recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Van de columns van 2004 tot en met 2018 verschenen in de
loop der jaren verschillende verzamelbundels.
Zie de pagina BIBLIOGRAFIE

Voor de laatste, met de columns van 2019 t/m 2022
zie Met de kennis van nu

De columns vanaf 2023 verschijnen wellicht t.z.t.
in een nieuwe bundel...


 

Geld en macht

(18 januari 2025)

 

Het is al lang geleden. De tijd dat fanfares nog regelmatig door ons
dorp in Zeeland marcheerden. Voorop liep de tamboer-maitre die
allerlei ingewikkelde trucs uit haalde met zijn stok, waarbij die
trouwens ook wel eens, tot grote hilariteit van het publiek, uit zijn
handen viel. Ik heb er ook wel om gelachen. Maar toen ik later
trommelde bij de wandelclub gebeurde het mij ook regelmatig dat mijn
trommelstokjes uit mijn handen glipten. Ondanks reepjes ruw
plakband, of niet al te gladde handschoenen. Ook toen zorgde dat
voor groot vermaak bij het publiek, iets minder bij mezelf.
In de buurt van de tamboer-maitre marcheerde een meneer die geen
uniform aan had. Hij droeg zijn zondagse pak en genoot zichtbaar. Ik
begreep als klein jongetje niet wat hij daar deed, maar pa vertelde dat
dat de voorzitter van de vereniging was. Hij blies niet, maar hij
bestuurde wel.
Een ander verhaal, iets minder lang geleden. Als kerk heb je allerlei
mensen in je ledenbestand. Van kerkenraadsleden en trouwe
kerkgangers tot mensen aan de rand. In de gereformeerde kerk waren
er belijdende leden en doopleden, in de hervormde kerk ook nog
geboorteleden. Er was een vergadering over het beroepen van een
predikant. Heel wat kerkleden waren komen opdagen en ook een paar
mensen die je ’s zondags in de dienst nooit zag. Eén van hen had ook
nog eens het hoogste woord, en was het niet eens met de voordracht
die de beroepingscommissie had gedaan. Hij had veel bezwaren
tegen de kandidaat. Ik vroeg me af waar hij zich, als niet bepaald
meelevend kerklid, druk om maakte, en wat we daarmee moesten,
maar mijn buurman hielp me uit de droom: hij komt zelden in de
dienst, maar hij betaalt wel een beste kerkelijke bijdrage. Dat was
kennelijk de reden om wel degelijk met zijn wensen rekening te
houden.
Van toen naar nu. Ik las een klein berichtje in de krant. Het ging over
Elon Musk, die zich had opgeworpen als gigantische donateur van de
Reform UK, een rechtse partij in Groot-Brittannië, en haar partijleider
Farage. Maar hij dreigt zijn donatie in te trekken omdat hij het
leiderschap van Farage niet meer steunt, nu die het gewaagd had
kritiek te hebben op een van Musks vele twitterberichten.
Je vraagt je af waar Musk zich mee bemoeit. Hoezo, als Amerikaan
een partij in Groot-Brittannië met vele miljoenen steunen?
Maandag wordt Trump geïnstalleerd als nieuwe president in Amerika.
Hij heeft een regering gevormd van allemaal schatrijke ministers, die
met hun geld de macht over het land gaan uitoefenen. Niet alleen
over het eigen land: Ze willen Groenland kopen, ze willen het
Panamakanaal, ze willen Canada, kortom, ze hebben snode plannen,
en dankzij hun miljarden denken ze die misschien nog wel eens ten
uitvoer te kunnen brengen ook.
Zo’n stoere voorzitter van de muziekvereniging was een onschuldig
en wat sneu fenomeen. Dat kerklid die met zijn kerkelijke bijdrage
invloed meende te moeten hebben vond ik al iets minder onschuldig.
Maar de huidige ontwikkelingen op het wereldtoneel, hoe met geld
macht wordt gekocht, lijken me werkelijk levensgevaarlijk.
Het is duidelijk: 2025 is begonnen…

 

Beeldvorming

(1 februari 2025)

Ik zag ze fietsen, niet helemaal zeker of ze ook trapondersteuning
hadden. Het waren twee al wat oudere mensen, hoewel ik het woord
‘oudere’ tegenwoordig anders beleef dan pakweg twintig jaar geleden.
Even later was ik getuige van een jeu de boules wedstrijd. Nee, dat
klopt niet helemaal, het was maar een kort beeld, ik zag welgeteld één
speler een bal gooien, maar die kwam wel mooi bovenop het kleine
balletje terecht; ik neem aan dat dat ook de bedoeling was.
Het duurde maar even of ik zag een terras waarop twee mensen aan
de koffie zaten. Ook zij waren niet meer de jongsten, maar zaten wel
met hun hoofden over hun telefoons gebogen. Het waren dus best
moderne mensen, zou je kunnen zeggen.
En daarna waren we bij mensen thuis, waar de heer des huizes de
krant zat te lezen. Het was een papieren krant, niet zichtbaar was
welke krant het was. Ik las toevallig trouwens onlangs in een interview
met een krantenspecialist dat de papieren krant niet meer zo lang te
gaan heeft. Hij vermoedde dat het met een jaar of vijf wel afgelopen
zou zijn. Tegen die tijd zijn wij zelf dus ook verplicht gezellig samen in
onze telefoons het nieuws tot ons te nemen. Hoe het moet met de
dagelijks sudoku en zijn creatieve varianten is een ander verhaal.
Maar dit, over die krant dus, allemaal terzijde.
Waar het mij om gaat zijn die fietsende, jeu de boulende,
koffiedrinkende en kranten lezende mensen. Die kwamen binnen een
minuut langs in een praatprogramma. Het ging over het idee van NSC
om een referendum te houden over het nieuwe pensioenstelsel
waarover door regering en parlement een kleine twintig jaar is
gesproken, vergaderd en onderhandeld en dat met grote meerderheid
op democratische wijze is aangenomen. Het is in zo’n programma dan
blijkbaar niet genoeg dat mensen die er verstand van hebben hun
verhaal houden, er moeten altijd plaatjes bij. En dat worden dan, in dit
geval, wat sneu overkomende pensionado’s.
Ooit ging het in een uitzending over Delfzijl, de vergrijzing en de
achteruitgang van de voorzieningen. Het praatje werd geïllustreerd
met beelden van een haveloos winkelcentrum, en een clubje mensen
bij een stuk of wat rollators. Dat het winkelcentrum zo haveloos was
kwam omdat het binnenkort gesloopt zou worden, en die rollators
stonden voor het bejaardentehuis. Zo worden we gemanipuleerd met
beelden.
En in het geval van de discussie over het pensioenstelsel word je
volledig afgeleid van de inhoud door de stompzinnige plaatjes.
Over die inhoud gesproken: hoe kun je nou een serieus referendum
houden over een onderwerp waar deskundigen al jarenlang over
hebben, ik zei het al, gesproken, vergaderd en onderhandeld. Wat
wordt de vraag dan? De uitslag wordt dan bepaald door mensen op
basis van hun intuïtie, waarschijnlijk hun idee wat het betekent voor
de eigen portemonnee, maar niet door hun kennis van de materie.
Overigens werd in hetzelfde programma de presentator uitgedaagd
het stelsel in één minuut uit te leggen, want dat scheen hij te kunnen.
Hij ratelde een onnavolgbaar verhaal, en het ging daarna meer over
het feit dat het in 55 seconden gelukt was, dan over wát hem nou
gelukt was. Ik was niks wijzer geworden.

De vrouw in het ambt

(15 februari 2025)

 

Bij ons in de kerk drinken we altijd koffie na de dienst. Er was een tijd
dat dat wat mij betreft gepaard ging met een sigaar, aangestoken aan
de paaskaars, en genoten op een grafsteen in de kerktuin. Toen in
coronatijd kerkdiensten taboe waren, zijn er in Nederland onderzoeken
gedaan naar wat de kerkgangers het meeste misten. Dat bleek vooral
die koffie te zijn, en daarnaast het zingen en de muziek. De preek
werd niet bepaald als het grootste gemis ervaren, dit tot teleurstelling
van de vele voorgangers die daar week in week uit heel veel energie
in stoppen. Het was trouwens qua muziek een gouden tijd: we hadden
diensten zonder kerkgangers met liederen die instrumentaal moesten
worden uitgevoerd en aldus veel mogelijkheden boden tot mooie
orgelbewerkingen. Later deden we het met een klein clubje zangers,
de crème de la crème uit de cantorij.
Na de koffie is er de afwas. Ik rook al een tijd niet meer, zit dus ook
niet meer op de grafsteen en heb dus alle tijd om mij nuttig te maken
bij het afwassen dan wel -drogen van alle thee- en koffiekopjes.
Regelmatig gebeurt het dan dat een vrouwelijke kerkganger die dat
ziet mij complimenteert: “Nee maar, een man aan de afwas!”,
daarmee bevestigend wat zo vaak als een probleem wordt ervaren:
de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.
De vrouw die achtergesteld wordt bij de man, en nog steeds
(onderzoeken tonen dat aan!) minder verdient. Ik begrijp dat nooit.
Mijn vrouwelijke collega’s zaten in de zelfde loonschaal als ik, en
volgens mij geldt dat voor heel veel beroepen. “Het onderzoek heeft
‘de deeltijdfactor’ er al uit gefilterd.” Lijkt me logisch: als je minder
werkt verdien je ook minder. En dan is later je pensioen ook lager
(want vrouwen krijgen ook minder pensioen, is onderzocht!).
Probleem is niet zozeer dat vrouwen minder verdienen, maar dat ze
minder carrière maken, omdat ze er soms een tijdje uitgaan bij
zwangerschap, en dus later hun top bereiken dan hun mannelijke
collega’s die bij zwangerschap gewoon door kunnen werken. En ze
schijnen ook minder stevig te onderhandelen bij salarisbesprekingen,
maar ik ken ook veel mannen die niet kunnen onderhandelen.
Een ander probleem speelt momenteel in de Christelijke
Gereformeerde Kerken: De vrouw in het ambt. Hier en daar vindt men
nog steeds, mét Paulus, dat ze moet zwijgen, maar er zijn ook
plaatselijke kerken waar vrouwen wel diaken, ouderling of voorganger
mogen zijn. Het gaat er heftig aan toe, en in de krant (niet op het
Journaal of bij Hart van Nederland!) zie ik foto’s van vergaderende
mannen die koffie krijgen aangereikt van hun vrouwelijke
geloofsgenoten. Het heeft iets koddigs, maar ook iets treurigs. En
daar waar vrijgemaakten binnen en buiten verband elkaar weer
gevonden hebben, dreigt bij de Christelijke Gereformeerden een
kerkscheuring.   
In onze kerk hoeft de vrouw niet te zwijgen. Op het preekrooster van
dit jaar is de stand man-vrouw 28-33, en in de kerkenraad zitten
vooral vrouwen. Ook in de cantorij zijn ze in de meerderheid. Veel
kerken zouden het niet eens redden zonder de inbreng van de vrouw!
Ik zou daarom, maar niet alléén daarom, met het oog op de toekomst
maar eieren voor mijn geld kiezen, en vrouwen heel snel toelaten tot
alle ambten, inclusief koffieschenken en afwassen!

 

Nog eens de vrouw

(1 maart 2025)

 

Vorige keer had ik het over de vrouw in het ambt en en passant kwam
de afwas na de kerkdienst aan de orde. Ook op de cantorij drinken we
koffie, en ook die kopjes moeten worden afgewassen. Als dirigent voel
ik me bepaald niet verplicht, maar ik zag laatst de koster alleen bezig
en pakte de theedoek. Een vrouwelijk koorlid greep direct naar haar
telefoon en wilde het tafereel vastleggen. “Twee mannen aan de
afwas!”, riep ze, hetgeen voor mij aanleiding was de theedoek neer te
leggen en uit beeld te lopen, intussen worstelend met de vraag wat
nou belangrijker was: dat de kopjes werden afgedroogd of dat ik met
mijn theedoek liever niet in de nieuwsbrief van de kerk zou
verschijnen met een tekstje over de geëmancipeerde man, die
trouwens met zo’n foto bepaald niet als een echte geëmancipeerde
man zou overkomen, net zoals bijvoorbeeld een wethouder die achter
de vuilnisauto gaat lopen om te laten zien dat hij ook maar een
eenvoudige burger is, dat dus juist niet is. Hij doet dat één keer, die
theedoek bedien ik dagelijks, zonder ooit gefotografeerd te worden.
De koster loste het dilemma op: “Als je ze laat staan zijn ze morgen
ook droog.”
Ik deed mijn jas dicht, en toog huiswaarts na weer een heerlijke
koorrepetitie. Nadenkend over het voorval vroeg ik me af hoe
belangrijk het nou helemaal was. Eigenlijk maar een nietszeggend
hobbeltje in vergelijking met de problemen in deze wereld. Net als
laatst, opwinding onder politici. De oppositie had het voor elkaar
gekregen de Btw-verhoging op kunst en boeken te voorkomen, en er
was nu door de regering een oplossing bedacht. Het hoge Btw-tarief
met 0,4 % omhoog. Den Haag was te klein. “Alles is al zo duur!”
Let wel, het ging om het tarief van 21 %. Dat zou dus 21,4 worden.
Ofwel: Een product van € 121,00 wordt met het nieuwe tarief € 121,40
(in werkelijkheid dus 0,33% erbij). Je moet er toch niet aan denken:
Elke duizend euro wordt 3,33 euro duurder! 10.000 wordt 10.033…
Misschien is het wel tekenend voor de tijd. Politiek bedrijven door
hoog van de toren te blazen, grote woorden te gebruiken en hakken in
het zand te zetten om een kleinigheidje.
Ik las, schrijvend aan mijn verhaal over de vrouw in het ambt, ook
over leiderschap en dat alle ellende in de wereld wordt veroorzaakt
door mannelijke leiders. Vrouwen zouden het, gezien hun vrouwelijke
eigenschappen, veel beter doen. Iemand wierp tegen dat, om maar
eens wat te noemen, Marjolein Faber, Fleur Agema of Caroline van
der Plas toch ook aardig tekeer kunnen gaan, hun planken van dik
hout zagen, en niet terugdeinzen voor een potje overdrijven.
“Ja maar dat komt omdat ze mannelijk leiderschap proberen te
imiteren…”
Zo lust ik er nog wel een. En de volgende vraag is dan wat mannelijk
leiderschap inhoudt. Heren als Poetin en Trump zou ik daar bepaald
niet van willen betichten. Ze doen heel stoer maar in hun gedrag zijn
het net kleine kinderen, nog niet in staat of bereid om verder te kijken
dan hun eigen persoonlijke egoïstische belang. Aan de ander denken,
jezelf voorbij, dat leer je pas als je volwassen wordt; dat heeft ook met
beschaving te maken.
Het is alleen wel in- en intriest wat voor gevolgen al die
kinderachtigheid heeft.

 

Definities

(15 maart 2025)

 

We hadden een theoloog des vaderlands, een dichter des vaderlands,
en nog wel meer lieden die in een bepaalde categorie ons land
vertegenwoordigen. Maar de term ‘des vaderlands’ deugt niet meer.
De theoloog en dichter zijn nu gekoppeld aan ‘de Nederlanden’. Want
we moeten uitkijken met een al te patriarchaal taalgebruik, zeker voor
een dichter, die je trouwens geen dichteres mag noemen, en ook de
vrouwelijke theoloog mag geen theologe heten. Bij de pastoraal
werker snap ik het nog. De vrouwelijke equivalent doet toch meer
denken aan het schoonmaken van het toilet dan aan een
bemoedigend pastoraal gesprek. Maar ook deze opmerking komt
natuurlijk voort uit een soort vooringenomenheid over eigenschappen
die bij bepaalde genders horen. Ik zeg met opzet ‘genders’, en niet
‘sekses’, want op de een of andere manier voelt het woord ‘sekses’
ook niet goed…
Het is een kwestie van definiëren, en daar wilde ik het over hebben.
En de aanleiding daartoe is het woord ‘plagiaat’.
Al mijn hele werkzame leven bewerk ik liederen en zo af en toe schrijf
ik zelf wat noten bij een tekst. Componeren zou je dat kunnen
noemen. Een steeds terugkerend dilemma in zo’n proces is dat je iets
nieuws gemaakt hebt, maar dat het je dan toch bekend voorkomt. Zo
van ‘het lijkt ergens op’. Dat kan iets zijn wat je zelf al eerder maakte,
maar het kan ook een muziekje van iemand anders zijn, en als dat
laatste het geval is heet het ‘plagiaat’. Ook als het onbewust gebeurde
- wat heel goed kan, want er tollen nogal wat noten in ’s mensen
hoofd rond - kun je dan een proces aan je broek krijgen, vooral als je
muziekje succes heeft.
Ik had ooit een koor met een koorlid dat in veel van mijn muziek iets
meende te herkennen. In zijn beleving leek het vaak ergens op. Maar
dan ongeveer op het niveau van “De stoomboot lijkt op het Wilhelmus,
want de eerste twee noten zijn hetzelfde...” Mijn streven was om er
voor te zorgen dat mijn muziek nergens op leek…
Aan de andere kant: lang geleden, toen ik muziek studeerde, was bij
muziekgeschiedenis een examenopdracht om van een stuk muziek
(dat je niet kende) te bepalen wie de componist was. Zo’n opdracht
kon alleen maar gegeven worden omdat elke componist min of meer
herkenbaar is aan zijn manier van schrijven. Al zijn composities
hebben blijkbaar dingen die lijken op andere werken van dezelfde
componist.
Vorige week werd ons songfestivallied bekend. Het lekte uit, wat dat
dan ook zijn mag voor een lied, maar toen de ophef daarover voorbij
was, was er vooral enthousiasme. Toen we het voor het eerst
hoorden herkenden we iets, maar wisten niet precies wat. Al neuriënd
en zoekend naar de tekst kwamen we uit op ‘I will survive’ van Gloria
Gaynor. Je zou kunnen zeggen dat het er op leek, je zou ook kunnen
zeggen dat het precies hetzelfde was. En dat heet dan plagiaat. Een
van de zelfbenoemde songfestivalkenners die het lied besprak
noemde het “heel verstandig dat de componist een herkenbaar
akkoordenschema had gebruikt…” Toch weer een heel andere
definitie van plagiaat dan die ik mijn hoofd had.
Ik schrijf dit op 28 februari. U leest dit een paar weken later. Geen
idee of de actualiteit mijn menig bevestigt of tegenspreekt. Wat wel
vaststaat is dat Claude ons land gaat vertegenwoordigen: hij is de
songfestivaldeelnemer der Nederlanden.

 

Je best doen

(29 maart 2025)

 

Bij ons op de lagere school kregen we in klas zes, de tegenwoordige
groep acht, muziekles van de bovenmeester. Dat is een ouderwets
woord. Bovenmeesters zijn intussen directeuren geworden, maar hij
hechtte erg aan de term bovenmeester. Als hij zijn sigaren was
vergeten kreeg ik soms de opdracht naar “de bovenmeesterwoning te
lopen” en zijn vrouw naar zijn sigaren te vragen. Het huis stond naast
de school, en het was een eer zo’n opdracht te mogen uitvoeren. Ik
genoot van de jaloerse blikken van klasgenoten en kinderen in de
andere klassen die Keesje Steketee doodgemoedereerd naar buiten
zagen kuieren. Meester rookte zijn sigaren gewoon in de klas. Maar
niet tijdens de muziekles. Want dan speelden we onder zijn leiding
met zijn allen op de speciaal aangeschafte blokfluiten. Iedereen deed
zijn best, maar de een lukte het beter dan de ander, en je zou kunnen
zeggen dat het niet allemaal even zuiver klonk. In mijn herinnering
hebben we dat gefluit ook zeker niet het hele jaar volgehouden. In
muziekschoolkringen circuleerde niet voor niets een raadseltje: wat is
erger dan een blokfluit? Het antwoord laat zich raden: twee
blokfluiten. Kan je nagaan hoe een klas vol klinkt.
Meester speelde ook orgel, in zijn kerk, de Gereformeerde Gemeente,
maar ook in de klas, op het harmonium. Elke dag begonnen we, pas
na het gebed natuurlijk, met een lied. Soms, als de koningin jarig was
geweest, of prins Bernhard, het Wilhelmus, maar meestal een psalm.
Sommige kinderen zongen uit Petrus Datheen, anderen, zoals de
Steketeetjes en andere ‘gewone’ gereformeerden of hervormden
zongen de berijming van 1773. Dat kon allemaal! Bij Psalm 42 begon
meester in F (wat ik nu hier vermeld, maar toen nog niet wist) en ging
tussen de vierde en vijfde regel een toon omhoog. Dat gaf een
enorme impuls! Ikzelf maakte voor de Kerst ooit een bewerking van
Ere zij God (want, zo werd me verzekerd, Kerst is geen Kerst als we
Ere zij God niet zingen!) waarin we bij de reprise, als het Ere zij God
weer wordt aangeheven, een kleine terts omhoog gingen. Ook dat
had een enorme impuls moeten geven, ware het niet dat de
kerkgangers het niet verwachtten. In plaats van een intensivering van
het kerstgevoel klonk er meer een soort van verbazing in de
gemeentezang.
Komende maand is het Koningsdag, en de week daarna hebben we
vier en vijf mei. Vier mei op zondag. Benieuwd of we in de kerk het
Wilhelmus gaan zingen.
Dat was ooit mijn debuut als begeleider. Ik speelde een zetting uit het
boek ‘Harmonium Allerlei’. Die begon met een unisono inzet, de
melodie zonder akkoord eronder. De kerkgangers zetten pas in toen
ik de tweede toon speelde, en het werd een janboel. Pa, die naast me
zat, schoof me van de orgelbank en nam het over. Tegenwoordig lukt
het me beter. Ik kreeg laatst, toen ik ergens gastorganist was, een
compliment, zo leek het: “Wat fijn dat u zo’n gave heeft gekregen!”
“Maar ik doe ook erg mijn best!” antwoordde ik.
Dat deed ook vast dat blaasorkest in Nepal dat het Wilhelmus ten
gehore bracht bij het staatsbezoek onlangs. Ik moest denken aan
onze klas vol blokfluiten. Het bewuste orkest had wel héél veel
klarinetten. En dat kon je horen ook. Onze koning hoorde het ook, en
reageerde desgevraagd ad rem en sympathiek: “Een muzikale
interpretatie is aan de kunstenaar zelf!”

 

We hebben een wet

(12 april 2025)

 

Wir haben ein Gesetz, und nach der Gesetz…’.
Een bekend zinnetje uit de Johannes Passion, op haast vrolijke,
swingende muziek van Bach. Het staat in Johannes 19:7 : Wij hebben
een wet die zegt dat hij moet sterven… Zo op weg naar Pasen, in de
veertigdagentijd speelt dat zinnetje regelmatig door mijn hoofd. Zeker
als we op een mooie donderdagmorgen naar Kampen vertrekken om
mee te werken aan de continue kerkdienst die daar wordt gehouden.
Dit om te voorkomen dat de familie Babyants het land wordt uitgezet,
teruggestuurd naar Oezbekistan, waar trouwens twee van de drie
kinderen nog nooit geweest zijn: ze zijn in Nederland geboren. Elf jaar
verblijft de familie inmiddels in Nederland.
We hebben een wet die zegt dat een kerkdienst, een
godsdienstoefening, niet zomaar verstoord mag worden, In de
grondwet staat dat “ieder het recht heeft zijn godsdienst of
levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te
belijden”. In het geval van kerkasiel betekent dat, dat er, zolang er
maar een kerkdienst bezig is, weinig kan gebeuren. Al zou je je, als
overheid, kunnen afvragen of een maandenlang voortdurende
kerkdienst wel echt een kerkdienst is. Niemand is toch continu, 24/7,
bezig zijn geloof te belijden? Het is natuurlijk ook een soort van truc…
De Open Hof in Kampen biedt sinds 21 november 2024 onderdak aan
de familie Babyants. Sinds die tijd wordt er ook zo’n steeds maar
voortdurende kerkdienst gehouden. Voorgangers uit het hele land
nemen een dagdeel voor hun rekening om die godsdienstoefening
echt, letterlijk, gaande te houden. Zo ook een drietal Huizinger
voorgangers, die me vroegen mee te gaan. Want uiteraard geen
kerkdienst zonder organist….


 

Door mijn “ja, natuurlijk, allicht, is goed” zou ik, zo schoot door me
heen, een soort van actievoerder worden, maar dan niet vastgeplakt
op een asfaltweg onder de dreiging van een arrestatie wegens
ordeverstoring, maar langdurig op de orgelbank van een heerlijk Van
Vulpen orgel waar ik zou mogen doen wat ik het liefste doe: muziek
maken, orgel spelen, zingende mensen begeleiden. En ik zou vast
niet met een waterkanon achter het orgel vandaan gespoten worden.
En ja, toen het zover was voelde het goed, het speelde prettig en ik
ervoer het niet echt als actie voeren…
De voorgangers gingen voor en waren, mét een enkele passant,
elkaars kerkgangers. “Liebster Jesu, wir sind vier!” dacht ik. We
deelden brood en wijn, spraken, luisterden, baden en zongen.
Je zou kunnen aanvoeren dat een gezin dat hier asiel aanvraagt maar
dat niet krijgt gewoon het land uit moet. Makkelijk zat. Alleen het
probleem is de lange tijd tussen aanvraag en uitspraak. Dat duurt vele
jaren. De familie Babyants woont in afwachting van de uitspraak al zo
lang in Nederland dat ze in feite gewoon Nederlands zijn geworden.
En kinderen die hier geboren zijn kun je moeilijk ‘terug’ sturen; er valt
gewoon niks terug te sturen. Ze horen hier.
Ik begreep dat er door de overheid is beloofd dat de procedures korter
zouden worden. Maar dat dat niet gebeurd is. En dus vind ik het
terecht dat we proberen te zorgen dat de familie kan blijven. Het is wel
de vraag hoelang je zo’n godsdienstoefening vol houdt. Volgens
minister Faber houdt het vanzelf een keer op. Dat zou best kunnen.
Maar wat de kerk in Kampen betreft niet voordat is beloofd dat ze
mogen blijven. En tot die tijd gaat de kerkdienst door, inmiddels al
bijna vijf maanden.

 

Het was Pasen

(26 april 2025)

 

“De Heer is waarlijk opgestaan!” Het is de titel van een lied van Hanna
Lam. Ze schreef vele tientallen bijbelliederen voor kinderen. Wim ter
Burg maakte de muziek en over het algemeen waren het mooie
versjes, duidelijk van structuur met alvast een beetje een eerste
gewenning aan kerktoonsoorten er in. Er zijn wel mindere
kinderliedjes zal ik maar zeggen..
“Maar je moet er niet te veel achter elkaar horen…” zei iemand er
eens relativerend over. Dat was ik met hem eens, hoewel het ook wel
een beetje een open deur was: het geldt namelijk misschien ook wel
voor psalmen, voor gezangen, Top-40 hits en vast ook voor
doedelzakmuziek, om maar eens een dwarsstraat te noemen. Nog
veel meer zaken gaan trouwens vervelen als je er teveel van achter
elkaar krijgt, of het nou om sigaren, borden patat of om de
mogelijkheid tot uitslapen gaat.
Ooit, in 1983, schreef ik in een ambitieuze bui zelf muziek bij het
Paasevangelie. Midden in het paasverhaal had ik een evangeliemotet
van Willem Vogel geplakt (trouwens ook zoiets: heel mooi, maar niet
te veel achter elkaar) met de tekst uit Marcus “Weest niet ontsteld,
niet hier is hij, opgestaan is hij,” waarin vervolgens de vrouwen wordt
opgedragen de opstanding te gaan vertellen aan de discipelen en aan
Petrus.
Willem Vogel had braaf, nou ja, een beetje aanstellerig, die Petrus in
de derde naamval gezet, en er Petro van gemaakt. Natuurlijk zong
geen enkel koor dat. De man heette immers Petrus, en als je een
Willem Vogelmotet zong was dat voor de kerkgangers sowieso al
wennen, ook zonder die Petro er in…!
Trots was ikzelf op de canon die ik had gewrocht: “Weest niet
bevreesd, gaat heen en bericht mijn broeders dat zij naar Galilea
gaan, en daar zullen zij mij zien!”
Aan het slot zong het koor, op de melodie van het Hanna Lamliedje:
“De Heer is waarlijk opgestaan”, en daarachteraan had ik een
halleluja geschreven, en nog eens één en daarachteraan weer een
amen. Achter zo’n tekst hoort tenslotte een uitroepteken!
In 1985 werd er een elpee gemaakt waarop ook dat Paasevangelie
werd opgenomen. Helaas voor de grammofoonplaat veroverde snel
daarna de cd ons land en werd het draaien van platen een hobby van
wereldvreemde dan wel ouderwetse mensen. Wat overigens intussen
ook geldt voor het luisteren van Cd’s…
In verband met de auteursrechten had ik Buma/Stemra keurig
doorgegeven dat het Paasevangelie niet van mij alleen was, maar dat
daar ook een gedeelte Willem Vogel en, jawel, één regeltje Wim ter
Burg in zat. De Buma deed vervolgens niet moeilijk en deelde de
rechten gewoon in drieën, zodat de heer Ter Burg voor zijn acht noten
net zoveel kreeg als ik voor mijn 10 minuten muziek! Hij zal wel
verbaasd geweest zijn.
“Eerlijk duurt het langst om rijk te worden” zei mijn gymnastiekleraar in
Zierikzee altijd al, en hij had gelijk.
Dit jaar zongen we uit Marcus, in de vertaling van de Vlaming Van
Bladel. Niet alleen op Pasen zelf, maar ook op Palmpasen en Goede
Vrijdag. En ook nog op Witte donderdag, met het Laatste Avondmaal,
waarover verteld wordt dat Petrus, toen hij de herberg reserveerde,
om een tafel voor 24 personen vroeg.
“Hoezo,” vroeg de herbergier, “jullie zijn toch met zijn twaalven?”
“Ja, klopt, maar we zitten graag met zijn allen aan één kant. Voor de
foto!”
Het koor had het er maar druk mee...

 

Uitgeleend

(10 mei 2025)

 

Het was in december. Het was een oude collega, en nog ver voor de
tijd van E-mail, Whatsapp, of Signal. Ik kreeg een briefje van hem. Ik
weet niet precies meer hoe het ging. Wel dat het begon met: “Amice,
nu het jaar zijn einde nadert lijkt het me een goed moment om schoon
schip te maken. Volgens mijn administratie ben je nog in het bezit van
mijn boek…” Ik had blijkbaar een boek van hem geleend, en was er
nog niet aan toe gekomen het te retourneren. Kennelijk hield hij zijn
uitleenadministratie goed bij, en ik kan me zo voorstellen dat ik niet de
enige was die, met het uitzicht op het nieuwe jaar, zo’n briefje in de
bus vond met de aansporing het nieuwe jaar met een schone lei te
beginnen.
Uiteraard leverde ik per ommegaande het boek bij hem in. Ik wist nog
welk boek het was. Dat scheelt natuurlijk. Ik weet, uit diezelfde tijd, dat
ik een elpee in de kast had staan, die ik ook niet zelf gekocht had,
maar van iemand geleend. Het was de elpee “Sketches on Bach” van
Chris Hinze, met onder anderen een heerlijke bewerking van ‘O Haupt
voll Blut und Wunden’. Ik had geen flauw idee meer wie de eigenaar
was, en ik hoop ook niet dat hij of zij dit nu leest en hem alsnog komt
ophalen: met het verschijnen van de Cd is de elpee, samen met vele
honderden soortgenoten, verdwenen naar de kringloop.
Zo ook die dubbelelpee met het live concert van Simon and
Garfunkel, die ik had uitgeleend aan een bevriend stel. Zij hadden
hem achter in de auto, op de hoedenplank, laten liggen, en in de zon
was de vorm van de plaat zodanig veranderd dat afspelen op een
platenspeler niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Ik kreeg de
plaat nieuw van hen. Ook die is later vervangen door een Cd, en
inmiddels door een DVD.
We hadden een Cd met een Nederlandse uitvoering van de Matthäus
Passon. Niet zomaar een Nederlandse vertaling zoals bijvoorbeeld
van Ria Borkent, maar meer een hertaling, een heel nieuwe tekst van
Jan Rot. Enthousiast als we er over waren, (vooral over de sopraan
die zingt: ‘Pontius, toon nu toch eens een keer een beetje karakter!’)
lieten we hem horen aan iedereen die bij ons binnen kwam. We
vonden het heel bijzonder. Eén van de luisteraars was zo enthousiast
dat hij de Cd wel wilde lenen. En dat kon natuurlijk.
Probleem was alleen dat we een paar maanden later niet meer wisten
wie dat geweest was. Voorzichtige mailtjes en appjes zo links en
rechts (“heb je misschien een cd van ons geleend?”) leverden niets
op, en we vermoedden verder door het leven te moeten zonder de
Matthäus van Jan Rot, want hij was niet meer leverbaar. Op bol.com
was hij wel te koop, maar daar vroegen ze er een belachelijke 120
euro voor.
Toevallig keek Gera, op zoek naar iets anders, deze week op
Marktplaats.nl. En warempel. Jan Rot, Matthäus, te koop. Bieden
vanaf 3 euro. Ze ging er gelijk ruim overheen met 5 euro, en nu
kunnen we, ook al ligt de lijdenstijd al weer ver achter ons, weer
ongebreideld luisteren naar de vrouw van Pontius, en de rest van het
verhaal.
En ik denk er over om een soort administratie van uitgeleende
voorwerpen op te gaan zetten, net als die ouwe collega van me.

 

Het beeld van Gaza

(24 mei 2025)

Mobieltjes in de klas. Het is een probleem. Ze worden verboden,
verdwijnen in een kluisje en dan blijkt dat leerlingen in de pauzes weer
met elkaar gaan praten. Live!
Maar buiten school zien zij, en wij, als we dat willen, de hele dag op
onze schermpjes alles wat er in de wereld gebeurt. Van de drukte
over een vermeende valse toon op een repetitie van het songfestival
tot de complete vernietiging die door Israël wordt aangericht in Gaza.
Een probleem dat we in onze jeugd niet kenden. Het eerste
beeldscherm kwam pas in 1964 in mijn leven. Volgens mijn vader
zodat mijn moeder het huwelijk van prinses Irene kon zien, maar
volgens haar zodat pa Sjoukje Dijkstra kon bekijken op de Olympische
Spelen.
Voor het zover was hadden we alleen de radio en de krant. En je
vermaakte je zelf. Ik spaarde van alles. Lucifersmerken, suikerzakjes
(die vroeg ik aan automobilisten die voor de veerboot stonden te
wachten), sigarenbandjes, en zelfs ministers. Daarvoor had ik een
schriftje met allemaal kolommen. Links het departement, (premier,
binnenlandse zaken, justitie, enzovoort,) daarnaast de namen, soms
ook foto’s, eerst Nederland, en verder nog landen in de buurt. Op die
manier wist ik precies wie er allemaal in het kabinet Marijnen zaten,
en ook dat van Cals kende voor mij geen geheimen.
Het waren de zestiger jaren. Op school kregen we, uiteraard, Bijbelse
geschiedenis. Over de tocht naar het beloofde land (“veertig jaar door
de woestijn gesjouwd, en dan aankomen op de enige plek in het
Midden-Oosten waar geen olie in de grond zit,” aldus premier Golda
Meir), en hoe alles wat de Israëlieten tegen kwamen met de grond
gelijk werd gemaakt. Ook Gaza: “Jozua doodde er iedereen.” (Jozua
10:41) Later kwam Simson er wel, op bezoek bij Delila, (Richteren 16)
en hij pleegde er in de tempel dat wat we nu een zelfmoordaanslag
zouden noemen.  
We leerden dat Israël het volk van God was, maar dat ze dat niet
meer waren nadat ze Jezus gekruisigd hadden. Onze meester vond
dat wij Nederlanders nu de uitverkorenen waren! Maar we leefden wel
mee met Israël, en in de zesdaagse oorlog stonden we aan hun kant.
Later leverde dat nog de oliecrisis op omdat Arabische landen ons
geen olie meer wilden verkopen.
In die tijd tekende ik, als hobby, ook kaarten. In de atlas trok ik met
potlood ruitjes van één centimeter over, bijvoorbeeld, Schouwen
Duiveland, en daarna ruiten van 10 centimeter op een groot vel
papier, dat mijn vader voor me meenam van het gemeentehuis.
Overgebleven van de tekenkamer van gemeentewerken, denk ik. Op
die manier kon ik dus, door alle afstanden met tien te
vermenigvuldigen, een mooie grote kaart maken. Plaatsnamen typte
ik en die plakte ik er dan weer bij, en ik kleurde van alles in met
ecoline. Het was een mooie tijd. Ik maakte naast Schouwen
Duiveland (dat ik trouwens ook al eens had gefiguurzaagd!) ook heel
Zeeland, Nederland, de Verenigde Staten en zelfs IJsland, al snap ik
zelf ook niet meer waarom.
Uiteraard tekende ik ook Israël. Op de een of andere manier had ik
me daarbij vergist met het uitrekenen van de lijntjes. Want toen de
kaart klaar was en ik hem trots aan pa liet zien wees hij me op de
Gazastrook: “Volgens mij heb je die te smal gemaakt.”
En inderdaad, het toch al minuscule strookje land leek op mijn kaart
wel helemaal verdwenen. Ik denk de laatste tijd vaak aan terug aan
dat foutje…

Pinksteren

(7 juni 2025)

 

Tongentaal. De leerlingen van Jezus die allemaal door elkaar
spraken, en die werden verstaan door mensen uit alle windstreken,
die verder nooit genoemd worden, maar blijkbaar toen toevallig in
Jeruzalem waren, zoals Parten, Meden, en mensen uit Frygië en
Pamfilië. Ik begreep het nooit.
Trouwens ook niet van dat meisje dat bij het koor van de kerk, een
Pinkstergemeente, wilde zingen, maar niet werd toegelaten. Het ging
niet om haar zangkwaliteiten. Daar maakten ze zich niet zo druk om.
Het probleem was, dat ze pas mee mocht doen als ze in tongen kon
spreken. Toen ik het hoorde was ik verbijsterd, en, om met het
Pinksterevangelie te spreken, buiten mezelf van verbazing. Moet je je
toch voorstellen: in tongen spreken is volgens mij een fenomeen dat
een normaal mens niet kent, of kan, en als je het al zou kunnen vraag
ik me af hoe je je daarmee in een koor nuttig zou kunnen maken.
Ik sprak ook eens iemand die in een dienst had gezongen, en die
daarmee werd gecomplimenteerd. “Dankjewel, ja het ging best mooi,
ik heb er ook veel voor gebeden…”
Dat ga ik ook eens proberen, dacht ik nog; niet oefenen, repeteren, of
studeren, maar bidden. Dus eigenlijk alleen de eerste helft van ‘ora et
labora’. De uitkomst laat zich raden…
Vorige week hadden we Hemelvaart. Sinds een aantal jaren
organiseert KRO-NCRV, zoals ze dat zelf noemen, ‘The Passion
Hemelvaart’, naar analogie van ‘The Passion’ die ze op Witte
Donderdag maken. Ik probeer daar elk jaar naar te kijken, en soms
ontroert het me, maar meestal doet het me helemaal niks. Dat heeft
ook te maken met de muziek die wordt gespeeld. Liedjes van
hedendaagse landelijke sterren die ik niet ken, en waarvan ik, als ik
ze hoor, niet onder de indruk raak. Ik ben dat altijd wel van de
techniek. Hoe de combinatie live en van tevoren opgenomen
naadloos in elkaar past, ook qua muziek. De vraag is altijd weer in
hoeverre datgene dat ik zie ook datgene is dat ik hoor. Wellicht wordt
er stevig geplaybackt?
Dat woord ‘Passion’ in de titel van het Hemelvaartspektakel verwijst
natuurlijk naar het Witte Donderdaggebeuren, maar is eigenlijk
verwarrend. Het gaat niet over het lijden. Net zo verwarrend als toen
we in Coronatijd filmpjes maakten voor de site van de kerk. Ik zou
muziek maken bij het gelezen ‘Paasverhaal’. We namen ieder ons
eigen ding op. Het was immers Corona! Toen het samen kwam bleek
dat het Paasverhaal over de kruisiging ging…
Dit jaar zag ik Eerste Paasdag een kerkdienst met een
koperensemble dat kennelijk meewerkte om de feestvreugde te
verhogen. De club speelde een vrolijke medley. Alleen jammer dat die
was samengesteld uit de hoogtepunten van Jesus Christ Superstar.
Je zou het allemaal een soort in tongen musiceren kunnen noemen.
En zo belanden we, via passiemuziek op Pasen weer bij Pinksteren.
Bij ons in de kerk zingen we met de cantorij de tekst uit Handelingen.
Hele lappen in het Latijn, dé taal van de kerk, die dus iedereen zou
kunnen verstaan. ‘Quidnam vult hoc esse?’, wat heeft dit toch te
betekenen? En een vrolijke canon op de verwarring ‘omdat ieder de
apostelen, en de andere leerlingen, in zijn eigen taal hoorde spreken’.
En elk jaar denk ik weer aan Phrygië (met Ph!) en Pamphylië, en hoe
stoer mijn vader dat aan tafel voorlas.
Een koorlid vroeg ooit, tijdens de repetitie: “Quidnam vult hoc esse,
wat betekent dat?”
“Ja!” was het antwoord.

 

Glimlachen

(21 juni 2025)

Het was Tweede Pinksterdag. Mooi weer. We gingen naar de stad.
Parkeren bij Kardinge en dan met de bus. Kardinge stond stampvol,
Meerstad bleek een ruim en prettig alternatief.
Ik zit niet vaak meer in een bus. Ik herinner me haltes waar mensen
met koptelefoons zwijgend in- en uitstappen, de chauffeur geen blik
waardig gunnend. Dat was nu anders. Glimlachende passagiers die
hem bij het uitstappen ook nog bedankten. Ik werd er nog vrolijker van
dan ik al was.
Ook in de politiek glimlacht men wat af. Mevrouw Yeşilgöz is er heel
goed in. Hoewel ik altijd mijn twijfels heb bij de oprechtheid van haar
blijheid. Het heeft vaak iets van een grijns. En ik begrijp haar al
helemaal niet als ze heel lang aarzelt of ze Wilders al dan niet zal
uitsluiten. Voor haar schijnt een politicus als Frans Timmermans, met
zijn GroenLinks-PvdA, een middenpartij, een erger schrikbeeld te zijn
dan de PVV. Je zou verwachten dat een mens iets leert van haar
ervaringen.
Wie ook ontzettend blij lachte was Fleur Agema. Je gaat naar een
vergadering waarvan je weet dat het je laatste is, dat je wordt
ontslagen, ontheven uit de functie die je zo met hart en ziel hebt
vervuld, en je maakt gezellig foto’s van de tientallen journalisten. Ze
was toeschietelijk, gedroeg zich heel gezellig, en ik kon me niet aan
de indruk onttrekken dat ze oprecht dolblij was dat het avontuur tot
een einde kwam.
Ook premier Schoof was nog nooit zo ontspannen als toen hij
gehoord had dat zijn kabinet was gevallen. Zelf had hij part noch deel
aan het besluit; het schijnt zelfs dat hij het via X heeft vernomen. De
vraag was vanaf het begin al niet óf het kabinet zou struikelen, maar
wanneer het zo ver zou zijn. En dan is het vooral belangrijk: waaróver.
Daarvan hing dan weer af wie de schuld zou krijgen, en wie er garen
bij zou spinnen. Het werd asiel, of eigenlijk ook weer niet, want er was
nog niets besloten. Dat zou spoedig gaan gebeuren. Wie het begrijpt
mag het zeggen.
Intussen is de campagne begonnen en vochten de drie overgebleven
dames (haantjesgedrag was al nooit een typisch mannelijke
eigenschap!) over de ministerspost van asiel. Want daarmee schijn je
dus te kunnen scoren bij de kiezer, wiens stemgedrag zo’n beetje elk
minuut van de dag wordt gepeild.
Ik herinner me uit de vorige campagne een felle mevrouw die het
eigen risico niet kon betalen, terwijl Frans Timmermans, dixit Wilders,
een riant wachtgeld genoot. (Hetgeen nu overigens geldt voor zijn
eigen PVV bewindslieden…) Het eigen risico moest naar nul. Niet
ooit, niet volgend jaar, maar nu! Dat kon volgens Timmermans niet, en
bleek ook, zelfs met Fleur Agema als Zorgminister, niet te kunnen.
Dezelfde felle mevrouw voert opnieuw campagne voor Wilders. Ze is
blijkbaar de vorige alweer vergeten.
Afgelopen week waren we bij een theatervoorstelling in de open lucht
bij Drachten. De revolutie van de Rinsema’s. Prachtig stuk, geweldige
muziek, met een fantastische basgitarist die al acterend bas speelde,
soms voor op het podium, soms twintig meter daar achter. Een
schitterende avond.
Renée Soutendijk vertelde het verhaal. Zij was de evangelist, dacht
mijn beroepsgedeformeerde brein. Heel mooi vond ik het, toen ze aan
het eind terzijde stond, en de jonge acteurs hun ding deden. Als
éminence grise (daar beledig ik haar vast niet mee) keek ze toe, en
zag dat het erg goed was. Ze glimlachte er prachtig bij!

Defensie

(5 juli 2025)

Ik ben vast niet de enige die in november 1989 met tranen in de ogen
voor de televisie zat. De muur was gevallen.
Ik had, spelend in de zandbak of met mijn Dinky Toys en bouwstenen,
niet bewust meegemaakt dat hij gebouwd werd, maar kende wel de
beelden van de soldaat die met de moed der wanhoop door het
prikkeldraad probeert te springen, op de dag dat de muur werd
gebouwd. En ik zag later films van spectaculaire ontsnappingen van
mensen die naar het westen wilden, zoals met een van oude lakens
aan elkaar genaaide luchtballon. Ik weet niet meer hoe het afliep maar
wel dat bij een eerste poging de ballon niet ver genoeg kwam, en aan
de verkeerde kant van de grens was geland.
Die dag in november 1989 stopte de koude oorlog. Het was
ontroerend te zien hoe mensen de grens overstaken, terwijl achteraf
het moment eigenlijk min of meer per ongeluk bleek te zijn
aangekondigd. We leken daarna in Europa als oost en west
vreedzaam te kunnen verder leven. Niet dat er niks aan de hand was,
natuurlijk. We hadden alleen al de interne conflicten in het voormalig
Joegoslavië, waarvan ik overigens nog steeds niet precies weet hoe
het allemaal in elkaar stak.
Ergens in de buurt waar we wel eens fietsen, in Eppenhuizen, staat
een huis, waarop de tekst: Si vis pacem, para bellum: Als je vrede wilt,
wees dan voorbereid op oorlog. Een uitdrukking die al dateert van ver
voor onze jaartelling. Het was ook toen al een waarheid als een koe.
De rust tussen oost en west zou je vrede kunnen noemen, maar het
was, zo blijkt nu, met name vanuit het oosten, een soort gedwongen
rust, een gewapende wapenstilstand, omdat men zich er terdege van
bewust was dat men er toch niet in zou slagen de macht in heel
Europa te grijpen. Waarbij ook aangetekend dient te worden dat
vanuit het westen, lees Amerika, in het verleden, maar vooral in het
heden bepaald niet alleen vredesmotieven de politiek inspireerden.
Ordinaire, kinderachtige machtswellust is aan de orde van de dag.
Vanuit de baas van de NAVO klinkt de roep om een hoger
defensiebudget. De man die er als premier medeverantwoordelijk voor
was dat er danig op defensie werd bezuinigd ziet zich nu genoodzaakt
om méér te vragen. Niet iedereen is daar enthousiast over. Ik denk
eigenlijk dat niemand dat is. Niemand wil oorlog. Maar we hebben wel
bescherming nodig. Je zou defensie een noodzakelijk kwaad kunnen
noemen.
Een kleine honderd jaar geleden wilden we, net als in 1914, neutraal
blijven onder de dreiging van Hitler. We bleken ook niet echt in staat
ons land te verdedigen. En dat zijn we nu ook niet. Afgelopen
decennia bezuinigden we op onze verdediging: er was immers geen
dreiging meer; we leefden al tientallen jaren in vrede. Doet me denken
aan spoorwegovergangen en dijken: er gebeuren geen ongelukken
meer en overstromingen, maar de spoorbomen en de dijken halen we
niet weg. Nee integendeel: we zorgen dat ze in een goede staat zijn
en blijven.
Kortom, als je vrede wilt moet je, helaas, voorbereid zijn op oorlog.
Als ik dit schrijf moet de NAVO-top nog komen. Als u dit leest is hij
geweest. De halve randstad is omgebouwd tot een vesting. Dat zegt
al genoeg: niet alle mensen, en zeker niet alle regeringsleiders,
hebben vredelievendheid als meest opvallende eigenschap. Het zijn
barre tijden.

Laatste vers

(19 juli 2025)

Het is een fenomeen uit de oude psalmberijming, het halve
slotcouplet. Als jonge jongen vond ik het altijd een soort van half werk.
Blijkbaar had de tekstschrijver geen woorden meer… In mijn
herinnering kwam het maar bij een paar psalmen voor, maar bij
doorbladeren van dat oude boekje blijken het er maar liefst 28 te zijn!
Bij sommige, zoals 107, klinkt het vreemd, alsof het lied niet uit is, bij
andere, 133, zit het halve couplet (‘Waar liefde woont gebiedt de Heer
zijn zegen.’) haast standaard in het hoofd. Als organist was het zaak
om goed op te letten: als je het niet doorhad, en je speelde gewoon
door zat je wel een beetje voor aap. Je kon dan nog suggereren dat
het een naspel was, maar daar trapten de kerkgangers niet in!
We zijn net terug van een vakantiereis door Engeland. Ik lees in de
krant over een kerk in London die is omgebouwd tot koffiebar. De
plaatselijke predikant vertelt trots dat hij het orgel uit de kerk heeft
laten slopen om plaats te maken voor kantoorruimtes en een keuken;
dat was belangrijker!
Wij zagen, gelukkig, andere kerken. En de meeste daarvan ook in
gebruik als kerk. Voor een daarvan stond een bord: Organ Show.
Uiteraard gingen we naar binnen. We waren getuige van een soort
toonzaal met een stuk of wat elektronische orgels (onlangs hoorde ik
de term ‘luidsprekerorgels’), waarvan de meeste drie klavieren
hadden. Eén stond definitief in de kerk opgesteld. Het zag er wat bizar
uit, met een muur van luidsprekers in de boog van het gewelf. Een
liefhebber bespeelde ze allemaal, en toen ik ook even de toetsen
wilde beroeren begon hij op een ander exemplaar doodleuk door mij
heen te pingelen.
 

      

(klik op de foto's voor groter beeld en meer details...)

Ik bekeek de gigantische uitstalling bladmuziek waarbij mij een serie
boeken opviel met als titel: ‘Last Verse arrangements’. Het ging
bepaald niet om halve coupletten. Integendeel: ze zijn bedoeld als
hulpje voor de organist die bij het laatste couplet juist nog eens even
extra wil uitpakken.
Onze eerste zondag, heerlijk gezeten aan het strand in Saint Bees,
lieten we de plaatselijke Evensong aan ons voorbijgaan, maar de
tweede week waren we in de buurt van Norwich, waar de gemeente
afscheid nam van de organist, David Dunnett, die met pensioen ging.
Een aantal vlotte sprekers kwam aan het woord, en David zelf, niet al
te groot van stuk, kreeg het laatste woord.
Hij vertelde dat het hem speet dat hij nooit in staat was geweest met
de voorganger, een lange man, een gesprek op niveau te voeren. Ook
betreurde hij dat hij niet gezegd had wat hij dacht, toen tijdens het
sollicitatiegesprek in 1996 een vroom kerkenraadslid hem vroeg wat
de kathedraal voor hem als organist betekende: “Dat het orgel droog
blijft als het regent…”
’s Middags was er de Evensong, waarin ook afscheid genomen werd
van vertrekkende koorleden, en ook de scheidende organist nog eens
werd toegesproken én gezegend. Veel oud-koorleden waren
aanwezig en zongen mee in het koor. De unisono mannenklank was
daardoor meer dan overweldigend. Tijdens de samenzang lukte het
me haast niet om mee te zingen: wat klonk dat ongrijpbaar mooi en
ontroerend, in een uitbundig zingende volle kathedraal.
Voor-, tussen-, en naspelen zijn niet heel gebruikelijk in Engeland,
maar bij het laatste lied speelde David toch een stuwend tussenspel,
met daarna het laatste couplet, én een naspel. En dat was, met de 32
voet als stevig fundament, bepaald geen half werk!

Voor- en naspel

(9 augustus 2025)

Ik had het vorige keer over die Engelse organist die met pensioen
ging. Of zou dat emeritaat heten? En dat ze zich in Engeland niet druk
maken om een voorspel. Ze spelen de eerste regel, en hatsikidee,
zingen maar.
In ons land doen we wel aan voorspelen. Een collega van me, lang
geleden, genoot er van om de mooiste dingen te bedenken voor zijn
voorspelen. Daar was hij de hele zaterdagmiddag zoet mee, zoals
andere mannen van zijn leeftijd de hele zaterdag langs de waterkant
zitten te vissen, of op hun racefietsen in hun wielrenpakjes over ’s
Heren wegen stuiven. Zijn begeleidingen speelde hij gewoon, voor de
vuist weg, uit het eenstemmige liedboek. Want dat kon hij best. Maar
zijn akkoordopeenvolgingen waren niet altijd even mooi, en vaak
hielpen ze niet om de kerkganger door soms lastige melodieën heen
te helpen.
Ik speelde ooit ook uit het eenstemmige liedboek. Het was in de tijd
dat je ’s morgens op weg naar het orgel op de trap het briefje vond
met de te spelen liederen. Ik heb me er altijd mee gered, maar
uiteraard krijg je betere zettingen als je je enigszins hebt voorbereid.
Ik ben ook niet zo van de lange voorspelen, tenzij de plaats in de
liturgie daar om vraagt. Meestal zit daar volgens mij ook niemand op
te wachten. Even duidelijk maken wat de toonhoogte is, hoe de
melodie gaat, en wat het tempo ongeveer gaat worden. En dan met
een zodanige registratie dat je niet het hele orgel hoeft om te bouwen
voordat de gemeente kan gaan zingen…
Ook mijn naspelen zijn kort. Maar ik hou wel van een uitroepteken
achter het gezongene. In ernstige orgelkringen wordt dat niet op prijs
gesteld. “Wat is de zin daarvan?” vroeg zo’n serieuze
kerkmuziekdeskundige me.
Doet me denken, maar dat helemaal terzijde, aan de vraag die ik eens
kreeg van een vrouw over mijn stropdas: “Waar dient zo’n ding voor?”
Ze vond het maar een onzinlapje. “Voor hetzelfde als jouw oorbellen
en jouw armband…” antwoordde ik, “ik vind het gewoon mooi!”
Zo heeft een mooi naspel als doel een overgang te maken van het
gezongen lied naar datgene wat volgt. Dat kan een gebed zijn, een
lezing, of wat dan ook;  een klein moment om een abrupte wisseling te
verzachten.
Laatst (nou ja, vorig jaar april…) vertelde ik over massale
mannenzang die ik wel eens op Youtube zag langskomen. Een
organist met een eindeloos en virtuoos bedoeld voorspel, waarbij het
orgel niet gespaard werd, met aansluitend een door een kerk vol
mannen voluit gezongen psalmcouplet. Niet ritmisch, en heel erg
langzaam.
De organist was laatst geblesseerd geraakt. Hij had de gewoonte om,
na het lange voorspel, én het lange slotakkoord, eerst, voor het
zingen, nog even met één vinger de eerste toon aan te geven. Alsof al
die mannen niet al lang wisten op welke toon ze moesten beginnen,
en dat deden ze toch meestal pas als het akkoord al een tijdje klonk.
Haast hadden ze zeker niet! Een leerling van me deed dat ook; dat
had zijn vader hem zo geleerd. Ik vond dat hij dat niet moest doen,
“en ik ben je orgelleraar!” “Ja, maar hij is mijn vader…”
Hoe dan ook, de organist in kwestie had zich dus geblesseerd: hij had
dat toontje vooraf een keer zo stevig ingedrukt dat hij een botje in zijn
vinger had gebroken. Ik begreep dat de orgeltoets het wel had
overleefd…

Amsterdam

(30 augustus 2025)

Het is al een oude grap. In een volle bioscoop roept iemand: Is er een
dokter in de zaal? Als die zich meldt zegt de grappenmaker: Mooie
film, hè dokter!
We waren een paar dagen in Amsterdam. Per ongeluk, en ook
gelukkig, net voordat Sail losbarstte. We hadden een piepklein
kamertje in een hotel dat was gevestigd in een oude katholieke kerk in
Amsterdam-Noord, waar op een gegeven moment niet meer genoeg
kerkgangers waren om de kerk als kerk in stand te houden. Het is een
mooi hotel geworden.
Ons voornaamste doel was de musical Hadestown in theater Carré.
Ooit was ik daar geweest voor Les Misérables, maar zat toen ergens
in de nok, waarvandaan niet te zien was wie op het podium aan het
woord was. En het geluid klonk daar alsof ik naar een goedkope
autoradio zat te luisteren. Deze keer zaten we beter, beneden, net op
het eerste verhoog. Het was een mooie avond, die al mooi begon toen
we in de hal stonden te wachten, met nog enkele tientallen
theatergangers, en iemand ons twee van de weinige zitplaatsen
aanbood. Ik vroeg of ik er echt zo oud uitzag dat ik zou moeten zitten,
maar dat was volgens de aardige mevrouw zeker niet het geval, maar
ik was wel veel ouder dan zijzelf, vond ze. En dat was ook zo. En we
hadden best zin om even te zitten na een dag door Amsterdam
struinen!
Toen de musical zou beginnen klonk er, zoals je zou verwachten, een
welkomstapplaus. Dat was gelijk al zo daverend, compleet met
gejuich en gejoel, dat het mij wat verbaasde: we hadden nog niks
gezien…
De musical zelf was zoals een musical hoort te zijn, met gelukkig
stevige muziek en heerlijke zangers zoals Maarten Heijmans en
Jeangu Macrooy, u weet wel, van het songfestival en van Jezus in
Jesus Christ Superstar. Het verhaal over Orpheus en de onderwereld
waarvandaan hij zijn Euridice wil terughalen werd op indrukwekkende
wijze neergezet. Vlak voor een dramatisch moment, wanneer
Orpheus omkijkt en hij zijn Euridice zal kwijtraken klonk er opeens
vanuit de zaal een ernstige roep: Is er een dokter in de zaal? Dat
bleek gelukkig zo te zijn, wat zeg ik, er waren er wel twintig! Ze
renden naar voren, en bogen zich over de kennelijk onwel geworden
persoon. De voorstelling stopte, de patiënt werd weggebracht en na
een paar minuten werd verteld dat het al weer wat beter ging. Het
verhaal werd hernomen, vanaf een scène vóór het cruciale punt, en
het liep daarna allemaal goed af. De draaischijf waarover Orpheus de
indruk wekte te lopen draaide de tweede keer niet, maar Macrooy
wandelde ter plekke net zo makkelijk. Het werd soepeltjes opgelost.
Ook tijdens de musical werd er uitbundig geapplaudisseerd en
gejoeld, of we nou een vrolijk lied of een uiterst droevig moment
hadden gehad. Als je al ontroerd dreigde te raken werd dat er wel uit
geklapt!
Op de terugweg in de tram stonden twee meisjes spontaan voor ons
op, en we werden steeds blijer dat we 65+ waren. Ook trouwens al om
de korting die we op al dat openbaar vervoer kregen. De Noord
Zuidlijn bracht ons daarna in volle vaart terug naar noord, het station
vlakbij ons hotel.
Het waren een paar mooie dagen, en die werden nog mooier toen we
de volgende morgen, met Sail in de startblokken, naar de auto liepen
en een Amsterdammer, dat was duidelijk te horen, naar Gera riep:
“Mooie júrk!”

Peilen en kiezen
(13 september 2025)

We leven weer in verkiezingstijd. Het kabinet was gevallen, en dan
vindt Den Haag dat er nieuwe verkiezingen moeten worden
gehouden. Ze hadden ook alsnog kunnen doen wat ze al in 2023
hadden moeten doen: vanuit het redelijke midden, vanuit
genuanceerde standpunten, overeenstemming proberen te bereiken
over hoe allerlei problemen, die deels door vorige regeringen zelf zijn
veroorzaakt, zouden kunnen worden opgelost.
Maar dat is niet aan de orde. En je vraagt je af wat er mogelijk is
vanuit dat redelijke midden als mevrouw Yeşilgöz een partij als
GroenLinks PvdA haast extreem links durft te noemen. Men gaat, als
vanouds, weer vol op het orgel, zoals dat tegenwoordig heet.
En er worden peilingen gehouden, en dan heeft een partij twee zetels
verloren, terwijl ik me dat, gezien het aantal, nauwelijks kan
voorstellen, maar dan blijkt dat te gaan over het zetelaantal dat de
club bij de vorige peiling had. CDA-mensen maken zich zorgen dat
Bontenbal, overigens ook orgelliefhebber en -speler, te vroeg piekt.
Maar hij piekt helemaal niet! Nog niemand heeft op hem gestemd! Die
kans komt pas op 29 oktober!
Het is ook hoe de journalisten, de kenners, de duiders er over praten;
alsof we met een sportwedstrijd bezig zijn waarin eerst de ene partij,
dan weer de andere op voorsprong ligt. Maar niemand scoort nog; er
is helemaal geen wedstrijd aan de gang. Maar dat wordt wel
gesuggereerd, en al die peilingen sturen de kiezer wel in een
bepaalde richting. Mensen willen bij een winnende partij horen, maar
als je ‘weet’ dat jouw eerste keuze toch wel groot genoeg wordt kun je
ook voor je tweede, meer principiële stem gaan. Kortom, het zou wat
mij betreft mooier zijn als we helemaal niet zouden peilen, maar we
ons als kiezers gewoon zouden verdiepen in de standpunten en
daarop onze keuze baseren.
Uit de peilingen lijkt overigens ook te blijken dat de PVV nog steeds
de grootste is. Wie het begrijpt mag het zeggen. Wilders cum suis,
hoewel, ik kan beter gewoon zeggen: Wilders, alleen, wordt niet
afgestraft voor zijn vertrek uit het kabinet. NSC wel, hoor ik. Nicolien
van Vroonhoven lag al onder vuur omdat onder haar leiding de partij
in de peilingen zakte naar één zeteltje (wat niet eens waar was, want
dat was onder Pieter Omtzigt al het geval) en na de tweede
kabinetscrisis staat de partij, waarvan ik nooit had gedacht dat die in
dat kabinet zou stappen, weer op nul.
Gaza was het struikelblok, en eventuele sancties die Israël ervan
zouden moeten overtuigen op te houden met hun vreselijke acties in
Gaza, en ook op de Westelijke Jordaanoever. Israël heet de enige
democratie in het Midden-Oosten te zijn. Met zo’n regering kun je je
zorgen maken over de invulling van die democratie. Maar de landen
van de Europese unie kunnen het ook al niet eens worden hoe ze zich
moeten opstellen tegenover Netanyahu.
We krijgen weer debatten, waarin al bij voorbaat de organiserende
televisiezender het plaatje links of rechts krijgt opgeplakt. Politici laten
elkaar niet uitpraten, veroordelen elkaar, en zorgen er zo voor dat we
na de verkiezingen weer een heel lange formatie krijgen. Er ligt een
mooie taak voor de presentatoren om de politici het woord te geven,
en af en toe eens te laten uitpraten. Het zal niet meevallen. Ik las een
citaat van Joost Vullings, nieuwe presentator van Buitenhof: “Een
goede interviewer is als een organist die alle registers kan bespelen.”
En zo is dat!

Niet in mijn naam
(27 september 2025)

Iemand had zijn profielfoto op zijn Whatsappaccount veranderd. We
keken niet meer in zijn gezicht, maar lazen een sticker met de tekst
NIET IN MIJN NAAM.
Mij werd verteld dat dat bedoeld was om aan te geven dat de bewuste
persoon niet verantwoordelijk was voor het beleid van de Nederlandse
regering ten aanzien van het geweld in Gaza. Dat had ik zonder die
profielfoto ook wel begrepen. Ik voel me daar ook niet
verantwoordelijk voor, maar hoef dat niet van de daken te
schreeuwen. Alsof ik dat zonder die sticker wel zou zijn? Ik heb ook
geen regenboogvlag uit het raam hangen om te bewijzen dat ik niet
homofoob ben…
Het deed me denken aan die vliegtuigen in de Twin Towers. Als
moslim kreeg je dan het gevoel dat je vooral moest laten weten dat je
het daar niet mee eens was. Maar jij had dat niet bedacht, en die
terroristen waren niet in jouw naam die flatgebouwen in gevlogen…
En het doet me ook weer denken aan iets wat onlangs actueel was
door de moord op de 17-jarige Lisa in Amsterdam. Geweld tegen
vrouwen, femicide, het kwam aan elke talkshowtafel ter sprake. En
verschillende vrouwen werden niet moe te benadrukken dat we vooral
niet moesten denken aan enge mannen in bosjes: nee het gaat om
álle mannen, thuis, op het werk, overal. En er werd verwezen naar
brallende studenten met hun bangalijstjes; de elite van het volk, het
soort dat in de toekomst ons land zal regeren…
Niet in mijn naam, zou ik willen uitroepen, nee, natuurlijk niet! In mijn
studententijd reed ik elke dag weer braaf naar huis; een biertje in de
kroeg, met aan het eind nog een portie patat en twee kroketten, dat
waren mijn uitspattingen. En ik had een jeugdkoor, en ik zag donders
goed dat daar ontzettend leuke meiden tussen zaten. Ik ben niet blind!
Maar verder… niet in mijn naam!
We krijgen verkiezingen. Dankbaar maak ik gebruik van mijn
stemrecht, en lever daarmee een bijdrage aan de democratie in
Nederland, met zijn Prinsjesdag, en de Troonrede. Uitgesproken door
de koning onder verantwoordelijkheid van een niet meer bestaand
kabinet. Dat demissionaire kabinet zit er niet dankzij mijn stem. En
ook toen het nog missionair was, bestond het niet dankzij, maar
ondanks mijn stem. Niet in mijn naam dus, maar dat begreep u al…
Ik ga hier geen stemadvies geven. Daar zou u zich, heel terecht, niks
van aantrekken. Ieder moet stemmen wat hij of zij zelf wil. Een SGP’er
mag een enthousiaste SGP’er zijn, ook al moeten vrouwen daar
zwijgen, maar zelfs als vrouw kunt u daar op stemmen! En mocht u
abortus als mensenrecht willen definiëren (maar waarom zou u dat
willen?) dan kunt u zelfs daarvoor bij een van onze politieke partijen
terecht! Ook kunt u zich laten leiden door fabeltjes over de kosten
voor ‘de hardwerkende Nederlander’ bij afschaffing van de
hypotheekrenteaftrek. “Dat gaat ‘de mensen thuis’ 500 euro netto per
maand kosten!” Ja, met een hypotheek van een half miljoen met een
hoge rente, maar alleen als die maatregel in één keer wordt genomen,
en dat gebeurt sowieso niet.
Wantrouwen en haat tegen de gevestigde partijen kan ook een
leidraad zijn. De PVV is er groot van geworden.
Iedereen moet het zelf weten, maar wat zou het mooi zijn als we
stemmen op partijen die echt willen samenwerken; dat we daarna met
elkaar kunnen vaststellen dat er weer echt geregeerd wordt. In onze
naam!

Israëlzondag
(11 oktober 2025)

Hij bestaat al langer dan ikzelf besta, en wel sinds 1949: de
Israëlzondag. De eerste zondag van oktober. In de kerk besteden we
die dag extra aandacht aan het volk Israël. Van oudsher speelde ik
dan ook muziek die daar bij paste. Sjaloom Chaverim was zo’n heel
bekende, en ook yerushalayim shel zahav. Het ging over de liefde
voor de stad Jeruzalem, de stad van goud. In ons jeugdkoorrepertoire
hadden we een lied, Heer zie ons aan, op die melodie. (Heer, hebt U
werkelijk overwonnen? / Dat’s soms een vraag voor mij / of is uw rijk
nog niet begonnen / en zijn wij nog niet vrij?) Toen ik de muziek voor
deze gelegenheid weer eens opzocht zag ik dat er niet SA en TB
stond (sopraan/alt, en tenor/bas), maar ‘m’ en ‘j’: meisjes / jongens…
Het is ook al meer dan vijftig jaar geleden… Maar daardoor zit die
muziek wel stevig in mijn systeem gebakken.
De voorganger legde op zo’n zondag extra de nadruk op onze
verbondenheid met het volk Israël, het volk van God en het beloofde
land waar ze woonden. Hoe dat verder werd vorm gegeven weet ik
niet meer, want het is lang geleden, en in de kerk waar ik de laatste
decennia kom, doen we niet aan Israëlzondagen. Dat weerhield mij er
trouwens af en toe niet van om wel mijn bovengenoemde Israëlische
repertoire te spelen.
Het moge duidelijk zijn dat ik dat in deze tijd niet meer doe. Ik ben blij
met het Nieuwe Testament in onze Bijbel, maar het is moeilijk om bij
het Oudtestamentische Israël stil te staan zonder ook te denken aan
de huidige situatie. En ik vraag me ook steeds meer af hoe om te
gaan met de parallellen die er te zien zijn: Toen het volk Israël het
beloofde land binnentrok werd alles en iedereen uitgeroeid en steden
en dorpen met de grond gelijk gemaakt. We lazen het zonder blikken
of blozen. Het ging immers om het volk van God. En “het was eigenlijk
hun eigen land, want ze waren door de hongersnood naar Egypte
gevlucht, en kwamen nou weer terug…”
Het is natuurlijk ook bizar dat er overal in de wereld landen zijn die op
de een of andere manier nog steeds bij, bijvoorbeeld, Groot Brittannië
horen. Dat is net zo bijzonder als dat er ergens ver weg stukken
Nederland bestonden, (Suriname, Nederlands Indië,) en nog bestaan
in de vorm van de Nederlandse Antillen. En wat te denken van
Amerika: daar is de oorspronkelijke bevolking uiteindelijk vrijwel
helemaal verdwenen. De hele wereldgeschiedenis hangt aan elkaar
van landen die zich andere landen toe-eigenen, inclusief dus wijzelf.
Dat er na de Tweede Wereldoorlog iets moest gebeuren voor de
ontheemde Joden was duidelijk. Maar de oplossing verdiende wellicht
niet de schoonheidsprijs en ging ten koste van de Palestijnen.
Gevoelsmatig heb ik de neiging achter Israël, en vooral de Joodse
gemeenschap, te staan. Maar zoals de huidige Israëlische regering
tekeergaat kan toch niemand goedkeuren. Vergelding, wraakneming,
hoe lang kan dat doorgaan? Daarom begrijp ik partijen, ook die zich
christelijk noemen, niet, die zich voor de volle 100 % solidair verklaren
met Netanyahu en zijn beleid. Waarbij het woord beleid misschien wat
eufemistisch klinkt.
Vanuit het Oude Testament kennen we de uitdrukking ‘oog om oog,
tand om tand’, in het Nieuwe Testament worden we opgeroepen onze
vijanden lief te hebben. Best logisch dat niet overal meer een
Israëlzondag werd gevierd vorig weekend…

Verkiezingen
(25 oktober 2025)

Toen ik, in een ver verleden, nog wel eens wat klusjes deed met een
goeie kennis van me, gebeurde het nogal eens dat er iets mis ging.
Uiteraard, want overal gaat wel eens iets mis. Maar als het een actie
van mij was, zei hij vaak: “Ik dacht nog…”, zodat ik wel zou begrijpen
dat hij de fout had zien aankomen. Op een gegeven moment had ik er
genoeg van en stelde hem voor dat hij zijn inzichten voorafgaande
aan de kennelijk onhandige actie met mij zou delen, zodat hij achteraf
zou kunnen zeggen: “Ik zei nog…”
Aan die ouwe kennis moest ik denken toen het deze week weer over
de verkiezingen en de onvermijdelijke peilingen ging. Twee jaar
geleden stond Wilders er goed voor, maar zijn 37 zetels waren toch
voor iedereen een verrassing. Maurice de Hond zei in een
praatprogramma daags na de verkiezingen dat hij het wel had zien
aankomen. “Ik dacht nog,” dacht ik.
Uit zijn peilingen was het niet gebleken. De gastheer aan de
talkshowtafel, die zoals zoveel van die gastheren, van interrumperen
zijn grootste ambitie had gemaakt, riep De Hond niet tot de orde.
Ook nu weer worden aan peilingen allerlei conclusies opgehangen
die, uitgaande van de onnauwkeurigheidsmarges die er volgens de
peilers zelf altijd in zitten, niet altijd correct zijn, anders gezegd, vaak
nergens op slaan.
In een uitzending over de wooncrisis werd aan een deskundige
gevraagd wat hij vond van de afschaffing van de
hypotheekrenteaftrek. “Er wordt geen huis méér door gebouwd!” vond
hij, alsof dat de primaire bedoeling van het voorstel zou zijn.
Politici worden ook altijd aangesproken op ‘beloften’ die ze niet waar
kunnen maken. Nee natuurlijk niet, dat kan alleen als jouw partij meer
dan de helft van de Kamerzetels mag bezetten. In een
verkiezingsprogramma staan ook geen beloftes, maar idealen. En je
hoopt andere partijen ervan te overtuigen dat dat goede idealen zijn,
en dat ze willen meewerken aan de realisatie ervan. Tegenwoordig
heet dat ‘leveren’. BBB heeft geleverd, maar weet zelf nog niet
precies wat…
Bontenbal werd aangevallen op zijn voorstel de dienstplicht weer te
activeren. “Dat kost jongeren een jaar!” Maar in dat jaar kunnen ze
een opleiding volgen, allerlei ervaringen opdoen, en ze worden ook
gewoon betaald; salaris heet dat. “Waarom wordt er niet meer
an al die Boomers gevraagd?” Nou, toen die jong waren was er ook
gewoon dienstplicht! Alleen voor jongens trouwens… Maar een
tussenjaar na de middelbare school, daar hadden we nog nooit van
gehoord.
Die Boomers zijn ook de oorzaak van de vergrijzing. “Nederland wordt
steeds ouder, en de zorg straks onbetaalbaar.” Ik weet niet of het
CBS daar modellen voor heeft, maar mijn simpele ziel heeft het idee
dat de babyboomers, geboren tussen ruwweg 1945 en 1960, toch op
een gegeven moment, en dat duurt geen tientallen jaren meer,
allemaal dood en begraven zullen zijn.
Er verschijnen ludieke filmpjes en acties. Politici doen boodschappen.
Het is oktober. Rob Jetten loopt in zijn overhemd door de supermarkt.
Zal wel stoer zijn. En er is een debat, en na het debat is er weer een
debat over het debat, want de deskundigen zijn het er niet over eens
wie er gewonnen heeft. Nee natuurlijk niet, er heeft ook niemand
gewonnen. Dat gebeurt pas volgende week, op 29 oktober. Dat is de
enige datum dat er in de politiek van verrassende winst of verlies kan
worden gesproken. Ik neem aan dat Maurice de Hond nu al weet wie
ons gaat verrassen!

We hebben gekozen
(8 november 2025)

Er zijn nog al wat problemen in de wereld. Ik noem ze niet allemaal,
een paar steekwoorden: Klimaat, wonen, gezondheid, oorlog in
Oekraïne, Gaza, Stikstof, Trump, Exteem rechts, haatzaaien…
We hadden verkiezingen. Ik schrijf dit verhaal op 30 oktober, zodat
het op tijd naar de redactie kan, en de kerkbode vroeg in de volgende
week (op dinsdag) kan worden aangeboden aan Post-NL, die dan bij
de lezers voor het weekend de krant met de informatie over de
aanstaande twee zondagen in de bus kan schuiven. Ik zeg kán, want
het gebeurt niet altijd. De afgelopen weken kwam de kerkbode op de
dinsdag ná het weekend. Hij deed er dus een hele week over, van
Leeuwarden naar Loppersum. Leve de privatisering!
Hoe dan ook, ik schrijf vandaag een verhaal dat u, als we pech
hebben, pas leest op 11 november, Sint Maarten en de verjaardag
van Tom Dumoulin.
Terug naar de verkiezingen. Ik volg de politiek al mijn hele leven met
grote belangstelling. Uitwisseling van argumenten, luisteren naar
elkaar, en op grond daarvan besluiten nemen. Niet met het oog op het
electoraat, maar op wat het beste voor het land is, nu,  en in de nabije
en verdere toekomst.
De lol is er langzamerhand wel af. D66 won de verkiezingen, maar
even leek het er op dat Geert Wilders net wat meer stemmen had. In
dat geval had hij, vond hij, het voortouw bij de formatie. Er wordt nu
gewacht tot de allerlaatste stem geteld is. Het enige dat dat oplevert is
vertraging. Dat is ook zijn enige doel. Het vervelendste jongetje van
de klas is niet geïnteresseerd in het landsbelang.
Dankzij Wilders’ afzegging bij RTL kon Rob Jetten mee debatteren en
werd hij groot. Misschien ook wel om zijn succesvolle deelname aan
‘De Slimste Mens’. Je vraagt je dan af waarom mensen überhaupt
stemmen zoals ze stemmen. Daarbij zijn peilingen (de peilers geven
het zelf toe!) in wezen zichzelf bevestigende voorspellingen.
Ik ben trouwens wel benieuwd wat er is overgebleven van
klimaatdrammer Rob Jetten, zoals hij zichzelf ooit trots noemde. Want
daar ging het niet over, hoewel de opwarming van de aarde gestaag
doorgaat, en er deze week een orkaan woedde met windsnelheden
van 300 kilometer per uur. De campagne was vooral een overdaad
aan debatten, die dan weer het onderwerp werden voor
praatprogramma’s, die elkaars verhalen weer herhaalden en
versterkten. En eigenwijze journalisten, ‘steeds op zoek naar nieuws’,
probeerden, afhankelijk van hun eigen kleur, andersdenkende
lijsttrekkers onderuit te halen. Als dat lukte werd dat onderuithalen ook
steeds weer herhaald en groter gemaakt. Toppunt vond ik dat
mevrouw Tweebeeke bij Eva trots mocht vertellen hoe ze Bontenbal
pootje had gehaakt met haar homoseksuele scholier. Ze had vooraf
nog getwijfeld, maar vond het toch belangrijk om te laten zien dat het
CDA een christelijke partij is, in haar beleving dus blijkbaar
automatisch anti-homo? Waar slaat dat op? “Je moet er toch niet aan
denken dat niet-christelijke Nederlanders er op zouden stemmen…”
En ik begreep dat wij, de ‘mensen thuis’, de ‘hardwerkende
Nederlanders’ vooral op zoek zijn naar ‘rust in onze portemonnee’,
wat dat ook zijn mag.
Zoals gezegd, er zijn nog al wat problemen. In Nederland en
wereldwijd. Het lijkt wel of de politiek niet verder kijkt dan naar de
volgende verkiezingen. Als de formatie eenmaal op gang komt, krijgen
we ook al weer peilingen, waarmee direct weer aan stoelpoten kan
worden gezaagd.
Sorry voor deze wat saggerijnige column. Ik hou niet meer van de
politiek.

Zesjescultuur
(22 november 2025)

Het heette een zesjescultuur. Maar in wezen was het een vijf-komma
vijfjessysteem. Met allemaal vijf-komma-vijven kon je ook je diploma
halen, dus wat voor zin had het om hogere cijfers te scoren. Het had
ook te maken met de cultuur in de klas. Als je je best deed vonden je
medeleerlingen je al gauw een strebertje, en dat wil toch niemand zijn.
Zo weinig mogelijk uitvoeren was stoer!
Als opvoeder wees je dan op de mogelijkheid dat het ook wel eens
kon tegenzitten. Als je dan een keer een proefwerk verprutste zou het
zo maar kunnen gebeuren dat je gemiddelde onder die als 6
begrepen 5,5 zou zakken.
Het is een probleem waar niet iedereen mee zit. Er zijn ook lieden die
ontzettend hun best doen. Dat kan omdat ze eerzuchtig zijn, van die
strebers dus, maar ook gewoon omdat ze geïnteresseerd zijn in de
materie waarmee ze bezig zijn. Er zijn ook mensen, ik ken er een van
binnenuit, die voor sommige zaken hun best doen, maar bij andere
dingen tevreden zijn als het niet al te beroerd gaat. Bepaalde
leervakken, zeker niet alle, vond ik heel interessant, maar bij
gymnastiek was ik geen hoogvlieger. Ik kon mezelf wel heel makkelijk
tien keer optrekken aan de rekstok, hetgeen mij het cijfer 20
opleverde, daar waar voor vijf keer een 10 stond. Samen met
onvoldoendes voor voor mij allerlei onuitvoerbare gymnastische
capriolen leverde dat toch nog een aardig cijfer op mijn rapport op.
Bij de universiteit van Twente lijkt het alsof men af wil van die mensen
die hun best doen. Als je daar promoveert kan dat niet meer cum
laude. Want dat cum laude werkt ongelijkheid in de hand, en schijnt
ook vaker te worden toegekend aan mannelijke studenten dan aan
vrouwelijke. En dat moeten we natuurlijk niet willen.
Net zoals een goede cijferlijst op het middelbare schoolexamen geen
garantie mocht zijn om te worden toegelaten tot bepaalde studies, en
er gewoon werd geloot: “Waarom zou iemand met heel goede cijfers
een betere arts worden dan iemand met een gemiddelde lijst?” Ik heb
wel een idee. Het schijnt dat men ook weer terugkomt van die loting.
Je wilt toch graag de beste mensen hebben…
Ook in de sport zien we iets dergelijks, wat ik al helemaal niet begrijp.
Kun je bij leren en studeren nog praten over ontwikkeling van jezelf,
sport is toch bij uitstek iets waarmee je je vergelijkt met anderen. De
één wint, en daardoor verliest automatisch de ander. Maar topsport
moet minder belastend en stressvol worden. Bij de Olympische
Spelen praten over een medaillespiegel zou ook demotiverend
werken, terwijl je toch, denk ik, vooral meedoet om zo’n medaille te
winnen: Het ene Olympische motto ‘citius, altius, fortius’ (sneller,
hoger, sterker) botst behoorlijk met het andere: ‘meedoen is
belangrijker dan winnen’…
Bij ons op de muziekschool deden we ook aan ‘cum laude’. Leerlingen
deden examens (de gemeenten wilden wel weten wat het
subsidiegeld opleverde), en daarbij werd van alles beoordeeld, zoals
bijvoorbeeld zuiverheid (daarbij hadden wij toetsenisten het
makkelijk!), ritmiek, samenspel en theorie. Als je gemiddeld een
negen haalde slaagde je met lof.
Het gebeurde wel eens dat we een heel goede muzikant
examineerden, en direct al vonden dat hij of zij met lof moest slagen.
We noteerden bij elk onderdeel een 9. Maar als dan bleek dat hij voor
zijn werkstuk een 8,5 had, maakten we van één van de andere
categorieën net zo makkelijk een 9,5.
Cum laude!

Solo
(6 december 2025)

Ooit, in een ver verleden, waren er plannen tot samenwerking tussen
het koor waarvan ik dirigent was, en een ander koor. Als dirigenten
hadden we er overleg over. Dat ging niet in een vergadering met een
secretaris en notulen, maar gezellig aan de bar van de plaatselijke
kroeg annex verenigingsgebouw. Ik kwam daar regelmatig, om niet te
zeggen meerdere malen per week. Verschillende van mijn koren
repeteerden daar en er was een prima gelegenheid voor een nazit.
Tijdens zo’n gesprek aan de bar met mijn collega dirigent, en vast na
een aantal biertjes en kroketten, liet ik me een keer ontvallen dat ik
niet begreep waarom hij een bepaalde zanger steeds liet solo zingen.
Die zette altijd nogal een stem op, en dat vond ik niet echt mooi. De
man was lid van het bestuur, en best een verdienstelijk koorzanger,
maar, zoals veel mensen weten, is in een koor zingen iets wezenlijk
anders dan solozingen. Dat valt ook altijd zo op als in een Passion
een sopraan uit het koor Petrus toezingt: Jij hoort toch ook bij die
man, bij Jezus?
De collega reageerde niet echt, maar lichtte wel, zo bleek, direct het
bewuste koorlid in. De samenwerking ging niet door.
Ziehier, een mooi voorbeeld van het feit dat je alles mag zeggen wat
je denkt, maar dat het niet altijd verstandig is. Het is lang geleden. Er
was, je kunt het je nauwelijks voorstellen, nog geen mobiele telefoon.
Het was dus geen appje, zoals bij onze beoogde informateur, D66
coryfee Wijers. Maar net als hij met zijn appje, had ik in mijn gesprek
met mijn collega het gevoel dat ik in deze vertrouwelijke omgeving wel
mijn persoonlijke mening kon geven.
Geen korenproject dus voor mij en geen informatieklus voor Wijers.
Hij schijnt het in dat appje over een ‘feeks’ gehad te hebben. Vrouwen
gelijk boven op de kast, want naast een belediging was het ook nog
eens grensoverschrijdend en vrouwonvriendelijk. Ik werd in mijn jeugd
ook wel eens uitgescholden, maar nooit voor feeks. Ik zal hier niet de
termen noemen die wél werden gebruikt. Maar feeks ís ook een
vrouwelijke aanduiding. Hij kon haar moeilijk een eikel noemen.
Ook was er sprake van dat mevrouw Yeşilgöz door hem een
leugenaar was genoemd. Dat is natuurlijk niet aardig, maar als je een
kabinet (in 2023) laat vallen op een pertinente onwaarheid
(“Duizenden asielzoekers, nareis op nareis!”) is de term ‘leugenaar’
daarvan een vrij adequate beschrijving. Zoals wel vaker valt het
journaille niet over het nieuws (die leugen is haar blijkbaar al
driedubbeldwars vergeven), maar wél over degene die het feit durft te
noemen. Een zogenoemde kwaliteitskrant startte een diepgaand
onderzoek. De journalist mocht daar apetrots over vertellen in
Nieuwsuur.
Toevallig zag ik een interview over de verkiezing van de politicus van
het jaar. Men had mevrouw Verdonk onder het stof vandaan gehaald.
Voor haar is Dilan (zo mag ze haar blijkbaar noemen) een goede
kandidaat. Jetten en Bontenbal zeker niet, “want die sluiten mensen
uit”. Rita werd niet weersproken. Maar haar Dilan is degene die zowel
links als rechts uitsluit, en daarmee grijnslachend de formatie
blokkeert.
Een kabinet formeren is samenwerken, de scherpe kantjes van je
overtuigingen en meningen proberen glad te strijken met de
overtuigingen van anderen. Net zoals je als koorzanger probeert je
klank aan te passen aan de klank van de andere zangers. Mengen,
heet dat. En dat is heel iets anders dan solozingen. Maar dat wee
Dilan nog niet…

2025
(20 december 2025)

De tijd vliegt. Naarmate je ouder wordt lijkt hij ook steeds sneller te
gaan. Toen ik gymnasiast was zag ik, in de zomer van 1970, de twee
laatste schooljaren als een schier onoverbrugbare periode. Nóg twee
jaar hard leren op morsdode talen, Grieks en Latijn, naast de andere
vakken. Mijn overstap naar de HBS zorgde voor een prettige tijd, met
veel gelegenheid voor orgelspelen en schaken. Achteraf denk je: was
dat nou zo zwaar, nog even twee seizoenen volhouden? Maar op 16
jarige leeftijd is twee jaar héél lang.
Het jaar 2025 is bijna voorbij. Ik zou zomaar mijn laatste column van
2023 of 2024 van stal kunnen halen. Er is weinig veranderd. Het
klimaat warmt op, en we laten het gewoon gebeuren. Oorlogen gaan
door, en zogenoemde vredesvoorstellen worden net zo makkelijk aan
de kant geschoven, of gewoon genegeerd, of vermelden zulke
belachelijke eisen dat de ene partij daar op geen enkele wijze mee
akkoord kan gaan. En dan vindt een voetbalbestuurder het nodig een
vredesprijs te bedenken en uit te reiken aan de president die die hele
vreemde ideeën heeft over wat vrede is.
In ons eigen land hadden we eind 2023 de formatie van het kabinet
met de PVV, dat eind 2024 onder premier Schoof aan het modderen
was, en dat, zoals verwacht, het niet lang volhield. Halverwege dit jaar
viel het tot twee keer toe, ook wat dat betreft een uniek experiment.
Minder dan twee jaar zat het, de korte periode waar ik als
zestienjarige zo tegenop zag. Inmiddels proberen Jetten en Bontenbal
op redelijke wijze, vanuit het midden, constructief, aan een kabinet te
bouwen. Ik vind hun optimisme haast aandoenlijk, maar ben bang dat
er wel heel veel water bij heel wat wijn moet, wil er een kabinet komen
dat kan steunen op een meerderheid.
Naast de opwinding in de politiek was er, weliswaar iets minder, ook
nog de opwinding in de Christelijke gereformeerde Kerken. De vrouw
mag daar nog steeds geen kerkelijke functies vervullen, en dat blijft de
gemoederen bezighouden. Ik ken niet de laatste stand van zaken,
maar er lijkt een kerkscheuring aan te komen. In de SGP zwijgen de
vrouwen ook, en mijn overtuiging is dat ze dat vooral zelf moeten
weten. Mensen van buiten de SGP maken zich daar vaak drukker om
dan de orthodox gereformeerde zusters zelf. De echtgenote van een
SGP-er is niet verplicht SGP te stemmen!  
En nu we het toch over vrouwen hebben: in onze kerk ging het in de
Advent over vrouwelijke voorlopers. Mattheus noemt er vier in zijn
geslachtsregister: Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Vorige week
draaide het om het verhaal van Rachab, in Jericho, en dat het zo mooi
was dat ze de Israëlische verspieders verstopte, en later via een touw
uit haar raam liet ontsnappen. Met een rood koord redde ze haar
eigen leven, waar de rest van de stad werd uitgemoord. Ik weet niet of
ik als onschuldige inwoner van Jericho heel enthousiast geweest zou
zijn over mijn stadgenote. Ze was toch niets meer of minder dan een
landverraadster? Of, verplaatst naar 40-45, een NSB-ster?
En zo kom ik bij Mark Rutte, die ons vorige week waarschuwde voor
oorlog. En of dat nou is om ons écht voor te bereiden, of om die 3,5 %
defensie-uitgaven veilig te stellen, het zou zomaar allebei waar
kunnen zijn. Zolang Poetin aan het bewind is, is heel veel wat
onvoorstelbaar leek zomaar voorstelbaar geworden.
Het waren, ook in 2025, barre tijden…

Een nieuw jaar
(17 januari 2026)

De Top 2000 a gogo, ik heb het niet gezien. Het kwam voor mij, als
jonge zeventiger, te laat. En ik vind Diederik Ebbinge veel te druk.
Een wijsneuzige tv-recensent in Trouw verbaasde zich er over dat
niemand commentaar heeft op het introfilmpje: “Alleen maar
albumhoezen van mannelijke, witte artiesten, inclusief de blote
dameslijfjes van toen.”
Het valt kennelijk niet op, net zoals het blijkbaar ook niet opvalt, en dat
vind ik dan weer vreemd, dat Taylor Swift altijd in haar ondergoed op
het podium staat. Ik vind het best, maar je zou wel protest
verwachten, aangezien half Nederland, zodra iets maar
vrouwonvriendelijk is of lijkt, de straat op gaat. Als een verdachte van
seksueel overschrijdend gedrag wordt vrijgesproken, is de conclusie
niet dat hij het dús niet gedaan heeft, maar dat hij het wél gedaan
heeft, maar dat het helaas niet te bewijzen valt. Ik zag zelfs een
krantenkop: ‘Marco Borsato vrijgesproken, wat nu?’ Ik denk: niks,
helemaal niks.
‘Weinig meldingen van grensoverschrijdend gedrag in de zorgsector’,
was ook zo’n krantenkop. ‘Zorgelijk!’ Hoezo zorgelijk? Mooi toch? Nee
dus, want “dan zal het wel niet gemeld worden!” En als Rob Jetten
een zaal studenten probeert warm te maken om een opleiding tot
reservist te volgen, “waarbij je met onze kroonprinses in een militaire
training terecht kunt komen” is de wereld te klein. Foei, Rob!
We leven intussen ook in een land waar mensen hun huis uitkomen
om een neergeschoten probleemwolf te gaan herdenken. Best logisch
dat andere mensen dat zo belachelijk vinden dat ze ook even naar
buiten komen. De wolf is beschermd. “Hij hoort in Nederland, omdat
hij hier vroeger ook was!” Maar toen waren er wel veel minder
mensen. Bor is er niet voor niets ooit vandoor gegaan…
Er waren terugblikken op 2025. Mark Rutte die, “hoe gênant!”, Trump
‘daddy’ noemt. Ik zag het verhaal in zijn context: Trump vergelijkt
oorlogvoerende partijen met ruziemakende kinderen, waarbij dan,
volgens Rutte, “papa moet ingrijpen.” Ik zeg het zelf ook wel eens
tegen mijn koorleden. Die klinken soms heel mooi, maar af en toe lijkt
het wel alsof ze weigeren zuiver te zingen, zolang ik er niet als een
soort dompteur voor sta te gesticuleren. Ik vraag ze dan ook waarom
“papa altijd eerst boos moet worden…” Wat niet wegneemt dat Trump
natuurlijk in de verste verte niet lijkt op wat wij een ‘daddy’ zouden
noemen…
Ik ben ook geen fan van Rutte, hoewel ik wel haast de neiging heb
hem als een soort van heilige te gaan beschouwen sinds we zijn
opvolgster kennen - een typisch voorbeeld van ‘van de regen in de
drup’ - maar dat gênante van die daddy viel me best mee.
En nou ik toch bezig ben: Het journaal heeft zo zijn vaste punten. Na,
haast elke dag, wel ergens in Nederland een grote brand, zijn dat
steevast de peilingen en onderzoeken. Ik zag ooit een item, waarin als
nieuws werd gepresenteerd dat het bezit van computers onder 65
plussers de laatste jaren behoorlijk is toegenomen. Wat hadden ze
dan gedacht? Dat iedereen, op het moment dat hij 65 wordt, zijn
computer uit het raam gooit?
Uit een ander onderzoek kwam de conclusie dat er in de komende
jaren meer tachtigers met kanker zullen zijn. Een open deur. Er zijn
gewoon meer van die lui, dus bij álles wat we onderzoeken ontdekken
we dat ze er meer bij betrokken zijn. Dat kan gewoon niet anders.
Hetzelfde geldt overigens ook voor jonge zeventigers.

Canon  begeleiden
(31 januari 2026)

Klaas Bolt (1927-1990) was een organist die een zingende gemeente
vergeleek met een vrijuit stromende rivier. Het water stroomt waar het
wil. Je kunt het wel een bepaalde kant opsturen, er een soort van
kanaal van maken, en dan stroomt het vast efficiënter, maar het wordt
er allemaal niet mooier op. Je moet de zang de kans geven zijn eigen
weg te vinden. En hij vond het de taak van de organist om te zorgen
dat de zaak dan niet buiten de oevers zou treden.
Afgelopen zondag had ik, als gastorganist, een bijzondere ervaring.
We zongen Psalm 23, waarbij de tweede regel begint met vijf halve
noten achter elkaar. Ik speelde, stom, niet uit het hoofd, maar wel
kennelijk ongeconcentreerd, drie halve noten en daarna twee kwarten.
De gemeente zong, wel enigszins aarzelend, gewoon mee met mijn
foute begeleiding. Ik had het zelf niet eens gemerkt, maar een collega
organist die vermomd als kerkganger aanwezig was wees me er op.
Bij het derde couplet wilde ik in canon met de gemeente spelen. Ik
doe dat wel vaker: bij sommige psalmen en ook gezangen gaat dat
heel mooi, mede ook dankzij de rusten tussen de regels. En als het
niet naadloos past, lukt het vaak wel met een enkele wijziging in de
achteropkomende melodie. Kees Canon werd ik laatst genoemd.
Ik was van plan de canon, vanwege de ingetogen tekst, pas vanaf de
vierde regel te starten. Maar toen ik de zingende gemeente begon te
imiteren zakte de zang helemaal weg. Ik schrok en schaamde me
diep: door mijn canondrang raakten de mensen letterlijk van de wijs.
En ik dacht aan Bach, die ooit op zijn kop kreeg omdat hij met zijn
“wonderlijke variaties en vreemde tonen de gemeente in verwarring
had gebracht…”
Achteraf bleek de vork iets anders in de steel te zitten: de gemeente
zong de psalm vanaf het scherm naast de kansel. Maar halverwege
het canon-couplet ging er iets mis. Het plaatje bleef staan op de
eerste helft van het couplet. Het enige wat je daarna nog hoorde
waren een paar voorzichtig zingende kerkgangers die het lied
(opvallend, het was een nieuwe psalmvertaling!) blijkbaar uit het hoofd
kenden.
Ik ben niet dol op zingen vanaf een beamerscherm, hoewel je wel
mooi recht vooruit zingt, en niet voorovergedoken in je psalmboek zit.
Maar vaak staat bij elk couplet het notenbeeld, en dat helpt niet om
een overzichtelijke indruk van de tekst te krijgen, ook al niet omdat
niet het hele couplet (dat bleek wel!) in beeld is, maar steeds maar
een paar regels. De bladzijde wordt omgeslagen, en even terugkijken
is er niet bij. Ook de manier waarop de coupletten in stukken worden
geknipt maakt het allemaal niet overzichtelijker. Als je Psalm 68 met
zijn 4 x 3 regels verdeelt over drie pagina’s met 4 regels, ziet dat er
heel vreemd uit. Ik vind ook vaak dat op die schermen het notenbeeld
lelijk is. Voor een goede leesbaarheid maakt men de tekst vaak wel
erg groot in verhouding met de noten. En je kan ook niet even kijken,
als er een couplet wordt overgeslagen, wat voor couplet dat is, en
waarom dat nou zo nodig moet worden overgeslagen! Maar we
zongen wel lekker!
Klaas Bolt overigens, in wiens tijd je nog je psalmboek mee naar de
kerk nam, vond dat het óók de taak van de organist was om “voor
zoveel mogelijk geld een zo hoog mogelijke kwaliteit te leveren”.
We doen ons best!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Een nieuw kabinetCanon  begeleiden
(14 februari 2026)

Ik zag een enthousiast trio, Jetten, Bontenbal en Yeşilgöz. Ze waren
er in geslaagd met zijn drieën een regeerprogramma bij elkaar te
onderhandelen waar dan andere partijen bij toerbeurt hun steun aan
zouden kunnen, en misschien wel moeten geven. Nieuwe politiek, dat
was de bedoeling van Jetten en Bontenbal. Toen Bontenbal gevraagd
werd wat hij voor het CDA uit het onderhandelingsvuur had weten te
slepen wilde hij daar dan ook niet op reageren: Zo staan we er niet in,
vond hij, we doen het samen, in goed vertrouwen en met het oog
meer op het landsbelang dan het partijbelang. Mevrouw Yeşilgöz had
minder moeite om haar successen uit te venten, al vindt ze het
jammer dat er zoveel geld naar ontwikkelingshulp gaat. Maar ze was
er toch maar mooi in geslaagd de hypotheekrenteaftrek te behouden!
Vliegveld Lelystad gaat open en gelukkig blijft de asielaanpak lekker
streng. Om aan te geven dat de eerste prioriteit het VVD-belang is
stonden er langs de snelwegen billboards waarop die punten nog
even onder onze aandacht werden gebracht. Als je het al niet
vermoedde weet je als argeloze stemgerechtigde nu zeker dat het
voor de VVD alleen nog een kwestie van afwachten is tot Rob Jetten
het in de peilingen wat minder gaat doen. Als het zover is vinden ze
vanzelf (het gebeurde vaker!) een smoes om het zo ambitieuze
kabinet weer te laten vallen, en er dan met de winst vandoor te gaan,
ervan uitgaande dat de kiezer de truc niet door heeft.
De oppositiepartijen maken intussen de borst nat en proberen zo veel
mogelijk binnen te halen. Jimmy Dijk noemde de kabinetsplannen een
soort aanval op de beschaving, en Wilders vond, zoals altijd, alles
weer helemaal niks. Volgens mevrouw Van der Plas krijgen we een
‘knetterlinks’ kabinet!
Dat er meer geld naar defensie gaat, en dat dat ergens van betaald
moet worden kun je de nieuwe ploeg niet kwalijk nemen. De vraag
kan wel gesteld worden of het de sterkste schouders zijn die de
zwaarste lasten gaan dragen. Of toch weer ‘de hardwerkende
Nederlander’ en ‘de mensen thuis’ met hun altijd onrustige
portemonnee.
Er wordt bezuinigd op de zorg, wat heet, er wordt geprobeerd de
stijging van de uitgaven in te dammen. Daarnaast gaat de
pensioenleeftijd omhoog, iets waar ook moord en brand over wordt
geschreeuwd. Het was in de vijftiger jaren dat de AOW werd
ingevoerd. De gemiddelde levensverwachting was toen 71 jaar. Je
kon dus een jaar of zes van je pensioen genieten. Inmiddels is die
levensverwachting 82, en, nu we met 67 met pensioen gaan, hebben
we daar 15 jaar plezier van. Niet echt een verrassing dat het
langzamerhand onbetaalbaar wordt. Er is in 2019 afgesproken dat de
pensioenleeftijd minder snel zal stijgen dan de levensverwachting. Op
elk jaar dat we ouder worden werken we acht maanden langer door.
Dat het kabinet in spe dat in 2033 (!) wil veranderen wordt gezien als
onbetrouwbaar, of nog erger. Aan de andere kant: kregen onze
grootouders gemiddeld dus een jaar of zes pensioen, als we straks
allemaal 90 jaar of ouder worden, hebben we er, na onze 70e
verjaardag, nog meer dan 20 jaar lol van. En ja, voor mensen met
zware beroepen zullen uitzonderingen nodig zijn.
Vooralsnog zouden we Jetten en Bontenbal het voordeel van de
twijfel kunnen geven. En daarbij: Regeren is vooruitzien, en dat is iets
anders dan de kop in het zand steken of saggerijnig achterom kijken.

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA