recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar: Misschien snap ik het wel niet

Open kerk
(12 augustus 2017
)

De koster nam de telefoon niet op. Ik mailde haar. Ze mailde terug.
Ze was met vakantie, had een slecht bereik, en zou er de volgende
week wel weer zijn. Op zich was dat mooi, maar ik wilde, in verband
met een aanstaande orgelconcert, alvast wat dingen op het orgel
uitzoeken.
Ik belde een van de organisten. “Tja… Ik heb net vorige maand mijn
sleutel moeten inleveren, want de kerk is tegenwoordig alle dagen
open…”
Ik begreep het niet. Ze vertelde dat in verband met het feit dat de kerk
hoorde bij een groep kerken die samen het grootste museum van
Nederland vormden er een ander sleutelbeleid was. En het luik naar
het orgel was tegenwoordig voorzien van een hangslot waarvan zij de
sleutel niet had. Men wilde geen mensen bij het orgel die daar niet
hoorden! Dat zie je wel vaker. Ooit moest ik ergens mijn rijbewijs laten
zien voor ik mocht spelen..
Ze had een telefoonnummer voor me. Een van de andere organisten.
Die had hetzelfde verhaal. Hij was zelf gisteren nog tevergeefs naar
de kerk geweest.
Een kerkvoogd gebeld. Nou ja, na vier of vijf telefoontjes met deze en
gene achterhaald bij wie ik moest zijn. Dat was via de website van de
kerk niet gelukt. Daar stonden allerlei interessante teksten op, maar
geen namen en rugnummers zal ik maar zeggen. Zal wel iets met
recht op privacy te maken hebben. Uiteindelijk de kerkvoogd
gevonden. Hij was nu kerkrentmeester, maar hij vervulde de functie
ook al toen hij nog kerkvoogd heette, en ik nog een tamelijk jonge
organist was. Hij legde me uit dat de sleutel van het orgel aan een
spijker in het keukentje hing. Dat keukentje kon je bereiken, buitenom,
via de consistorie, want de deur tussen consistorie en kerk zat ook,
sinds de kerk alle dagen open was, op slot. De sleutel van het luik
hing weer op een andere geheime plek. En hij gaf me een adres waar
ik de sleutel van die consistorie kon halen.
Welgemoed ging ik er heen. De sleutel van het orgel vond ik zonder
problemen. Ik moest wel buitenom de kerk, best een eind lopen. Maar
de sleutel van het luik naar de orgelzolder hing niet op de plek die hij
gezegd had. Ik belde met de man die me de kerksleutel had geleverd.
“Nee dat klopt, die hangt ook in het keukentje.” Ik weer, buitenom,
naar de consistorie, alle sleutels die ik kon vinden mee naar de
orgeltrap, weer buitenom, maar ze pasten geen van alle. Ik was
inmiddels meer dan een uur bezig mezelf toegang te proberen te
verschaffen. Ooit werd ik er benoemd als organist. De kerk was in
restauratie. Ik was wel benieuwd naar het orgel, maar een trap naar
de orgelgalerij was er nog niet. Ik heb toen, samen met de zoon van
de dominee, het orgel een keer gekraakt door met een ladder via de
balustrade, de orgelgalerij te betreden. Dat was misschien nu ook een
optie geweest. Maar ik besloot toch maar om in een andere kerk,
waar ik heel makkelijk terecht kon, mijn broodnodige vingeroefeningen
te gaan doen.
Toen de koster terug was van vakantie was het geen probleem meer.
Hij had het luik voor me losgemaakt, en de sleutel van het orgel kreeg
ik zelfs een paar dagen mee naar huis. Dan kon ik studeren wanneer
ik wilde.
Moraal van dit verhaal: je hebt meer aan een koster dan aan een
kerkvoogd!

Voorgaan
(19 augustus 2017
)

Het was druk in de supermarkt. Veel klanten met evenzovele
winkelwagentjes en ook nog vakkenvullers aan het werk. Ik kwam
tegelijk met een al wat oudere vrouw, een soort oma-type, bij een
smalle doorgang. Ik gaf haar de ruimte: “Dames gaan voor!” zei ik
enthousiast. Zij reageerde niet en haar man moest lachen toen hij zag
hoe ik mijn tong haast afbeet. Zijn vrouw was kennelijk een moderne
vrouw die niet gediend was van een voorkeursbehandeling op grond
van haar sekse. Ik zou zeggen: Tel uw zegeningen.
Bij de kassa aangekomen stond er een hele rij. In mijn beleving het
uitgelezen moment om een tweede betaalgelegenheid te openen,
maar dat gebeurde niet. En we wilden eigenlijk wel snel, want we
hadden wat diepvriesmateriaal gekocht en hadden nog een half uurtje
fietsen voor de boeg. Er stonden drie behoorlijk gevulde karren voor
ons. Achter me stond een mooie jonge vrouw met alleen een fles
afwasmiddel. “U mag wel voor me langs,” bood ik ondanks de
diepvriesspinazie  aan. “Graag, dat laat ik me geen twee keer
zeggen,” en ze ging tussen mij en mijn voorganger staan. “Nou de
volgende nog!” riep ik. Mijn voorganger, de man van die al wat oudere
vrouw van zonet, werkte mee, en zo kon ze vlot haar afwasmiddel
afrekenen. “Jammer dat u hier nu staat, en niet uw vrouw, dan had ik
u ook voorgelaten,” zei de man. “Dames gaan voor toch?”
We lieten ook nog twee kinderen passeren die alleen een
flessenbonnetje kwamen verzilveren. Toen wij aan de beurt waren
werd er om een tweede kassa gevraagd. “Nou hoeft het niet meer!”
vond ik. Best een grappige opmerking. De caissière reageerde niet.
Het was een week met veel vrouwennieuws. Vooral in de sport. Onze
meisjes werden Europees kampioen voetbal. Net zoals zovelen
haakte ik pas bij de halve finale aan. Iemand noemde het ‘slow motion
voetbal’ maar dat vond ik een beetje flauw. Ik begreep dat ze acht
weken samen onderweg waren geweest. Miedema midvoor, en in de
verdediging speelde ene spitse, ik vond het mooi, die vrouwelijke
vorm, maar het was gewoon haar achternaam. Miedema vertelde
desgevraagd aan Eva Jinek dat ze het nog niet besefte. Wat ik dan
nooit begrijp. Hoe kun je nou beseffen dat je het nog niet beseft?
Onze onvolprezen Kromowidjojo besluit nog tot de volgende
Olympische spelen door te gaan, nadat ze een wereldrecord op de 50
meter kortebaan heeft gezwommen, en Daphne Schippers won op
vrijdagavond op mijn telefoon, bepaald niet in slow-motion, de
wereldtitel 200 meter.
“Prachtige billen!” riep de commentator, een oud-atleet, en ook
roemde hij haar beenspieren, toen de race vele malen, dat kan ook
makkelijk met een gebeurtenis van 20 seconden, werd herhaald.
Bij Kromowidjojo ging het over keerpunten goed nemen, en over goed
starten, bij Schippers over het startblok en over bochtentechniek. Dat
vind ik ook altijd interessant. Als je nou gewoon rechtdoor zou rennen
of zwemmen zou je misschien heel andere winnaars krijgen. Net als
bij rechtdoor schaatsen. Maar ja, het meest boeiende van schaatsen
is nou net dat wisselen steeds.
Toen we de boodschappen in de fietstassen propten keek ik of ik die
leuke vrouw met haar afwasmiddel nog ergens zag. Ze reed net langs
in haar auto. Maar ze had geen oog meer voor die man die haar zo
vriendelijk had voorgelaten. Misschien vond ze hem wel een al wat
oudere heer, een soort opa-type…

Fiets
(26 augustus 2017
)

Toen ik naar Zierikzee naar school ging fietste ik dagelijks de zeven
kilometer op de Gazelle die van mijn vader was geweest. Het was niet
zomaar een Gazelle, maar een priesterfiets. Een kruising tussen een
herenfiets en een damesmodel. De stang liep niet van het zadel naar
het stuur, maar van de achteras, enigszins schuin omhoog. Daardoor
was het makkelijker voor een geestelijke met zijn lange gewaad hem
te bestijgen en te berijden. Mijn vader had het ding gekocht vanwege
zijn eigen fysieke toestand. Die verhinderde hem al te gymnastische
capriolen uit te halen bij het opstappen. Een echte kerel zwaait zijn
been over het zadel, wat nog best problemen kan opleveren als je
dochter achterop zit, maar dit terzijde. Ik vond aan de ene kant mijn
priesterfiets wel stoer maar toen ik er door klasgenoten om werd
uitgelachen bepaald niet meer. Hij was trouwens ook behoorlijk
zwaar, en het viel me niet mee om mijn klasgenootjes met hun
Sturmey Archer drieversnellingsfietsen bij te houden. Maar dat ik een
andere fiets zou krijgen terwijl deze in de schuur stond, daarvan kon
natuurlijk geen sprake zijn. Toen ik, zoals veel jongens van mijn
generatie, de fiets op mijn zestiende verruilde voor een Puch, was het
leed geleden.
Ik heb altijd begrepen dat een herenfiets het basismodel was. Bij het
spelen met meccano had ik geleerd dat een driehoek, zoals pa het
noemde, onwrikbaar is. Ook als de schroefjes nog niet echt vast zaten
was er geen beweging in te krijgen. Bij een vierhoek was dat heel
anders. Zodra je daar mee ging bewegen werd het een
parallellogram. Een fiets was, dankzij die driehoekige constructie,
ijzersterk.
Een damesfiets was in wezen een zwak aftreksel van de herenfiets.
Omdat in die tijd vrouwen nog gewoon rokken droegen was het niet
handig om met een stang te moeten rijden. En, zoals op een paard, in
amazonezit was ook geen optie. Trappen zou dan niet lukken. Een
ander verschil tussen heren- en damesfietsen was het voortandwiel.
Vrouwen hadden vier tandjes minder, waardoor ze iets minder zwaar
hoefden te trappen.
Maar zo’n fiets was wel een stuk minder sterk dan de herenfiets. Ooit
zag ik beelden van Kees van der Staaij op een damesfiets waarbij
Gerdi Verbeet achterop sprong. Ze gingen er samen dwars doorheen!
En ik maakte eens mee dat een leerling afbelde omdat hij ‘door zijn
fiets was gezakt’. Ik beschouwde het als een smoes, maar hij bezwoer
me dat zijn damesrijwiel ter hoogte van de trapas echt middendoor
was gegaan. Hij zal wel te ruig zijn geweest. Ikzelf ben een voorzichtig
mens. Rijd niet zomaar tegen een stoep op, en ook op- en afritjes
neem ik liefst enigszins diagonaal om de voorvork niet teveel te
belasten.
De herenfiets raakt in diskrediet. Als je er af valt heb je meer kans op
verwondingen dan wanneer je met je damesfiets onderuit gaat. Het
schijnt dat je hoofd eerder de grond raakt en je je minder makkelijk
zelf kan opvangen. Vooral bij oudere heren schijnt dat een probleem
te zijn, zeker als ze als een razende op een E-bike voortsnellen. Er
gaan stemmen op om de herenfiets helemaal in de ban te doen. Het
zou me niet verbazen als hij ooit wordt verboden!
In feite was mijn priesterfiets een genderneutrale tweewieler, lang
voordat ook maar iemand van het woord gender had gehoord!
Jammer dat ik hem uit het oog ben verloren. Het zou voor mij, oudere
heer, nu een hypercorrect model geweest zijn.

(overigens: de foto hierboven is niet de in de column besproken fiets.
Het is wel een dergelijk model...)

Schaken of dammen ?
(2 september 2017
)

Wat is mooier, schaken of dammen? Het zijn twee heel verschillende
bezigheden. Hoewel ze vaak aan beide zijden van hetzelfde bord
plaatsvinden. Als kind vond ik schaken ingewikkeld. Dammen was
veel makkelijker. Als je wist hoe je een damsteen moest verzetten kon
je aan de slag. Later vond ik juist dammen lastiger. De volgorde van
de zetten was met het verplichte slaan soms behoorlijk dwingend.
Een principieel verschil is dat je als schaker je partij verloren hebt als
de koning geen uitweg meer heeft. Bij dammen is er nog hoop zolang
niet alle schijven geslagen zijn. Het zijn eigenlijk twee heel
verschillende manieren van elkaar bestrijden. Als verliezende dammer
zit je er vaak een beetje sneu bij met haast geen stenen meer op het
bord, maar als schaker hoef je je tegenstander niet tot het uiterste te
vernederen.
Israël veroverde het beloofde land, nadat God ze veertig jaar door de
woestijn had laten dolen, op weg naar, zoals Golda Meir ooit zei, de
enige plek in het Midden-Oosten waar geen olie in de grond zit. In de
verslagen in de Bijbel zie je dan dat de volkeren die daar toen
woonden volledig door de Israëlieten werden uitgeroeid. Tot de laatste
man. “Dat gebeurde om te voorkomen dat er getuigen zouden
overblijven,” hoor je dan. We lazen het zonder blikken of blozen.
Ook Nederland heeft in het verleden landen veroverd. Daardoor, en ik
verbaas me er over, schijnen we Venezuela als een buurland te
moeten zien. Want de Antillen, dat is dus ook Nederland. En we
hebben een pijnlijke geschiedenis in Indië.
Er gaan stemmen op om onze zeehelden maar niet meer als
zeehelden te zien. De Coentunnel zou volgens sommigen niet meer
zo mogen heten, en een standbeeld van Michiel Adriaanszoon de
Ruyter zou op zijn minst een bijsluiter moeten tonen over zijn, in onze
21e eeuwse ogen, kwalijke praktijken. Je hoeft de geschiedenis niet te
ontkennen maar er kunnen wel kanttekeningen bij.
Ik heb oorlogen en oorlogvoering nooit begrepen. Het ene land
verovert het andere door het te veranderen in een puinhoop. Wat is
de winst daarvan? Wat moet je met zo’n compleet vernield land?
Twee legers vallen elkaar aan, en aan beide kanten vallen vele
doden, maar de kant die het grootste is, of waar aan het eind nog de
meeste soldaten overeind staan is dan de winnaar.
In het lied ‘Als hij terugkomt uit de oorlog’ van ‘Neêrlands hoop’ staat
de zin: “Per jaar doodden we duizenden, en verloren we ook
duizenden, min tien, want we zijn sterker.” Daarmee precies
weergevend wat een belachelijke bezigheid oorlogvoeren eigenlijk is.
Deze week las ik iets over de killerrobot. Dat is een ultramodern
wapen. Het kan automatisch zijn doel uitkiezen en ook zelfstandig,
zonder menselijke inbreng (hoewel het ding toch wel door iemand ooit
geprogrammeerd zal moeten zijn) beslissen of het dat doel al dan niet
zal vernietigen. Als aanvaller heb je dan de zekerheid dat jij niet als
gesneuveld slachtoffer het strijdperk zult verlaten. Maar het is een
vreselijk angstwekkend beeld.
Misschien is het een idee als we die killerrobots alleen inzetten tegen
andere killerrobots. Dat zou pas efficiënt zijn. Net zoals het afzetten
van een koning effectiever is, en veel minder slachtoffers vraagt, dan
het volledig uitroeien van de tegenstander.
De conclusie mag, terugkomend op de vraag aan het begin van mijn
verhaal, zijn dat er aanzienlijk meer te zeggen is voor een partij
schaken dan voor een potje dammen…

Kerk in het nieuws
(9 september 2017
)

Het zal je toch maar gebeuren als dominee, dat iemand een kastje
onder je auto plakt dat bijhoudt waar je allemaal geweest bent met je
wagen.
Toen ik ooit in de kerkenraad zat deed de voorganger in de
vergaderingen verslag van zijn werkzaamheden. Althans, hij vertelde
hoeveel bezoeken hij had afgelegd. Het was steeds een
indrukwekkende lijst. Het was een enthousiaste pastor en we hadden
de gewoonte om op zondagavond wel eens bij elkaar te komen en
een biertje te drinken. Ik weet niet of hij die ontmoetingen ook
meetelde bij het turven van zijn contacten met gemeenteleden.
Zijn opvolger had geen trek om verantwoording af te leggen over zijn
tijdbesteding en het verslag doen daarvan werd simpelweg en zonder
enige vorm van discussie afgeschaft.
Die dominee met zijn GPS-apparaatje is een voorganger van een
Gereformeerde Gemeente, in Kruiningen, Zeeland. Zijn bezoekjes
aan deze en gene, zolang hij ze per auto aflegt, worden dus min of
meer automatisch en digitaal bijgehouden. Een moderne manier van
verslag leggen. Je vraagt je wel af hoe hij het apparaatje ontdekt
heeft. Je kruipt toch niet elke keer eerst even onder de auto als je op
stap gaat?
Het is een vreemd verhaal. Voorgangers uit die denominatie moeten,
als ze theologie gaan studeren en het ambt ambiëren, in staat zijn een
bekeringsverhaal te vertellen. Lijkt me knap lastig als je als
Gereformeerd jongetje (meisjes gaat het hier uiteraard niet over)
geboren wordt en ook als zodanig wordt opgevoed. Wat valt er dan te
bekeren? Bij bekeren denk ik aan mensen die zich op het slechte pad
bevinden (de brede weg!) en door een indrukwekkende gebeurtenis
tot Jezus komen. Ook hoor je wel van ernstig zieke mensen die
wonderlijk genezen, en daarin de hand van God zien. Een oud-collega
van me, organist, kreeg een auto-ongeluk waarbij zijn vrouw overleed.
Hij zag dat als een daad van de Allerhoogste om hem nader tot God
te brengen. Ik vond het een bizarre gedachtegang.
Maar om op die Gereformeerde Gemeente dominee terug te komen:
dat moet dus een heel vroom en rechtschapen man zijn, anders kun
je niet eens dominee worden.
Er is ruzie tussen hem en een oud-diaken. De diaken verwijt de
predikant eigengereid gedrag. Daar kan ik me wel weer iets bij
voorstellen. Als je op de kansel gaat staan en vertelt hoe het in elkaar
zit ben je op een bepaalde manier toch overtuigd van wat je zegt,
anders doe je dat niet. Je zou dat eigengereid kunnen noemen, al
weet ik ook wel dat er best bescheiden voorgangers zijn die hun
voorgaan niet definiëren als ‘zeggen hoe het zit’, maar samen met de
gemeente ‘zoeken naar de waarheid’ of zoeken naar wat dan ook.
Er schijnt ook sprake te zijn van seksueel misbruik. Maar het beoogde
slachtoffer ontkent in alle toonaarden seksueel misbruikt te zijn. Niets
aan de hand dus, zou je dan kunnen denken, maar je kan die
ontkenning ook weer verklaren uit de machtspositie die die
eigengereide dominee heeft: Natuurlijk ontkent het slachtoffer
slachtoffer te zijn; de dominee staat op een voetstuk; die ga je niet
zwart maken.
De ex-diaken intussen meldt dat het hem er niet om gaat de predikant
te beschadigen, maar dat hij zich zorgen maakt om de gemeente en
het pastoraat.
Ik vind het al met al een bijzonder verhaal. En eigenlijk word ik er heel
droevig van dat je als kerk op zo’n manier in het nieuws komt.

De scholen zijn weer begonnen
(16 september 2017
)

Het onderwijs was de laatste tijd behoorlijk in het nieuws. Als ik het
goed heb begrepen kregen stakende leraren het voor elkaar dat er
een salarisverhoging komt. Op een handige manier heeft het kabinet
het geregeld zonder dat Lodewijk Asscher zich genoodzaakt zag om
zijn demissionaire ministerspost te verlaten. Het is de vraag wat de
toezegging van het kabinet inhoudt. “Het komt goed!” is er gezegd. In
dat soort terminologie. “We zullen er voor zorgen!”
Intussen zijn de scholen weer begonnen. Ik lees alarmerende
berichten over kinderen die te weinig bewegen. Ouders hebben geen
tijd om samen met ze naar school te fietsen. Ze brengen ze voor het
gemak maar op de achterbank van de auto tot aan het schoolplein.
Dat gaat veel sneller. Maar het gevolg is dat er kinderen zijn die niet
eens meer kúnnen fietsen. De overheid gaat nu miljoenen steken in
een voorlichtingscampagne over het nut van veel bewegen. Ik las in
een ingezonden stuk dat het misschien praktischer zou zijn om die
miljoenen rechtstreeks aan zwemles of aan meer gymnastiekleraren
te besteden.
Iets anders. Als tiener kwam ik wel eens op school, na een soms best
zware fietstocht, en hoorde daar ter plekke dan dat het eerste uur was
uitgevallen. Daar werd je niet blij van. Toen onze kinderen tieners
waren ging dat anders. Aanvankelijk met telefooncirkels, of hoe die
dingen ook heten mochten, ging het later met sms’jes. Als je dan als
bezorgde ouder probeerde je kind van bed te trommelen omdat het nu
toch echt wel tijd was om op te staan wist hij je te vertellen dat hij
geen les had. Tegenwoordig hebben ze een groepsapp.
We hadden Maurice de Hond, de man van de opiniepeilingen en de
scholen zonder boeken. Leren met alleen een IPad. Die scholen zijn
inmiddels alweer op hun retour. Want de kinderen leren toch minder
dan de bedoeling is. Wel zijn er gemeenten die aan ouders die zelf
niet in staat zijn voor hun kinderen een smartphone aan te schaffen
subsidie verstrekken in de kosten en het abonnement. Het schijnt
lastig te zijn om zonder zo’n ding adequaat onderwijs te kunnen
volgen. Al was het alleen maar om te kunnen weten of er een les
uitvalt…
Dat de scholen weer zijn begonnen merk je als je op bepaalde uren
van de dag onderweg bent. De weg is dan vol fietsende jeugd die niet
veel kaas heeft gegeten van verkeersregels. Ooit wisten we dat je als
fietsers met maximaal twee naast elkaar mag rijden. Wij leerden er
nog bij ‘mits je het overige verkeer niet hindert’, maar die regel is al
lang in vergetelheid geraakt. Onderweg naar Delfzijl moest ik omrijden
omdat er al wekenlang iets onduidelijks gebeurt bij de kruising van de
N33 met de N360. Mijn orgellessen in Delfzijl beginnen als de school
in Appingedam, precies gelegen aan die omweg, uitgaat. Rijen dik
fietsten ze naast elkaar. Vaak met zijn drieën. En dat ging niet rustig
en rechtdoor, maar met veel jolijt, geduw en grappenmakerij. Het viel
me op dat ze niet met hun telefoons in de weer waren. Geduldig
hobbelde ik er achter aan. Af en toe kon ik een paar uitgelaten fietsers
passeren. Op een gegeven moment ging het maar net goed. Toen ik
een groepje inhaalde dook een van de jonge fietsertjes van schrik
haast het Damsterdiep in.
Ze hadden hun telefoons niet in de aanslag. Maar bewegen deden ze
in ieder geval wel!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Vervelend
(23 september 2017
)                               

Zoals ik eerder meldde bevindt onze huidige woonstek zich een paar
honderd meter van de doorgaande weg. Toen we bezig waren
daarheen te verhuizen maakte ik me zorgen om ons ochtendblad. Ik
zag mezelf al voor dag en dauw op de fiets de krant uit de bus halen.
De ervaring in Delfzijl was vaak dat de krant er nog niet was als ik
hem verwachtte. Dan liep ik vergeefs naar buiten. Dat zou op onze
nieuwe plek een stuk vervelender zijn.
Ook internet en televisieontvangst baarden me zorgen. Gelukkig
konden we het internet makkelijk regelen via een abonnement en een
mobiele hotspot, maar qua televisie is het behelpen. Nou is dat geen
enkel probleem want heel vaak kijk je naar dingen waarvan je je
achteraf afvraagt waarom je dat nou eigenlijk hebt gedaan. Op zoek
naar kijkcijfers worden de meest bizarre programma’s bedacht. En als
we echt iets willen zien lukt dat ook tamelijk comfortabel via telefoon
en computer.
Maar terug naar de krant.
Tot mijn grote vreugde bevindt de brievenbus zich niet op een paar
honderd meter van ons huis, maar slechts op enkele tientallen. En de
krant is altijd heel vroeg. Als we dat zouden willen zouden we op
zaterdagmorgen al om half zeven aan het cryptogram kunnen
beginnen. Dat was in Delfzijl wel anders. Soms was het ver na acht
uur voor de zaterdagkrant in de bus viel. Ik was dan al verschillende
keren naar de bus gelopen, en stond op de uitkijk naar de bezorger.
Als hij dan uiteindelijk de straat in fietste zorgde ik dat hij me niet zag.
Ik wilde niet dat hij zou denken dat ik een ongeduldige abonnee was.
Inderdaad, ik heb soms rare kronkels in mijn hoofd. En in mijn
ochtendjas zie ik er trouwens ook niet op mijn voordeligst uit, maar dit
terzijde.
Ook op ons nieuwe adres gaat er wel eens iets mis. Uiteraard. Waar
gewerkt wordt worden fouten gemaakt, bij het hakken vallen
spaanders, en breien zonder steken te laten vallen valt ook niet mee.
Dan kan het zomaar gebeuren dat er in plaats van onze Trouw een
‘Dagblad van het Noorden’ in de bus ligt.
Afgelopen maandag gebeurde dat. Daardoor miste ik bijvoorbeeld het
in memoriam voor Harry Kuitert en de column van Merijn de Vries.
Maar ik kreeg wel veel meer informatie over de wedstrijd van FC
Groningen dan anders, en ik werd ook getrakteerd op een uitgebreid
overzicht van het amateurvoetbal.
Eén berichtje viel me extra op. Er stond de kop boven ‘Orkaan verpest
stages op Sint-Maarten’. Ik wist het niet, maar er schijnen daar nogal
wat Nederlandse stagiaires te bivakkeren. De coördinator
buitenlandstages van de Hanzehogeschool vindt het “wel erg
vervelend dat de meesten nu hun stage niet goed kunnen uitvoeren.
Iemand die bij een notariskantoor werkt zal de komende tijd weinig
aktes kunnen helpen passeren, om maar wat te noemen.”
Ik begrijp nooit al die buitenlandse stages. Als je toevallig in de
muziek zit snap ik dat je bij een beroemde buitenlander wilt studeren,
maar oefenen als notaris kan toch ook in Groningen?
Gelukkig zitten er ook stagiaires in hotels op Sint-Maarten: Daar is
“misschien wel genoeg werk te doen, ook bij het helpen met opruimen
en herstellen.”
Die coördinator buitenlandstages doet me denken aan klagende
toeristen bij natuurrampen, zoals bij de Tsunami in Azië. “De vakantie
helemaal in het water gevallen…” terwijl de lokale bevolking met een
in puin veranderde stad zit.
Vervelend, inderdaad…

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA