recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar: Misschien snap ik het wel niet

Studenten
(2 juni 2018
)

We maakten ooit een Bachreis met een groep deeltijdstudenten. U
weet wel, van die oudere dames en heren die nog een studie
beginnen, zoals die ene studiegenoot van wie zijn volwassen kinderen
zeiden dat hij studeerde voor emerituspredikant. We bezochten
plekken waar Bach gewerkt had, hoorden dat het Bachhaus niets met
Bach te maken had, en we bespeelden orgels in de kerken waar we,
dankzij onze docent/reisleider, makkelijk ingang hadden.
Overal kregen we, als studenten, korting, en een speciaal studiefonds
verleende ook nog subsidie. Jammer dat in Leipzig op onze laatste
dag werd ingebroken in de auto van de docent. De terugweg reden
we daardoor met een gangetje van 80 kilometer per uur weer naar
Nederland omdat de provisorisch door de Duitse wegenwacht
geplaatste plastic zijruit een hogere snelheid niet zou overleven. Ik
heb toen met onze Citroën BX een zuinigheidsrecord gebroken. We
reden gemiddeld 1 op 24. Diesel, dat wel.
Iets anders. Onze meester vroeger was onze meester, en de meester
van klas zes was de bovenmeester. In het ziekenhuis werkten zusters
en de baas was gewoon de baas. Meester werd leraar, de
bovenmeester werd directeur, de zuster verpleegkundige en de baas
is tegenwoordig manager.
Ik dacht even dat het in die lijn was dat leerlingen van het MBO er
voor pleitten om student te worden genoemd. Uit een soort jaloezie,
een soort streven naar meer erkenning. Het was uiteraard onderwerp
in een praatprogramma en dan hoor je weer van die vreemde
meningen. Ene meneer Schimmelpenninck, niet bepaald een naam
van de straat zou je zeggen, vond dat ze trots moesten zijn dat ze een
vak leren op het MBO. Hij suggereerde daarmee eigenlijk dat
studeren vaak flauwekul is maar leren op het MBO serieus, want daar
leer je een vak dus. Ik zou zeggen dat het een het ander niet hoeft uit
te sluiten. Iemand die medicijnen studeert en dokter wordt heeft ook
een vak geleerd zou je kunnen zeggen.
Maar het blijkt helemaal niets met frustratie of een roep om erkenning
te maken te hebben. MBO’ers willen best scholier heten, maar dan
wel, net als studenten, en dat zou je wel jaloezie kunnen noemen, de
voordelen van het studentzijn: korting, een studentenkaart en weet ik
wat al niet.
Als je aan een universiteit les krijgt ben je student en volg je colleges.
De leraar is dan vaak een professor. Meer en meer hoor ik leraren
aan het HBO die zeggen dat ze college moeten geven. Bij het MBO is
dat bij mijn weten nog niet het geval. “Het is ook helemaal niet erg als
je goed met je handen kunt werken,” hoor ik jongeheer
Schimmelpenninck zeggen, “het is zelfs heel handig!” Ja, het woord
komt daar vandaan! Alleen jammer dat het nog steeds zo schijnt te
zijn dat technisch en handig pas aan de orde zijn als intelligent en slim
te hoog gegrepen zouden zijn. Volgens mij hebben we aan praktische
intelligentie veel meer dan aan al dat, al dan niet quasi, intellectueel
geleuter van figuren met vage studies die zich, het liefst zonder zelf
vuile handen te maken, van het ene naar het andere interessante
project spoeden.
En of je jezelf nou student noemt of scholier, leerling of desnoods
discipel, uiteraard heb je recht op zoveel mogelijk mogelijkheden om
jezelf te ontwikkelen. En die ontwikkeling moet ook zoveel mogelijk
gestimuleerd worden, lijkt me. Sowieso moet elke MBO’er de
gelegenheid krijgen ooit een gesubsidieerde Bachreis te maken!

Wethouders
(9 juni 2018
)

Dingen moeten geregeld worden. Als je iets met elkaar afspreekt,
maar het vervolgens niet doet, gaat het mis. Duidelijk moet zijn wie
het voortouw neemt, wie verantwoordelijk is. Of dat nou op de
voetbalclub is, op een koor, in de kerk, of in een gemeente, het gaat
allemaal niet vanzelf.
Bij een voetbalclub spreek je af wie de contacten met de sponsoren
onderhoudt, hoe je het regelt met het wassen van de shirtjes, en alles
wat daar tussenin zit. Daarvoor kies je een bestuur. Dat bestuur
bestaat uit betrokken clubleden. Want als je niet betrokken zou zijn
stel je je natuurlijk niet beschikbaar. Ook in de kerk gaat dat zo. Alleen
heten die bestuursleden dan ambtsdragers.
Sommige dingen worden uitbesteed aan beroepskrachten. Je kan nog
zo’n betrokken voetballer zijn, een training geven vereist vakkennis,
niet ieder koorlid is ook in staat om het koor op gang te houden, en
voor het houden van een preek is ook enige vakkundigheid op dat
gebied nodig.
Tot een jaar of wat geleden ging het in de gemeentepolitiek ook zo.
We kozen een gemeenteraad en de gemeenteraadsleden stelden uit
hun midden het college van Burgemeester en Wethouders samen.
Ideaal vonden we een afspiegelingscollege, een samenstelling waarbij
elke fractie zich vertegenwoordigd voelde.
Op een gegeven moment werd het dualisme ingevoerd. De
wethouders werden niet meer gekozen uit de gemeenteraad, maar
kwamen van buiten. Niet echt van buiten, ze hoorden, als betrokken
burger, bij de partij waarvoor ze zitting namen in het college. Ik zeg:
betrokken burger, want uiteraard woonde de wethouder in de
gemeente. Soms lukte het niet om in de eigen gelederen een geschikt
kandidaat te vinden. Mensen konden niet, of wilden het niet, en dan
werd er echt een wethouder van buiten benoemd. Die kreeg dan van
de gemeenteraad het eerste jaar vrijstelling van de wettelijke
verplichting in de gemeente te komen wonen. Vaak het tweede jaar
ook, maar het kon ook zomaar gebeuren dat op den duur niemand het
meer kon schelen waar de wethouder woonde. Ik ken wethouders die
een periode in Noord-Groningen bestuurden, daarna een tijdje in
Zuid-Holland, en vervolgens weer, elders in Groningen. Het kan
allemaal best natuurlijk, maar van het aloude afspiegelingscollege,
van wethouders die de gemeente van binnenuit kennen, is al lang
niets meer over.
In dat verband is het wel grappig dat net deze week uit een onderzoek
is gebleken dat de samenstelling van de meeste colleges weer
helemaal voldoet aan wat tegenwoordig als faliekant fout wordt
ervaren: de bekende blanke hetero man van minimaal vijftig jaar oud.
De gekleurde medelander is percentueel ondervertegenwoordigd. Er
zijn veel minder wethouders met een niet-Nederlandse achtergrond
dan je, gezien hun percentage in de samenleving, zou verwachten.
Niet bepaald een ‘afspiegeling’ van de samenleving.
Na het probleem van ‘te weinig vrouwen’ hebben we nu deze ramp…
Het zou natuurlijk kunnen, volgens mij kan dat heel goed zelfs, dat
heel veel van de bedoelde groepen mensen niet politiek
geïnteresseerd zijn, ook onder de vele blanke hetero’s van ruim vijftig
jaar heb je van die lui.
Ik las een verhaal van een donkere mevrouw van D66 die bij drie
gemeentes had gesolliciteerd. Ze was nergens aangenomen. Het
irritante vind ik dan dat zo’n afwijzing al gauw ‘discriminatie’ wordt
benoemd. Maar wat moet ik met ‘een mevrouw’, ‘ergens uit
Nederland’,  in mijn gemeente als wethouder? Ik wil een betrokken
dorps- of stadgenoot. De kleur of welk geslacht hij, zij, of het heeft, zal
me een zorg zijn!

Hendrik Groen
(16 juni 2018
)

Het was een bejaarde man, en ik had er een beeld bij. Hij schreef
twee prachtige boeken over zijn leven in een bejaardenhuis en vorig
jaar kwam er een tv-serie. In die serie zag hij er anders uit dan ik me
had voorgesteld, en de andere personages waren lang niet zo bejaard
als ik had verwacht. “Dat komt omdat je zelf ook steeds ouder wordt,”
werd me gezegd. Afgezien daarvan: Toen ik het boek las zat ik soms
hardop te schaterlachen om de manier waarop de hilarische
toestanden in het bejaardenhuis werden beschreven, maar kijkend
naar de televisieserie vond ik de humor een stuk minder
indrukwekkend.
Blij verrast was ik dan ook dat er afgelopen week opeens een nieuw
boek van de man (of vrouw, maar ik neem aan man) die zichzelf
Hendrik Groen noemt bleek te zijn verschenen.
Het is weer prachtig geschreven. Hoewel de hoofdpersoon nu nog
maar 50 jaar is, is de stijl dezelfde als van zijn bejaarde alter ego.
Genieten van schitterende observaties. (Ik zat, in de wachtkamer bij
de dokter, weer hardop te lachen…) Zo heeft hij het over Nederland
als enige land ter wereld waar we, speciaal om eekhoorns te laten
oversteken, viaducten bouwen, die dan overigens door de bedoelde
eekhoorns stelselmatig blijken te worden genegeerd.
Deze week zag ik in het journaal een bouwbedrijf dat speciale
dakpannen maakt waar mussen nesten in kunnen bouwen. Het ziet er
sympathiek uit. Maar we vinden het nodig omdat we tegenwoordig
huizen maken zonder de gaten en kieren waar allerlei gedierte (ik kijk
wel uit om het over ongedierte te hebben!) vroeger een plaats kon
vinden.
Ik sprak iemand, een diervriendelijke agrariër, die zijn schuur open
laat zodat de zwaluwen in en uit kunnen. Daardoor verleent hij ook
logies aan een uil en bivakkeren er vleermuizen en mussen. Mocht hij
die schuur willen verbouwen, dan mag dat niet omdat hij dan die
vleermuizen, zwaluwen, mussen en uil verstoort. Hij kan het probleem
makkelijk oplossen. Volgend voorjaar gewoon de schuur dicht
houden. Zijn gasten kunnen dan niet meer daarbinnen nestelen en
vervolgens is het geen enkel probleem om de schuur bouwtechnisch
aan te pakken. Onze regelgeving zorgt er voor dat zijn
diervriendelijkheid tégen hem werkt.
Ik ken een aannemer wiens grootste zorg is, wanneer hij een
verbouwing onder handen neemt, dat hij ergens een vleermuis
tegenkomt. Hij adviseert zijn werknemers dan om het dier mee te
nemen en een paar kilometer verderop weer vrij te laten. Dat spaart
een boel gezeur zal ik maar zeggen.
Nog meer dieren: Het ziet er naar uit dat we nu toch echt een eigen
wolf hebben in Nederland. Het dier schijnt zich hier gevestigd te
hebben. Niet iedere schaapherder in Drenthe is daar blij mee, maar
voor de wolvenliefhebber maakt een schaap meer of minder niet uit.
En, anders dan langstrekkende wolven, grijpen dieren die hier thuis
zijn niet naar de schapen van de buurman, wordt er verteld. Ze
hebben genoeg aan wat er in het wild beschikbaar is. De vraag is dan
wel óf er überhaupt genoeg reeën en wilde zwijnen rondlopen om die
wolf in leven te houden. Natuurlijke vijanden heeft het beest niet,
alleen de mens, maar die wil van geen enkel dier de natuurlijke vijand
zijn.
Ons volgende project wordt vast een viaduct voor wolven, zodat die
ook zonder gevaar voor eigen leven heel het land door kunnen.
Hendrik Groen heb ik intussen uit. Niet alleen prachtig geschreven,
ook nog eens een verrassende plot!

Juichen
(23 juni 2018
)

Ooit was ik op een Groninger dag in Apeldoorn. Een bijeenkomst met
sprekers en voordrachten over Groningen en in het Gronings,
waaraan ik een muzikale bijdrage mocht leveren. Ik weet niet of het
nog zo is, maar dergelijke manifestaties waren er in die tijd vaker in
den lande. En in Amsterdam had je een doordeweekse
kerkdienstencyclus, de Alledagkerk, waar ook van tijd tot tijd een
Groninger dienst werd gehouden. Dit allemaal om de Groningers in de
diaspora tegemoet te komen in hun liefde voor hun geboortegrond.
Het lijkt een beetje op geëmigreerde Nederlanders in Canada dan wel
Nieuw-Zeeland die grote hoeveelheden hagelslag en pindakaas
importeren. Want dat hebben ze daar niet.
Dat je als Groningers in Holland, of als Nederlanders in het
buitenland, elkaar opzoekt vind ik niet zo raar. Je gezamenlijke
afkomst zorgt voor een soort band. Vandaar ook Dutch Reformed
Churches.
We hebben het Wereldkampioenschap Voetbal waar wij als
Nederlanders ontbreken. De vraag is nu voor wie we moeten juichen.
Dat vind ik wel grappig, want die vraag gaat er impliciet van uit dat we
sowieso vinden dát we moeten juichen. Ook al hebben we niks te
vieren, we willen toch feest! Je zou, met andere woorden, ook gewoon
niet kunnen juichen.
Feest is het wel overigens, met elke dag een mooie detective op de
televisie.
Het schijnt dat we nu massaal achter België en Duitsland gaan staan,
maar er zijn ook nogal wat landgenoten die Marokko steunen. Want in
dat elftal staan een stuk of wat Nederlandse Marokkanen. Voordeel
van twee paspoorten is dat je kunt kiezen voor welk land je speelt,
zonder dat je, zoals schaatsers doen, hoeft te emigreren.
Maar onze praatprogramma’s zouden geen recht van bestaan hebben
als ze er geen probleem van zouden maken. Waar er zelfs een tv
programma van een niet bepaald genuanceerde zender als Powned
bestaat als ‘Marokkanen op één’ spreekt een ander zijn zorgen uit dat
derde generatie Marokkanen zich nog steeds Marokkaans voelen,
zoals, denk ik dan, geëmigreerde Nederlanders zich nog lang
Nederlands voelen.
En aan de ene praattafel hoor je dat het zo mooi is dat we massaal
achter de Marokkanen staan, terwijl de ander zich verbaast dat we
juist níet met zijn allen voor Marokko juichen. (Er viel niet veel te
juichen na het eigen doelpunt in de slotfase van de eerste wedstrijd..)
Waarmee maar weer is aangetoond dat alles relatief is, en veel
nieuws en meningen tendentieus, hetgeen trouwens voor een mening
wel weer logisch is, maar dit terzijde…
Zoals dat onderzoek onder TBS’ers, waarvan ik niet het fijne weet,
maar wel begreep dat er een ‘significant effect’ was opgetreden. In
plaats van met ruim een derde, ging het nu met bijna de helft van de
onderzochten een stuk beter dan eerder werd gedacht. Een schrijver
van een ingezonden stuk wees er op dat het om een onderzoek ging
onder 21 personen. Bij ruim een derde heb je het dan over 8-9
mensen, bijna de helft is 9-10. Hoezo significant?
Over juichen, én percentages gesproken: de PvdA juicht ook nu de
collegevorming in het land zo’n beetje rond is. Na het stemmenverlies
bij de raadsverkiezingen (van 10,3% naar 7,5%) valt het verlies aan
wethouders mee: In 27% van de gemeenten doet de PvdA mee,
tegen 35% in de vorige periode. Als je het even narekent: De PvdA
verloor iets meer dan een kwart (0,27) van haar aanhang, en iets
minder dan een kwart (0,23) van haar wethouders.
Soms juichen we te vroeg. 

Subsidie
(30 juni 2018
)

“Wat jij doet is eigenlijk werken met behoud van uitkering.” Het was
een buurjongen die het me zei. Hij vond dat ik als muziekleraar aan
een gesubsidieerde muziekschool op kosten van de gemeenschap
vooral bezig was met mijn eigen hobby, orgelspelen. Hijzelf studeerde
voor accountant. En dat terwijl ik de baan had aangenomen om te
voorkomen dat ik alleen maar lekker orgel zou studeren op kosten van
mijn ouders. Ik stond op mijn twintigste nou niet bepaald te juichen bij
het idee van lesgeven.
Deze week was de kunstenwereld in het nieuws, zoals trouwens ook
het boerenbedrijf en het onderwijs, waarvan vooral die school in
Limburg opviel die het niet zo nauw nam met de toetsen en de
tentamens, waardoor zo’n 350 leerlingen die wél hun eindexamen
hadden gedaan en gehaald toch geen diploma kregen.
Ikzelf heb ook wel wat klungelige examenervaringen. Toen ik switchte
van het Rotterdamse naar het Groninger Conservatorium stond op
mijn lessenoverzicht niet het vak ‘muziekgeschiedenis’. In Rotterdam
begonnen ze daar het tweede jaar mee, in Groningen direct in het
eerste. Het gevolg was dat ik het in eerste instantie helemaal niet
volgde. Maar dat werd het jaar daarop dubbel en dwars goedgemaakt.
Ook het vak psychologie was op de een of andere manier tussen wal
en schip geraakt, zodat ik dat na mijn eigenlijke eindexamen nog heb
gedaan.
Dat was wel jammer, want daarmee was mijn diplomering nog niet
direct rond, en ook de salarisverhoging die ik na het behalen van mijn
lesbevoegdheid zou krijgen liet daardoor nog op zich wachten. Maar
het is uiteindelijk allemaal goed gekomen, en dat lesgeven heb ik
daarna nog ruim veertig jaar gedaan.
Daarnaast maakte ik muziek, speelde orgel, trad hier en daar op,
maar ik heb nooit de ambitie gehad om alleen van dat spelen te
kunnen leven.
Talloos zijn de verhalen van mensen die je vragen te spelen en die je
na afloop vragen ‘of ze je iets schuldig zijn’. Ook maakte ik mee dat ik,
na een optreden voor een handelsvereniging, een stuk of wat
cadeaubonnen ontving. Ik heb ze bij de supermarkt proberen in te
wisselen, wat nog niet meeviel, maar uiteindelijk wel lukte.
Deze week heeft de minister van cultuur besloten dat kunstenaars
beter betaald moeten worden. Dat is altijd een wat lastig onderwerp.
Sowieso is kunst een lastig onderwerp. Ik vind 130.000 euro een
heleboel geld voor een mooi schilderij, uit ‘de omgeving van
Rembrandt’. Nu blijkt dat het Rembrandt zelf was is het miljoenen
waard, terwijl er niets aan de kwaliteit of de schoonheid is veranderd.
En bij moderne kunst ‘waar niemand op te wachten zit’ is het
helemaal lastig. De vraag is wat de waarde is, wie dat bepaalt, en
uiteindelijk ook wie dat betaalt.
Onze muziekschool werd gesubsidieerd. Inderdaad. Het lesgeld bleef
daardoor betaalbaar. De politiek vond het belangrijk dat mensen in
staat moesten worden gesteld muziekles te volgen. De tijden zijn
veranderd. Muziekscholen worden wegbezuinigd. Leraren worden
ZZP’ers, kleine zelfstandigen, die voor een weinig riant uurloon hun
werk moeten doen. En intussen wordt er vanuit Den Haag van alles
bedacht om kinderen aan de muziek te krijgen. Koningin Maxima loopt
daarbij, gesubsidieerd door ons allen, stralend voorop. Zoiets heet het
achter de wagen spannen van het paard.
Ik ga wat kort door de bocht, ik weet het, maar ik word nog steeds
kwaad als ik denk aan de opmerking van mijn buurjongen, de
accountant in spe.

Racisme
(7 juli 2018
)

Deze week las ik over een tentoonstelling in Boijmans Van Beuningen
in Rotterdam.
“Bezoekers kunnen een naaktpak aantrekken en langs vier
metershoge drollen lopen, gemaakt van piepschuim en klei. De
naaktpakken zijn er in alle huidskleuren die mensen kunnen hebben,
van wit, zwart en geel tot roze en lichtbruin, en met alle mogelijke
geslachten.” Dat dat er tegenwoordig meer dan twee zijn is al geen
nieuws meer, maar bij ‘alle mogelijke’ denk ik aan een hele serie,
terwijl ik niet veel verder kom dan drie. “Daarmee willen de
kunstenaars ‘vieren’ dat mensen ondanks uiterlijke verschillen in de
kern allemaal hetzelfde zijn. Dit onder het motto: poepen doen we
allemaal, ongeacht huidskleur en geslacht.”
De tentoonstelling veroorzaakt nogal wat ophef. Het verbaast me niet.
Wat is dat voor smakeloosheid, dat we metershoge menselijke
uitwerpselen nodig hebben om te laten zien dat we allemaal gelijk
zijn? Dat weten we, en zeker de doorsnee kunstliefhebber, toch al
lang? En waarom moet je zo’n raar pak aan? Omdat men “een
discussie wil aanwakkeren over gender en identiteit!”
De ophef blijkt niet te gaan over de expositie zelf, maar om het affiche
dat het kunstenaarscollectief heeft gemaakt. Daarop staan de
kunstenaars zelf, poserend in hun gekleurde naaktpakken, waarbij
hun gezichten zijn geschminkt in dezelfde kleur als het pak dat ze
dragen.
Het moge duidelijk zijn dat de zwart geschminkte kunstenaar het
probleem is. In plaats van een ode aan gelijkheid wordt de poster
ervaren als een vorm van racisme. In de groep zaten blijkbaar geen
gekleurde kunstenaars, dus losten ze het op deze manier op. Je
vraagt je wel af hoe de reactie was geweest als er juist wel een
donkere kunstenaar in het zwarte pak was gestoken. Dat was vast
ook weer niet goed geweest.
Het is trouwens de vraag welke mensen de tentoonstelling zullen
gaan bezoeken. Dankzij onze museumjaarkaart loop ik vaak in een
museum rond en als de collectie me niet bijzonder kan boeien vind ik
het vaak interessant om het gebouw en de manier van inrichten te
bekijken. Zo verbaasde me ik in het Groninger Museum over de
belichting, of eigenlijk het gebrek daaraan, van de
Ploegtentoonstelling. Ik vond de schilderijen allemaal een beetje in de
schemering hangen. Ik observeer ook graag medebezoekers. Zittend
op een bank staar ik naar een kunstwerk en zie intussen wie er nog
meer rondlopen. Dat is toch over het algemeen de wat oudere, witte
medelander, vaak in het gezelschap van zijn vrouw, dus wellicht ook
nog zo’n vermaledijde hetero…
Niet direct de voetballiefhebber die tekeer gaat bij een wedstrijd op
het wereldkampioenschap, dat zich dagelijks, deze week zelfs op
twee televisiezenders tegelijk, over ons uitstort. En nou we het daar
toch over hebben: toen vier jaar geleden IJsland, als klein land, opviel
door zijn prestaties, verbaasden de commentatoren zich daar over.
Net als over Wales, en Servië, en weet ik wat voor landen. Dat kan.
Maar als een Afrikaans land het goed doet en de commentator van
dienst spreekt zijn verbazing uit over een keeper die beter blijkt te
kunnen keepen dan hij dacht heet het opeens racisme in de ogen van
een columniste in Trouw.
Akkoord, voetbalcommentatoren en analisten zijn niet de meest
fijnzinnige sprekers. Er komt een boel onzin voorbij en veel flauwe
grappen, en het gaat vaak ook van dik hout zaagt men planken. Maar
ook dan hebben we het volgens mij vooral over een gebrek aan
goede smaak. En smakeloosheid is niet hetzelfde als racisme.

Neushoorn
(14 juli 2018)

Rinoceros leerden we op de lagere school. Dat ging met zo’n mooie
schoolplaat die aan een speciaal boven het schoolbord gemonteerde
haak werd gehangen, met trouwens ook een speciaal voor dat doel
ontwikkelde stok. Dat was weer een andere dan waarmee meester de
ramen opendeed, en toen hij een keer de verkeerde stok nam viel de
plaat met veel geraas op de grond. Al die schoolplaten zaten,
opgerold, in een speciale kast. We mochten er soms als kinderen zelf
een uithalen, en dan was het nog lastig om op het kleine etiket te
kunnen zien welke je moest hebben. Er was er ook een van een
rendier, en ik heb heel mijn leven gedacht dat die beesten ontzettend
groot waren, maar toen ik er een keer een op tv zag viel me dat nog
tegen weet ik. En dat doet me weer denken aan een kofferset die we
ooit kochten. In de advertentie leken de koffers veel groter, maar dat
kwam omdat de mensen die er naast stonden allemaal niet langer
waren dan ongeveer anderhalve meter.
Maar terug naar de rinoceros. De neushoorn. Daar zijn meerdere
soorten van. Ik ben geen natuurkenner. Ik ken niet alle vogels die ik
zie bij name. Toen we op onze vorige woonplek in alle nokken van het
huis zwaluwnesten hadden vertelde ik dat wel eens. Maar de reactie
was dan heel vaak: huiszwaluwen of boerenzwaluwen? En ik moest
dan het antwoord schuldig blijven. Er zijn dus ook meerdere
neushoorns. Geen huisneushoorns of boerenneushoorns, maar witte,
of niet witte, en dan ook nog noordelijke witte en zuidelijke witte.
Het probleem is nu dat de noordelijke witte neushoorn dreigt uit te
sterven, wat zeg ik, dat doet hij al, want er zijn er op de hele wereld
nog maar twee, en dat zijn allebei vrouwtjes, moeder en dochter. Het
enige mannetje is onlangs overleden, en kan dus niet meer voor
instandhouding van de soort zorgen.
Ooit schreef ik in een column dat wij mensen als het ware de aarde
regeren. Daar kreeg ik commentaar op, dat ik vond dat wij de baas
over de schepping waren. Dat vind ik niet, dat is gewoon zo, in ieder
geval spelen we dat we de baas zijn. Dat blijkt uit alles. Wij hebben
als mensheid er voor gezorgd dat het klimaat verandert en we zijn ook
weer bezig als mensheid om te proberen dat ongedaan te maken. In
de IJstijd ging dat heel anders. Niemand bemoeide zich daar toen nog
mee…
Maar de mens zou de mens niet zijn als hij niet zou proberen te
voorkomen dat de noordelijke witte neushoorn zal uitsterven. Van het
overleden mannetje (nou ja, tje) is zaad ingevroren, en
wetenschappers zijn bezig met experimenten om erachter te komen
hoe ze daarmee een eicel van een van de twee vrouwtjes kunnen
bevruchten. Ik neem aan de moeder, want anders krijgen we een
incestueuze witte noordelijke neushoorn. Bijkomend probleem is dat
het voor het vrouwtje onmogelijk schijnt te zijn te baren, zodat het de
bedoeling is dat een zuidelijke witte neushoorn als draagmoeder gaat
optreden. Dat wordt haar, uiteraard, niet gevraagd, dat regelen wij, als
mensheid, gewoon.
Als het allemaal lukt zijn er over een tijdje dus drie in plaats van twee
witte noordelijke neushoorns. En nou maar hopen dat het een
mannetje wordt. Dan kan hij later, weliswaar met zijn zusje, voor nog
meer nakomelingen zorgen. Én met hulp van de mens natuurlijk, en
zijn IVF…

Geld
(21 juli 2018)

Er zijn dingen waar ik niks van begrijp. “Dan kun je daar ook maar
beter je mond over houden,” hoor ik u al denken. Dat doe ik meestal
ook. Ik vind het zelf altijd heel grappig als mensen met veel aplomb
allerlei interessants weten te melden over muziek, het vak waar ik
toevallig wel het een en ander van weet, terwijl ik dan hoor dat er niet
zo veel klopt van hun verhaal. Ik vraag me dan vaak wel af of ze net
zulke onzin verkopen als het om een zaak gaat waar ik geen verstand
van heb. Dan kan ik niet controleren of hun gegevens kloppen.
Ik heb niet echt veel verstand van geld, maar ik wilde het er toch even
over hebben. Ik kan namelijk best een beetje rekenen.
Het wereldkampioenschap voetbal is voorbij. (Ik keek graag naar de
Belgische televisie. Na een sliding krijgt Vertongen een gele kaart, en
de Vlaamse commentator meldt doodleuk dat “gelukkig zijn haar nog
goed zit!”) Ronaldo gaat verkassen van Real Madrid naar Juventus.
De Italiaanse club betaalt 100 miljoen voor de speler, wiens haar
trouwens ook altijd perfect zit. Zijn salaris wordt 30 miljoen per jaar.
Het zijn bedragen waar een normaal mens zich niets bij kan
voorstellen. Als je dat omrekent kom je op bijna 600.000 per week.
De normale mensen die bij Fiat werken (de ‘eigenaar’ van Juventus is
ook de eigenaar van de Fiatfabrieken) vinden het belachelijk en
kondigen een staking aan. Zij hebben al in geen jaren loonsverhoging
gehad.
Ik snap ze wel. Misschien ben je als Fiat-werknemer wel min of meer
als vanzelf Juventusfan, jouw club, maar er zijn natuurlijk grenzen.
Veel Nederlanders staan van nature achter het nationale voetbalelftal.
En er is een bank die de groep sponsort. Als ik bij diezelfde bank zit
betaal ik daar dus in feite aan mee. Hetzelfde geldt voor de
verzekeringsmaatschappij die op het shirt van FC Groningen staat.
Als ze geen sponsor van die club zouden zijn zou mijn premie omlaag
kunnen, denk ik dan. Zo gaat Ronaldo’s komst ten koste van het
Fiatpersoneel, vinden ze zelf.
Die bank overigens, van het Nederlands elftal, deelde mij deze week
mee dat de spaarrente op mijn spaarrekening wordt verlaagd. Van
0,05% naar 0,03%. Dat zijn ook getallen waar je je helemaal niets
meer bij kan voorstellen. Tegelijkertijd wordt rood staan gelukkig ook
goedkoper: Dat kostte 13,9% op jaarbasis, en dat wordt 12,9%. We
boffen maar!
In huize Steketee hebben we een gezamenlijke bankrekening.
Onlangs werden de ‘kosten betaalpakket’ afgeschreven. Tegelijkertijd
ook een bedrag ‘extra betaalpas’. Ik snap dan niet wat daar extra aan
is.
Toch is er ook financieel nieuws waar ik blij van word, of wat me in
ieder geval even een vrolijk moment oplevert. Er was een dominee in
Amersfoort, van een behoorlijk gereformeerde kerk, de
Gereformeerde Gemeente, die bij zijn belastingaangifte zijn zwarte
jacquet als werkkleding en dus aftrekpost opvoerde. De inspecteur
was het er niet mee eens. Volgens hem kon de dominee die jas ook in
het dagelijks leven gewoon dragen. Uiteraard kan dat, maar het lijkt
me wel een raar gezicht, zo op maandagmorgen bij Albert Heijn. De
dominee maakte bezwaar, en dankzij de rechter mag hij het bedrag
nu wel aftrekken. Want de jas schijnt speciale knopen te hebben,
waarmee je niet zomaar over straat kan. Hij kostte € 354,95. Het
levert de predikant een belastingvoordeel van maar liefst 150 euro op.
Zo’n bedrag, daar heb ik wél een beeld bij!

Metro
(28 juli 2018)

Het was feest. Want het moest ook feest zijn. “En niet een
gereformeerde bruiloft. Dan verwacht je een feest en je krijgt hel en
verdoemenis.” Het was het antwoord op een vraag van Dionne Stax
over de Noord-Zuidlijn die vorige week in Amsterdam in gebruik werd
genomen. We hoorden een van de betrokken bouwlieden. De baas
van de boormachine, of de architect, daar wil ik af zijn. En de vraag
ging over de kosten, en dat die zo ontzettend veel hoger zijn
geworden dan ooit was begroot. Daar wilde de man het niet over
hebben.
Het is ook niks bijzonders natuurlijk dat zo’n project duurder wordt dan
vooraf wordt gedacht. Dat gebeurt altijd. Maar als het klaar is, vond de
man, vieren we feest. Net zoals we dat ooit deden toen de
Zeelandbrug in gebruik werd genomen.
Ik was er bij, in december 1965, toen hij werd geopend. Als
schoolkinderen stonden we langs de route waar koningin Juliana
langs kwam. Zij zat in een grote zwarte auto, wij stonden in de regen.
We konden net een glimp van haar opvangen, van die auto bedoel ik.
De brug had enkele tientallen miljoenen guldens gekost. Jarenlang
hebben we tol betaald om de oversteek te kunnen maken. Later kwam
de route over de Oosterscheldekering, een project van vele miljarden,
die vanaf het begin tolvrij kon worden genomen. En dat terwijl alleen
al de tijdelijke brug die werd gebouwd om materialen naar het
werkeiland van die Oosterscheldekering te vervoeren duurder was
geweest dan de hele Zeelandbrug.
Het was de tijd van de grote projecten. De Grevelingendam,
Brouwersdam, en dus die Oosterscheldedam die eerst een afsluitdijk
zou worden en later, dankzij de PPR en D66, een ding werd met
schuiven die open en dicht konden. Dit om de bijzondere flora en
fauna in de Oosterschelde in stand te houden.
Dankzij al die nieuwe verbindingen kwam Rotterdam steeds dichterbij.
En ook daar gebeurde van alles. We maakten de start van de Metro
mee. Het Zuidplein werd een uitvalsbasis voor een bezoek aan het
centrum. Vanuit Zierikzee was je daar in drie kwartier, als het een
beetje mee zat.
Die metro werkte met een soort strippenkaarten. Voor 2 gulden kocht
je een kaart met 5 stripjes waarvan er bij het inchecken (een woord
dat we in die tijd nog helemaal nergens voor gebruikten overigens)
één werd afgeknipt. Een tochtje met de splinternieuwe metro kostte
dus 40 cent per persoon. Het duurde niet lang of de kaarten werden
veranderd. Voor die 2 gulden zaten er nog maar 4 stripjes op. Dat was
best een forse verhoging. Van 40 naar 50 cent, dat is in één keer 25
% erbij! Mijn vader stak zijn kaart omhoog en zei er iets van tegen de
conducteur: “Ze zijn een stuk duurder geworden…” “Nee,” antwoordde
de man, “ze zijn kleiner geworden!”
Bij de opening van de Noord-Zuidlijn was een perron gevuld met
hoogwaardigheidsbekleders, inclusief lieden die dankzij allerlei fouten,
slordigheden, en mismanagement, ooit waren afgetreden. En ik zag
oud-burgemeester Cohen, die niet bepaald blij keek. Het zag er
allemaal schitterend uit. De metro reed van het Centraal Station naar
Noord, alwaar de mensen op het perron door een presentator werden
opgepord om toch vooral met hun vlaggetjes te zwaaien als de trein er
aan kwam. Onderweg hield Dionne Stax praatjes met meerijders.
Zoals dus met die man met zijn gereformeerde bruiloft. Ik hoop wel
dat er hard genoeg met die vlaggetjes naar hem werd gezwaaid…

Privacy
(4 augustus 2018)

Het is altijd wel interessant om in deze krant de berichten uit de
verschillende kerken te lezen. Bij de ene gemeente wordt zo’n beetje
alles per kerkbode gemeld, de andere vertelt haast niets. En als er
concerten worden georganiseerd zorgt een overijverige commissie dat
het zowel onder de activiteitenagenda terecht komt als ook onder het\
gemeentenieuws. En als er dan een paar kerken een vorm van
samenwerking hebben staat het er soms wel drie keer in.
Sommige correspondenten, dat zullen dan wel dominees zijn, geven
alvast een schets van de preek die ze gaan houden, en er zijn er ook
die het mooi vinden om een terugblik op de afgelopen zondag te
geven. En vaak staat er ook een corveelijstje in: ouderling van dienst,
koster, gastgezin, kerktaxi, organist.
Toen ik ooit scriba was werd de kopij nog ingeleverd per post. Het
loopje naar de brievenbus op zondagavond was een traditie. Een
enveloppe naar Postbus 37 met een getypt verhaal in mijn geval, en ik
denk dat dat in de meeste gevallen zo was, hoewel er ook met de pen
geschreven teksten binnen kwamen. En iemand moest al die teksten
weer overtypen. Later kon je de zaak ook per fax inleveren. Ik had
geen fax, maar je kon een Wordbestand per computer ook faxen, en
dat was al een hele vooruitgang. Maar het overtypen bleef.
Deze week viel me een bericht op van een gemeente wier naam ik
niet zal noemen. Er werd medegedeeld welke gemeenteleden een
bloemengroet hadden ontvangen. Het ging om een echtpaar dat 62
jaar getrouwd was, alsmede om een stel dat 50 jaar samen was.
Boven het verhaal stond: ‘Dit is de laatste keer dat de bloemengroet in
de kerkbode komt te staan. Om privacyredenen mag het niet meer
van de kerkenraad.’
In onze gemeente werden de verjaardagen van mensen genoemd die
ouder waren dan 70. Ik had een lijstje paraat van namen van leden
die hadden gemeld dat ze niet in het kerkblad wensten te worden
genoemd. Ook mensen die dat pas bedachten als ze er al in hadden
gestaan…
Zo’n mededeling over die bloemengroet is best interessant. De
schrijver meldt niet dat de kerkenraad besloten heeft geen namen
meer te noemen, nee, hij zegt dat het ‘niet meer mag’! Hijzelf heeft er
kennelijk geen probleem mee, en zou het graag blijven doen, maar
helaas. Het lijkt me als correspondent ook wel prettig dat je iets te
melden mag hebben. Maar onze privacy gaat tegenwoordig boven
alles. Zelfs als het om iets moois, iets positiefs gaat. Je ziet in de krant
ook steeds vaker foto’s van mensen die onherkenbaar zijn gemaakt.
Ook als het om een onschuldig plaatje gaat ter illustratie van een
verhaal. Met een beroep op de nieuwe privacyregelgeving mag er zo
langzamerhand niets meer openbaar gemaakt worden.
Wel overigens de naam van een dirigent die in 1996 en in 2000 heeft
geprobeerd twee zangeressen te verleiden. De man ontkent het
verhaal, maar biedt wel zijn excuses aan. Dat is ook weer bijzonder
natuurlijk. “Ik ben me van geen kwaad bewust, maar als het niet in
orde was, dan spijt me dat…” zoiets denk ik. Vier jaar nadat hij zijn
eerste blauwtje had gelopen overkwam het hem nog eens. Sinds
#MeToo staat de verhouding man-vrouw zwaar onder druk. De
zangeressen hebben er twintig jaar mee rond gelopen…  
Voor wie zich afvraagt waar de bloemen in het vervolg geruisloos
worden bezorgd: het gaat om de gemeente A. in classis N.O.G.

Zomergasten
(11 augustus 2018)

Het is een soort monument. Elk jaar hangt er een zekere spanning
wie dit jaar de gasten zullen zijn. Vaak zijn het verrassende namen.
Vaak ook namen die me niks zeggen. Vervolgens maken ze indruk en
daarna zeggen hun namen je wel wat.
We zagen de eerste aflevering. In de aankondiging werd verteld dat er
ook een stukje uit Jesus Christ Superstar zou worden getoond. Het
bleek een scène te zijn waarin Judas Jezus toezingt en zich afvraagt
waarom Jezus toch alles mis laat gaan. Dat zou niet nodig moeten
zijn voor de zoon van God…
Het was een gedeelte uit de filmversie. Dat vind ik jammer want daar
ligt het geluid van de zangstem zo onwerkelijk bovenop de muziek.
Daardoor versta je het wel goed, maar muzikaal vind ik het niet sterk.
De gast, Romana Vrede, wilde het vooral graag laten zien om de
manier waarop Judas zijn rol speelt. “Fantastisch zoals hij wel twintig
keer ‘Listen to me’ roept!” Volgens mij had Andrew Lloyd Webber dat
‘Listen to me’ in de muziek gewoon twintig keer terug laten komen.
Dat kun je doen als componist. Als je een tekst belangrijk vindt
bijvoorbeeld. Daar had die fantastische acteur geen invloed op, lijkt
me.
“We luisterden elk jaar naar Jesus Christ Superstar,” vertelde ze, “met
de Kerst.” Presentatrice Janine Abbring reageerde verbaasd. “Pasen
toch..? De kruisiging was toch met Pasen…”
Enige verbazing en vervolgens: “Nou ja, dat verhaal interesseert me
niet zo, het gaat me om het acteren…” Dat het niet echt Pasen was
zullen we Janine maar vergeven, ze had het zwaar met haar gast,
zullen we maar denken.
Later bleek de actrice ‘veel Bijbelkennis’ te hebben, dankzij een
driejarige carrière als Jehova getuige. Ik vond dat ‘veel’ wel
meevallen.
In de recensies die ik las (elke krant heeft ze!) alleen maar lovende
woorden. En hoe moeilijk ze het Janine Abbring maakte. Ja,
inderdaad lastig. Je zoekt een televisiefragment uit dat je wilt laten
zien en als je vervolgens gevraagd wordt wat je daarmee hebt hul je
je in een quasi diepzinnig stilzwijgen.
Ook was er een bijzonder filmpje te zien. Het was gefilmd door de
hoofdpersoon zelf, vertelde Janine Abbring. Romana: “O, is dat zo?
Dat zou best kunnen, dat wist ik niet.” Ze praten er even door, en
Abbring kondigt het aan, zus en zo, gefilmd door de mevrouw die we
in beeld zien. “Klopt!” zegt de gast.
Ik vond het een lange avond, zapte tussendoor even weg, en kwam
weer terug in een stukje over racisme. Naast onze privacy en het
MeToo-gedoe is dat een van de belangrijkste onderwerpen heden ten
dage. We zien overal racisme in. Ik moet dan vaak denken aan die
jongetjes in de laatste klas van de lagere school die bij alles wat je als
docent zegt seksuele toespelingen horen. “Ben je klaar Jan?”
bijvoorbeeld, of, als de cassetterecorder moet worden gestart: “Doe
hem er maar in!” “Ja meester, wij zijn doordenkertjes!”
Ik vind een programma van een uur of drie met een gast die eigenlijk
niets te melden heeft en dat camoufleert door met een interessante
blik stil te zijn niet om door te komen. Ik snap dan ook die positieve
commentaren niet. Ik zou haast zeggen: Ben ik nou zo slim, of zijn al
die recensenten zo dom?
Deze week Louis van Gaal. Dat wordt ongetwijfeld een stuk
boeiender.

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

 Alweer
(18 augustus 2018)

In mijn verhaal van vorige week verheugde ik me op de zondagavond,
op Zomergasten met Louis van Gaal. Het is een bijzondere man, met
een pittige verhouding met de pers, maar op een bepaalde manier zit
er achter de façade een sympathiek mens, zo dacht ik. U als lezer las
mijn column een paar dagen na de avond met Van Gaal, en kon zelf
constateren of dat ook zo was. Mij persoonlijk viel het niet mee. Het
ging wel erg over Van Gaal, en dat kun je misschien ook wel
verwachten bij dergelijke bijeenkomsten, maar het voelde wel heel erg
alsof hij zichzelf aan het rechtvaardigen was. Hoe het ook zij, ik vond
het weer geen mooie Zomergastenuitzending, moest strijden tegen de
slaap, en had het gevoel de plank met mijn voorpret behoorlijk te
hebben misgeslagen.
Dat had ik ook, een beetje, met mijn opmerking over Gatti, de dirigent
van het Concertgebouworkest. Over twee mislukte
verleidingspogingen, in 1996 en 2000, waar de dames in kwestie
blijkbaar 20 jaar mee hadden rondgelopen. Maar als je dan hoort dat
het orkest de man op staande voet heeft ontslagen (hij is dus bij
voorbaat veroordeeld, en zijn carrière is voorbij) krijg je toch het idee
dat er meer aan de hand is geweest. Temeer daar het orkest het zich
met dit ontslag bepaald niet makkelijk maakt. Men moet hard op zoek
naar vervangers voor enkele tientallen concerten, en dat valt niet
mee. Topdirigenten liggen niet voor het oprapen, en met minder dan
top kan het orkest uiteraard geen genoegen nemen. En dan lees ik,
het is echt waar, een ingezonden stuk van een mevrouw die vindt dat
dit de kans is voor het orkest om een vrouwelijke dirigent in te huren.
Wij waren dit weekend uit eten. Het was druk in het restaurant en er
liepen heel wat mensen te bedienen. Allemaal meisjes en vrouwen,
en er was één man. Ik veronderstelde dat dat de baas van de zaak
was. En terwijl ik dat zei, realiseerde ik me schuldbewust dat zo’n
automatische aanname natuurlijk getuigt van een rolbevestigende
vooringenomenheid. Niet alle meisjes waren even jong, best kans dat
die ene volwassen vrouw de baas was. Bij het afrekenen vertelde de
man me, desgevraagd, dat hij de nieuwe eigenaar van het restaurant
was. Mijn veronderstelling klopte dus, gelukkig, wel…
En net zoals de verhouding man/vrouw was ook deze week weer
racisme onderwerp van gesprek. Een meisje is vermist en er is geen
Amber Alert uitgegaan. “Omdat het een donker meisje is,” constateert
de in racisme gespecialiseerde columniste in Trouw. En ook
praatprogramma’s op de televisie besteedden er veel aandacht aan.
Een woordvoerder van de politie, ik meen in Den Haag, vertelde over
vele tientallen vermissingen per week. Niet elke verdwijning is
aanleiding voor een Amber Alert. En in het geval waar het over ging
was de vermissing pas na een paar dagen gemeld.
Ik zag een oproep van de ouders. Ze vroegen niet aan eventuele
ontvoerders om hun dochter terug te brengen. Ze richtten zich tot het
meisje zelf: “Kom alsjeblieft terug!” Je vraagt je af wat een Amber Alert
uitricht bij iemand die kennelijk zelf de kuierlatten heeft genomen.
Overigens ging het bij Van Gaal ook nog even over racisme. Over
zwarte spelers in het Nederlands elftal, die zich gediscrimineerd
voelden. Van Gaal had een van hen naar huis gestuurd. Het hoe en
waarom is me niet helemaal duidelijk geworden. De slaap had het
toen al gewonnen…

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA