recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verscheen een nieuwe verzamelbundel:
Zo lust ik er nog wel een

Goede voornemens
(4 januari 2020)

Het voelt wat onhandig om, nog voor het Kerst is, de column voor de
eerste week van januari te schrijven.
Geen idee hoe de Kerst verlopen is, hoe Oud en Nieuw. Ik hoorde
iemand zeggen dat de jaarwisseling in Nederland jaarlijks meer ogen
kost dan de oorlog in Syrië. Vreemde vergelijking. Telt hij dan de
mensen die alleen een oog verloren hebben, of ook hen die
gesneuveld zijn? Want dát gebeurt toch gelukkig nog niet op grote
schaal vanwege vuurwerk.
Geen idee ook in hoeverre er in Scheveningen nog een brandstapel
geweest is. Het stoken van zo’n vuur is het jaarlijks hoogtepunt in het
leven van veel Hagenezen. Ik steek nooit vuurwerk af. Niet uit
principe, maar gewoon, omdat ik er niks aan vind.
We hadden de klimaattop. Die zou je mislukt kunnen noemen. En in
Nederland moeten we dringend iets doen aan de stikstofproblematiek,
hetgeen heeft geresulteerd in de afspraak nergens meer harder dan
100 kilometer per uur te rijden. Alleen is het probleem kennelijk niet zo
heel dringend, want die snelheidsbeperking gaat pas per 1 maart in.
En alleen overdag.
Bij ons in de buurt, op pakweg 150 meter van ons
huis, wordt gewerkt aan het bouwen van tijdelijke woningen.
Wisselwoningen of logeerwoningen, daar wil ik af zijn. De harde
werkers hebben de radio er bij aan, en ik hoorde het nieuws, ik kon
het uitstekend verstaan op die afstand, van een zender die tevens
wist te melden waar er op dat moment snelheidscontroles waren. Dan
hoef je je alleen maar dáár, en op dat moment, aan de maximum
snelheid te houden. Dan helpt het allemaal niet veel. Ik kreeg
trouwens dezelfde dag een aanbieding van Peugeot in mijn mailbox
om voor een paar tientjes in mijn auto een app te installeren die me
waarschuwt voor snelheidscontroles. Doe mij maar liever een CD
speler…
Ikzelf heb nooit goede voornemens. Maar ik weet donders goed dat ik
ook mijn bijdrage lever aan ons klimaatprobleem. Zo begin ik elke dag
met de krant. Maar wel een papieren exemplaar. Daar hou ik van. En
ik rij wel eens in de auto. Ook wel eens afstanden die ik zou kunnen
fietsen. Ik drink veel koffie en rook af en toe een sigaar. En ik lust
graag een stukje vlees. Als we zuurkool eten, of boerenkool, of
stamppot andijvie vind ik dat vooral lekker vanwege de worst of de
spekjes!
“Er is zoveel lekkers op vegetarisch gebied,” zei iemand me eens,
“met vruchten, en noten…” Zal best maar ik houd noch van vruchten,
noch van noten. Wat zeg ik, als ik een gevulde koek krijg geef ik die
noot, die er blijkbaar per se op moet, altijd aan een eventueel
aanwezige huisgenoot. Of hij gaat in de afvalboek. De groene. Dat
wel.
Onze verwarming werkt op, weliswaar heel weinig, gas. En zo kan ik
nog wel een poosje doorgaan.
Ik adem de hele dag in en uit. En dat heeft ook zo zijn effect.
Ik kan heel wat goede voornemens bedenken, maar ik ben ook nog
eens een babyboomer (boomer is verkozen tot hét woord van 2019!),
een blanke hetero man, dus veel zin heeft dat allemaal niet…
Nochtans wens ik u allen veel succes, mocht u wél goede
voornemens hebben, en daarnaast, via deze papieren krant, alle
goeds voor 2020!

Praatprogramma
(18 januari 2020)

Het valt niet mee, dagelijks een praatprogramma vullen.
“Wij trappen hier vandaag het Beethovenjaar af.”
Het was Matthijs van Nieuwkerk die besloot dat op dat moment, 8
januari 2020, het Beethovenjaar begon. Afgezien van het feit dat
Ludwig pas op 16 december 1770 werd geboren, dus het duurt nog
een maand of elf voor hij echt 250 jaar geleden geboren is, vroeg ik
me af of de heer Van Nieuwkerk dat bepaalt.
Als gasten had hij Maarten ’t Hart en Peter Buwalda, die zich eerst
vermaakten met wat flarden Elvis Presley omdat die op die dag 85
jaar zou zijn geworden. Toen het echt over Beethoven ging kregen we
wat fragmentjes van bekende Beethovenstukken te horen (maximaal
anderhalve maat per stuk!) en werd er bepaald wie nou de beste
componist uit de geschiedenis was. ’t Hart kiest voor Mozart, Buwalda
voor Beethoven, “omdat hij doof was…” alsof dat te horen zou zijn
aan het uiteindelijke resultaat. Het is dezelfde discussie die je krijgt als
er een oud schilderij opduikt. Als het van een willekeurige schilder is
hoor je er niemand over, maar als het Rembrandt blijkt te zijn is het
opeens een topstuk. Of als in een verder onopvallend orgel opeens
oud historisch pijpwerk blijkt te staan. Dat orgel gaat niet anders
klinken als we dat ontdekken.
Matthijs van Nieuwkerk wekt wel vaker de indruk alsof hij de maat der
dingen is. Nu we in een talkshowoorlog zijn beland wil hij de
presentatoren van de NPO-versie wel ontvangen en er minzaam mee
spreken. De heren presentatoren hadden het hoogste woord, de
dames zaten er wat stilletjes bij en een tafelheer was vooral bezig met
zichzelf te presenteren.
Eva Jinek is verhuisd naar RTL. Een uitstekende interviewster die de
overstap maakte, met een groot deel van haar redactie in haar
kielzog. Waarschijnlijk, nee, natuurlijk omdat de commerciëlen heel
wat meer salaris kunnen bieden dan de NPO die zich heeft te houden
aan de Balkenendenorm: niemand die van publiek geld wordt betaald
(behalve Van Nieuwkerk) mag meer verdienen dan de minister
president. Mark Rutte vertelde dat dat zo’n 7000 euro netto is. Hijzelf
vindt het meer dan genoeg. Ik ook.
Maar Eva Jinek kennelijk niet. Het is natuurlijk ook een zware klus. Vijf
dagen in de week zo’n programma presenteren. Gelukkig wordt het
voorbereidend werk allemaal gedaan door een grote redactie. Ik hoop
dat die hardwerkende mensen ook een pittige salarisverhoging
hebben gekregen!
Overigens krijg ik de indruk dat het bij RTL nog weer zwaarder is dan
bij de publieke omroep. Jinek praat harder en sneller. Bang om de
aandacht te verliezen? Voor je het weet zapt de kijker weg. Meestal is
een reclameblok zo’n moment. RTL zendt vooralsnog geen reclame
uit tijdens de uitzending om dat wegzappen te voorkomen. En als de
NPO om half elf begint, begint RTL om tien voor half elf, waarna de
NPO een reclameblok skipt om toch nog net iets eerder te kunnen
starten. Groot voordeel voor ons als kijker is dat je op een normale tijd
kunt gaan slapen.
Intussen gaan praatprogramma’s, en ook mijn verhaal hier, vooral
over praatprogramma’s. En het eerste item in het ontbijtnieuws de
volgende morgen zijn de kijkcijfers. Enthousiast kondigt de NPO aan
dat ze alweer gewonnen hebben 830.00 tegen 790.000.
Straks krijgt Jinek weer reclame tussendoor. Dat is maar goed ook.
Kan ze even uitblazen…

Gender
(1 februari 2020)

Mijn tweelingzus en ik leken niet heel erg op elkaar. Ik was een
tamelijk rustig jongetje. Mijn zus had een wat steviger temperament.
Mensen die mijn moeder met ons beiden in het dorp tegenkwamen
zeiden wel eens gekscherend dat ik het meisje had moeten zijn en zij
de jongen.
Tegenwoordig zou zo’n opmerking een heel andere impact hebben. Ik
hoor verhalen van kinderen die vanaf hun tiende jaar beginnen met
hormonen te slikken omdat ze zich niet thuis voelen in het lichaam
waarin ze geboren zijn. Ik weet dat het bestaat maar kan me er
tamelijk weinig bij voorstellen.
Mijn zus speelde met poppen en ik met autootjes. Vaak hoor je dat we
worden geconditioneerd om als jongen jongensdingen te doen en als
meisje meisjesdingen. Dat zal ook best wel zo zijn. Maar toen we als
kleuter allebei een VW-dinky toy kregen werd de hare al snel bij mij in
de garage geparkeerd. Dat zij met poppen speelde en ik met
autootjes en bouwstenen werd niet door onze omgeving bepaald. Het
was allemaal in huis, de autootjes, de poppen en de bouwstenen. Die
autootjes mogen bij de Hema geen jongensspeelgoed meer heten, en
de poppen mogen vooral niet te duidelijk voor meisjes zijn bedoeld.
En ook qua kleding mag de verkoper bij kinderkleren niet meer
vermelden of het een meisjes- dan wel een jongensjas is. Het lukt me
trouwens als man niet eens om (bij mezelf) een vrouwenjas dicht te
knopen.
Ik snap het allemaal wel maar vind ook dat wij als Nederlanders altijd
zo doorslaan.
Ik begrijp ook niet hoe het is om transgender te zijn. Dankzij Nikki
Tutorials, een onverklaarbaar wereldberoemde vrouw, is het
onderwerp actueel. Je bent een jongen maar voelt je een meisje, of
andersom. Ook dan (ingezonden stukken genoeg deze weken) lees je
dat zo iemand als kind, jongetje, veel meer naar poppen greep dan
naar jongensspeelgoed. Maar als dat onderscheid geconditioneerd is
dan klopt die redenering toch helemaal niet? Hoe weet je dan echt
hoe je je als meisje of jongen zou moeten voelen?
Een ander actueel nieuwtje is de vraag over vrouwelijke voorgangers
in behoudende kerken. Ik vermoedde dat het over de Vrijgemaakte
kerk ging, maar het was onze eigen PKN, een fusie van allerlei
partijen die op heel wat punten mijlenver uit elkaar staan. Enerzijds
was die fusie nodig omdat het toch al te gek is om met allerlei
verschillende kleine groepjes dezelfde God te willen aanbidden,
anderzijds omdat die groepjes hier en daar inderdaad erg klein waren
geworden en het financieel allemaal niet meer te regelen viel. Er
ontstond een heel brede club, van zeer vrijzinnig tot uiterst
behoudend. En de behoudende afdeling ziet, met een beroep op
Paulus, de rol van voorganger vooral als een jongensding. Toch willen
we elkaar allemaal binnen boord houden, ondanks alle verschillen,
zoals een kabinet van vier partijen dat wanhopig iets gezamenlijks
probeert uit te stralen.
Mij maakt het niet uit of we een vrouw of een man op de kansel
hebben, trouwens ook niet of de organist man of vrouw is. Als hij of zij
maar mooi speelt!
Het is een beetje een flauwe grap, maar ik ben wel benieuwd hoe we
Paulus moeten interpreteren als een transgender zich als predikant
aanbiedt. Anders gezegd: misschien is de Bijbel wel geen handleiding
voor ál onze 21e-eeuwse dilemma’s…

Hard
(15 februari 2020)

Het is een rekbaar begrip: ‘hard’. Als ik naar muziek luister hou ik van
een stevig geluidsvolume. Ik wil graag alles horen wat er gebeurt. Als
je een voluit spelend symfonieorkest op een dusdanig volume draait
dat het lijkt alsof alles ergens uit de verte klinkt doe je geen recht aan
de muziek. In crematoria en begrafenisaula’s maak je dat nog wel
eens mee.
Sterke muziek moet sterk klinken, zachte muziek zacht. In onze
digitale wereld zijn we dat nauwelijks meer gewend. Bij een
geluidsopname wordt er een soort limiter op gezet die zorgt dat de
sterkste pieken in het geluidsbeeld worden afgezwakt, en bij een
stukje fluisterzachte muziek draait men het volume stiekem wat
omhoog. Nivelleren heet dat volgens mij. In de politiek ben ik er voor,
in de muziek vind ik het vreselijk.
Overigens went een bepaald volume ook: als je een tijdje luistert op
een niveau dat je eerst als lekker stevig ervaart voelt dat na een
poosje als heel middelmatig. Net als naar een film kijken op een groot
scherm. Als de film begint vind je het fantastisch, maar na een poosje
merk je het niet meer, behalve misschien aan de stijve nek van het
ondertitels lezen.
Terug naar het volume. In een grote kerk met een groot orgel is het
soms heel prettig om dat orgel voluit te horen klinken. Het klinkt
stevig, en je hebt het gevoel dat er iets gebeurt. Maar in onze
bescheiden kerken op het Hogeland is het soms zo, dat een paar
registers van het rugwerk, waar je als kerkganger misschien maar een
paar meter vandaan zit, voor zoveel kabaal zorgen dat het al snel
gaat irriteren.
Sowieso is luisteren en horen een bijzondere bezigheid. Dat merk je
als je ergens een opname maakt. Opeens blijken er om de kerk
allemaal vogels rond te vliegen die je nog nooit gehoord hebt, en de
orgelmechaniek rammelt ook veel meer dan je vermoedde. Bij
luisteren filteren je hersens uit datgene wat je hoort de dingen die er
niet in thuishoren. Een microfoon kan dat niet. Wat zo’n ding hoort legt
hij vast.
Dat is ook altijd zo grappig als je een kerkdienst terugluistert. De
nietsvermoedende voorganger staat voor de microfoon gezellig mee
te zingen, en klinkt op Kerkdienstgemist.nl als een solozanger.
Misschien is hij of zij ook wel niet zo nietsvermoedend maar denkt dat
de gemeentezang wel een beetje hulp vanaf de kansel kan gebruiken.
Je hebt ook van die kerkgangers die dat denken trouwens. Ook dan is
‘hard’ een rekbaar, een subjectief begrip.
In de popmuziek gaat het met een heel ander soort hard. Loeihard. Ik
had het er hier vaker over. Ook daarin kan ik een eind meegaan. Als
een drummer op een trommel slaat wil ik graag horen dat hij op een
trommel slaat en als iemand tekeer gaat op zijn toetsen wil ik dat ook
graag als luisteraar als zodanig ervaren! Maar het gaat steeds harder.
En je kunt gehoorschade oplopen als je teveel naar muziek luistert.
Staatssecretaris Blokhuis sprak in 2018 met de evenementensector af
dat het geluidsniveau bij popconcerten maximaal 103 dB mag zijn. Hij
ging er daarbij van uit dat concertbezoekers oordoppen dragen die het
niveau met 15 dB dempen. Maar de helft van de concertbezoekers
draagt nooit oordoppen. Lijkt me logisch. Je gaat naar een concert om
iets te horen. Niet om iets níet te horen.
Maar misschien snap ik het wel niet.  

Verbazing
(29 februari 2020)

Vandaag wil ik het hebben over de wereld van de popmuziek. Als
liefhebber verbaas ik me over heel veel wat langs komt. Vaak snap ik
niet waarom mensen bepaalde dingen mooi vinden. Zoals Rappers
bijvoorbeeld. Altijd mannen. Ze brengen hun teksten, die ook nog
eens meestal net niet rijmen, maar dat schijnt een handelsmerk te
zijn, sprekend ten gehore, en leggen vaak de accenten een beetje
verkeerd. Op een bepaalde manier zou je het nog ‘knap gedaan’
kunnen noemen. Soms zingen ze ook, maar wat we dan te horen
krijgen gaat eerst door een harmonizer, die er voor zorgt dat het niet
vals klinkt, maar die er ook een soort metalige klank overheen legt,
zodat je direct hoort dat het niet echt is.
Waarmee ik niet wil zeggen dat vroeger alles beter was. Queen is
weken bezig geweest met het opnemen van Bohemian Rhapsody, en
The Beach Boys met hun Good Vibrations. Ik denk dan: je schrijft een
stuk muziek, voert het uit, geeft elk instrument zijn eigen microfoon,
een mengtafel om de balans hier en daar te corrigeren, zet de
bandrecorder aan, en klaar is kees. Maar al die virtuoze en mooie
meerstemmige lijntjes zijn pas na eindeloos experimenteren in de
studio tot stand gekomen. Logisch dat het live dan niet kan, omdat je
domweg niet meer weet wat je allemaal gedaan hebt.
Terug naar de rapmuziek. Afgezien van de technische en muzikale
kwaliteit verbaas ik me ook over de inhoud van de teksten die worden
gebezigd. Waar we ons bij elke prijsuitreiking van wat dan ook druk
maken dat er niet genoeg gekleurde deelnemers in de prijzen vallen,
en waar de winnares van het Leids Cabaretfestival zich haast moest
verdedigen dat ze pas de eerste vrouw was in vijftien jaar die het
Festival won, is die populaire muzieksoort niet bepaald
vrouwvriendelijk te noemen. De clips die je soms te zien krijgt
onderstrepen dat op niet mis te verstane wijze. Ik snap dan ook niet
dat het in deze tijd van #MeToo allemaal zomaar kan. Maar als je als
enthousiaste voetbaltrainer in de kleedkamer meezingt met zo’n
muzikaal gedrocht word je ontslagen omdat je je racistisch zou
hebben gedragen. De muziek mag kennelijk wel ten gehore worden
gebracht, maar als blanke luisteraar moet je het niet wagen mee te
zingen… (En dan heb ik het nog niet eens over de expliciet tot geweld
oproepende drill rap.)
Nog meer verbazing. Ik ben een man van de klok. Ik kom graag op
tijd. Ik was op een open dag van een gerestaureerd orgel. Het zou
worden gedemonstreerd op een bepaalde tijd. Toen het zover was
maakte de demonstrateur geen aanstalten naar boven te gaan. Nadat
hem een kwartier later werd gevraagd toch maar eens met zijn
demonstratie te beginnen vond hij dat hij eerst nog wel een kop koffie
kon nemen. Die begon hij, rustig keuvelend met deze en gene, op te
drinken. Hij had nog niet de neiging naar het orgel te snellen. Ik ben
naar huis gegaan.
Je hebt mensen die dat niet doen. Die wachten bij een concert van
Madonna soms uren tot het hare majesteit behaagt aan haar optreden
te beginnen. Ongetwijfeld ook nog eens voor een groot deel
playbackend.
Dat er overigens in Leiden niet zoveel vrouwen in de prijzen vallen
komt omdat er niet zoveel vrouwen meedoen. Hetzelfde geldt,
omgekeerd, voor doktersassistenten en kleuterleiders.

Verrassing
(14 maart 2020)

Elke week bereid je je als organist voor op de dienst. Ik kan me niet
meer voorstellen dat ik, zoals vroeger soms, de trap naar het orgel
bestijg terwijl ik pas vlak daarvoor van de koster het orgelbriefje heb
gekregen. Ooit stonden daar alleen psalmen op, later een paar
gezangen, nog later iets meer, en vanaf 1973 hadden we 40 jaar het
liedboek. Het kwam niet vaak voor dat je een onbekend lied moest
begeleiden. Tegenwoordig is dat anders. Van de 1300 versjes in het
nieuwe boek zijn er heel wat waar een onverwachte wending, een
vreemde sprong of een apart ritme in voorkomt. Het is mooi als je als
luisteraar wordt verrast, maar als uitvoerder, organist, is het prettiger
als je weet wat er komt.
Die verrassing is ook maar relatief. We hadden op de cantorij een lied
met een raar ritme. We hadden het al vaker gezongen en het ging
direct goed. Eén tenor vroeg zich af of we het wel in de maat zongen.
Hij miste de verrassende hobbel die hij steeds had ervaren. Ik begon
ook te twijfelen, en we zongen het lied nog een keer. Alles klopte toch
echt. Het bleek dat het verrassende ritme niet meer verrassend was.
Het nieuwtje was er af.
Als ik me voorbereid doe ik dat vooral wat betreft de manier van
begeleiden. Ik  vind dat je zo moet spelen, dat de mensen in hun
zingen als vanzelf door het orgel worden meegenomen. Een mooie
baslijn en stimulerende harmonieën kunnen daar goed bij helpen.
Voorspelen bereid ik ook soms voor, soms niet. Je kan eindeloos
oefenen op een mooi voorspel met boeiende lijntjes en een
interessante omspeling van de melodie, maar als je dat dan op
zondagmorgen in de kerk weer wilt doen valt dat vaak tegen. Veel
mooier gaat het vaak als je jezelf, en daarmee de kerkgangers, laat
verrassen. Waarmee niet is gezegd dat het dan altijd goed is. Je moet
wel een soort van richting hebben bedacht.
Wat ook een verrassing was, was de clip van het Nederlandse lied
voor het Eurovisiesongfestival. Eerst al het begin met een enkele toon
van een harmonium. Ook verrassend dat de akkoordenopeenvolging,
die op een gegeven moment erg leek op ‘My Way’, werd onderbroken
door een onverwachte vreemde wending, en de laatste verrassing
was dat het lied eindigde met een soort van stilte. Die stilte was
daarom zo verrassend omdat je er nog een akkoord achteraan
verwachtte. Het slotakkoord, op de grondtoon. Het was niet echt uit,
zo leek het. Maar de liefhebbers spraken over een heerlijk spannend
moment, die stilte.
Toen Jeangu Macrooy het lied een dag later live op de televisie liet
horen (niet met een harmonium maar met een digitaal orgelgeluidje)
barstte het applaus direct los in dat opeens niet meer zo spannende
stiltemoment. De verrassing was er helemaal af. Het was nou gewoon
een beetje een raar einde geworden.
Over raar gesproken: zelfbenoemd songfestivaldeskundige Tijl
Beckand ontdekte in de Israëlische inzending plagiaat. Parmantig
verkondigde hij dat in een bepaald fragment dezelfde muziek zat die
ook in Jesus Christ Superstar klinkt tijdens de veertig min één
zweepslagen.
Wat een onzin! Ja, er klonk D-mineur, en ja, het was ongeveer
hetzelfde tempo, 120 tellen per minuut. Maar je kunt toch moeilijk
iemand die een standaard akkoord gebruikt in een tamelijk standaard
tempo van plagiaat beschuldigen omdat iemand anders dat ook wel
eens deed? Ik speel dat akkoord elke zondag minimaal een keer of
tien!

Stil
(28 maart 2020)

Dinsdag hadden we nog gerepeteerd. Nog wat liederen doorgenomen
voor de  zondag daarop. En een onbekend versje dat we op de
Biddag zouden zingen, de dag er na. Het ging mooi op die Biddag.
Het scheelt als de helft van de kerkgangers zo’n onbekend lied al
kent.
Op vrijdag hoorden we dat bijeenkomsten van meer dan 100 mensen
werden verboden. Gelukkig zijn we een kleine kerkgemeente. Als het
mooi gaat zitten er soms wel 70 mensen in de kerk. Meestal zo tegen
de 50. Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Maar op zaterdag valt
toch het besluit om de diensten de komende weken te laten vervallen.
Ook de cantorijrepetities gaan voorlopig niet door. We mailen elkaar
en ik wijs de koorleden op een verborgen hoekje van mijn website.
Daar staat een opname uit 2016 van de teksten uit Marcus die we in
de Stille Week gaan zingen. Als iedereen er thuis op oefent kunnen
we die muziek alsnog uitvoeren.
Maar een week later komt het bericht dat ook de Stille Week helemaal
stil blijft.
Ik vind het de mooiste tijd van het jaar. De weken naar Pasen toe. Er
is zulke prachtige muziek. Elk jaar speel ik wel een keer het prachtige
‘O Mensch bewein dein Sünde gross’ van Johann Sebastian Bach,
meestal direct de eerste zondag na Aswoensdag. Dit jaar niet. Niet
direct al je kruit verschieten! Ik had allemaal bewerkingen van ‘O
Hoofd vol bloed en wonden’, en ik speelde ze rustig uit, ook toen de
kerkenraad al binnen was. Ik had ze niet gehoord, want er was deze
keer niemand bij met klikkende hakken onder de schoenen. De
tweede zondag draaide de dienst om Psalm 25. Toen speelde ik de
muziek die Willem Hendrik Zwart daar bij gemaakt had. Dat klonk best
op het Van Dam orgel. Voor de zondag daarna had ik dan Bach met
‘O Mensch’ gepland. Een heerlijk vooruitzicht. Ik had het beter direct
de eerste zondag kunnen doen. Nu kwam het er niet meer van. Het
wordt op zijn vroegst volgend jaar 21 februari, de eerste
Lijdenszondag van 2021.
Op Palmzondag zouden we ook met de cantorij zingen.
Samenzangen vierstemmig meedoen, psalm 118 in canon met de
gemeente, en ik verheugde me op het Hosanna uit Jesus Christ
Superstar, elk jaar bij het uitgaan van de kerk. Afgelast. Met Pasen
was ‘Christ lag in Todesbanden’ de bedoeling. Van Bach, en van
Krebs. En ja, dat gaat niet over het lijden, maar over de opstanding,
Christ lag, in de verleden tijd, in Todesbanden! En we zouden zingen
uit Marcus, de vrouwen die het lege graf vinden en horen dat Jezus is
opgestaan. “Ze vertelden er niets van, aan niemand, ze waren
bang…”
Bang zijn we ook. Wat staat ons allemaal nog te wachten? Niemand
weet het. Ook de deskundigen niet. Het enige wat ze kunnen doen is
vooruitlopen op de te verwachten scenario’s. Waarbij het de vraag is
welk scenario bewaarheid zal worden.
De halve krant gaat over Corona, elk praatprogramma heeft eigenlijk
nog maar één gespreksonderwerp. Ik wilde het hier, in mijn 800ste
column, hebben over de mooie muziek in de Lijdenstijd, maar ontkom
er ook niet aan. Het gaat alleen maar over afgelaste muziek. Geen
scenische Matthäus in Loppersum, geen mooie orgelkoralen, kortom,
het is erg stil…

Vraag en antwoord
(11 april 2020)

We hadden een aardige dominee. Hij stond al jaren in onze gemeente
en reed in een okerkleurige Opel, hetgeen een vriendje van mij, die ‘s
zondags naar de kerk van de Gereformeerde Gemeente ging, maar
vreemd vond. Hun dominee reed, zoals het hoort, in een zwarte auto!
Niet dat onze dominee zo frivool was. Hij liet na het lezen van de wet
vaak uit Psalm 38 zingen: ‘k Ben door uwe wet te schenden krom van
lenden. Mijn vader weigerde als kerkganger pertinent mee te zingen,
en als organist vertikte hij het die psalm te begeleiden.
Soms kwam op de catechisatie een ouderling langs om te kijken hoe
het ging. De dominee stelde ons vragen die we moesten
beantwoorden. “Zou het niet zo kunnen zijn dat….” en als je braaf ‘ja’
zei was het goed. De ouderling was onder de indruk.
Ik moest aan onze oude dominee denken toen ik me door de eerste
uitzending van M heen worstelde. Ik was Matthijs van Nieuwkerk weer
gaan waarderen de laatste tijd, hoewel zijn laatste aflevering erg
tegenviel. Een veel te druk pratend tafelheertje, een giechelige Ilse de
Lange en een erg mager lied van Henny Vrienten. De dag ervoor was
er een indrukwekkende en ontroerende André van Duin geweest.
Nu was het voorbij en tetterde Margriet van der Linden het uur vol met
breedsprakerige vragen waarin het antwoord al werd gegeven. De
ondervraagde deskundige hoefde alleen maar ja te zeggen. In andere
praatprogramma’s, vooral die met twee presentatoren, stellen ze wel
open vragen, maar interrumperen daarna zo vaak dat het antwoord
veelal halverwege blijft hangen.
Ik vind het vrij irritant. Het stellen van een vraag veronderstelt
luisteren naar het antwoord, nieuwsgierigheid, de wil om iets te horen,
te leren misschien wel. Maar het lijkt er de vraagsteller vooral om te
gaan te zorgen dat de collega presentator, én wij kijkers, niet zouden
denken dat hij of zij lang niet zo slim is als de ander.
En nou ik het toch over luisteren heb… Er was een lied. Bekende
Nederlanders vervelen zich in hun luxueuze huizen en hebben met
zijn honderden een lied gemaakt. Iets met een hart onder de riem of
zoiets. Verschillende  medewerkenden vertelden trots dat ze helemaal
niet konden zingen. In plaats dat de volgende vraag dan is waarom je
het dan in je hoofd haalt om aan zo’n lied mee te doen lijkt het of het
respect alleen maar groter wordt. O wat knap!
Het is in mijn beleving ook nog eens een draak van een lied.
Ook in de Tweede Kamer werden vragen gesteld en antwoorden
gegeven. Urenlang ging het door. Er zijn mensen die uit hun partij
gestapt zijn maar hun zetel hebben behouden.
Volksvertegenwoordigers, vinden ze zelf. Maar ze zijn
binnengekomen in het kielzog van hun lijsttrekker. Niemand, behalve
zijzelf en de buurman, heeft op ze gestemd. Ze vertegenwoordigen
ook niemand. Alleen zichzelf. Wel krijgen ze net zoveel spreektijd als
de echte Kamerleden. Daardoor verbeelden ze zich dat hun inbreng
er nog toe doet ook.
Luisterend naar alle antwoorden zou onze oude dominee vragen: “Is
het eigenlijk niet zo dat maar één partij ons land regeert, en zou dat
niet het RIVM zijn, en is dat misschien maar goed ook…?”
Er was trouwens ook een vraag aan de banken, om de belachelijk
hoge rente (13 procent) op rood staan te verlagen. Het antwoord was
een genereuze verlaging naar 10 procent… De spaarrente blijft stevig
op 0.

Lockdown en meer
(25 april 2020)

Er zijn woorden die ik mijn hele leven nog niet gehoord had en die
zomaar opeens gemeengoed zijn geworden. In de eerste plaats
natuurlijk het woord Corona zelf, ooit een vage associatie met een
exotisch biermerk. Dankzij die corona leerden we ook de term
lockdown. Ik kende hem niet. In Nederland schijnt het zelfs te gaan
om een intelligente lockdown. Die kwalificatie is bedacht door onze
regering.
In België gaat het over de motivatie om als Vlaming thuis te blijven.
Onze zuiderburen krijgen er langzamerhand genoeg van. Ze hebben
het daar nu over ‘moetivatie’.
Wat ik ook erg vind is de Koningsdag. Die heet nou opeens
woningsdag, omdat we de verjaardag vanuit huis moeten gaan vieren.
Je kan dat een flauwe woordspeling  vinden, maar het schijnt dat het
het alternatief was voor ‘Coroningsdag’. Laten we dan maar blij zijn.
Tegenwoordig hebben we influencers… Ik zie ze nooit, maar een
andere generatie dan de mijne abonneert zich kennelijk om
narcistische leeftijdgenoten te zien die via Youtube, Facebook en
Instagram vooral weinig te melden hebben. En daarmee hebben ze
invloed op die generatie en verdienen, ook dankzij op hun kijkertjes
gerichte reclame, bakken met geld. En omdat het daar om draait,
geld, vinden ze zelf dat ze er toe doen.
En dan het fenomeen recessie. Ik ben mijn hele leven al bereid om
inkomen in te leveren. Desnoods 10 procent. Maar dan wel met zijn
allen! Niet alleen ik, maar ook de sigarenboer, de garage, de
supermarkt, de bank, eigenlijk alles en iedereen waarmee we zaken
doen.
Ik ben geen econoom. Maar het lijkt me op de een of andere manier
logisch, dat, nu we allen getroffen worden door hetzelfde virus, die
recessie geen probleem hoeft te zijn. Iedereen er op achteruit. U, ik,
Albert Heijn, de ING, Shell, de KLM, John de Mol, de bakker, de
slager, de columnist van de kerkbode, de uitgever van de kerkbode…
Maar die redenering zal in de praktijk wel weer niet kloppen.
Er gaan cijfers rond van een teruggang in de economie van een
procent of 7. Ik heb geen idee wat dat inhoudt. Op welk niveau komen
we dan terecht? Wordt dat het welvaartsniveau van 1960? 1980? Ik
vermoed dat het iets zal zijn van 2012, 2014. Hadden we het toen zo
slecht?
Nog zo’n woord: de anderhalvemetersamenleving. Ik vraag me af hoe
het in dat verband moet met kerkdiensten en vooral met mijn koor.
Met zijn allen op anderhalve meter staan zou misschien net lukken.
Maar er kunnen dan geen luisteraars meer bij. En er is meer. Ik hou
van een heldere koorklank. Met duidelijk uitgesproken medeklinkers.
Ik wil graag horen, liefst ook nog verstaan, wat er gezongen wordt.
Een oude zangjuf complimenteerde me uitbundig als ik flink spetterde
tijdens het zingen. “Dan zit je mooi voorin met je zanglijn!” riep ze
juichend. Ik weet niet of dat in deze tijd nog op prijs gesteld zou
worden. En zingen met mondkapjes tegen het gespetter geeft in ieder
geval niet het resultaat waar ik week in week uit juist zo naar streef.
En kerkdiensten zonder gezang... Ik moet er niet aan denken.
“Een luxe probleem,” hoor ik u denken. U hebt gelijk. Ik klaag ook niet.
Als ik denk aan mensen, die, soms met het hele gezin, op een flat
zitten zonder balkon, dan voelt onze lockdown op het Groninger
platteland dan misschien niet direct als intelligent maar wel als luxe…

Getallen en verhoudingen
(9 mei 2020)

We zijn veel thuis. Dankzij een gul nageslacht zat ik na mijn
verjaardag in maart met een stapel boeken. Biografieën veelal. Van
Elton John, van Wim Kok, de vrouw van Joost Zwagerman en ook een
heerlijke verzamelbundel van Herman Finkers. Er was heel wat te
lezen. Daarnaast heb ik ook een fiks aantal oudere biografieën nog
eens herlezen. Zoals van Lubbers, Van Agt, Neelie Kroes, Willem
Aantjes, Schakel, Eduard Bomhoff, Femke Halsema, Ella Vogelaar,
Ed van Thijn en nog veel meer. Interessante boeken die met een
zekere afstand terugkijken in de geschiedenis en proberen te duiden
hoe en waarom de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Daar
kan een mens van leren!
Dat lezen zorgt er voor dat ik wel eens een journaal of een update van
corona oversla. Wat ik wel trouw volg zijn de debatten in de Tweede
Kamer. Bij het ‘controleren van de regering’ zie ik in de praktijk vaak
de beste stuurlui die met soms behoorlijk grote monden aan de wal
staan.
Als ik een journaal zie worden daarin vaak allerlei onderzoeken
gepresenteerd. Zoals over het vertrouwen in de economie, dat nog
nooit zo laag was. Dat wordt dan met veel aplomb genoemd terwijl het
geen sterveling op aarde zal verbazen dat het een laag cijfer is.
Dingen staan in verhouding met elkaar. Dat leerden we op de lagere
school al met breuken en verhoudingssommen. Een getal krijgt pas
betekenis in relatie met een ander getal. Toen Kain zijn broer
vermoordde viel er één dode te betreuren. Maar hij roeide ook wel in
één klap de helft van de mannelijke jeugd uit. Als er in ons huis één
persoon ziek is, is dat de helft van de populatie. Maar als ik lees over
een land met zoveel zieken en/of overledenen zegt me dat niks als er
niet bij wordt verteld hoeveel inwoners dat land heeft.
Vanmorgen hoorde ik alarmerend nieuws. Shell leed afgelopen
kwartaal een verlies van 24 miljoen euro. Dat lijkt een boel geld,
hoewel we in deze tijd net zo makkelijk praten over miljarden als over
miljoenen. Er werd bij verteld dat de winst van Shell vorig jaar over
dezelfde periode 6 miljard bedroeg. Ze hebben dus wel een soort van
buffer, denk je dan. Inderdaad. Als je even gaat rekenen blijken ze
met die winst van 6 miljard 250 keer 24 miljoen te kunnen opvangen.
Dat getal 250 zegt ook niks op zichzelf, maar 250 kwartalen is meer
dan 60 jaar. Ze kunnen even vooruit dus!
Ook in het nieuws: In Brabant moet voor een halve periode nog een
nieuw provinciaal bestuurscollege worden gevormd. CDA en Forum
voor Democratie zijn in gesprek. Er is een enquête gehouden onder
de CDA leden wat ze ervan vinden. Een krappe meerderheid is vóór
de samenwerking. Later hoor je dat slechts 18 procent van de leden
meegedaan heeft aan de raadpleging. Als je 18 procent van 5000
neemt, want zoveel leden zijn er, heb je 900 personen. Daarvan heeft
ruim de helft, een kleine 500 Brabantse CDA’ers dus, voor gestemd.
Inderdaad. Niet veel. Het is te hopen dat de club daar in het zuiden
meer stemmers dan leden heeft.
Ik weet nog hoe we in oktober 2010 aan de televisie gekluisterd zaten
bij het CDA-congres over regeren met de PVV. Je zou verwachten dat
de CDA’ers in Brabant er wat van geleerd zouden hebben. Misschien
moeten ze daar wat biografieën lezen!

Normale samenzang
(23 mei 2020)

Het was een keer na een begrafenis. Een volle kerk. In de tijd dat dat
nog gewoon kon. Het moest feestelijk, was me gevraagd. Ik vind dat
altijd lastig, en als het met mij zover is hoop ik niet dat men daarin
aanleiding ziet voor een feestelijke dienst, maar het waren mooie
liederen waarin Gods lof werd geprezen en die er om vroegen stevig
begeleid te worden. Ik werd na afloop door de familie vriendelijk
bedankt voor mijn orgelspel. Er was ook iemand die vond dat ik erg
hard had gespeeld, en de zang had overstemd. “Stel voor dat iemand
langs de kerk liep, die moet gedacht hebben dat de zang en de
begeleiding helemaal uit balans waren,” vond hij. Nou heb ik als
organist weinig te maken met mensen die lángs de kerk lopen, maar
het is ook een kwestie van definiëren. Wat versta je onder
gemeentezang? Volgens mij is het niet een zangpartij met
(orgel)begeleiding en een publiek. Het is een gezamenlijk gebeuren,
zónder publiek. In de Rooms Katholieke kerk noemen ze het
volkszang. De kerkgangers zingen daar pas sinds de zestiger jaren
mee, nou ja, dat is de bedoeling, maar erg uitbundig gaat het daar
nog steeds niet. Het koor moet het voornamelijk doen.
Wij protestanten zijn van oudsher niet zo van de koren. In eerste
instantie ook niet van de muziek. Calvijn wilde niet eens dat het orgel
meespeelde met de gemeentezang. Dat was een leuk apparaat voor
doordeweeks, en misschien voorafgaand en na de dienst.
Toen we het liedboek kregen, in 1973, ontstonden her en der
cantorijen. Ze waren vooral bedoeld om de gemeente vertrouwd te
maken met de nieuwe gezangen. Naarmate de tijd vorderde en de
cantorijen beter werden gingen ze ook in afwisseling met de
gemeente zingen. Het aanleren van nieuwe liederen was niet meer
echt nodig. Soms ook wilden ze nog veel meer, voelden minder
binding met de kerkgemeente, en werden het zelfstandige
kamerkoren.
Ik ken een gemeente waar mensen wegbleven als de cantorij
meezong, want dan duurde de dienst zo lang. Terwijl we alleen
samenzangen meezongen, soms in wisselzang, en de tekst van de
schriftlezing.
In deze tijd zoeken kerken mogelijkheden om toch diensten te
organiseren. Je ziet op kerkomroep en kerkdienstgemist.nl allerlei
manieren. Een voorganger in het verenigingsgebouw met alleen een
organist achter een keyboard (waarom niet in de kerk, op het orgel?),
soms ook met een stuk of wat gemeenteleden die op anderhalve
meter van elkaar staan te zingen en zo goedbedoeld demonstreren
dat dat iets anders is dan als gemeente samen zingen.
Je kunt het ook met een paar zangers uit de cantorij of het kerkkoor
doen, als je die hebt, maar door dat te doen selecteer je, en maak je
zonder veel moeite je koor of cantorij kapot. “Waarom zij wel, waarom
ik niet?”
Ik snap dat de echte samenzang niet zomaar weer terug kan. Dan
wordt er zoveel lucht verplaatst van de een naar de ander dat een
eventueel virus zich daar juichend op laat meevoeren. Maar ik las ook
dat uit onderzoek blijkt dat zelfs bij een professioneel zanger met een
stevig volume de luchtstroom na een meter wel zo’n beetje is
opgehouden. Dus misschien valt het mee…
Hoe het ook zij, we kunnen nog lang niet terug naar een normale,
voluit zingende kerk. En ik vind dat we het nieuwe normaal, een kerk
zonder samenzang, vooral níet gewoon moeten gaan vinden… 

Klare taal
(6 juni 2020)

Duidelijke taal, daar hou ik van. Dat je begrijpt wat de spreker of
schrijver bedoelt. Zonneklaar. Dat je niet op het verkeerde been wordt
gezet, zoals wanneer iemand roept “Geen paniek!”. Dat kan hij best
echt zo bedoelen, maar het resultaat van zo’n oproep is meestal
tegengesteld aan die bedoeling.
Je hebt ook van die uitdrukkingen die je een paar keer moet lezen
voor je de betekenis door hebt. Als iemand zegt “niets is minder waar”
lijkt hij te bedoelen dat je de spijker op de kop slaat. Ik las laatst over
“een feit waarvan de betekenis onmogelijk onderschat kan worden.” Ik
ben er nog niet uit wat de schrijver bedoelt. Volgens mij vond hij het
een belangrijk feit, maar ik ben er niet helemaal zeker van.
Om teksten begrijpelijk te maken staan er soms plaatjes bij. Ik ben
niet zo van de plaatjes. Ik zie ze vaak niet eens. In onze kerk, toen we
nog diensten hadden, was er elke week een liturgie met voorop een
zorgvuldig uitgezochte foto, passend bij de inhoud van de dienst. Ik
zag dat vaak pas als ik er op gewezen werd…
In de krant staan vaak veelkleurige kaartjes en grafiekjes. Zoals over
corona-besmettingen en -verspreiding. Ik ben enigszins kleurenblind
en zie niet het verschil tussen de lichtpaarse, zachtroze, of lichtblauwe
lijnen in een diagram. Ik zie trouwens wel heel goed dat
Achtkarspelen en Loppersum de enige twee gemeenten zijn waar
geen corona is vastgesteld. Ze zijn spierwit op de landkaart!
Als je op de televisie naar het nieuws kijkt, of een praatprogramma,
moeten daar ook altijd beelden bij. Vaak hebben die helemaal niets
met het onderwerp te maken. Als het over corona gaat zie je mensen
met mondkapjes, en die leuke dokter met paardenstaart loopt al
maanden door het beeld als het over de zorg gaat.
Over klare taal gesproken. Ik zag weer Kamerdebatten. Er werd ook
over andere zaken dan corona gedebatteerd. De minister van
defensie moest zich (weer) verantwoorden voor burgerdoden bij het
bombarderen van een munitiefabriek in Syrië. Dat was in de tijd van
haar voorgangster. Het voelt wat knullig om de schuld op haar af te
schuiven, hoewel, afschuiven, het was wel háár ambtsperiode. En dus
draaide mevrouw Bijleveld heel lang om de hete brij heen. Het is niet
zo netjes om commentaar op je voorganger te hebben.
(Ik heb wel eens meegemaakt dat een leerling van me, wegens
roosterproblemen, incompatibilité d’humeur, of anderszins naar een
andere orgelleraar overstapte die vervolgens aan die leerling wist te
melden dat hij al die tijd maar beroerd had les gehad. Collegiaal is
anders.)
Op den duur kon de minister er niet meer onderuit iets over haar
voorgangster te zeggen. Dat werd haar niet in dank afgenomen, zeker
niet door de VVD, de partij van die voorgangster. Dat hoorde niet zo.
Nee, dat vond ze zelf ook, en daarom had ze er zolang omheen
gedraaid. En toen werd dát haar verweten. Zo is het dus nooit goed.
Vooral mevrouw Marijnissen was, als altijd, bijzonder fel. Zij ontving
onlangs de Klare Taalprijs. Ze schijnt de politica te zijn die het beste
te begrijpen is, met name voor jongeren. Zij is ook de enige die, als ze
in de Tweede Kamer het woord krijgt, voordat ze aan haar speech
begint ‘dankjewel’ tegen de voorzitter zegt. Ieder ander zegt
‘dankuwel’. Zal wel geen klare taal zijn. (Tja, de spellingcontrole
rekent dankuwel zelfs fout...)

Trinitatis
(20 juni 2020)

Ik weet nog dat meester het ons uitlegde. Dat God uit drie gedaantes
bestond. Zoals altijd na afloop van zijn uitleg vroeg hij of we het
snapten. Maar in plaats van blij te zijn met onze standaard afgerichte
reactie “Ja, meester!”, werd hij boos. “Dat kun je niet begrijpen!” riep
hij uit. Wij snapten dan weer niet waarom hij ons iets probeerde uit te
leggen dat kennelijk niet uit te leggen was, maar op die manier was de
Drie-eenheid wel voor eens en altijd in mijn systeem geïmplanteerd.
Het was zondag Trinitatis. De zondag van de drie-eenheid. Vader,
Zoon en Heilige Geest. Ik kreeg een liturgie onder ogen van een
gestreamde kerkdienst ergens in de regio. Er werd door een vijftal
mensen gezongen uit gezang 848, het vijfde couplet: “Eer aan de
Vader, Zoon en Geest, aan de drie-ene macht.” Voor de gelegenheid
was de tekst gewijzigd: “Eer aan d’ Eeuwige, Zoon en Geest / aan de
drie-ene kracht.”
Er zijn mensen die moeite hebben met een God als vader. Die maken
dan van God de Vader maar God de Eeuwige. Ik vind het best. Maar
Hij/Zij staat in zo’n lied dan wel in een lastige relatie met de Zoon.
Want die bleef ongewijzigd. Misschien iets aan doen in een volgende
versie.
Maar daar bleef het niet bij. Het woord ‘macht’ was gewijzigd in
‘kracht’. Ook in onze kerk zijn mensen die bezwaar hebben tegen het
woord ‘macht’. Die bidden in het Onze Vader (dat dan weer wel…)
luid en duidelijk gearticuleerd ‘kracht’!
Natuurlijk. Het woord macht vind ik ook een gevaarlijk woord. Mensen
met macht, het gaat maar al te vaak verkeerd. Alleen hebben we het
hier niet over mensen, maar over de Allerhoogste, mannelijk of
vrouwelijk, Eeuwige, Ene, Ongeziene. Als die ook al geen macht meer
heeft kunnen we er beter maar helemaal mee ophouden lijkt me.
Ik speelde eens in een andere kerk dan waar ik normaal gesproken
ben. We zongen ‘De eersten zijn de laatsten’. Al spelend schoot ik in
de lach toen ik de tekst langs zag komen: Die luidt: “God moge ons
behoeden / wij zien elkander aan / de broeder kent de broeder / als
een die voor moet gaan.” Maar op het liturgieboekje was achter de
beide broeders tussen haakjes het woord ‘zuster’ geplaatst: “de zuster
kent de zuster”. Tijdens de dienst hoorde ik overigens niemand (man
noch vrouw!) dat ‘zuster’ zingen. Het zou ook raar zijn, een zuster rijmt
namelijk niet op behoeden. (Broeder rijmt er ook niet heel mooi op,
maar dat is weer een ander verhaal.)
Ik had het liedboek niet bij me. Ik speelde van een akkoordenschema,
en had de liturgie voor mijn neus staan. Thuis toch eens even in het
nieuwe liedboek kijken. Hebben ze dat nou ter plaatse bedacht, of is
het de politiek van dat nieuwe boek? Dat bleek dus niet zo te zijn. De
liturgietyper had, ik neem aan op instigatie van de voorganger, die
een voorgangster was, de suggestie gedaan.
Dat gebeurde ook wel eens bij het oude Gezang 474, God roept ons
broeders tot de daad: van de broeders moest je dan als zingend
gemeentelid ‘mensen’ maken, waarbij ik het zal nalaten flauwe
grappen over die daad te maken. Gezang 474 is misschien daarom
ook wel niet meegegaan naar het nieuwe boek.
We draven altijd zo door in onze correctheid.

Lijsttrekker
(4 juli 2020)

Het is alweer een tijdje geleden. Job Cohen stond in de startblokken
om de PvdA lijst te gaan trekken. Op een vraag van Twan Huys wat
een halfje gesneden wit kost en hoeveel hypotheekrente we met zijn
allen aftrekken moest hij tot zijn schande het antwoord schuldig
blijven.
Toen vier jaar later Martijn van Dam de PvdA wilde gaan aanvoeren
had hij de prijs van het brood en de hoogte van de hypotheekschuld
even opgezocht en antwoordde grijnzend op de vragen daarover die
Matthijs van Nieuwkerk hem stelde. Een goeie grap. Vervolgens
maakte Matthijs zich kwaad dat zo’n politicus zich verlaagt tot het zich
voorbereiden op dergelijke vragen…
Ik zag het fragment, toevallig, terug bij een interview met Van
Nieuwkerk, die het achteraf niet zijn sterkste optreden vond. Ik had
ingeschakeld om alweer een nieuwe kandidaat lijsttrekker te zien. Niet
voor D66. Dat heeft Sigrid Kaag, en die torent zo hoog boven alles en
iedereen in D66 uit, door haar stijl, haar ervaring, haar eloquentie én
haar geslacht dat ze geen concurrentie krijgt. Ook bij de SP, de SGP
en de ChristenUnie is het al duidelijk.
Bij het CDA moet er nog gekozen worden. Het zou gaan tussen de
ministers Hoekstra en De Jonge. Maar Hoekstra doet niet mee. Hij
vindt zichzelf meer een bestuurder dan een politicus. Dat kan. Het
kwam hem op het verwijt te staan dat hij minachting heeft voor de
Tweede Kamer. Dat snap ik dan weer niet. Ik ken heel veel mensen
die voor heel veel dingen geschikt zijn, maar nou net niet voor het
Kamerlidmaatschap.
Hugo de Jonge is wel en van harte beschikbaar. Hij kreeg al snel
concurrentie van Mona Keijzer, Volendamse, en iemand die geen
probleem zou hebben met samenwerking met Forum voor Democratie
van Baudet. Beiden deelden desgevraagd mee ook beschikbaar te
zijn voor het premierschap voor het geval het CDA de grootste partij
zou worden.
Vervolgens diende kamerlid Helvert zich nog aan. De man komt uit
Limburg en het kost me altijd veel moeite om hem te verstaan. Maar
misschien mag ik dat wel niet zeggen in deze tijd waarin we vooral
niemand moeten dreigen te kwetsen. En misschien verstaat hij wel
weer geen knauwende Groninger, en misschien mag ik dat ook wel
niet zeggen, dat ‘knauwende’…
Op de valreep stelde ook Pieter Omtzigt zich nog beschikbaar. Ooit
onverkiesbaar, maar met voorkeurstemmen toen toch gekozen en
thans prominent CDA-kamerlid dat zich profileert bij alle
onverkwikkelijke zaken die de belastingdienst de laatste tijd zo in het
nieuws brengen.
Hij zat dus in die talkshow en ook hem werd gevraagd of hij
beschikbaar was als premier. Hij schutterde wat en vond de vraag
irrelevant want uitgaande van de peilingen had het CDA nog minimaal
een stuk of vijftien zetels nodig om in de buurt van de grootste partij te
geraken. En ze vragen Segers toch ook niet of hij minister-president
zou willen zijn.
Het werd Omtzigt kwalijk genomen door de presentator: “Als je
lijsttrekker wilt worden zul je toch ook aan allerlei politieke spelletjes
mee moeten doen…” Dat vond Omtzigt niet. En juist dáárom lijkt hij
mij de perfecte lijsttrekker voor het CDA. Hij kan dan straks als
fractievoorzitter vanuit de Tweede Kamer (want we kiezen in maart
een nieuwe Tweede Kamer, niet een kabinet!) de regering
controleren. Hetzij met premier Rutte, dan wel Kaag, dan wel
Hoekstra of De Jonge. Als regeringspartij of vanuit de oppositie. Op
de inhoud. En zonder spelletjes!

Excuses
(18 juli 2020)

“Zijn bloed kome over ons en onze kinderen,” riepen de Joden,
volgens Mattheus, naar Pilatus toen die niet goed wist wat hij met
Jezus aan moest en hem niet durfde te laten kruisigen. Ze kenden de
wet. In de Tien geboden gaat het over het ‘derde en vierde geslacht
van hen die mij haten’. Je kan dus zomaar worden aangesproken op
de daden van je overgrootvader.
Toen ik jong was lagen de wreedheden van de Tweede wereldoorlog
voor de generatie van onze ouders nog vers in het geheugen. Op
Schouwen-Duiveland, waar we toen woonden, kwamen in die tijd al
weer steeds meer Duitse toeristen. Ik hoorde nog regelmatig het
woord ‘moffen’ langs komen. En ‘geef me mijn fiets terug’. “En bij de
veerpont bij Zijpe proberen ze altijd voor te dringen!” Je kreeg als
vanzelf, ook als kind, een soort afkeer van onze oosterburen.
Maar niet alleen Duitsers kwam je tegen. We moesten als
Nederlanders ook weer met elkaar samenleven. Verzetshelden met
NSB’ers in hetzelfde dorp. Dat viel niet mee. Intussen zijn we een
halve eeuw verder. Het gebeurt nog wel eens, en je kan er ook niet
onderuit als je je plaatselijke geschiedenis kent, dat je iemand
tegenkomt waarvan je weet: zijn vader was fout in de oorlog. En
hoewel je het niet wil, denk je daar dan toch wel weer aan.
Toch is het niet zo dat we aan de kinderen en kleinkinderen van
NSB’ers nu vragen om spijt te betuigen over de daden van hun opa’s.
Of berouw te tonen of excuses te maken. Sterker nog: mensen die
anderen hun oorlogsverleden blijven nadragen wordt dat vooral
kwalijk genomen. Deze generatie kan er immers niets aan doen, de
oorlog is voorbij, we moeten weer verder!
Ook, dat is weer een ander verhaal, toen Máxima naar Nederland
kwam vonden we dat haar vader maar beter kon wegblijven, maar we
vonden ook dat we háár niet kwalijk mochten nemen wat híj op zijn
geweten had.
In dat licht vind ik het verbazend dat er in het debat in de Tweede
Kamer over racisme door sommige partijen zo ontzettend werd
gehamerd op excuses voor ons slavernijverleden. De regering had al
spijt betuigd, en het slavernijverleden betreurd, maar dat is niet
genoeg volgens sommigen.
Premier Rutte merkte op dat we ook de Spanjaarden niet vragen om
aan ons excuses te maken voor de Tachtigjarige oorlog. Wat we dan
weer wel doen is onze eigen voormannen uit die tijd de maat nemen,
en standbeelden van vermeende helden bekladden dan wel
neerhalen. Zelfs Ghandi bleek een racist en ook Churchill moest het
ontgelden.
We waren met vakantie in Engeland, en bezochten de kathedraal in
Exeter. Een prachtige kerk. We werden rondgeleid door een
enthousiaste kerkvoogd. Voor hij begon aan zijn verhaal vroeg hij of
het in het Engels kon. Wat ons betreft, de enige Nederlanders in het
gezelschap, kon dat wel. Als we Duitsers waren geweest had hij ook
een Duitstalige versie paraat gehad. Het was een enthousiast
verteller. Toen we aangekomen waren bij de kansel toonde hij ons het
houtsnijwerk. Daarin zat ook een afbeelding van Bonifatius. Hij
vertelde over diens zendingswerk en zijn noodlottig einde in Dokkum.
“And they’ve killed him!” riep hij uit terwijl hij grijnzend naar ons wees.
Dat was in 754, 1200 jaar voor mijn geboorte, dus ik voelde me niet
schuldig. Maar het kwam wel even hard aan…

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Loftrompet
(1 augustus 2020)


Een bijzonder lied. Ik herinner me dat de Community Singers uit
Groningen, een gigantisch jeugdkoor onder leiding van Chris van
Bruggen, het zongen op een aanstekelijke melodie. Toen ik het later
in het Liedboek (1973) tegenkwam, vond ik die melodie een stuk
minder mooi. En na een paar coupletten begint hij me altijd te
vervelen. Wisselzang, mannen, vrouwen, koor, kan dan een oplossing
zijn. Meestal zingen we het, als het al een keer op de liturgie staat,
dan ook niet helemaal.
Willem Barnard (1920-2010) schreef het naar aanleiding van een
oude Engelse hymne, op een al even Engelse volksmelodie. Zo
kennen we het, als gezang 737, nog: ‘Jeruzalem, mijn vaderstad’. Ik
vond ‘engelen op een rij als vogels in een boom’ een bijzondere regel,
en ‘Luther die zingt als een zwaan’, en ‘Bach die de hele dag de maat
mag slaan’, en ik ervaar vreemde klemtonen bij Siméon en Davíd.
En dan heb je het couplet over de ‘negers met hun loftrompet’
(misschien bedoelde Barnard wel Louis Armstrong, Satchmo?) en ‘de
joden met hun ster’. Je kon er op wachten dat iemand zou bedenken
dat dit toch wel heel discriminerende regels zijn.
Dat gebeurde al eens in 2016. Er was toen een remonstrantse
voorganger die zich er over opwond en ik las het verhaal van een
koordirigente. Zij ontdekte het toen ze het lied met haar koor ging
zingen op het moment dat de muziek op haar lessenaar stond. Die
had zich lekker voorbereid op de repetitie, vond ik toen. Je bekijkt toch
thuis van tevoren even wat je met je koor ´s avonds gaat zingen. Ik
zou overigens niets liever doen dezer dagen dan mij voorbereiden op
de koorrepetitie, maar dat zit er nog steeds niet in met die
vermaledijde corona.
Terug naar Barnard, die in zijn jonge jaren dichtte onder het
pseudoniem Guillaume van der Graft. Hij sprak altijd graag over ‘de
dienst van het lied’. Die dienst beoefenen we ‘samen’, in tegenstellig
tot de ‘verbi divini minister’, de bedienaar van het woord, die het vaak
solo doet. Het gezamenlijke, het verlangen, met zijn allen, naar
Jeruzalem, las hij in het oorspronkelijke, laatmiddeleeuwse
‘Hierusalem my happie home’. En hij zag er ook het nieuwe
Jeruzalem uit Openbaring 21 en 22 in.
In zijn eigen hertaling voegde hij de coupletten 18, 19 en 20 toe met
Luther en Bach, (in de Middeleeuwen waren ze er nog niet,) bij uitstek
vertegenwoordigers van de kerkmuziek!
Als hij in couplet 19 de ‘negers met hun loftrompet’ noemt en de
‘joden met hun ster’ wil hij natuurlijk verwoorden dat er in het nieuwe
Jeruzalem een einde komt aan discriminatie, aan antisemitisme. Daar
zal alles goed zijn! Ook niemand meer arm, niemand meer achterop
gezet. Maar dan moet je het wel in zijn context willen zien. Dan moet
je het hele lied zingen of lezen, alle 21 coupletten. En ja, inderdaad,
de dingen worden bij hun naam genoemd. Geen blad voor de mond.
Ik heb trouwens de ervaring dat we, waarschijnlijk daarom, sowieso
die negers en die joden altijd al overslaan. Maar ze staan er wel.
Overigens schijnt er contact te zijn met de erven Barnard over een
hertaling van het lied, ik neem aan alleen van de gewraakte
coupletten. Die wordt dan via de website van het Liedboek verspreid
en kan in een volgende herdruk worden opgenomen. Alsof je als
kerklid om de zoveel tijd je liedboek zou inruilen voor een nieuw
exemplaar…

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA