. Ze kregen, direct nadat ze
hadden plaatsgenomen, een kop koffie aangeboden. Het bleken een
soort VIP-plaatsen te zijn. Na de koffie verscheen een blad met
allemaal lekkere hapjes. De VIPs putten zich uit in het elkaar
fotograferen met hun telefoontjes. En de serveerster die de koffie had
gebracht werd ook verzocht een plaatje te schieten, dan stonden ze er
alle vier op! Een van de dames hield het dienblad kaasblokjes
omhoog alsof het de hoofdprijs in de postcodeloterij was! Na het
gefotografeer werd het resultaat daarvan per app met anderen
gedeeld, lieden die het kennelijk níet was gelukt een VIP-plaats te
bemachtigen, wat zeg ik, die hadden helemaal geen kaarten want uit
de gesprekken begreep ik dat ze te laat waren geweest. De kerk was
uitverkocht!
Het was een musical waarin men op zoek gaat naar de ware Judas.
Wij waren erheen getogen omdat we in Loppersum met diezelfde
musical bezig zijn. Altijd goed om te zien hoe anderen de
moeilijkheden overwinnen waar jij mee zit.
Het werd allemaal knap neergezet. Met soms vindingrijke
regieoplossingen, een enthousiast koor, dito dirigent en een mooi
stabiel combo met een elektronisch drumstel. Het voordeel daarvan is
dat je het volume wat makkelijker kan beheersen. Dat deed men ook,
en daardoor vond ik het soms net niet pittig genoeg.
Het is een lange musical. Twee keer een uur. Allemaal bedoeld om
eens op een andere manier naar Judas te gaan kijken.
In de pauze kreeg het publiek een drankje aangeboden.
Halverwege de tweede helft werd er voor ons weer geappt. In het
halfduister konden we mooi meelezen wat er met de wereld werd
gedeeld.
“Hoe lang duurt het nog? Komen jullie er haast al weer aan?” was de
vraag.
“Duurt nog wel even. Dit was eens maar nooit weer.” De VIP vond het
blijkbaar te lang duren, en was niet van plan om nog eens naar zo’n
musicaluitvoering te gaan.
Dat was ook wel een dingetje. Soms was er veel tekst nodig om uit te
leggen hoe het in elkaar stak, en hoe hou je het dan boeiend, met ook
af en toe changementen die de vaart uit het verhaal dreigen te halen.
Ik vond het slim dat ze in sommige scènes met statafels werkten in
plaats van tafels met stoelen. Dat scheelde een boel gesjouw op en
af. En ook handig dat niet alleen het publiek maar ook de koorleden
hun teksten op het plafon van de kerk konden meelezen! Want er
komt een boel tekst langs. Toen het applaus losbarstte waren de
VIPS wel de eersten die stonden!
Zoals gezegd, we waren er om ervan te leren. En dat deden we.
Ik zal onze organisatie adviseren om geen VIP-arrangementen te
bedenken.

Geld
(6 april 2019)

Het ging deze week weer vaak over geld. In de Tweede Kamer
debatteerde men  over het belachelijke salaris van Matthijs van
Nieuwkerk (die maandag met zijn zomervakantie is begonnen!) dat
betaald wordt met gemeenschapsgeld. En nu hij Collegetour gaat
presenteren wordt er een constructie op poten gezet om hem daar
apart voor te kunnen honoreren. En dat is aardig meer dan de
Balkenendenorm, genoemd naar de premier die we ooit hadden en
die zelf commissaris is bij een bank waar ze idiote bedragen betalen
aan bestuurders, en dat terwijl die banken, nota bene met
belastinggeld, overeind zijn gehouden, toen ze tijdens de crisis, die
ontstond  juist in de tijd dat Balkenende premier was, dreigden om te
vallen.
Deze week ging het ook over de Grand Prix terug naar Zandvoort. De
gemeenteraad daar heeft er vier miljoen voor over. Omwonenden zijn
niet allemaal blij, maar zelfs Groen Links stemde voor, onder
voorwaarde dat het een CO2 neutrale Grand Prix wordt. Ze gaan
zeker racen in golfkarretjes, dan heb je in ieder geval ook geen
geluidhinder…
Het bizarre is dat dat hele circuit privé eigendom is. Via een of andere
constructie is prins Bernhard van Oranje Nassau (vreemd dat die man
niet gewoon Van Vollenhove heet trouwens) er de eigenaar van. Ik
kan me best voorstellen dat hij  rijk geworden is door handig
zakendoen, en met zijn huisjesmelkerij in Amsterdam wordt hij alleen
nog maar rijker en rijker, en dat schijnt allemaal gewoon te kunnen,
maar ik kan me ook voorstellen dat bij het begin van zijn carrière zijn
afkomst en bankrekening een mooi zetje in de rug waren. En die
bankrekening kun je toch ook helemaal op het conto schrijven van de
belastingbetalende Nederlander.
Volgens Jan Lammers valt drie dagen Grand Prix wel mee qua
overlast. Alleen schijnt er nú al het hele jaar door te worden geracet
op het circuit.
Een ander geval van overheidsgeld las ik over de dierentuin in
Emmen. Als jonge vader ben ik er wel eens geweest. Het was toen al
een modern park met een hele grote kas waar de papegaaien vrij
rond vlogen, iets waar ik niet blij van werd. Maar de klad zat er een
beetje in, de zaak is verplaatst en er is een heel nieuw park gemaakt,
een soort pretpark met dieren er bij. Omdat wordt geprobeerd de
dieren zoveel mogelijk in een soort van natuurlijke omgeving te laten
leven zie je ze soms helemaal niet. Ze verschuilen zich nogal eens in
het struikgewas.
Toen het nieuwe park open ging, ging het mooi met de
bezoekersaantallen. Het eerste jaar kwamen er 1,3 miljoen mensen.
Maar daarna werd het een stuk minder. Afgelopen week besloot de
gemeente voor 80 miljoen garant te staan, iets wat jaarlijks 1,7 miljoen
euro gaat kosten. Dat geld halen ze weg bij de bibliotheek. De
muziekschool was al veel eerder opgeheven.
Je zou de zaak ook kunnen sluiten, denk ik dan. Nederland heeft
genoeg dierentuinen. Maar dat is ook niet handig. Als het Wildpark
failliet zou gaan zouden “alle eerdere investeringen van de gemeente
in rook opgaan.” Ook lees ik dat bij verdwijnen van het park de
gemeente 46 miljoen zou mislopen aan toeristenbelasting en
parkeergeld.
Ik ga dan gelijk rekenen: stel dat er nog 1,2 miljoen bezoekers komen,
dan kost het die mensen dus (en wel per persoon!) een kleine 40 euro
alleen al aan parkeergeld en toeristenbelasting. Niet zo gek dat de
bezoekersaantallen gekelderd zijn….

Celibaat
(13 april 2019)


Het was een feestje, aangeboden door zijn dankbare gemeenteleden.
Hij was vijfentwintig jaar predikant, de gemeente wist dat niet, maar hij
zelf had dat af en toe laten vallen, en er bij gezegd dat hij er niks aan
wilde doen. En dus kreeg hij op de bewuste datum dat feest
aangeboden, vol verrassingen, een mooi cadeau, gemeenteleden die
stukjes deden, en de cantorij die op de melodie van een van de
stukken uit het repertoire een feestlied zong.
Aan het eind van de avond had de dominee mee dat hij een beroep
had naar een andere gemeente, en dat hij had besloten dat beroep
aan te nemen. Bij zijn afscheid waren de feestelijkheden iets minder
en uitbundig. En de organist improviseerde na de preek over ‘Dit is de
dag die God ons schenkt’…
De gemeente voelde zich een beetje genomen. Er was niks verkeerds
gebeurd, maar ze vonden het wel bijzonder dat hij de mededeling van
zijn vertrek geheim had gehouden.
In Amsterdam gebeurde iets soortgelijks. In een Katholieke kerk. Een
priester vierde zijn jubileum, aangeboden door de parochieleden. Ik
weet niet hoeveel werk ze hadden gemaakt van de voorbereidingen
van een en ander. De priester zelf bleek er in ieder geval al een jaar
of vier mee bezig geweest te zijn. In die tijd had hij een boek
geschreven over zijn leven. Het boek werd in of na de
eucharistieviering gepresenteerd. Op zich is daar niet zoveel mis mee.
Als je een boek schrijft is het handig dat je dat zoveel mogelijk
mensen laat weten. Je wilt je boek ook verkopen natuurlijk. En een
stampvolle kerk bij een feestelijk jubileum is dan een mooi begin. De
vraag is wel of je daar een eredienst voor moet gebruiken.
En het was jammer, wat heet, dat hij in het boek vertelde dat hij de
zaak al die jaren voor de gek had gehouden. Zoals bekend hebben de
katholieken het celibaat. Geestelijken doen de belofte van kuisheid.
Vraag me niet waarom. Je kunt je ook wel aan de Heer wijden als je
getrouwd bent, zou ik zeggen. Bij ons protestanten lukt dat toch ook?
Maar onze jubilerende priester had niet celibatair geleefd. De
bisschop heeft hem dan ook direct geschorst.
“Hij bleek homoseksueel te zijn, en ook nog pornoverslaafd.” Zo klonk
de aankondiging bij Jinek. Na de reclame was de pornoverslaving
blijkbaar verdwenen, want daarover werd niet meer gesproken.
Het was een moeizaam gesprek. De tendens was toch dat de priester
het 25 jaar moeilijk had gehad, en dat die tijd nou gelukkig voorbij
was. Ik bleef wel met de vraag zitten waarom hij ooit die
celibaatsbelofte had gedaan. Dat doe je toch vrijwillig?
Uiteraard is er niks op tegen om als voorganger homoseksueel te zijn.
En er is ook niks op tegen om je seksualiteit uitbundig te beleven. Ik
heb daar als gemeentelid dan wel parochiaan helemaal niks mee te
maken, en ik zou het niet eens wíllen weten, van welke voorganger
dan ook.
Maar dan moet je niet beloven dat je dat níet zult doen, lijkt me.
De conclusie hier en daar was dat het mooi was dat hij uit de kast was
gekomen, en het was ook weer een mooie aanleiding om tekeer te
gaan tegen die afschuwelijke Rooms Katholieke kerk.
En Femke Halsema (wij zo geheel anders!) kon niet nalaten bloemen
te bezorgen bij de priester die, eigenlijk net als die dominee, maar dan
25 jaar lang, zijn gemeente voor het lapje had gehouden.

Vasten en feest
(20 april 2019)

Dit weekend is het Paasfeest. De veertigdagentijd is voorbij, en ook
het vasten dat bij ons protestanten meer en meer in de mode raakt
kan dan worden beëindigd. Wij deden nooit zo aan vasten.
Katholieken wel. Als een soort compensatie hebben ze daaraan
voorafgaand eerst Carnaval. Ik heb niet het idee dat iedereen die
Carnaval viert daarna ook werkelijk aan het vasten slaat!
Ik heb het ook niet gedaan. Vasten is zoiets als je dingen ontzeggen
die je graag doet, die lekker zijn, maar misschien wel niet zo gezond.
Het is goed om af en toe te reflecteren over je rijke en overdadige
leven. Ik doe dat, eigenlijk ongewild, elke nacht wel even, als ik de
slaap niet kan vatten. Maar dat noem ik geen vasten, en ik ga het ook
zeker niet als zodanig aankondigen, zoals al die mensen die veertig
dagen geen chocola eten, of geen wijn drinken.
Ik ben een gelukkig mens. Ik geniet van elk blaadje dat dit voorjaar
weer aan de heg verschijnt, van mijn kop koffie, mijn sigaar (niet
teveel, één of twee per dag), mijn biertje, uitsmijter, biefstukje,
autoritje, fietstochtje, en wat al niet. Ook de afgelopen veertigdagentijd
waren wat dat betreft een genoegen, maar dat waren ze ook, en niet
in het minst, door de mooie muziek die ik mocht maken met
verschillende koren en ensembles. Dat was een feest!
Echt vasten zou voor mij dus eigenlijk betekenen dat ik dát niet had
moeten doen, geen koorrepetities, niet luisteren naar mooie
lijdensmuziek, en ook geen orgel spelen, want daar beleef ik nog de
meeste vreugde aan. Maar dat zou toch een beetje hebben gevoeld
als het spannen van het paard achter de wagen.
Na Pasen hebben we weer feest. Koningsdag. Afgelopen week waren
op vrijdag de Koningsspelen, ingesteld door onze vorst in het jaar dat
hij werd gekroond. Normaal gesproken zijn ze de laatste vrijdag voor
zijn verjaardag, (gewoon een werkdag voor de scholen, wel zo
praktisch!) maar ze waren nu wat eerder vanwege de meivakantie die
al vóór Koningsdag losbarst, en de week daaraan voorafgaand de
Goede Vrijdag.
De Koning zelf kwam naar Lemmer alwaar de kinderen een feestelijk
ontbijt kregen aangeboden met brood en komkommer. Ik had niet
helemaal door wat daar feestelijk aan was. Het leek meer op vasten,
en het deed me denken aan het stereotiepe gevangenismaal: water
en brood. Ik zou in zo’n geval liever kiezen voor een broodje kroket.
Van Sven Kramer hoorden we dat supermarkt Jumbo, zijn sponsor,
het brood en de komkommers hadden geleverd.
Tevens werd ons meegedeeld dat de regering scholen gaat
subsidiëren als die een waterkraan op het schoolplein installeren. Er
zijn miljoenen beschikbaar voor die tappunten, die dienen om te
voorkomen dat de kinderen teveel frisdrank drinken. Via die kraan
kunnen ze dan hun waterflesje vullen. Waarschijnlijk komt er een
bordje bij te staan dat het verboden is de kraan te gebruiken om je
ranja mee te verdunnen. Ik vraag me dan gelijk af hoe het na
schooltijd moet met die kranen. Gaat de hoofdkraan dan dicht, zodat
buurtgenoten er geen misbruik van kunnen maken?
Wij kregen vroeger dagelijks een kwartliter melk in de pauze. Dat was
toen gezond. Ik was ook melkbrigadiertje. Ik herinner me een soort
melkbrigadiertjesbijeenkomst in het Concertgebouw in Zierikzee (ja,
dat was er in die tijd!), waarvan ik nu geen idee meer heb wat we daar
allemaal deden. Maar wat ik wel weet is dat dat óók een enorm feest
was!

Notre-Dame
(27 april 2019)

Er kwamen brandblussers. De beheerder was er niet blij mee. Hij
vond van die rode apparaten aan de wand van de middeleeuwse kerk
geen gezicht. En hij vond het ook niet nodig. Hij had de ambtenaren
die langs kwamen om het gebouw te inspecteren op brandveiligheid
nog een doosje lucifers aangeboden: “Dan ga ik thuis koffie drinken,
en kom ik over een kwartiertje terug. Moeten jullie proberen in die tijd
de kerk in brand te steken. Dat lukt je niet eens...”
De meeste zondagen van het jaar mag ik orgelspelen in die kerk in
Huizinge. Zo ook Palmzondag. Een mooie dag om het Hosanna uit
Jesus Christ Superstar te laten horen. Na de dienst vroeg een jonge
vrouw me wat ik had gespeeld. “Het leek wel een musical of zo…” Je
realiseert je dan opeens dat je ouder wordt. Het is ook al meer dan 45
jaar geleden dat die film draaide. Maar Ted Neely, de Jezus uit de
film, speelt hem nog steeds, en ook in Groningen!
De dag er na, in de pauze van de koorrepetitie, liet een van de
koorleden haar telefoontje zien. “De Notre-Dame staat in brand!” Heel
Parijs, heel Frankrijk, heel de wereld ontdaan, terwijl ik me, dit terzijde,
afvroeg hoe een koorlid tijdens de repetitie tijd kon hebben haar
telefoon te raadplegen. Misschien moest ik nog sneller van de ene
partij naar de andere switchen…
Het is niet niks, zo’n gigantische 800 jaar oude kathedraal, gewijd aan
de moeder van Jezus, die, op de eerste dag van de Stille Week,
gewoon afbrandt. Parijzenaren stonden op straat te zingen en
misschien wel te bidden.
Ooit waren we een paar dagen in Parijs. Uiteraard bezochten we de
kathedraal en sloten aan bij een lange wachtrij voor een rondleiding
die werd aangekondigd op een bord bij de ingang: ‘Tour de Notre
Dame’. Toen de rij eindelijk gevorderd was tot binnenin het gebouw
bleek het te gaan om de route naar de toren, ja, stom natuurlijk, de
Tour van de Notre-Dame. Achteraf behoorden we daardoor wel tot
een select groepje mensen, wat zeg ik, misschien waren we zelfs wel
de enige ter wereld, die ooit per ongeluk de torens van de Notre
Dame hadden beklommen…
Daarna konden we direct aansluiten in een dienst in de kerk. Dat is
toch het mooiste, een monument meemaken terwijl het in functie is.
Het grote Cavaillé-Coll orgel werd niet bespeeld. Voor dat orgel
schreef Léon Boëllman (1862-1897) zijn Suite Gothique. Die bestaat
uit vier delen: een tetterend intro, een menuet, een adagio en tot slot
de bekende toccata. Ooit speelde ik het stuk op een concert en zette
ferm het eerste akkoord in: een tienstemmig C-mineur akkoord. Wel
jammer dat ik naast de bedoelde tonen per ongeluk ook nog ergens
een as meenam…
Hoewel het niet direct muziek is voor het bescheiden vroeg
negentiende-eeuws Van Dam orgel in Huizinge, leek het me wel een
aardig idee om iets uit die Suite Gothique te spelen, voorafgaand aan
de dienst op Witte Donderdag. Uiteraard niet dat tetterende intro, of
die toccata. Het werd het derde deel, het adagio molto, met de mooie
titel ‘Prière à Notre Dame’.
Je moet er toch niet aan denken, brand in de kerk…
Overigens: Onze componist des vaderlands, ik wist niet dat we die
hadden, Calliope Tsoupaki, schreef een hommage aan de kathedraal,
getiteld ‘Pour Notre-Dame’. Ze lijkt me geen organist. Zelfs op het
orgel van de Notre-Dame zitten niet de hoge as en bes die ze
schrijft…

Reiskosten
(4 mei 2019)

Vroeger woonde de bovenmeester naast de school. “Kom Kees, loop
jij eens naar de bovenmeesterwoning en vraag mijn vrouw om mijn
pijptabak.” Dat waren nog eens tijden.
Toen ikzelf aan het werk ging hoefde ik niet naast de muziekschool te
komen wonen. Het werd wel op prijs gesteld als ik me in de gemeente
vestigde waar we als school werkzaam waren. Verplicht was het niet,
maar de vergoeding voor het woon-werkverkeer die ik in het begin
kreeg werd afgeschaft zodra mijn tijdelijke baan een vaste werd. Door
een gemeentelijke samenvoeging kwam ik, zonder te verhuizen, toch
nog in de juiste gemeente terecht, en ook mijn reiskostenvergoeding
kwam weer terug. Onze administrateur berekende die aan de hand
van de ANWB-routeplanner, wat steeds discussie opleverde, omdat
mijn route naar het werk niet van de rand van het ene dorp naar het
andere voerde, maar naar het centrum. Maar een kniesoor die daar
over viel. Een collega verhuisde van Groningen naar Utrecht en
diende doodleuk een aangepaste reiskostendeclaratie in. Die werd
toen niet vergoed.
Je kunt je tegenwoordig niet meer voorstellen dat je als werknemer
min of meer wordt verplicht dichtbij je werk te wonen. Allerlei
gevoelens van privacy, en ‘dat maak ik zelf wel uit’ komen daartegen
in opstand. Schooldirecteuren vinden het wel prettig om niet tussen de
ouders van hun leerlingen te wonen.
Bij Kamerleden is het een heel ander verhaal. Die vertegenwoordigen
de mensen in het land, en het zou dus eigenlijk heel bijzonder zijn als
ze allemaal in Den Haag zouden wonen. Dat doen ze dus ook niet.
Veel trouwens wel, want het is wel zo praktisch, en je kunt best als
Groninger voor de belangen van de Groningers opkomen als je je
nachten in Den Haag doorbrengt.
Van de week hoorde ik van een Kamerlid wiens huisadres in Limburg
is en die 24.000 euro reiskostenvergoeding per jaar krijgt. Dat is 2000
euro per maand. Dat is een mooi bedrag, wat heet, maar het is wel
bijzonder als je dan stiekem toch in Den Haag gaat wonen.
En er is een bestuurder van de universiteit in Utrecht die er in slaagde
in 2018 voor 124.000 euro aan reiskosten te declareren. De man
woont in Zutphen en schijnt zich door een auto met chauffeur te laten
vervoeren. De student die dat wereldkundig maakte is nu de gebeten
hond. En er gaan stemmen op om een reiskostenplafon in te stellen.
Men denkt aan 40.000 per jaar. Dat wordt behelpen… De bestuurder
heeft nu bedacht dat het misschien handig is om in Utrecht te gaan
wonen.
Bij ons op het werk kreeg je ook reiskosten als je bijvoorbeeld naar
een vergadering in Groningen moest, of lesgeven in een buitenplaats.
Ik vond dat logisch. Om op de plaats van bestemming te komen
moest ik reizen. En dat kost geld. En omdat de baas wil dat ik dat
werk op die en die plaats doe, zorgt hij dat mijn kosten vergoed
worden. Maar over die vergoeding werd wel altijd belasting
ingehouden. Ook dat vind ik best, maar ik vind het wel gemeen. Als
mijn baas mij vraagt, als ik toch naar de stad ga, om een taart mee te
nemen omdat hij wil trakteren, en ik schiet die taart voor, dan
verwacht ik dat hij mij het hele bedrag terugbetaalt. Ik zou raar kijken
als daarvan ook een gedeelte aan belasting werd ingehouden.
En van dat plafon van 40.000 euro was in die tijd heus nog geen
sprake…

Talent
(11 mei 2019)

Er zijn van die dingen in het leven die mensen goed kunnen en
waarvan het lijkt alsof het voor hen vanzelfsprekend is dat ze dat
kunnen, terwijl jij je verbaasd en een beetje jaloers afvraagt hoe het
toch mogelijk is dat iemand dat zomaar kan.
Een beetje een lange zin om aan te geven dat er zoiets bestaat als
talent. Je hebt van die zaken die je makkelijker afgaan dan andere
zaken. Bij mijzelf lukt het beter een stukje orgel te spelen dan om uit
de tuin het onkruid te verwijderen zonder ook de wél bedoelde
plantjes mee te nemen. Een gevolg daarvan is ook dat je dingen waar
je meer aanleg voor hebt ook liever doet. Ik ken weinig mensen met
een echt talent voor afwassen bijvoorbeeld.
Deze week was er een sportvrouw in het nieuws. Ze maakt meer
testosteron aan dan de gemiddelde vrouw, en daardoor kan ze harder
lopen dan anderen. Als ze met een wedstrijd meedoet wint ze die ook.
Mooi voor haar. Zo had je ooit een zwemmer met schoenmaat 52,
waardoor zijn voeten als zwemvliezen werkten. En bij hoogspringers
zijn het vaak de mensen met de lange benen die het beter doen dan
anderen. Het zijn dus ook alleen mensen met lange benen die aan
hoogspringen doen. En bij hardlopen of schaatsen maakt het uit of je
het lang vol kunt houden of dat je juist sterk bent op een kort stukje.
Sven Kramer won zijn 5 en 10 kilometers, maar zelden of nooit een
500 meter.
Je hebt het ook in de muziek. Ik had ooit een klein koor en dat zong
best mooi. De leden waren muzikaal, ze hadden iets met zingen, en
wilden zich daarvoor inzetten. Een dorpsgenoot had daar weinig oren
naar. “Dat is geen kunst,” vond hij, “je hebt alleen maar goeie zangers
in je koor…” Het is echt waar, ik verzin het niet!
Als we het over de 100 meter bij de atletiek hebben is het vaak zo dat
die gedomineerd wordt door donkere lopers. Het is in deze tijd
trouwens bloedlink om dat zo te zeggen, want voor je het weet word je
van discriminatie beschuldigd, maar dat feit heeft uiteraard ook met
aanleg te maken.
Die sportvrouw waar ik mee begon moet nu aan de doping. Ze wordt
verplicht testosteronverlagende middelen te slikken. De wereld op zijn
kop. Ik las in een kritisch ingezonden stuk dat, als iemand verplicht
wordt zijn hoge testosterongehalte kunstmatig te verlagen, dat dus
ook andersom moet mogen. Maar ik hoorde ook een atlete die het
juist helemaal eens was met de maatregel: “Anders kan er nooit meer
iemand anders winnen…” Maar dat was toch ook zo met Eddy
Merckx, en met Eric Heiden, u weet wel, die Amerikaanse schaatser.
En als je 1.80 lang bent, ben je geen hele kleine jongen, maar met
basketballen win je dan niet. En dat zou dan niet eerlijk zijn? Je hebt
nou eenmaal altijd mensen die er, soms letterlijk, bovenuit steken.
Deze week hoorde ik ook dat er ‘te weinig laagopgeleide mensen in
bestuursfuncties’ zitten. Lijkt me een goede zaak. Het is toch te hopen
dat bestuurders wat meer aanleg hebben voor bijvoorbeeld
debatteren, het lezen van plannen en besluiten, het wegen van
argumenten, dan de doorsnee burger.
Dat ze dat trouwens soms níet hebben komt volgens mij omdat we in
bestuursorganen zo graag een afspiegeling van de samenleving zien.
Dat moeten we dus niet willen. Ook in de sport niet.

Dordtse Leerregels
(18 mei 2019)


Het Psalmboekje dat ik voor mijn tiende verjaardag kreeg heb ik weer
eens opgezocht. Want daar stonden ze in. De Dordtse Leerregels. Na
de ‘Enige gezangen’, bij de Heidelberger Catechismus en de 37
artikelen van de Geloofsbelijdenis. Van de Catechismus moesten we
wekelijks een vraag en antwoord leren maar met die andere teksten
werd bij mijn weten nooit iets gedaan. Er is ook, ik heb het deze week
geprobeerd, niet doorheen te komen. 
Met elkaar vormen ze de drie formulieren van Enigheid. Ik kan me nog
herinneren dat je als beginnend onderwijzer aan een christelijke
school geacht werd die formulieren te onderschrijven. Ik weet niet hoe
dat ging. Misschien moest je een of ander papier ondertekenen dat je
het er mee eens was. En dat terwijl, ook in die tijd, een normaal mens
geen idee had wat er allemaal in stond. De meeste leraren in spe
tekenden gewoon, zonder te weten waaronder ze hun naam zetten.
Het zal wel goed zijn. Ik hoorde eens iemand zeggen dat het iets te
maken had met de drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest…
Deze week waren de Dordste Leerregels in het nieuws. Het is dit jaar
400 jaar geleden dat ze door de Synode in Dordrecht werden
opgesteld. Ze waren bedoeld om de bezwaren tegen de
Remonstrantse leer te verwoorden. Dat stond er ook letterlijk boven:
‘zijnde de vijf artikelen tegen de Remonstranten’.
De Remonstranten waren de eerste afsplitsing na de reformatie. Ze
waren een stuk minder gereformeerd dan de doorsnee kerkganger in
die tijd zou je kunnen zeggen. Het was Arminius tegenover Gomarus,
en uit namen van scholen en instellingen kun je vandaag de dag nog
zien wie aan welke kant stond. De Remonstranten werden indertijd
domweg uit de kerk gezet. De PKN noemt het nu een pijnlijk moment.
Toen we in 2004 samen gingen in de PKN bleven de Dordtse
Leerregels gehandhaafd als belijdenisgeschrift, reden waarom de
Remonstranten ook niet zijn meegegaan met het SOW-proces.
In de tijd van mijn psalmboekje was het heel duidelijk. Wij waren
gereformeerd, en aan de ene kant had je de gereformeerde
gemeente, de oud gereformeerden en nog een paar van dat soort
kerken, aan de andere kant de hervormden en in Zierikzee was ook
een Lutherse kerk. Remonstranten waren er bij mijn weten in onze
omgeving niet. Waar aan het ene uiterste van het spectrum de Bijbel
van kaft tot kaft werd geloofd hield aan de andere kant de boodschap
min of meer op bij naastenliefde en goed zijn voor elkaar en voor deze
wereld.
Nu we met zijn allen in de PKN zitten, zijn we één met kerken waar we
nooit van zijn leven als kerkganger heen zouden gaan, iets wat
andersom trouwens natuurlijk precies hetzelfde is.
Dezer dagen is de synode van de PKN in gesprek met de
Remonstrantse Kerk.
Het gaat over excuses. In de krant lees ik dat “de Remonstranten
geen excuses krijgen. Maar de Protestantse Kerk erkent wel het leed
dat hun is berokkend met de uitzetting.” Volgens mij komt dat
ongeveer op het zelfde neer.
De Remonstranten zijn blij met de toenadering van de PKN. Maar
verder dan dat, aansluiten bij de PKN bijvoorbeeld, kan het door die
Dordtse Leerregels niet komen. En dat terwijl ik me niet kan
voorstellen dat er, net zoals onderwijzers in lang vervlogen jaren,
kerkleden zijn die zich ooit door de tekst van de Leerregels hebben
heen geworsteld.
Gelukkig kun je ook kerk zijn zonder PKN in je briefhoofd…

Tongentaal
(8 juni 2019)

Het eerste lied dat ik ooit in de kerk begeleidde was het Wilhelmus. Ik
was een jongen van een jaar of twaalf en mocht soms bij het uitgaan
van de kerkdienst een stukje spelen dat ik voor orgelles moest leren.
Mijn vader was organist, dus dat was niet ingewikkeld te organiseren.
Die keer, het was omstreeks Koninginnedag, moest dus, na de zegen,
eerst nog het Wilhelmus worden gespeeld. Dat kende ik wel, uit de
bundel ‘Harmonium allerlei’ die bij ons op het orgel stond. Dus ik kon
ons volkslied wel even begeleiden!
Toen ik het lied inzette begonnen de mensen pas bij de tweede noot
te zingen, en ik had nog niet de tegenwoordigheid van geest en de
ervaring om even op de gemeente te wachten. Het spelen en zingen
liep nogal door elkaar en mijn debuut als begeleider was geen groot
succes.
Mijn vader wist precies hoe dat kwam. Hij had, zoals zoveel
organisten, de gewoonte om een lied in te zetten met eerst één noot,
waar hij dan even later het akkoord onder legde, voor de gemeente
het sein om in te zetten. De zetting in mijn boek begon met een
enkele d, de eerste noot van de melodie, en pas onder de tweede
noot stond een volledig akkoord. De kerkgangers dachten dus toen
pas dat het volkslied begon.
Ik doe het ook wel eens, zo’n nootje vooraf, als je een lied zonder
voorspel moet inzetten, of een amen. Maar ik heb het altijd vreemd
gevonden als je eerst een voorspel speelt waarin je laat horen welk
lied we gaan zingen, op welke toonhoogte en in welk tempo, en dat je
dan daarna nog even aangeeft, voor alle zekerheid, welke noot de
eerste noot is. Dat getuigt niet van veel vertrouwen in de zangers, en
ook niet van veel vertrouwen in de duidelijkheid van je eigen voorspel.
Ik had ooit een leerling die het ook zo deed. Ik vond dat niks maar hij
zei dat dat moest van zijn vader, die ook wel eens in de kerk speelde.
“Ja, maar ík ben je orgelleraar,” vond ik. Hij had een ijzersterk
verweer: “Maar híj is mijn vader!”
Toen ik jong was speelde ik veel uit mijn hoofd. Dat is vaak helemaal
geen probleem, zeker niet als er door en door bekende liederen op
het programma staan. We zongen in een Pinksterdienst ‘De Geest
des Heren heeft een nieuw begin gemaakt’. Dat deden we toe nog op
de melodie van ‘Gelukkig is het land’, wie kent het niet. Ik speelde van
een gestencilde liturgie met alleen de tekst erop. Aan het eind van het
lied klonken niet de laatste twee regels van ‘Gelukkig is het land’,
maar op de een of andere manier kwam ik uit op het slot van ‘Dankt,
dankt nu allen God’. Ik merkte pas toen ik thuiskwam dat ik iets
verkeerd had gedaan, want mijn vader was bepaald niet te spreken
over mijn “belachelijke variatie” op het lied. De gemeenteleden
hadden gewoon braaf de verkeerde melodie met me mee gezongen…
Dat dat uit het hoofd spelen onhandig kan zijn merkte ik ook in een
andere Pinksterdienst, jaren later. We zongen ‘Alle roem is
uitgesloten’. Ik had geen muziek voor mijn neus (dat was niet nodig!),
en in mijn jeugdige enthousiasme sloeg ik zomaar een regel over. Het
zingen werd  een rommeltje, en het klinkend resultaat was een
gemeente die wel zong, maar in een soort van tongen, ieder in zijn
eigen taal…

Gratis spelen
(22 juni 2019)

“Hai dut t ja zo geern.” We vormden met een grote groep jeugd een
jeugdkoor. De zangers en zangeressen betaalden contributie en de
muzikale leider van de club kreeg voor zijn inspanningen een
vergoeding. Die bedroeg, ik weet het nog precies, dertig gulden per
repetitie.
Het was een mooie tijd en we zongen overal en nergens, en de
kerken die ons uitnodigden voor hun jeugddiensten betaalden ons
daar graag 150 of 200 gulden voor, in die orde van grootte. Ik kreeg
mijn dertig gulden en de penningmeester betaalde aan de mensen die
met hun auto hadden gereden een kilometervergoeding, en iedereen
was gelukkig. Totdat een van de leden zich afvroeg waarom de
dirigent eigenlijk betaald moest worden. “Hij boft maar dat wij zo ons
best voor hem doen!”
Ik moest daaraan denken toen ik allerlei berichten las (een paar
weken geleden al, voordat de kerkbode er even niet was…) over
muzikanten die voor nop optreden. Concertorganisaties organiseren
lunchconcerten en de heren en dames musici mogen daardoor op een
mooi podium spelen, en om de drempel laag te houden zijn de
concerten gratis en worden de solisten niet betaald. De mensen van
de catering sturen overigens wel gewoon hun nota naar de
organisatie, en ook de pianostemmer heeft er zijn wekelijks
terugkerende inkomsten van.
De meeste muzikanten vinden het mooi om te spelen, ze doen het
graag, en als dat op een mooi podium, of, als we het over organisten
hebben, op een monumentaal orgel mag, doen ze niet moeilijk over
de hoogte van de vergoeding. “Ze zijn blij dat er mensen naar ze
willen komen luisteren!”
Zelf was ik ooit in gesprek met een kerkvoogdij over een eventueel
organistschap, ook op een mooi historisch monumentaal orgel. Maar
toen ik de honorering ter sprake bracht werd het even stil en daarna
werd me duidelijk gemaakt dat het toch een hele eer was om op zo’n
fantastisch instrument de gemeentezang te mogen begeleiden. Ik ben
er geen organist geworden.
Ooit deed ik mee aan een liedjesfestival bij Radio Noord en won een
prijs met een lied over een eenvoudige dorpsorganist. Die prijs
bestond uit een optreden in een live radioprogramma. Het was leuk
om te doen, maar in wezen kreeg niet ik de prijs, maar Radio Noord.
Want zij hadden een gratis muzikant en ik een onbezoldigde snabbel.
Maar dat heet dan waarschijnlijk geen snabbel…
We gaven, met weer een ander koor, eens een benefietconcert. Voor
een goed doel dus. We traden gratis op. Mooi dat zo’n koor dat doet.
Maar hun dirigent was de enige die een financieel offer bracht. Hij
werd domweg niet betaald.
Ook op de landelijke televisie is het aan de orde. Spelen in Toppop
was vroeger een soort promotie voor de single die je als popartiest
gemaakt hebt en het was goed voor de verkoop. Maar dat wordt
tegenwoordig in extremis doorgevoerd. Als je in ‘De Wereld Draait
Door’ één minuut van je repertoire mag spelen (belachelijk natuurlijk,
een lied heeft een begin en een einde, en als het goed is een soort
ontwikkeling, en dat kun je niet in één minuut laten horen) krijg je daar
ook niet voor betaald, terwijl de man die je aankondigt een idioot hoog
salaris verdient. “Het is toch prachtig om op de landelijke televisie te
mogen optreden!”
Het is gek, maar Albert Heijn heeft me nog nooit, omdat ze zo blij zijn
dat ik ze zo graag eet, ook maar één gevulde koek cadeau gedaan!

Een mening
(6 juli 2019)

Soms weet ik niet wat ik ergens van moet vinden. Dat is soms best
lastig. Zeker als je geacht wordt van tijd tot tijd een column te
schrijven. Zo’n ding valt of staat bij een enigszins duidelijke mening.
Waarbij ik me direct realiseer dat ‘enigszins duidelijk’ misschien wat te
vaag is. En vervolgens twijfel ik aan het woord misschien… Dat is ook
niet erg sterk. Ik zoek altijd naar de nuance. Wil me geen zuurpruim
voelen als ik dingen niks vind waar ieder ander zo ontzettend
enthousiast over is. Hou ook niet van dat ‘het-is-ook-nooit-goed’
gevoel.
We hadden Maarten van der Weijde en zijn Elfstedentocht. Een
prestatie van formaat, maar ik vraag me dan af waarom dat allemaal
moet. Ik kan me niet voorstellen dat het gezond is. Maar het schijnt
dat het wel heel goed was voor de saamhorigheid, en dat we allemaal
als één man, nou ja, mens, achter hem stonden, en zo kan ik nog wel
een poosje doorgaan.
Afgelopen week is er gerechtigheid gedaan aan de slachtoffers van
het feit dat de Nederlandse Spoorwegen in de Tweede Wereldoorlog
gewoon doorreden en op die manier een praktische bijdrage leverden
aan de holocaust. De Spoorwegen hadden al excuses aangeboden
en nu is er inmiddels ook een schadevergoeding aan nabestaanden
betaald. Ik las een ingezonden stuk van iemand wiens (niet-Joodse)
vader in 1944 is opgepakt en per trein naar Vught vervoerd alwaar hij
is gefusilleerd. De briefschrijver vraagt zich af of hij ook niet recht
heeft op een vergoeding van de Spoorwegen, die hij dan wel, dat
moet er bij gezegd, wil doorsturen naar het verzetsmuseum in Vught.
Dit weekend herdenken we de afschaffing van de slavernij. Nee, dat is
niet waar. Ik lees dat dit weekend die afschaffing wordt herdacht. Ik
heb daar nog nooit aan meegedaan. Wel weet ik dat we pas in 1863
stopten met de slavernij, en dat onthoud ik makkelijk omdat dat ook
het jaar was waarin het Van Oeckelen orgel in de kerk van
Middelstum werd gebouwd. Ik ben daar jarenlang met veel genoegen
organist geweest. Over Van Oeckelen gesproken, in de Lutherse kerk
in Groningen staat ook een instrument van Van Oeckelen. Maar ooit
stond dat er niet. Oorspronkelijk hadden ze daar een Schnitger orgel.
Op de een of andere manier is het de organist van de kerk gelukt om
op de galerij tegenover Van Oeckelen een nieuw orgel te laten
bouwen, een kopie van Schnitger. Daar is een ton of zes voor bij
elkaar gebracht.
Ik snap dat niet. We leven in de orgeltuin van Europa. Nergens staan
zoveel historische orgels als hier in Groningen. En warempel ook wel
een paar mooie Schnitgers. Waarom er zo nodig nog een bij moest
komen, ook nog eens gestimuleerd door een comité van aanbeveling
met vele en illustere namen is mij een raadsel. Maar zoals gezegd, ik
wil geen zure man zijn, ik gun ieder zijn eigen Schnitger….
Terug naar die slavernij. Ik las een column van iemand die blij was
met de jaarlijkse herdenking. En hij, als nazaat van mensen die slaven
zijn geweest, (ook zo boeiend, ik weet wie mijn opa was, en wat hij
deed, maar van het reilen en zeilen van mijn betovergrootvader, daar
heb ik geen idee van,) had staan huilen bij de onthulling van een
monument. Het stoorde hem dat de blanke aanwezigen niet hadden
gehuild.
Ben je als blanke witte man aanwezig bij die herdenking, is het weer
niet goed…

Belastingdienst
(20 juli 2019)

Leuker kunnen we het niet maken. De slogan van de belastingdienst.
Overigens is er een cabaretier, Jan Beuving, die er met een collega
een sport van heeft gemaakt om een voorstelling te maken over de
belastingdienst en alles wat er kijken komt bij het doen van een
aangifte. Hij weet het wis en waarachtig wel leuker te maken! We
hebben daar erg van genoten, maar dit terzijde.
Ikzelf vond het altijd een mooi klusje, de aangifte invullen. Alle
papieren op tafel, uitzoeken welk deel van de huur ik kon aftrekken als
kosten voor de werkkamer, hoeveel muziek ik had aangeschaft die
voor aftrek in aanmerking kwam, en zo rekende ik mezelf jaar in jaar
uit een beetje rijker. Daarbij moet wel even vermeld worden dat het
om niet meer dan een paar honderd gulden ging. Maar het was het
idee, en de voldoening was groot als het allemaal lukte! Na het
gepuzzel eerst het formulier uit de belastingalmanak van Elsevier als
een soort kladje gebruikt, en daarna de echte aangifte ingevuld en de
zaak op de bus gedaan. Die lol is er nu wel een beetje af. Via
mijnbelastingdienst.nl open je je persoonlijke pagina, en ze hebben
eigenlijk alles al voor je ingevuld. Het enige wat je moet doen is
controleren of het allemaal een beetje klopt, en aan het eind kun je
wat goochelen, en schuiven met het plaatsen van de bedragen. Als je
een bepaalde post of een gedeelte daarvan onder de inkomsten van
je vrouw zet kan dat zo maar schelen met wat je moet betalen. De
belastingsite rekent het graag en razendsnel voor je uit.
Ik ben nog van de generatie die er als een soort vanzelfsprekendheid
van uitgaat dat we in een rechtvaardig land leven. En dat, als er eens
iets verkeerd gaat, dat dan, desnoods met behulp van advocaten en
rechters, ook weer hersteld kan worden, letterlijk ‘recht gezet’
eigenlijk. Het kan soms lang duren, maar het is heel prettig als je op
den duur je recht haalt.
Zo lagen we een keer in de clinch met een energieleverancier die er
een wat rommelige administratie op nahield en alvast begon met
aanmaningen te sturen voordat er überhaupt rekeningen waren
gemaakt. We wisten het zelf op te lossen door redelijk te blijven.
Bij een meningsverschil met mijn werkgever lukte dat niet. Maar
dankzij een enthousiaste en volhardende advocaat is ook dat naar
tevredenheid opgelost. En mijn vertrouwen in die zo onvolprezen
rechtsstaat werd weer bevestigd.
Maar wat we de laatste tijd horen, van de belastingdienst, van de
overheid, zorgt toch wel voor een enorme deuk in dat vertrouwen.
De tijd van de kinderbijslag ligt al ver achter ons. In die tijd bestonden
termen als kinderopvang en kinderopvangtoeslag nog niet eens. Als je
als werkende vrouw zwanger werd was dat vaak een moment om te
stoppen met werken. Dat gaat tegenwoordig in een modern
huishouden wel even anders. En het wordt op die manier een hele
organisatie. Mooi dat de overheid er met ruimhartige subsidies voor
zorgt dat iedereen de mogelijkheid heeft om aan het werk te blijven.
Maar juist daarom is het toch niet alleen ontzettend belachelijk, het is
oneerlijk, onterecht, en dus eigenlijk gewoon misdadig, dat ten
onrechte teruggevorderde kinderopvangtoeslagen niet alsnog gewoon
worden uitgekeerd? En dan hoor je ook nog dat de belastingdienst
informatie voor de rechtbank achterhoudt.
Leuker kúnnen ze het niet maken. Maar rechtvaardiger móet het, zou
je zeggen…

Komkommertijd
(3 augustus 2019)


Het is komkommertijd. De politiek is met vakantie en het is bloedheet.
Toch gebeurt er van alles. Ruzie in partijen en opzienbarende>
onderzoeken.
Zoals in het verleden al bleek is alle begin moeilijk. De
ouderenpartijen, de LPF, PVV, de fractieleden gingen ruziënd over
straat. Het is nu de beurt aan Forum voor Democratie, het speeltje
van Baudet. Na eerdere strubbelingen, die hem het beoogde
fractievoorzitterschap kostten, is Eerste Kamerlid Otten door het
bestuur uit de partij gezet. Hij zou fraude hebben gepleegd, hetgeen
overigens uit een onderzoek door de belastingdienst niet is gebleken.
Hij gaat alleen verder, met als bijkomend gevolg dat Forum niet meer
de grootste partij is in de Senaat, maar de VVD. Intussen klaagt hij het
bestuur aan wegens smaad. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de Tweede Kamer is een lid van de Partij voor de Dieren uit de
fractie gestapt. Ze was het niet eens met het beleid. Ook zij gaat
‘gewoon’ als onafhankelijk Kamerlid verder. Officieel word je op
persoonlijke titel gekozen maar in wezen ben je onder de vleugels van
de lijsttrekker binnengekomen. Opstappen en toch blijven zitten is
volgens mij gewoon zetelroof. Dan deed Zihni Özdil, van GroenLinks
dat sjieker. Ook hij kon zich niet meer vinden in de fractiestandpunten
en stapte er uit. Maar hij stapte er ook echt uit. Zijn zetel leverde hij,
zoals het een integer mens betaamt, weer in.
Over integer gesproken. 50plus heeft een manager ontslagen die een
grote anonieme gift wilde aannemen. Het schijnt dat je als politieke
partij wel geld mag accepteren van begunstigers, maar als dat meer
dan 4.500 euro wordt kan dat niet anoniem. Het was een onderzoek
van De Telegraaf. Men zocht contact met verschillende partijen met
het aanbod 15.000 euro over te maken. De meesten wilden wel
meedenken over manieren om de wet te omzeilen en die 15.000 te
accepteren. Bijvoorbeeld door de gift op te knippen en over
verschillende jaren te spreiden, of via wat familieleden. De 50plus
manager was gewoon bereid om het geld in contanten in ontvangst te
nemen en is vervolgens ontslagen.
Maar niet alleen in beginnende partijen heb je problemen. Het schijnt
dat ook onze oudste politieke partij, de SGP, te maken heeft met
interne strubbelingen. Het gaat over de bestuurscultuur. Mannen
zitten te lang in het bestuur, maken snoepreisjes op kosten van de
belastingbetaler (naar het Midden-Oosten om te kijken hoe je daar
christelijke politiek zou kunnen bedrijven!), en de jongerenorganisatie
mag niet eens haar eigen voorzitter kiezen…. Kees van der Staaij
doet zijn best de partij te moderniseren, en ik heb het idee dat dat
hem best goed afgaat. Maar hij is nog niet klaar!
Tot slot een opzienbarend onderzoek. Ik las het volgende bericht: “In
bijna 1 op de 5 reformatorische gezinnen kampt iemand met
verslaving. Dat blijkt uit onderzoek van het KICG, het Kennisinstituut
Christelijke GGZ. Vooral veel jongens zijn verslaafd aan alcohol.
Gebruik van drugs, porno kijken en gamen valt volgens de
onderzoekers mee. Verslaving ligt in refo-kring ook lager dan het
landelijk gemiddelde, maar het is volgens de onderzoekers wel
degelijk een probleem.”
Toen ik het uit had las ik het nog een keer, om er achter te komen of
ik iets over het hoofd had gezien. Maar er staat echt wat er staat: je
vermoedt dat er veel verslaving is in refo-kringen, je onderzoekt dat,
en komt  tot de conclusie dat dat niet zo is.
“Maar het is wel een probleem!”
Inderdaad, komkommertijd.

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Vliegen
(17 augustus 2019)

Ik vind het nog steeds, ook in deze tijd van vliegschaamte,
fascinerend. Vliegen. Elke keer als ik een vliegtuig zie opstijgen
verbaas ik me dat het lukt, zo’n bakbeest met honderden mensen aan
boord, evenzovele koffers, per persoon ook nog een klein koffertje dat
meegaat onder het mom van ‘handbagage’, maar waar voor het
gemak wel wieletjes onder zitten, en dan ook nog ik weet niet hoeveel
liter kerosine, want het kost, dat is nou net het probleem, wel
behoorlijk wat energie om die hele fabriek de lucht in te krijgen.
Die kerosine was de laatste tijd wel een dingetje. Er ging op Schiphol
iets mis met het tanken. Ik snapte nooit hoe dat ging, maar begrijp dat
de kerosine vanuit een ondergronds pijpennetwerk naar de vliegtuigen
wordt gepompt. Met dat netwerk was iets mis, zal wel met de software
te maken hebben, en Schiphol haastte zich om te melden dat ze er
niet voor verantwoordelijk waren, want het tanken was uitbesteed aan
een apart bedrijf. Rare smoes. Alsof een winkelier niet
verantwoordelijk zou zijn voor de kwaliteit van zijn koopwaar.
Het was in 2000 dat ik voor het eerst zelf in een vliegtuig stapte. We
maakten een reis naar Israël. Een excursie met een groep van 24
mensen. Bij het raam zat een van de leden van de groep die
vliegangst had, maar toch heel graag naar Israël wilde. Wat het
zwaarst is moet het zwaarst wegen, vond hij. Ik had een stoel aan het
middenpad en kon nauwelijks naar buiten kijken. Op de terugweg,
toen we elkaar allemaal wat beter kenden, hebben we geruild. Hij zat
met het hoofd naar beneden in het midden, en ik zat te genieten aan
het raam.
Dit jaar hebben we ook weer gevlogen. Naar Ierland. Ook weer vanaf
Schiphol. We hadden het idee dat ons vliegtuig stond geparkeerd aan
de meest afgelegen pier die ze konden vinden. De wandeltocht er
naar toe duurde eindeloos, overigens nog verschillende keren
onderbroken door enorme zigzagrijen voor controles. De loopbanden
waar zo’n vriendelijke stem steeds ‘mind your step’ zegt stonden
allemaal stil.
Eenmaal in het vliegtuig was er nog wat vertraging omdat er teveel
handbagage was en die moest alsnog onderin het vliegtuig. Daarna
duurde het taxiën naar de startbaan zo lang dat ik me op een gegeven
moment afvroeg of de piloot van plan was de tocht naar Ierland
rijdend af te leggen. Het was een vluchtje van vijf kwartier waar we al
met al de hele dag zoet mee waren.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het parkeren op Schiphol.
Ook dat was een belevenis. De tocht van de parkeerplaats naar de
vertrekhal konden we met een pendelbus maken. Maar de afstand
van de auto naar de bushalte was ongeveer even ver en legden we te
voet af. Met twee koffers en twee stuks handbagage, in ons geval een
tas en een rugzak.
Gelukkig hadden we niet te maken met de tankproblemen. Die
kwamen later.
We hadden een prachtige vakantie. De terugreis ging in omgekeerde
volgorde, zij het dat ik bij de parkeerplaats eerst de auto ophaalde, en
daarna de koffers. Jammer was dat de bushalte bij de ingang van de
parkeerplaats was, en dat was een andere plek dan de uitgang. Ook
die terugreis kostte een hele dag, met veel wachten in lange rijen.
Ik beloofde mezelf plechtig om nooit meer te vliegen. Daar heb ik
geen vliegschaamte voor nodig!

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA