recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verscheen een nieuwe verzamelbundel:
Zo lust ik er nog wel een

Zomer- of wintertijd
(5 januari 2019)

We leven naar het einde van het jaar. De Top 2000. En dat daar te
weinig vrouwen in staan. Ik vind het ook een ramp. Het blijft een strijd,
die emancipatie. Er was ergens een gemeenteraad waar de verdeling
man-vrouw precies fifty-fifty was. Maar een mevrouw maakte zich
zorgen: “We moeten alert blijven, de volgende keer kan het zomaar
weer anders zijn.”
Het leven is niet makkelijk.
Het ging vorige week over de zomertijd. Over de vraag: wat moeten
we er mee?
Minister Ollongren had een onderzoek laten uitvoeren naar de mening
van de Nederlandse bevolking. Een bureau dat zelf vindt, en de
minister blijkbaar ook, dat het verstand heeft van het uitvoeren van
zo’n onderzoek, heeft 1800 mensen gevraagd wat ze er van vinden. Ik
vind 1800 mensen niet veel. Maar het schijnt te kunnen. En dat heet
dan een representatieve steekproef. Mij is niks gevraagd.
Vervolgens verschijnt de uitslag van het onderzoek op teletekst met
als kop: ‘De meerderheid van de Nederlandse bevolking wil graag het
hele jaar wintertijd’.
Dat klopt gewoon niet, sterker nog, dat is een pertinente leugen. Want
het blijkt dat maar 41 procent dat vindt. In mijn rekensysteem is 41 op
de 100 geen meerderheid. Dat is een minderheid, best een grote
minderheid, maar er staat een groep van 59 procent tegenover die
een andere mening heeft.
Trouwens, maar dit terzijde, eigenlijk bestaat het fenomeen wintertijd
niet eens. Omdat we in maart de klok een uur vooruitzetten, noemen
we tegenwoordig dat wat ooit de normale standaard West-Europese
tijd was opeens wintertijd.
Van die andere 59 procent wil overigens 27 procent het hele jaar
zomertijd en de rest, 24 procent, “juicht het verzetten van de klok toe”.
En blijkbaar is er ook nog 8 procent die het worst zal zijn. Ik hoor bij
de 24 procent die het geen probleem vindt de klok in maart vooruit te
zetten. Want lange avonden, daar hou ik van. Maar ik sta heus niet
juichend met de handleiding in de hand de tijd van de magnetron aan
te passen.
Tot zover, zou je kunnen zeggen, en nou maar hopen dat Ollongren
zich niks van het onderzoek aantrekt.
Maar dan verschijnt er een nieuw bericht. Er is een fout gemaakt. Er
werd in de vraag over permanente zomertijd “gesuggereerd dat de
zon in dat geval eind juni om 20.00 uur ondergaat. Dat moet 22.00 uur
zijn.” Afgezien van het woord ‘gesuggereerd’ (hoezo, het werd
blijkbaar niet gewoon gezegd, maar in bedekte termen meegedeeld?)
vind ik het een rare toestand. De grap van die zomertijd is toch juist
dat het langer licht blijft. Daar gaat het toch om. Op dat gegeven
baseer je toch je mening?
Maar het bureau is niet voor een gat te vangen. Motivaction (zo heet
het knullige bedrijf) “zegt tegen Binnenlandse Zaken dat het de vraag
is of de fout van invloed is geweest op de uitslag.” Blijkbaar maakt het
niet uit hoe je je onderzoek doet.
Maar ik zou als minister, nu Motivaction zelf het onderzoek blijkbaar
weinig serieus neemt, me er ook maar niet al te veel aan gelegen
laten liggen.
Ik zou helemaal maar ophouden met al die eindeloze onderzoeken en
zogenaamd representatieve enquêtes. Onlangs werd door het CBS
de kerkelijkheid van Nederland onderzocht. Een andere club, het
Sociaal en Cultureel Planbureau, deed hetzelfde, maar met heel
andere uitkomsten. Ik geloof niemand meer!

Ik wens u een mooi 2019, en zie al weer uit naar 31 maart. Dan mag
de klok vooruit!

In verhouding
(12 januari 2019)


Het was een vraag in De Slimste Mens. Er komen acht plaatjes voorbij
van verschillende stekkers. USB, HDMI, SCART, en meer van dat
spul. Er zat er ook een bij die door de kandidaat voor een ‘jack’ werd
aangezien. Zo’n stekker van een koptelefoon. Ik dacht het ook. Maar
het werd fout gerekend, want het bleek een mini-jack te zijn. Het zal
wel zo geweest zijn, maar als je een foto ziet van alleen een stekker
zegt dat niet zoveel. Je hebt geen referentiekader. Het gaat om de
verhouding met de omgeving. Je zou het misschien wel aan het
snoertje hebben kunnen zien waarvan een klein stukje in beeld was,
want dat leek achteraf wel een tamelijk dik snoer, maar die heb je ook
in verschillende diktes, dus dat zegt ook niet zo veel.
We hebben de jaarwisseling gehad. Op het strand in Scheveningen
ontsteekt men traditioneel een grote brandstapel. Dat vindt men daar
leuk. Ik had er geen beeld bij tot ik verhalen hoorde over een hoogte
van 35 meter. Zelfs toen had ik er nog niet direct een beeld bij. Tot je
gaat nadenken.
Een flatgebouw van een verdieping of tien is 35 meter hoog, een
bescheiden kerktoren ook zoiets denk ik. Ons huis is 6 meter. En als
je je dan afvraagt wat het effect zal zijn als je zo’n stapel hout in brand
steekt kun je je niet voorstellen dat dat niet verkeerd zal gaan, zeker
niet als er een stevige wind staat.
Ik begrijp dat de bewoners van de buurt achter de boulevard
doodsangsten hebben uitgestaan wegens de overvliegende
brandende houtsnippers die op veel plaatsen in de stad allerlei zaken
in brand zetten. Een woordvoerder van de brandstapelbouwers was
zich van geen kwaad bewust, en op de vraag of het niet beter zou zijn
om er maar mee op te houden, het volgend jaar niet weer te doen,
waarschuwde hij dat het dan een vreselijke puinhoop in de stad zou
worden. Dan zouden de feestvierende pyromanen gewoon ter plekke
allerlei branden gaan veroorzaken.
En ik las over “blije gezichtjes van kinderen”. Ik weet niet of dat nou
tijdens de bouw of tijdens de brand was.
Intussen put de burgemeester zich uit in wollige taal om om de hete
brij heen te draaien. De hoogte van die brandstapel had te maken met
de wedstrijd die ze er van maken met een andere brandstapel. Wel
weer bijzonder dat die andere geen problemen heeft gegeven.
Als je aan groot en hoog denkt zag je deze week ook zo’n gigantisch
schip waar de containers letterlijk huizenhoog staan opgestapeld. Die
dingen schijnen aan elkaar vast te worden gemaakt, maar als het heel
erg stormt en de boot heel erg gaat deinen komen er kennelijk
krachten vrij die die verbindingen niet aankunnen. Je kunt je weinig
voorstellen bij de grootte van zo’n schip, ook nog niet als je een
plaatje ziet, midden op zee gefotografeerd. Maar als je je realiseert
wat dat is, een boot met 19000 containers, dus met 19000
vrachtwagens, dan pas heb je een beeld. En daarvan zijn er dus 270
overboord gekieperd.
Het schijnt dat Schiermonnikoog inmiddels al weer schoon is. De
vraag is wel wat er de komende tijd allemaal nog aan gaat spoelen.
Het heeft niks met elkaar te maken, een jack-plug, een vreugdevuur of
een containerschip. Maar bij allemaal gaat het om het referentiekader,
de verhouding.
En die is hier en daar wel enigszins zoek, lijkt me.

Nashville
(19 januari 2019)

Je hebt van die zinnetjes die in een gezin steeds terug komen. Als het
een gereformeerd gezin is zijn dat nogal eens citaten uit de Bijbel. Bij
ons thuis klonk vaak “het blij vooruitzicht dat mij streelt”, als er iets
moois op stapel stond. Als we vonden dat we beter onze mond
konden houden zetten we “een wacht voor onze lippen”, en bij een
discussie waarbij de argumenten van de ander werkelijk nergens op
sloegen hoorde je soms “Antwoord den zot naar zijnen dwaasheid
niet!” Daarmee was je dan gelijk van het gezeur af.
Aan dat laatste citaat moest ik denken bij alle ophef over de Nashville
verklaring waarvan een paar reformatorische dominees vonden dat ze
die in het Nederlands moesten vertalen.
In wezen wordt er helemaal niks nieuws gemeld. Hoe men in orthodox
gereformeerde kringen denkt over homoseksualiteit is algemeen
bekend. Zo denkt men daar al honderden jaren. Het verhaal van
Sodom en Gomorra wordt bijvoorbeeld gesimplificeerd tot een
veroordeling van homoseksualiteit terwijl je het veel meer moet zien,
lijkt me, als een aanklacht tegen losbandigheid in het algemeen.
Maar nu de zaak op papier is gezet is Nederland in rep en roer. Er
worden regenboogvlaggen uitgestoken en de burgemeester van
Amsterdam gaat de straat op om te protesteren.
Je kunt ook je schouders ophalen. Laat ze maar, niet op reageren,
antwoord den zot niet… Als die zware mannenbroeders er zo over
willen denken moeten ze dat vooral doen. Gelukkig roepen ze niet op
tot geweld. Ik heb ook niet de indruk dat het manifest is opgesteld om
homohaat te promoten.
Natuurlijk snap ik dat je je als lid van de doelgroep gekwetst kunt
voelen, zeker als je ook nog eens lid bent van zo’n kerk. Maar, zoals
gezegd, dat jouw kerk daar zo over denkt kan geen nieuws voor je
zijn.   
Van der Staaij was bij Jinek en deed zijn best de zaak te nuanceren,
en er op te wijzen hoe in zijn kerkelijke kringen met liefde en begrip
met het onderwerp wordt omgegaan. Ik had niet het idee dat het hem
helemaal lukte. En hij had het over een nawoord waarin een en ander
nog eens wordt benadrukt. Zijn handtekening was ook niet echt een
handtekening, maar meer het resultaat van een mailtje waarin hij had
gezegd dat het hem wel een aardig idee leek om die tekst te laten
vertalen. Hij zelf begreep alle ophef ook niet. Het was toch duidelijk
hoe de Bijbel er over dacht.
We hebben de mondvol over vrijheid van meningsuiting. Iedereen
mag denken, en als hij dat wil, ook nog zeggen, wat hij vindt. Maar nu
is de wereld te klein.
Iets anders. Bij Nashville denk ik aan country muziek. Niet te
ingewikkeld, lekker in het gehoor. Zeker niet aan orgelmuziek. Maar ik
zag een paar items over het onderwerp op tv. Lucky TV maakte Van
der Staaij belachelijk, zingend bij het orgel van de Grote Kerk in
Dordrecht (waarbij trouwens in de tekst ook nog een pater figureerde,
niet bepaald een reformatorisch type) en in Nieuwsuur sprak men er
over met vage beelden van een orgelfront, ik meen Utrecht, op de
achtergrond. Dat vind ik, als organist en orgelliefhebber, dan weer
jammer.
Maar verder moeten we er maar niet al te veel woorden vuil aan
maken, al kan ik het niet laten nog een citaat te noemen dat me te
binnenschiet als ik al die verontwaardigde reacties, vooral uit niet
kerkelijke kring, zie: “Wij, zo geheel anders…” 

Applaus
(26 januari 2019)


“Altijd weer een gezellig moment, met de lekkerste koffie die je kent.”
Een zinnetje uit een reclamespotje voor koffie. Ik vind het mooie
muziek. Fijne akkoorden. De laatste tijd zie ik af en toe een nieuwe
versie langs komen. De tekst wordt gezongen door een, ik neem aan
jonge man. Maar mooi vind ik het bepaald niet meer. Elke noot die hij
zingt hangt er een beetje onderaan. In de lichte muziek hebben we
het dan vaak over ‘blue notes’, maar dat is dan toch altijd in een vorm
waarbij je aan die toon voelt dat hij je toe trekt naar de toon die wordt
bedoeld. Net zoals een dissonant normaal gesproken oplost, en een
leidtoon, het woord zegt het ook al, toeleidt naar de grondtoon. Ik
begrijp niet dat die opname door niemand is afgekeurd.
Laatst was er een zangeres bij Matthijs van Nieuwkerk. Hij heeft een
serie met liedjes over de belangrijke momenten in het leven. De
geboorte van een kind was aan de orde en ze zong daar een of ander
vaag liedje over. Het begon met de altijd prachtige klanken van een
hammondorgel, of in ieder geval een hammond imitatie. Dat weet je
natuurlijk nooit als het geluid via de luidsprekers van de televisie wordt
weergegeven. Het leek me lastig om de toonhoogte te bepalen. Het
orgel klonk ook wat vaag. Maar gedurende heel het lied bleek het
lastig de tonen te treffen. Ook dit zangeresje zong alle noten in mijn
beleving net te laag. Je kan wel een beetje gevoelig proberen je tekst
neer te zetten, maar je moet als zanger daarvoor wel actief in de
weer. Een toon waar geen activiteit onder zit is nooit lekker.
Niet iedereen stoort zich er aan als dingen niet helemaal zuiver gaan.
Het zangeresje kreeg een daverende ovatie. En het was niet alleen
applaus, er werd ook nog behoorlijk gejoeld en o en a geroepen. Dat
hoort er tegenwoordig allemaal bij. Gewoon in de handen klappen als
teken van waardering is te weinig. Sommige muzikanten schamen
zich als ze geen staande ovatie krijgen!
We waren bij een concert van een mooie tenor. Een Italiaan. Hij werd
begeleid door twee muzikanten op luit en gitaar. De een bespeelde
ook nog een aartsluit, een instrument dat ik nooit had gezien, maar
het was een luit met wat extra lage snaren. Ik verbaasde me er over
dat, voorafgaande aan het concert, hun instrumenten gewoon op hun
stoelen lagen, waar het talrijke publiek vlak langs liep.
De tenor had een prachtige stem. Hij bracht zijn repertoire als een
soort singer song writer. Renaissance muziek, niet veel melodie, wel
veel verhaal. Om als luisteraar die geen Italiaans verstaat hem te
kunnen volgen kon je de tekst meelezen in het programma. Maar dat
is heel iets anders dan het direct, via de oren, meekrijgen. Nergens
bereikte de tenor de uiterste randen van zijn bereik. Hij zong
voortdurend in zijn comfort zone, zoals we dat tegenwoordig noemen.
Het viel ons al met al enigszins tegen.
Maar hij kreeg een, uiteraard staande, ovatie, met veel gejoel en
gejuich. Ook wij gingen staan. Je wil het feestje niet bederven
natuurlijk, en ik was best onder de indruk van de beide begeleiders.
Waar je ook altijd applaus en gejoel hoort is bij het begin van een
televisieprogramma zoals bijvoorbeeld Eva Jinek. Er is nog helemaal
niks gebeurd, maar de tent wordt al afgebroken.
Ik begrijp al dat enthousiasme niet…

CO2
(2 februari 2019)


Ik begrijp soms dingen niet.
Ik snap dat we om het klimaat moeten denken. Stijgende
temperaturen en stijgende zeespiegel, al verschillen de meningen
behoorlijk over het aantal graden temperatuurstijging en nog veel
meer over die zeespiegel. De een heeft het over tientallen meters, de
ander over centimeters.
Waar we het wel over eens zijn is het probleem van de CO2 uitstoot.
Die moet omlaag. In 2020 zal hij, bij ongewijzigd beleid, 21% lager zijn
dan in 1990. Dat lijkt me goed nieuws. Maar een rechter heeft
besloten dat het te weinig is. Het moet naar de 25%. Dat komt neer op
9 megaton. Ook weer zo’n term die nauwelijks te bevatten is. 9
megaton is 9 miljoen ton, 9 miljard kilo. En dat is dus 4% van de totale
uitstoot zoals die in 1990 was. Toen was het kennelijk 225 miljard kilo
per jaar. Alleen in Nederland! We hebben het over CO2. Een gas.
Geen idee hoe 225 megaton daarvan er uit ziet.
Het verminderen met die 9 megaton lukt alleen met rigoureuze
ingrepen. Zover snap ik het nog wel. De mogelijkheden die worden
opgesomd zijn o.a. het sluiten van meerdere kolencentrales en het
terugschroeven van de maximumsnelheid. Nog niet zo lang geleden
hadden we een minister wier hoogste doel was op zoveel mogelijk
wegen 130 kilometer per uur te rijden.
Dat was nog een hele organisatie, want hier en daar mocht het wel,
maar dan niet in de spits, en dat moest wel duidelijk zijn voor de
weggebruiker. In de zomer van 2011 maakte ik het voor het eerst
mee: een stuk snelweg waar ik 130 mocht rijden. Een rood bord met
witte rand en 130 erin. Daarnaast nog een bord met uitgebreide
informatie over de tijden waarop dat mocht. We waren, het was vier
uur in de morgen, op weg naar onze vakantiebestemming. Na een
paar kilometer verscheen het bord ‘einde 130’ en ik had de neiging
het gaspedaal nóg verder in te trappen. Ik heb het maar niet gedaan.
Sowieso rijdt de auto lekkerder als ik hem wat minder op zijn staart
trap. En hij is dan bovendien een stuk zuiniger. We reden in de
zeventiger jaren wegens de oliecrisis niet harder dan 100 kilometer
per uur. We wisten toen al dat onze energiebronnen eindig zijn.
Het sluiten van kolencentrales lijkt ook een goed idee. Wel jammer dat
er in de Eemshaven zo’n installatie staat die nog splinternieuw is. En
als we allemaal van het gas af gaan en aan de warmtepomp is het
nog maar de vraag of we die centrales toch niet nodig hebben om aan
de dan gigantische vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen.
Maar wat ik niet snap is dat ook als middel tot het verlagen van de
CO2 uitstoot wordt genoemd “het fors hoger belasten van
energiegebruik”. Volgens mij zijn we tegenwoordig allemaal wel
energiebewust. We krijgen met de paplepel ingegoten dat we geen
lampen moeten laten branden, geen deuren laten openstaan, en als
we naar bed gaan de kachel al een paar uur daarvoor wat lager
moeten zetten.
Als we de accijns op sigaretten gaat verhogen schijnen er minder
mensen te gaan roken. Logisch. Het wordt onbetaalbaar. Je kan ook
zonder roken goed leven. Hetzelfde geldt voor belasting op drank.
Maar als je als overheid energie meer belast krijg je vooral meer geld
binnen. Ik zie niet wat dat verandert aan de CO2 uitstoot.
Onze ideale kamertemperatuur wordt toch niet lager doordat de
kosten hoger worden?

Sylvia en Sophie
(9 februari 2019)


Het zal je maar gebeuren. Dat een componist speciaal voor jou een
lied maakt en dat je het dan niet wil zingen. Ik zie het beeld voor me.
Je komt er mee aan, je speelt het zo mooi mogelijk voor, en dan krijg
je te horen:  “Nee, dank je, liever niet…” Een beetje een botte reactie.
Je hebt dan als componist enigszins een probleem. Het overkwam
Thijs van Leer die een nummer had geschreven voor ene Sylvia.
Tekst en muziek. Maar de bewuste Sylvia vond het niet mooi, of niet
goed genoeg en ze vertikte het om het op te nemen. Van Leer zelf
was best tevreden over zijn creatie en besloot om het dan maar als
instrumentaal stuk uit te brengen. Aldus geschiedde. Jan Akkerman
speelde de melodie op zijn gitaar, en Sylvia werd een van de grootste
hits van Focus. We schrijven 1973. Focus speelt nog steeds, en
Sylvia staat ook nog steeds op de setlist.
Het gebeurt natuurlijk veel vaker dat componisten of tekstdichters
liederen opdragen aan hun al dan niet gefingeerde geliefde. Wie kent
niet het lied Manuela, van Jacques Herb, die een auto-ongeluk krijgt
en waarin de onnavolgbare zin voorkomt: “De dokters vechten door,
ze weten niet waarvoor…” en even verder, “alsof ze zeggen wou, nee
het lag niet aan jou…”
Henk Westbroek bezong zijn Julia (“zelfs je naam is mooi”), en Leon
Russell  ging achter zijn piano behoorlijk tekeer voor zijn Emily (maar
dat kennen weinig mensen vermoed ik.). Peter Maffay was
praktischer: hij noemde geen naam, maar was zingend erg onder de
indruk: “Du bist alles was ich habe auf die Welt…” Kenmerkend voor
zijn lied was de modulatie met de gevoelige snik aan het einde. Zo’n
snik had Jacques Herb trouwens ook.
En dan hadden we nog, en hij is eigenlijk de aanleiding voor dit
verhaal, Johnny Lion. Gerrit den Braber had voor hem een tekst
geschreven op een Zweeds nummer, Fröken Fräken, geen idee wat
dat betekent, en hij had daar Bolle Bertha van gemaakt. Johnny Lion,
die eigenlijk John van Leeuwarden heette, vond Bolle Bertha niet zo’n
goed idee, het doet ook meer aan een of andere roodbonte melkkoe
denken dan aan een mooi meisje, en hij stelde voor om de tekst te
veranderen. Gerrit den Braber was een handige tekstdichter en hij
maakte er net zo makkelijk Sophietje van, de naam van Lions
vriendin, fotomodel Sophie van Kleef. Volgens mij kent iedereen het
lied met zijn kenmerkende orgelpingeltje en de “ranja met een rietje”
die Sophietje dronk. Een lief liedje over een vrouw die overigens
bepaald geen ranja dronk en waarmee Johnny Lion, zoals hij zelf zei
“de rockmuziek verloochend had”.
In 1969 strandde de relatie van Johnny en Sophie, maar het lied is hij
tot zijn dood, vorige week, blijven zingen.
Ik zag het op teletekst: ‘Johnny Lion van Sophietje dood’. Ik vind dat
nogal cru overkomen. Ik zou dan zeggen: Johnny Lion overleden.
Maar misschien is dat, als je ook Sophietje in je titel wil noemen, net
even te lang voor een regeltje teletekst. Maar ook in de krant las ik
dezelfde kop: Johnny Lion dood. Ik vind dat niet mooi. Ik vind dat erg
bot.
Overigens, zoals gezegd, Johnny Lion zong het lied nog steeds. En
ook de naam Sophie is nog steeds populair. In 2018 was de top 3 van
meisjesnamen (1) Julia (2) Emma en (3) Sophie.
Sylvia komt in het lijstje niet voor.
Maar bij de jongens Thijs wel!

Stemmen
(16 februari 2019)


Weet u al wat u gaat stemmen?
Er komen verkiezingen aan. Voor de Provinciale Staten en daardoor,
indirect, ook voor de Eerste Kamer. Die verkiezingen kunnen grote
invloed hebben op de steun voor het kabinet. Wellicht hebben straks
in de Eerste Kamer de vier regeringspartijen niet genoeg aan elkaar
om een meerderheid te behalen.
Er is van alles aan de hand. We hebben een klimaat dat opwarmt en
een zeespiegel die daardoor stijgt. We gaan van het gas af, en er
liggen een stuk of zeshonderd voorstellen die de energietransitie
moeten gaan vormgeven. In de Tweede Kamer wordt er stevig over
gediscussieerd, en heel vaak gaat het niet over de inhoud van de
voorstellen maar over de manier waarop, de reden waarom, of de
persoon door wie ze worden gedaan. Als het CDA zich bekeert tot
een ruimer kinderpardon maken we ons drukker over de vraag hoe
het toch zo gekomen is (“zal wel met de verkiezingen te maken
hebben…”) dan dat we blij zijn dát het zo gekomen is. Tel uw
zegeningen, zou ik zeggen.
Dat het over de provincies gaat maar dat dat niet echt bekend is bleek
toen men in Den Haag aan verschillende politici wat namen liet horen
met de vraag wat die hen zeiden. Bij sommigen, aanvoerders van
politieke partijen, deden de namen geen belletje rinkelen, terwijl het
ging om lijsttrekkers, partijgenoten dus, in de verschillende provincies.
En we zullen het maar helemaal niet hebben over de Waterschappen
waarvoor ook verkiezingen op stapel staan. Dat schijnt ook een
bestuurslaag te zijn. Ik weet er het fijne niet van. Wat mij betreft
zorgen ze voor een goede afvoer van teveel water, en, in droge
perioden, voor een op niveau blijvend grondwaterpeil. Maar dat
laatste weet ik niet eens zeker. Ik begrijp eerlijk gezegd niet goed in
hoeverre daar politieke kleur of overtuiging een rol bij zou kunnen
spelen.
Maar er is nóg een verkiezing. Die is wel vrij plaatselijk overigens. Het
gaat over de naam van onze gemeente na de herindeling.
Ik kan me herinneren dat er in 1990 zo’n herindeling was. Tot die tijd
had je in onze omgeving vele kleine gemeentes. Middelstum, Stedum,
Loppersum, ’t Zandt. Vier gemeentes, vier gemeentehuizen, vier
gemeentebesturen. Toen die herindeling er aan kwam hoorde je in
Middelstum, mijn toenmalige woonplaats, vaak: wij worden ingelijfd bij
Loppersum. Ik vond dat een te bescheiden insteek. Waarom zouden
wij worden opgeslokt door Loppersum? Waarom niet Loppersum door
ons? Maar inderdaad, al lag dat misschien niet aan die instelling van
de Middelstumers, de nieuwe gemeente kreeg haast automatisch de
naam Loppersum, en heel Nederland heeft daar tegenwoordig een
beeld bij…
Inmiddels komt er dus weer een herindeling aan. Her en der is dat al
geregeld, maar in onze contreien deed men er wat langer over. DAL
of DEAL, Delfzijl, Appingedam, Loppersum en wel of niet Eemsmond?
Het wordt DAL, en wij, de inwoners mogen deze keer stemmen over
de nieuwe naam. We kunnen kiezen uit drie mogelijkheden.
Eemsdelta (maar ik denk dan: wij liggen helemaal niet in de
Eemsdelta, daar ligt alleen toch Delfzijl?), Marenland (en dat
associeer ik vooral met een woningbouwvereniging, een
schoolvereniging en een streekkerk) of Fivelgo. Bij Fivelgo denk ik
aan Fivelingo. Het blijkt dat dat hetzelfde is. Een streek in Groningen
die de huidige gemeentes Appingedam en Loppersum omvat, het
grootste deel van Delfzijl, alsmede een stukje van de oude gemeentes
Ten Boer en Slochteren.
Ik denk dat ik wel weet wat ik ga stemmen.

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Beeldcultuur
(23 februari 2019)

We leven in een beeldcultuur. Dat kun je op twee manieren opvatten:
Letterlijk, zoals het er uitziet, en figuurlijk, het beeld dat je je vormt op
basis van de informatie die je ergens over krijgt.
Wat de letterlijke betekenis betreft: Het is volgens mij een vrij
natuurlijk verschijnsel. Iedereen doet zijn best er zo goed mogelijk uit
te zien. Vooral deze week viel me dat op. Het leek wel lente. Dan
moet ik altijd aan Martin Bril denken, die columnist die veel te jong is
overleden. Die verheugde zich op de eerste lentedag. Rokjesdag
noemde hij dat. De dikke jassen en truien blijven thuis en de vrouwen
kleden zich in mooie jurkjes met blote benen. Ik weet niet of we
vandaag de dag met al het #MeToo gedoe nog wel vrijelijk over
rokjesdagen en mooie vrouwen mogen spreken, maar ik waag het er
toch maar op. Ik hou  van de eerste lentedag.
Iedereen is blij en ziet er blij uit. Tegenwoordig lijkt dat trouwens
voortdurend de norm te zijn. Op onze Facebookpagina en Instagram
putten we ons uit om er zo voordelig mogelijk uit te zien. Het schijnt
zelfs zo te zijn dat je een uitzondering bent als jonge Facebooker of
Instagrammer als je gewoon een foto van jezelf online zet die je niet
gefotoshopt hebt. Elk ongerechtigheidje, elk rimpeltje wordt
weggepoetst. En als we wat ouder worden doen we het niet alleen
fotoshoppend maar laten we rimpels daadwerkelijk chirurgisch
verwijderen. En dat allemaal om er zo mooi mogelijk uit te zien.
Waarbij men blijkbaar niet door heeft dat je er daarna helemaal niet
mooier uitziet!
Figuurlijk gesproken gaat het om de indruk die je ergens van krijgt. In
de politiek noemen ze dat framing, de manier hoe je je boodschap
verpakt, letterlijk: welk lijstje je er omheen doet. Nu er weer
verkiezingen aan komen, ik wilde het er niet over hebben, maar soms
kan het niet anders, gaat het ook weer over aantallen vrouwen. En dat
op de lijsten van sommige partijen meer vrouwen staan dan andere,
en dat de SGP helemaal geen vrouwen heeft.
En ik las in een artikel dat het droevig gesteld is met de verdeling van
bestuursposten. “Slechts zes procent van de commissarissen van de
Koning is vrouw. Een kwart van de burgemeesters. 29 procent van de
wethouders. Een derde van de Tweede Kamerleden, en dit aandeel
loopt de laatste jaren terug.” Je leest er eerst overheen. 29 procent
van de wethouders, 25 procent van de burgemeesters en dan die zes
procent van de commissarissen.
Wij leerden vroeger op school dat we elf provincies hadden. De
Noordoostpolder hoorde toen nog bij Overijssel. Per 1 januari 1986
werden de IJsselmeerpolders tezamen onze twaalfde provincie,
Flevoland. Met twaalf commissarissen vertegenwoordigt elke
commissaris dus een twaalfde gedeelte, ofwel 8,33 procent van het
totaal. Als we het moeten doen met zes procent commissarissen is
dat nog minder dan één!
Dat beeld klopt dus niet. Waarmee ik niet wil zeggen dat 8,33 procent
heel veel is. Maar het is wel bijna 40 procent méér dan de zes procent
die wordt genoemd! Ik neem niet aan dat de schrijver het bewust
verkeerd heeft gedaan. Maar het beeld wordt er zoals gezegd niet
veel beter van. Maar ik vind het wel slordig.
Intussen lijkt het al drie dagen lente. Het was nog geen rokjesdag,
maar die komt er aan… Dat vind ik nou een heel mooi beeld!

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA