recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar: Misschien snap ik het wel niet

Lezen en schrijven
(3 februari 2018
)

Op school leerden we lezen en schrijven. Het is een vanzelfsprekende
twee-eenheid. Schrijven moest mooi op de lijntjes, en lezen ging ‘op
toon’. Bij een vraagteken moest de stem een beetje met een draai
omhoog. Dat klonk altijd heel onnatuurlijk. Maar de kinderen die het
het meest overdreven deden kregen ook de meeste complimenten
van juf!
De lijntjes in het schrijfschrift stonden niet op gelijke afstanden van
elkaar. Je had lijntjes, dicht bij elkaar, waar de kleine letters zoals de
e, a, c, i, m en n in pasten en dan daaronder en boven een lijntje iets
verder weg voor de lussen, zoals van de l, de b, de g  en de j. Tegen
de tijd dat het lukte kregen we andere schriften met de lijnen op
gelijke afstanden, en toen werd het bij mij een rommeltje. Mijn
handschrift is ook altijd een rommeltje gebleven.
Er wordt de laatste jaren minder gelezen. Dat is wetenschappelijk
onderzocht. Ook zonder de steun van een onderzoek kun je op je
klompen aanvoelen dat er niet meer zo veel gelezen wordt.
Tegenwoordig richten we onze blik meer op schermpjes dan in
boeken.
En er wordt ook veel minder met de hand geschreven! Alles wat we
met een ander willen communiceren wordt getypt op onze laptop,
computer, tablet of telefoon. Wat ik dan weer grappig vind is dat je
vroeger mensen naar typeles zag gaan (met zo’n typemachine met
allemaal gekleurde dopjes over de toetsen), waar ik dat heden ten
dage nooit meer zie gebeuren. Je zou haast denken dat de mens door
de voortschrijdende techniek automatisch genetisch zo veranderd is
dat het bedienen van een QWERTY toetsenbord bij de geboorte al
min of meer is ingeprogrammeerd. Ik weet niet veel van erfelijkheid en
aanleg… Ik kan me voorstellen dat muzikaliteit iets erfelijks is. Maar
kan het bedienen van een orgel of piano of, maar eens wat anders te
noemen, van een gitaar dat ook zijn? Dat is een bepaalde techniek
die verband houdt met een bepaald apparaat, en het lijkt me sterk dat
dat in je genen verankerd kan liggen. Dat geldt natuurlijk ook voor dat
typen. Dat leer je gewoon door het van jongs af aan te doen. Ik heb
het ooit geleerd door elke week de catechismusvraag en het antwoord
een paar keer over te typen. Zo stampte ik die catechismus, want dat
moest voor school, in mijn hoofd, en tegelijkertijd oefende ik mijn
typevaardigheid.  Maar in dat onderzoek over lezen en schrijven las ik
ook dat als je dingen wilt onthouden je ze beter echt kunt opschrijven
dan typen. Mijn ervaring is dus een andere.
In mijn tijd als scriba en ook op het werk moest ik vaak verslagen van
vergaderingen maken. Tegenwoordig is het vrij normaal om met je
laptop of je tablet bij een vergadering te zitten. Maar een jaar of twintig
geleden was dat nog niet zo. Braaf zat ik op mijn schrijfblok
aantekeningen te maken, en trouwens ook veel versieringen aan
letters aan te brengen. Later achter mijn bureau kon ik die
aantekeningen dan vaak niet meer lezen. Er zijn ook nogal eens wat
onderwerpen er daardoor in de notulen maar bekaaid van af
gekomen.
Overigens lijkt de kwaliteit van het handschrift wel een erfelijke
kwestie. Mijn pa, ik kan dat gerust vertellen want hij vond het zelf ook,
had ook een abominabel handschrift. Maar ik vond het er wel mooi
karakteristiek uitzien. Dat mis ik bij mijn eigen gekrabbel wel…

Felicitaties
(10 februari 2018
)

“Proficiat!” zei iemand toen ik jarig was. Geen idee wat hij daar mee
bedoelde. Wij zeiden altijd ‘van harte gefeliciteerd’, en dat begreep ik
wel. Al zal ik vast niet geweten hebben dat feliciteren geluk wensen
betekent, en dat het woord felix er in zit. Het woord proficiat was
nieuw voor mij. Het komt ook uit het Latijn, van het werkwoord
proficere, waarvan ik vermoed dat ook het woord profijt afkomstig is.
Brabanders en Limburgers gebruiken het vooral. Maar we bedoelen
allemaal hetzelfde: geluk gewenst! Net als Kees van der Staaij, toen
hij Paula Schot (de vrouwelijke SGP-lijsttrekker in Amsterdam) een
SMS stuurde met een gelukwens voor haar benoeming als lijsttrekker.
Maar er is wat commotie in het bestuur van de SGP. Kees van der
Staaij mag dan een gelukwens sturen, dat is iets anders dan een
officiële felicitatie! En het bestuur is zeker niet van plan om te
stimuleren dat meer vrouwen zich verkiesbaar willen gaan stellen.
Het zijn mooie tijden nu er weer verkiezingen aankomen. Er gebeurt
weer van alles op politiek gebied. Ik zag de Eerste Kamer, in mijn
beleving een orgaan met allemaal al wat oudere, integere, en wijzere,
leden. Mensen die de opwinding van de politiek en de waan van de
dag achter zich hebben gelaten.
Het ging van de week over het wetsvoorstel van Pia Dijkstra over
orgaandonatie. Het was met één stem verschil aangenomen in de
Tweede Kamer omdat een tegenstemmer zijn trein gemist had.
Ondanks mijn weerzin tegen de persoon Dijkstra zijn mijn organen na
mijn dood beschikbaar voor wie dan ook. Dat staat ook op een
papiertje dat ik al jaren in mijn portemonnee met me mee draag.
Maar de wijze mannen en vrouwen willen dat de nabestaanden meer
te zeggen krijgen. Ik volgde het debat op tv en verbaasde me over
hoe oud Frank de Grave geworden was. En met zo’n open overhemd
vond ik hem niet overkomen als een oude wijze man, maar dit
terzijde.
En er was een mevrouw van de PvdA. Ik dacht een integere wijze
oude vrouw. Ze is getrouwd met een D66-er die burgemeester was
van Wassenaar maar is vertrokken omdat hij niet zo goed met de
gemeenteraad overweg kon. Dat kan natuurlijk, het schijnt daar vaker
te gebeuren, en hij heeft een riante vertrekregeling georganiseerd:
wachtgeld aangevuld tot zijn volledige salaris. En hij mocht nog een
jaar goedkoop de ambtswoning blijven huren! Maar nu dat bekend
geworden is heeft hij zijn extra wachtgeld teruggestort. Dat snap ik
dan weer niet. Hij had het toch eerlijk uit onderhandeld? Wat wel weer
vreemd is, is dat zijn vrouw nog geprobeerd heeft om nóg goedkoper
de ambtswoning te huren. Een huis van een paar miljoen, het is wel
Wassenaar, dat een jaar of tien geleden ook nog eens voor vele
tonnen is verbouwd. “We hebben het goedkoopste parket en de
goedkoopste gordijnen” zei de burgemeestersvrouw. Dat is mooi,
maar normale mensen betalen hun gordijnen zelf!
En, last but not least, ging het over de gaswinning. Een
persconferentie waar minister Wiebes, commissaris Paas, Hans
Alders en burgemeester Hiemstra van Appingedam om beurten
allemaal hetzelfde zeiden. En een mevrouw van de Shell die het had
over ‘garanties geven’ maar niet over ‘aansprakelijk zijn’, terwijl dat
verschil volgens mij vergelijkbaar is met het verschil tussen proficiat
en gefeliciteerd.
We moeten nog zien hoe het uitpakt, misschien nog niet direct een
feestje, maar vooralsnog kunnen we als Groningers elkaar wel
feliciteren, lijkt me. Van harte!

Berichtgeving
(17 februari 2018
)

Je zou verwachten dat ze er mee zouden beginnen. Precies een
maand na de aardbeving onder Zeerijp op 8 januari was er weer een,
nu met het epicentrum onder Loppersum. Maar TVNoord, dat we
speciaal voor de gelegenheid hadden ingeschakeld, had belangrijker
nieuws. Vraag me niet wat, want door de manier van berichtgeven
met zoveel zijpaden, mensen in de straat en tegenwoordig zelfs ook
een echte tafelheer die geacht wordt overal iets van te vinden,
ongeacht of hij verstand heeft van het onderwerp dat aan de orde is,
gaat het meer over bijzaken dan over hoofdzaken. En er staat een
jongedame (of jongeheer, al naar gelang) die ons meldt wat er via
twitter tot ons komt. “Jan zegt zus of zo en Mieneke schreef op
Instagram dat…” Ik ken Jan niet en het interesseert me ook weinig
wat Mieneke waar dan ook van vindt. Maar als veel mensen dat dan
weer bekijken gaat het viral zoals dat heet, en dat geeft dan aan zo’n
bericht een zeker status.
Maar ik wil graag gewoon nieuws horen, objectieve informatie, over
wat er die dag is gebeurd in de provincie. Meer niet.
Nou vind ik het sowieso altijd wel lastig om het nieuws tot me te
nemen. Ook als het over de landelijke media gaat. Sinds Donald
Trump heeft het fenomeen nepnieuws een grote vlucht genomen, en
in veel discussies gaat het ook over of iets nou waar is of niet. Je kan
niet gewoon geloven wat je verteld wordt. En dat terwijl je als brave
Nederlander altijd de neiging had om de NOS blindelings te
vertrouwen!
Deze week kwam Marco Kroon naar buiten met een, naar ik begreep,
schokkend verhaal. Ik ken hem vooral van die beelden waarop
koningin Beatrix hem tot ridder slaat, en waarbij ik steeds denk dat het
maar goed is dat het niet een heel lange man is. Onze vorstin kon er
maar net bij toen ze hem op de schouder sloeg.
Kroon is een held, en daarvan hebben we er niet zoveel. Jammer dat
hij iets met drugs deed en met een stroomstootwapen, maar dat
scheen geen invloed te hebben op zijn heldenstatus.
In de eerste berichtgeving die ik zag werd er geciteerd uit berichten in
het Algemeen Dagblad. Hij was ontvoerd geweest en later weer
vrijgelaten. Na verloop van tijd kwam hij een van zijn belagers weer
tegen. “Deze greep naar zijn wapen.” Vervolgens schiet Kroon het
magazijn van zijn eigen wapen leeg en dat overleeft zijn tegenstander
uiteraard niet. Maar het gekke is dat in volgende journaals het zinnetje
“Deze greep naar zijn wapen” was weggelaten. Het leek opeens alsof
Kroon de man tegenkwam en hem direct en zondermeer neerschoot.
Daar wordt het wel een heel ander verhaal van. Zo’n manier van
nieuws melden zou je tendentieus kunnen noemen. Er wordt bewust
iets tamelijk belangrijks weggelaten. En ik kan me niet voorstellen dat
dat gebeurde omdat het item anders te lang werd.
De aardbeving op donderdag 8 februari was de elfde dit jaar. Ik lees
het in de krant. Hij had een kracht van 2,0 op de schaal van Richter.
Volgens diezelfde krant is dat “net zwaar genoeg om te voelen”.
Zoiets heet een understatement. Ikzelf zat in Delfzijl met leerlingen in
de kerk tijdens de beving. Maar ook de journalist die deze zin uit zijn
computer toverde was kennelijk niet in de buurt geweest toen de
bodem onder Loppersum trilde…

Ontroering
(24 februari 2018
)

Het is weer genieten. Elke dag een andere schaatsafstand, en het
goud blijft maar komen. En als wij het niet winnen, wordt het wel
binnengehaald door een naar Canada geëmigreerde landgenoot. Er is
blijdschap en die gaat vaak gepaard met hevige ontroering. Ik vind dat
wel iets moois hebben.
En na afloop zijn er de interviews. Mensen die gewonnen hebben
huilen, mensen die niet gewonnen hebben huilen ook, en als ze dat
niet doen probeert de interviewer het wel voor elkaar te krijgen. “Het
ging niet zo goed hè?” “Nee, soms lukt het, soms lukt het niet.” “Ja,
dat snap ik, maar dat vind ik toch te makkelijk. Je ging toch voor een
medaille, of niet soms?” Ireen Wüst liet zich niet provoceren. Ook
Sven Kramer reageerde nuchter op zijn opnieuw gestrande poging de
10.000 meter te winnen. “Het ging niet.” De afzet was niet goed en
daardoor kon hij niet genoeg kracht zetten of zoiets. En het jonge
meisje dat zomaar de 5000 meter won was alleen maar uitgelaten. Ze
wist in december nog niet wanneer de Olympische Spelen plaats
zouden vinden en was ook verbaasd dat ze mee mocht doen. Haar
collega, die er wél jaren voor getraind had, was in tranen omdat ze op
19 honderdste van een seconde naast een medaille had gegrepen.
Toen Jorien ter Mors gewonnen had begon de interviewer weer over
haar overleden vader, en hij bereikte zijn doel: een huilende
sportvrouw.
Andere sporten zie ik niet. Per ongeluk zag ik skeleton langskomen,
waarvan het verschil met rodelen is dat de sporter niet op zijn rug
maar op zijn buik op het sleetje ligt. Ik vind beide houdingen niet erg
charmant. Wat dat betreft zou ik willen pleiten voor sleetje rijden
waarbij men bevallig op zijn zij ligt.
Niet alleen in de sport was er deze week ontroering. Mensen waren
ontroerd door het overlijden van Ruud Lubbers. En onze drie andere,
nog levende, oud-premiers mochten daar iets van zeggen. Lubbers
was een handig politicus. Als  je trouwens de manier zag waarop hij
de positie van Elco Brinkman ondermijnde zou je het niet zeggen, of
misschien juist wel. Hij moet zich er terdege van bewust zijn geweest
wat hij met zijn actie (“Ik stem niet op Brinkman, ik stem op nummer
drie, Hirsch Ballin!”) teweegbracht. Brinkman is een gereformeerde
jongen, Hirsch Ballin, net als Lubbers, katholiek. Zo ging dat nog heel
lang in het CDA!
Ooit hadden we de, eveneens gereformeerde, ARP’er Jelle Zijlstra,
die ook nog eens orgel speelde. Hoe mooi wil je het hebben! Ik moest
daarom wel even wennen aan de naam Zijlstra bij de VVD. Ook hij
was ontroerd deze week. Maar op de een of andere manier had dat
iets heel ongemakkelijks. Het was een behoorlijke privé ontroering.
Over een in de kiem gesmoorde carrière als minister van buitenlandse
zaken. En Mark Rutte was ontroerd, en verschillende Kamerleden. En
er werd weer gezegd dat hij zo waardig was afgetreden. En het was
zo’n fijne en betrouwbare collega, en ze hadden zo prettig
onderhandeld over het nieuwe kabinet. Het zal allemaal wel. Ik vond
het vooral gênant.
Eindeloos kregen we de beelden te zien hoe hij op een VVD-congres
stoer vertelde over zijn ontmoeting met Poetin. Je vraagt je af hoe hij
zo onnozel heeft kunnen zijn. En dan hebben we het nog niet eens
over het echtpaar Hoekema in die veel te goedkope villa in
Wassenaar, net terug van vakantie op de Maledieven…

Democratie
(3 maart 2018
)

“Dat is niet echt democratisch besloten,” zei eens een koorlid tijdens
een repetitie toen ik vertelde wat we gingen doen. Ik antwoordde dat
ik er nog nooit van was uitgegaan dat een koor een democratische
instelling is. Er zal toch iemand moeten zijn die de leiding heeft.
Datzelfde geldt, of gold in ieder geval in mijn tijd, voor schoolklassen
en huisgezinnen. De meester was de baas, en thuis hadden pa en ma
het voor het zeggen. Al kan ik me niet meer goed voor de geest halen
wie de leiding nam als mijn ouders niet dezelfde mening hadden. Van
oudsher was dan weliswaar de man het hoofd van het gezin, maar dat
heb ik ook wel eens zo horen uitleggen dat hij over belangrijke zaken
gaat als de politiek, en wie bijvoorbeeld de beste president van
Amerika zou zijn, en de vrouw over wat minder interessante kwesties
als de inrichting van de woning, de school waar de kinderen heen
moesten en het dagelijkse menu.
In onze Tweede Kamer hebben we een grote hoeveelheid fracties.
Dat hebben we te danken aan ons systeem van evenredige
vertegenwoordiging. Iedereen die in staat is om ongeveer 0,6 procent
van de kiezers achter zich te krijgen kan een plaatsje in de Kamer
veroveren. En voor mensen die eerst via een andere partij een zetel
en daardoor hun naamsbekendheid hebben bereikt lukt dat ook
regelmatig. Geert Wilders, hij was ooit VVD’er, en Kuzu en Öztürk van
Denk, die als PvdA’ers begonnen, zijn er de duidelijkste voorbeelden
van. Als we in Nederland, zoals in veel landen het geval is, een
kiesdrempel zouden hebben (van bijvoorbeeld 5 zetels) zouden veel
kleine fracties de Kamer niet hebben gehaald. Dat geldt voor Denk, de
Partij voor de Dieren, maar ook voor de 100-jarige SGP en Groen
Links, die een paar jaar terug met vier zeteltjes in de Kamer zat. En
ook D66 had, nog niet zo lang geleden, maar drie zetels, en zou uit de
Kamer zijn verdwenen.
Het feit dat we geen drempel hebben zorgt er dus voor dat iedere
minderheid in staat is deel te nemen aan het democratisch proces.
Een foutje in ons systeem vind ik wel dat iemand die over de rug van
de lijsttrekker wordt gekozen zomaar kan besluiten voor zichzelf te
beginnen en zijn zetel mee te nemen, alsof hij hem zelf verdiend zou
hebben. Zoals dus Wilders deed, en de heren van Denk. Daarom
wordt ook op alle mogelijke manieren geprobeerd om dwarsliggers
binnen boord te houden. Zeker als zo iemand de kleine meerderheid
die de regering heeft kan veranderen in een kleine minderheid.
In veel landen betekent democratie de macht van de meerderheid. Als
je net iets meer dan de helft van de mensen achter je hebt kun je alles
doen wat je wilt. Het enige dat dat kan voorkomen is de wetenschap
dat het de volgende keer net andersom kan zijn. Maar vaak ook niet,
getuige Amerika, waar de ene regering allerlei besluiten van de vorige
gewoon weer terugdraait.
Democratie wordt wel eens ‘de minst slechte manier om een land te
regeren’  genoemd. Het volk bepaalt wat er gebeurt. Het lijkt me ook
verre te prefereren boven bijvoorbeeld een dictatuur. Maar waar
sommige democratieën in de praktijk neerkomen op de dictatuur van
de meerderheid, ben ik blij dat wij zo’n evenredige
vertegenwoordiging hebben, en minderheden er óók toe doen. Dan
kan het zomaar gebeuren dat partijen hun kroonjuwelen overboord
gooien, om des lands wil!

Gewoon
(10 maart 2018
)

In Nederland vinden we dat we allemaal gelijk zijn. Althans. Dat willen
we vinden. Alleen ontkom je er niet aan dat iemand soms boven het
maaiveld dreigt uit te steken. En daar schijnen we in dit land dan niet
van te houden. Hoewel het soms ook wel meer meevalt, getuige de
laatste Olympische Spelen. De superlatieven buitelden over elkaar
heen voor onze kanjers.
En ‘we’ vinden allemaal een koningshuis een beetje een achterhaalde
zaak, maar kijken graag naar de koning en de koningin en hun
dochters. Journalisten reizen in groten getale naar Oostenrijk om ze in
de sneeuw te fotograferen. We houden van onze koninklijke
hoogheden, prinsen en prinsessen, en niet te vergeten de heer Van
Vollenhove. Sneu, hij mocht geen prins worden, maar zijn belachelijk
in onroerend goed speculerende zoon wel. Vest op prinsen geen
betrouwen zongen we vroeger.
Er is ook een prins die een zoon gewon die hij liever niet had
gewonnen. Het was niet bij zijn officiële vrouw, maar bij iemand met
wie hij ooit een relatie had maar met wie hij niet is getrouwd. Hij heeft
wel toegegeven dat het zijn zoon is, maar hij vond het niet goed dat hij
zijn koninklijke achternaam, De Bourbon Parma, zou gaan gebruiken.
De bewuste jongen wilde dat wel en heeft na heel veel georganiseer
voor elkaar gekregen dat hij nou ook een prins is. Hij is nu opeens van
adel en in het persbericht lees ik dat hij zich nu koninklijke hoogheid
mag laten noemen. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat er niet veel
mensen zijn die dat ook gaan doen. Er staat dat het mag, niet dat het
moet! Zoals gezegd, we vinden dat we allemaal gelijk zijn.
Maar dus wel superlatieven voor onze schaatsers. We zijn trots op
Ireen Wüst en Sven Kramer en zeker ook op de onverwachte gouden
medaillewinnaars. Het was nog lastig bij Matthijs van Nieuwkerk dat
een andere kanjer, Mies Bouwman, net overleed op de dag dat hij die
medaillewinnaars ging fêteren. Ook over haar denderden de
superlatieven door de kamer.  
Er zat een keur aan bekende Nederlanders te vertellen hoe geschokt
ze waren en hoe dicht ze bij haar stonden. En de gewone man in de
straat, deze keer in een dansschool, zei dat hij haar zou missen.
“Gelukkig leeft Sonja Barend nog!” Ik heb noch Mies noch Sonja de
laatste tientallen jaren jaar serieus op televisie gezien.
Ja, Mies Bouwman de afgelopen week natuurlijk wel. Mijn favoriete
detective moest helaas wijken voor Eén van de Acht. Je zal maar een
paard en wagen winnen. Gelukkig woonde de winnares op een
boerderij…
Ik weet nog de opwinding toen ze het Onze Vader persifleerde: geef
ons heden ons dagelijks televisieprogramma. Ik was een jaar of
dertien. Vond het als gereformeerde jongen toen niet leuk. Nu heet ze
opeen de Moeder van de televisie. We hebben haar zo’n beetje heilig
verklaard. Hier en daar werd ze zelfs de Koningin van de televisie
genoemd. En ze was zo goed en had zulke goede adviezen voor
mensen die ook het vak in gingen. (Misschien had ze RTL wel kunnen
behoeden voor het inruilen van Umberto Tan voor die arrogante Twan
Huys…)
“Ik heb veel aan haar gehad.” “Zoals bijvoorbeeld?” “Nou dat ze zei
dat ik mezelf moest zijn! Ze is zelf ook zo gewoon gebleven. Maar ze
was wel de koningin!”
‘Jezelf zijn’ en ‘gewoon blijven’. Dat advies zou niet aan zijne
koninklijke hoogheid De Bourbon Parma besteed zijn!

Kerk en krimp
(17 maart 2018
)

Het zijn barre tijden voor de kerk. Het is een krimpend instituut. Daar
waar ze nog bestaat lijkt de belangrijkste taak vooral het hoofd boven
water te houden. Het is ook geen vrolijk gezicht, een gebouw waar
plaats is voor vele honderden belangstellenden, en waar er dan maar
enkele tientallen zitten.
Ik lees een interview met de preses van de PKN. Ze heeft geprobeerd
het tij te keren. Niet meer ‘de kramp om de krimp’ maar de
mogelijkheden voor de toekomst. Ze spreekt over huisgemeentes.
Maar ik vind het mooie van een kerk nou juist dat het een kerk is. En
dat is heel iets anders dan een huis. Hoewel er ook weer kerken zijn
die worden gesloten, vervolgens verkocht en dan worden omgebouwd
tot woning. Dat zal toch niet de bedoeling van onze scheidende
preses zijn.
In een woonprogramma zag ik er een langs komen. Het gebouw was
van de vrijzinnige gemeente geweest. Het leek erg op het vrijzinnig
hervormde gebouw in Delfzijl. Waarschijnlijk dezelfde vrijzinnig
hervormde architect. Een jong stel had hem gekocht en woonde er nu.
Ze hadden het mooi gedaan. Het nepfront van het orgel dat de
geluidsboxen van het elektronische orgeI moest camoufleren hadden
ze netjes laten staan. Maar van de gemetselde preekstoel hadden ze
een soort barretje gemaakt. De heer des huizes had het over “de
ruimte waar de priester altijd stond”. Hij had niet echt een kerkelijke
achtergrond zou je kunnen zeggen.
En nou we het toch over kennis van het kerkelijk leven hebben: Het is
weer genieten van dokter Deen en haar ongeloofwaardige
verwikkelingen op Vlieland. Haar schoonzoon is predikant en gaat ’s
morgens naar zijn werk zoals de gemeenteambtenaar naar het
gemeentehuis gaat en de bouwvakker naar zijn bouwlocatie. In de
vorige serie ging hij dan op de preekstoel zijn preek staan oefenen,
deze keer was er toevallig iemand in de kerk die zijn hulp nodig had.
Het was me niet helemaal duidelijk of het nou om pastorale of om
psychische nood ging. Ik vond het een bizar gesprek, een soort
relatietherapie. Het werd voortgezet op een bankje langs het wad,
waardoor eventuele volgende cliënten daarna vergeefs bij de kerk
zouden aankloppen.
Een leerling van me moest wat kinderen begeleiden bij het zingen in
een kerkdienst. Hij kende de juf en zij wist dat hij handig met zijn
keyboard was. Op de les oefenden we het versje. Juf had tegen de
jongen gezegd dat het om doping ging. Zoals gezegd, hij was handig
en ‘Verbonden met vader en moeder’ leverde geen grote problemen
op. Het was in Appingedam, en ik neem aan dat ze water gebruikt
hebben dat daar uit de kraan komt. Als de koster een aardige man of
vrouw is zorgt hij of zij er voor dat het water niet al te koud is. Ik ken
zelfs een koster die echt heet water in het doopvont goot, wetend dat
het wel even zou duren voor de doop daadwerkelijk zou plaatsvinden.
In Engeland gebruikten ze vorige week Jordaanwater. Ook daar een
geval van doping! Het ging om de verloofde van prins Harry. Ze werd
gedoopt door de aartsbisschop van Canterbury. Ze liet zich dopen “uit
respect voor de koningin, het hoofd van de kerk”, lees ik in het
persbericht. Elizabeth is de Engelse preses zou je kunnen zeggen! Er
waren volgens Britse media maar een paar mensen bij, onder wie
prins Charles en Camilla Parker Bowles.
Ook daar is sprake van krimp…

Over Bach
(24 maart 2018
)

Als kind zat ik op een christelijke lagere school. Daar heb ik het vaker
over gehad. De school werd bevolkt door kinderen van vele
gezindten, en wij gewone gereformeerden waren daarbij verre in de
minderheid. Oud Gereformeerd, Gereformeerde Gemeente, al dan
niet met de toevoeging ‘in Nederland’, en meer van dat soort kerken.
Dat zijn in mijn beleving ook de ‘gereformeerden’ waar het over gaat
in boeken van mensen als Maarten ’t Hart: in mijn eigen
gereformeerde jeugd heb ik weinig last gehad van bekrompen gedoe.
Een van de dingen die niet mochten op onze school was
toneelspelen. Dat werd dan opgelost door het doen van
samenspraken. Het verhaal werd gelezen door verschillende
personen, ieder had zijn eigen rol, maar het bleef bij lezen alleen. Dat
vond ik wel zo prettig, want ik kan beter lezen dan toneelspelen.
Van Maarten ’t Hart verscheen een boek over Bach. Goed getimed, in
deze lijdenstijd waarin overal weer de Johannes en de Matthaüs tot
klinken komen. Het zag er uit als een nieuw boek, maar toen we het
bestelden bleek het een oud boek (uit 2000!) in een nieuw jasje.
Meneer ’t Hart kwam er zelfs over vertellen bij de onvermijdelijke
Matthijs van Nieuwkerk. Een gesprek van niks, met vragen van niks.
Er werd lacherig gedaan maar ik had geen idee waarom. We hebben
het boek teruggestuurd. Het Boekenweekgeschenk mochten we
houden.
Zoals gezegd, het is lijdenstijd. We leven naar Pasen toe. Op tv is er
straks weer het spektakel van de Passion. Het lijdensverhaal
uitgebeeld en nagespeeld met hedendaagse liedjes. Dat gaat dit jaar
in Amsterdam gebeuren, in de Bijlmer. Hier en daar in den lande vindt
die Passion navolging. Zo ook in Nunspeet, op de Veluwe, alwaar de
plaatselijke TV-zender samen met een organisatiebureau een eigen
versie organiseert. Daar is nogal wat commotie over. Zes predikanten
hebben een petitie aangeboden om te protesteren tegen het naspelen
van de rol van Jezus. Men vindt dat godslasterlijk. Ruim viereneenhalf
duizend mensen hebben de protestpetitie ondertekend. Ik vind die
Passion prima. Ik snap alleen nooit de uitbundigheid die er bij kijken
komt. De ontroering maakt altijd weer plaats voor een feestje.
Wij waren bij de Matthäus Passion. Gewoon, in het dorp, in de kerk
van Loppersum. Hij werd uitgevoerd door het Luthers Bach Ensemble.
Het was een zogeheten scenische uitvoering. Niet dat ze van het
verhaal een toneelstuk maakten. Het was een soort samenspraak,
maar dan net iets meer. Alle zangers zongen uit het hoofd en
speelden als het ware hun rol. Dat deden ze in hun gewone dagelijkse
kleding, om aan te geven dat zij één waren met ons, de toehoorders,
het volk, de gemeente. Het werd daardoor, naast de geweldige
kwaliteit en inzet van zangers en speellieden - de schitterende hoboïst
zong ook enthousiast het ‘Barabbam!’ mee - een uitermate
indrukwekkende gebeurtenis. Nog nooit kwam de door en door
bekende Matthäus zo binnen.
De enige kanttekening die je zou kunnen maken is dat je door de
rollen zo te laten vervullen ook echt voor elke figuur een andere
zanger zou moeten hebben. Petrus en Pilatus werden nu gezongen
door dezelfde bas. Maar als gezegd, een kanttekening. Op veel
momenten zorgde de manier waarop het koor werd ingezet, of
bijvoorbeeld  direct al de opkomst van het jongenskoor, samen met
Jezus, voor een brok in de keel.
Het was een hele nieuwe ervaring. Aangrijpend en ontroerend. En
daardoor in zekere zin toch óók een feest.

Gemeenteraad
(31 maart 2018
)

We hadden verkiezingen. Als betrokken burger toog ik ’s avonds naar
het gemeentehuis alwaar de uitslagen van de verschillende
stembureaus zouden binnenkomen. Ik realiseerde me dat het 50 jaar
geleden was dat ik een dergelijke avond had bijgewoond. Destijds
was ik als tiener getuige van het tellen van de stemmen in het
gemeentehuis van Duiveland. Nu dus live bij de uitslagen in
Loppersum.
De zaal was niet uitverkocht. Het was ook geen flitsend programma.
Er werden aantallen stemmen genoemd, en die werden vergeleken
met 2014. Maar hier en daar was de opkomst behoorlijk anders en
dan zijn de percentuele verschillen soms tegengesteld aan de
verschillen in aantallen. Het was wachten op de totaaluitslag. Toen
het laatste stembureau binnen was kregen we die te zien. Die partij
zoveel stemmen, die andere zoveel, en ze kwamen allemaal langs.
We besloten nog even te blijven wachten op de zetelverdeling. Want
daar gaat het uiteindelijk om. Toen die na een kwartier nog niet werd
getoond vroeg ik aan de mevrouw die aan de knoppen zat wanneer
het zover zou zijn. “Nee, de zetelverdeling melden we niet, dan kun je
verkeerd zitten met restzetels, en dan schep je misschien valse
verwachtingen.” Bij de NOS ging het de hele avond over
verwachtingen en peilingen, alles met een slag om de arm, daar is
zo’n uitdrukking speciaal voor uitgevonden. Daardoor dacht Mark
Rutte heel lang dat de VVD de grootste niet-plaatselijke partij was
geworden. Maar wij moesten het dus doen met stemmenaantallen die
aangaven waar de winst en het verlies zat, maar niet wat dat deed
met de samenstelling van de gemeenteraad. Toen ik zelf uitrekende
(dat is nou ook weer niet zo ingewikkeld!), kwam ik op de
zetelverdeling uit die later ook de officiële uitslag bleek. De PvdA had
3 zetels, met 8 stemmen meer dan het CDA, dat het met 2 moest
doen. Ook Loppersum Vooruit, met véél meer stemmen dan de PvdA,
kreeg 3 zetels. Omdat ons inwoneraantal beneden de 10000 is
geraakt wordt de raad kleiner. Van 15 terug naar 13 zetels. Als het er
15 gebleven waren had Loppersum Vooruit 4 zetels gescoord en het
CDA 3. Dat zou toch meer in overeenkomst geweest zijn met de
aantallen stemmen. Loppersum Vooruit zou dan ook in de Raad fysiek
de grootste zijn geworden.
De volgende dag zag ik de lijsttrekker op TVNoord (wat is dat toch
een vervelend nieuwsprogramma met het dagelijkse gezeur over het
schierste grunneger woord!), en hij vertelde trots over zijn speerpunt
van beleid: afschaffen van de hondenbelasting. Het schijnt dat het
geld dat die belasting oplevert niet wordt besteed aan de doelgroep
die het opbrengt. Zo lust ik er nog wel een. De accijns op mijn sigaren
wordt ook bepaald niet gebruikt om het roken te faciliteren, zou je
kunnen zeggen.
Onze krant gaf in kleurtjes op de kaart van Nederland aan waar welke
partij de grootste was geworden. Afgezien van het feit dat voor mijn
kleurenzwakke ogen het CDA, Groen Links én D66 allemaal even
groen waren, is het vrij zinloos om van ‘de grootste’ te spreken. In de
meeste gemeenteraden zit een veelheid van middelgrote fracties die
het met elkaar moeten zien te regelen. Behalve in Tubbergen, daar
heeft het CDA de absolute meerderheid. Overigens zonder daar
misbruik van te maken zoals ooit de PvdA, het is lang geleden, in
Groningen wel deed…
En landelijk mag je jezelf de grootste partij noemen als je een procent
of 14 hebt binnengehaald. Alles is relatief.

Passie
(7 april 2018
)

Veertien dagen geleden schreef ik over een uitvoering van de
Matthäus Passion in Loppersum. Het was een ontroerende
gebeurtenis. Ik heb ook wel uitvoeringen meegemaakt die
zondermeer op een hoog niveau stonden maar die me qua ontroering
niks deden. Het gaat in recensies ook altijd over de vraag hoeveel
stilte de dirigent nam na het overlijden van Jezus en welk effect dat
dan heeft. Ik denk dat je de mate van indrukwekkendheid niet kunt
afmeten aan het aantal seconden dat er na een dramatisch moment
gewacht wordt alvorens verder te gaan. Het gaat ook vaak over
vondsten die hij gedaan heeft om in het overbekende werk
verrassende elementen aan te brengen. Er is ook een bekende
dirigent, die zich zijn hele leven heeft bezig gehouden met
hedendaagse muziek en die zich nu verdiept heeft in Bach en zal
weten te vertellen hoe het allemaal moet.
Op de middag van Goede Vrijdag keken we naar een DVD van Jesus
Christ Superstar. Niet de film uit de zeventiger jaren, maar een
registratie uit 2012, live in een groot stadion. Het was een prachtige
uitvoering met een perfect spelende live band en prima zangers. Het
greep me van tijd tot tijd ook stevig aan. Net zoals Jezus’ gebed,
terwijl hij steeds hoger de Olijfberg op klimt, in de originele film, me
steeds weer aangrijpt. Ik vraag me dan af hoe dat komt. Ligt het aan
het verhaal, aan de muziek, misschien wel jeugdsentiment, nostalgie
naar de zeventiger jaren. Ik weet het niet.
Bij luisteren naar muziek word ik regelmatig gehinderd door een soort
beroepsdeformatie. Je luistert wat er gebeurt, qua melodie, qua
arrangement, hoe de harmonieën verlopen, en door al die technische
informatie wordt de emotie vaak als vanzelf uitgeschakeld. Als je zelf
speelt is dat maar goed ook, want als je je laat meeslepen door je
eigen musiceren krijg je een bijzonder soort egosentimentaliteit die je
niet moet willen, lijkt me.
’s Avonds zagen we, na onze eigen dienst, nog een groot stuk van de
Matthäus op televisie. Het was de traditionele uitvoering in Naarden,
compleet met de minister-president. Hij kwam regelmatig prominent in
beeld, wat ik, als ik Mark Rutte was, niet op prijs zou stellen, want het
gaat tenslotte niet om mij maar om de muziek. Er werd ontzettend
knap gemusiceerd, en het leek wel of Leo van Doeselaar probeerde
met zijn mimiek het gebrek aan volume van zijn kistorgel te
compenseren. Solisten zongen mee in het koor, of andersom, net hoe
je het bekijkt en het was prachtig. Maar het deed emotioneel niet veel
met me. Misschien ook wel omdat Van Veldhoven, de dirigent, de
delen soms wel ontzettend snel op elkaar liet volgen. We leven in een
snelle tijd!
Aan het eind, nadat er ook nog een Ecce quomodi moritur was
gezongen, (toch nog een nieuwigheid!) kwam er geen applaus, maar
wel direct een stevig geroezemoes.
Uiteraard zag ik, op donderdag, ook een stuk van de Passion in de
Bijlmer. Altijd weer knap hoe niet als zodanig bedoelde teksten
worden ingezet om het lijdensverhaal vorm te geven. Verbluffend ook
hoe het technisch allemaal voor elkaar komt. Jammer dat je het orkest
niet zo vaak in beeld ziet. Daarvoor zou je er toch live bij moeten zijn.
Ontroerend vond ik het toen een lied van Herman van Veen (‘Wie’)
werd gecombineerd met een refrein van een heel ander lied, waarna
er ook nog een couplet Van Veen in een soort rap-versie langs kwam.
Knap gedaan!

Een Prestantje
(14 april 2018
)

“Wat een mooie Prestant!”
Het was het eerste dat de concertbezoeker zei. Hij was direct na het
orgelconcert de trap naar boven beklommen en vond het belangrijk te
melden hoe zeer hij gecharmeerd was van het geluid van de Prestant.
Inderdaad, het is een mooi register, dat vind ik een Prestant heel
vaak, en op het orgel waar het om ging was de klank van een
bijzondere schoonheid.
Maar je zit als concerterend organist nog wat na te puffen en te hijgen
van de inspanningen van het concert, je hebt wat dubbele gevoelens
over sommige passages, het ging net niet helemaal zoals je je het
had voorgesteld, en voor je gevoel was het dus ook helemaal niks
geweest, en dan is het fijn als er direct iemand naar je toe komt om je
uit je angstige droom te helpen: “Ja, het was schitterend, en mooi
zoals je op dit orgel met zijn aangehangen pedaal er toch in slaagde
die uitkomende stem er goed uit te laten komen, en wat knap, die
dubbele echo’s, alsof je drie klavieren tot je beschikking had…”
Maar nee, dat zei hij dus niet. Hij had het alleen over de prachtige
Prestant, die je inderdaad bij een inleidend koraal van 50 seconden
even apart gebruikt had. Zo’n reactie heet bij ons thuis sinds die tijd
een Prestantje.
Het gevolg was bij mij altijd, (naarmate ik ouder word laat ik me
minder snel van de wijs brengen,) dat ik me bevestigd voelde in mijn
beeld dat het allemaal niet zoveel had voorgesteld. En eenmaal
beneden gekomen kon het dan gebeuren dat ik op mensen die me
oprecht complimenteerden met mijn muzikale prestatie een beetje bot
kon reageren: “Nee, het lukte helemaal niet zo goed. Maar wel
vriendelijk van u dat u zegt dat het wel mooi was.”
Ik was eens bij een concert van een collega-organist die jaar op jaar
in de plaatselijke concertserie speelde. Ik vond het vrij matig. De
bewuste organist baande zich als een olifant in een porseleinkast een
weg door de muziek, en toen ik na afloop een van de commissieleden
voorzichtig vertelde dat ik het allemaal vrij matig en slordig vond, was
diens reactie: “Maar vorig jaar was het nog veel erger…” waarop ik me
dan weer afvroeg waarom ze de man überhaupt nog weer een keer
hadden uitgenodigd.
Als je als organist speelt ben jij en jij alleen verantwoordelijk voor de
muziek die klinkt. Anders wordt het weer als je met je koor of cantorij
in de dienst meedoet. Met elkaar heb je soms wekenlang gerepeteerd
om tot een bepaald resultaat te komen, en soms, tijdens de repetities,
heb je ook het idee dat het lukt, dat er uit het koor komt wat je ook
hoopte dat er uit zou komen. En als het dan tijdens de dienst, waarin
sommige partijen toch net weer wat anders over het tempo blijken te
denken dan jij achter je orgel, ook heel mooi gaat, voel je je een
gelukkig mens. Dan weet je weer waarom je je je hele leven al
bezighoudt met muziek.
En ook dan krijg je na afloop soms een reactie. Zoals van die ene
muziekliefhebber, die niet inging op de arrangementen en composities
die ik had gemaakt en ook niet op de manier van uitvoeren daarvan.
Zijn opmerking betrof de kleding van het koor, stemmig zwart. Hij
ervoer het als somber zwart, en niet passend bij de Eerste Paasdag.
Ik vond het een Prestantje.

Afwijkende maten
(21 april 2018
)

Het was maar een kleine club. We hadden net genoeg leden om een
team te kunnen samenstellen. Er was een heren- en een
damesafdeling en we trainden, tot mijn grote vreugde gezamenlijk,
onder leiding van een onderwijzer die er verstand van had.
We deden zelfs mee aan de officiële competitie van de Nevobo, de
Nederlandse Volleybal Bond. Groot was het feest toen we in een
thuiswedstrijd van de koploper wisten te winnen. Dat dat gebeurde
had veel te maken met onze zaal. We speelden in de gymzaal achter
de school, en die was zodanig geconstrueerd dat er precies een
volleybalveld in paste. Het net liep als het ware van muur tot muur, en
buiten de lijnen had je op sommige plekken nog geen halve meter
ruimte. In de eerste set vlogen de ballen van onze tegenstander dan
ook constant tegen de muren, en ook het lage plafon zat hun danig in
de weg bij hun hoge set ups. Ze werden daar zo sacherijnig en
gefrustreerd van dat ook de twee volgende sets door ons werden
gewonnen. Onze tegenstanders tekenden protest aan bij de bond, ze
vonden dat onze zaal moest worden afgekeurd, maar ik geloof dat we
nog een jaar dispensatie kregen. Ik weet het niet meer precies want
het was juist in de tijd dat het mij wegens mijn orgelambities
verstandiger leek om niet meer te volleyballen. Met dubbelgeslagen
vingers is het lastig muziek maken.
Ik moest er aan denken toen ik een verslag las van onze
voetbalvrouwen. Ze speelden tegen Ierland in hun tocht naar het
wereldkampioenschap. “De Ieren hadden er alles aan gedaan om het
onze vrouwen zo lastig mogelijk te maken, het veld was aan beide
zijden een meter smaller gemaakt om de te verwachten
aanvalsgolven van Oranje makkelijker op te vangen."
Ooit is vastgelegd hoe groot een voetbalveld dient te zijn (volgens
Wikipedia): de breedte moet tussen de 45 en 75 meter liggen, de
lengte mag 100 a 120 meter bedragen, voorwaar flinke marges.
En dat in een tijd waarin we in de sport alles nauwgezet en heel
precies vastleggen. Zoals camera’s om uitballen bij tennis te kunnen
bepalen, en in het schaatsen een tijdwaarneming met soms
duizenden van seconden om te weten wie er gewonnen heeft. Dat lijkt
dan heel precies, maar is eigenlijk nog oneerlijk ook. De schaatser die
in de binnenbaan start staat een meter of tien bij de starter vandaan.
Uitgaande van de snelheid van het geluid van 300 meter per seconde
hoort hij het startschot dan 1/30 ofwel 0,03 seconden later dan de
man in de buitenbaan. Hij begint dus met een achterstand!
Wie wel eens in een koor gezongen heeft in een grote kerk met een
orgel op een meter of tien afstand weet hoe lang die 0,03 seconden
duren. En nu we het toch over kerken en orgels hebben: Als organist
heb je ook regelmatig te maken met afwijkende maten. Op het ene
orgel zit je prinsheerlijk ontspannen te spelen, op het andere moet je
je haast dubbelvouwen om met je lange benen achter de klavieren te
passen. Dat heeft dan te maken met de historische afmetingen van
zo’n orgel, gebouwd in een tijd dat de gemiddelde organist ongeveer
een meter zestig groot was. Ook dat kan soms knap frustrerend zijn…
Overigens wonnen, anders dan onze volleybaltegenstanders ooit, de
Oranje voetbalsters gewoon van Ierland. Al zouden ze op een half
veld moeten spelen, kwaliteit verloochent zich niet!

Bewegen
(28 april 2018
)

Vorige week had ik het over onze volleybalclub. Ik was een
enthousiast lid, hoewel ik van nature geen echte sportman ben. Het
was ook vooral een gezelligheidsclub.
Toen ik jong was kon ik wel, zonder dat ik er voor had getraind,
behoorlijk ver springen en hard lopen, maar dat had meer met mijn
relatief lange benen dan met mijn sportieve inborst te maken. Onze
gymnastiekleraar probeerde me regelmatig te bewegen om lid te
worden van Deltasport, de atletiekvereniging in Zierikzee, overigens
ook de vereniging van dat fantastische volleybalteam dat we
onverwacht wisten te verslaan, maar ik had daar helemaal geen trek
in. Wat dat betreft was ik een moderne jongen: ik had geen zin om me
te binden. Zo’n lidmaatschap brengt allerlei verplichtingen met zich
mee waarvan de wekelijkse training me nog het minst trok. En
gelukkig vonden mijn ouders het ook niet nodig dat ik structureel aan
sport ging doen, indachtig de woorden van Paulus dat ‘lichamelijke
oefening van generlei nut’ zou zijn! Dat je als christelijke jongeman
diende te woekeren met je talenten was dan wel waar, maar dat ging
meer over talenten waar je iets aan had. Ik moest wel elke dag mijn
huiswerk maken, zeg maar!
Deze week las ik een conclusie uit een onderzoek naar het bewegen
van de hedendaagse jeugd. Ze worden tot hun twaalfde jaar in de
auto, of in een karretje achter de fiets, naar school gebracht, en als ze
dan naar de middelbare school gaan blijken ze niet zo handig op de
fiets uit de voeten te kunnen. Wij kregen vroeger verkeersles op
school. Ook wordt er te weinig buiten gespeeld. Ze zitten maar te
gamen of anderszins te computeren, wat ook weer slecht is voor je
nekwervels geloof ik, en staren naar een televisie met je hand onder
je kin zorgt weer voor andere problemen, kortom, het valt niet mee om
een beetje gezond op te groeien. En nou ik het over gezond
opgroeien heb moet ook mijn biertje genoemd dat ik vooral niet
dagelijks moet drinken, omdat er per glas een half uur van mijn
levensverwachting af schijnt te gaan. Ik snap dan niet hoe dat is
onderzocht, want de respondenten op zo’n onderzoek lijken me niet
echt in staat om bij voorbaat alvast hun sterfdatum door te geven.
Terug naar het bewegen: “Kinderen kunnen niet meer touwzwaaien!”
Dat schijnt ook te maken hebben met het feit dat er in het onderwijs
bezuinigd wordt op vakleerkrachten gymnastiek. Dat is natuurlijk niet
handig als je vindt dat we veel moeten bewegen, aan de andere kant,
een mens kan zich ook bewegen zonder dat er iemand bij is die dat
voor je organiseert.
Wij kregen vroeger gymnastiek van onze eigen meester. Dat was de
man die ons ook leerde rekenen en elke dag een psalm met ons
zong. Vaak deed hij ons voor wat we moesten doen, zoals over een
bok springen. Dan trok hij zijn jasje even uit. Meestal deden we trefbal
of grensbal. Maar een enkele keer moesten we ook touwklimmen en
touwzwaaien. Meester had ook zijn EHBO-diploma en dat kwam goed
uit toen een klasgenoot van me uit het zwaaiende touw sprong en
pardoes tegen de muur klapte die, ik vertelde het vorige week, nooit
ver weg was. Ik bedoel maar: touwzwaaien kon toen ook niet
iedereen!
“Gelukkig hebben we tegenwoordig de Koningsspelen,” hoorde ik
iemand op tv zeggen. Dus één keer per jaar bewegen de kinderen in
ieder geval!

In Fis Groot
(5 mei 2018
)

Het was Koningsdag. In ons dorp was veel te zien. Het begon al met
grote groepen mensen die bij ons in de buurt hun auto parkeerden en
via een verplichte wandelroute allemaal bij ons huis langs kwamen.
Ze passeerden zowel de achterzijde, de zijkant als ook de voorgevel.
En op de terugweg ging het in omgekeerde volgorde. Ik was blij dat
we niet in Jericho wonen! Overigens zorgde de organisatie in de loop
van de dag met behulp van grote hekken dat een mogelijke sluiproute,
waarmee de afstand behoorlijk kon worden ingekort, niet meer
gebruikt kon worden. Dit om te voorkomen dat de voetgangers op een
smal weggetje de vele auto’s zouden tegenkomen die nog op weg
waren naar de parkeerplaats toe. Veiligheid hoog in het vaandel.
Vele duizenden mensen kwamen langs om een dorp vol rommel te
bezoeken. Wijzelf deden er dapper aan mee. Tweemaal. Eerst ’s
morgens en ook nog eens ’s middags, toen ik in de gelegenheid was
een kinderwagen voort te duwen die uitstekende diensten kon
bewijzen als voorzichtige bulldozer! Het was genieten van een droge
dag met onverwachte ontmoetingen met oude bekenden en nieuwe
dorpsgenoten, en de aankoop van een nieuw hoesje voor mijn
huissleutels.
Tussendoor zagen we thuis op de televisie stukjes van de Koningsdag
in Groningen. Dat hadden ze mooi gedaan daar in de stad! We zagen
de slottoespraak van onze vorst en we hoorden het Wilhelmus. Er is
nogal eens commentaar op dat lied. Meestal op de tekst. Maar ook de
melodie heeft zo zijn bezwaren. Ik vind het, als hij in G wordt gespeeld
tamelijk hoog, je moet dan een hoge e zingen. Maar in F wordt hij
weer wat laag, met die lage c’s er in. Enigszins een dilemma zou je
kunnen zeggen.
In Groningen op Koningsdag ging het in F. Maar op de een of andere
manier klonk het veel hoger. Ik verbeeldde me dat het in As of A was.
Gelukkig kun je alles terugvinden op het wereldwijde web, en het
bleek dus inderdaad gewoon F te zijn, maar de melodie werd een
octaaf hoger meegespeeld door het orkest, net zoals vroeger in de
kerk mijn vader wel eens letterlijk een handje hielp om de melodie te
octaveren, en zo een duidelijke begeleiding te realiseren! Het publiek
in Groningen zong niet heel fijn mee met het Wilhelmus. Het Lang zal
hij leven ging ze beter af!
Over in de kerk spelen gesproken: Toen er een vacature was voor
organist in de Martinikerk werd aan sollicitanten de eis gesteld:
kunnende transponeren. (Alsof je een timmerman vraagt of hij een
hamer weet te hanteren…) Historische orgels staan soms een halve
toon, soms nog wel meer, hoger gestemd dan we tegenwoordig
gewend zijn, en dan is het prettig voor de kerkgangers als de organist
de liederen wat lager speelt. Dat zingt lekkerder maar speelt soms wel
een stuk beroerder. Maar dat geeft niet, je hebt als organist een
dienende taak!
Afgelopen zondag speelde ik in Farmsum. Ook zo’n orgel dat een
halve toon hoger gestemd staat. Heel wat liederen deed ik een hele of
halve toon lager dan normaal, al naar gelang de toonsoort waarin ik
terecht zou komen. Aan het eind van de dienst (na de zegen
trouwens!) zongen we het Wilhelmus. Het dilemma, in F of in G, deed
zich niet voor. Ons volkslied klonk stralend in Fis groot. Ik kon daar
dus wel, gelukkig, gewoon de toetsen van F groot voor gebruiken.

Klussen
(12 mei 2018
)

Kies exact! Het was de roep die klonk om jonge mensen te stimuleren
zich toch vooral in de Bèta vakken te verdiepen. Omdat elke actie ook
weer een reactie oproept hoorde je al snel: Kies creatief! Want als
iedereen techniek en wiskunde gaat studeren krijgen we maar een
saaie samenleving.
Gelukkig gaat het tegenwoordig goed met vrouwen in de techniek. Het
CBS heeft het onderzocht. Tien jaar geleden koos van de HAVO
meisjes slechts 2 procent het profiel Natuur en Techniek. Op het VWO
was dat 6 procent. Dit jaar was het op het HAVO 10 procent en van
de VWO-meisjes ging zelfs 28 procent voor de techniek.
Ikzelf koos ooit voor de muziek. Niet bepaald een bèta-vak. Terwijl ik
wel uit een technisch geslacht kom… Mijn voorvaderen waren
bouwers. Timmerlieden vooral. Mijn vader werd ook al geen bouwer.
Maar hij was wel een handige klusser die heel wat kasten en tafels in
elkaar heeft gezet. Voor een nicht van me timmerde hij een
poppenhuis, en ikzelf was in het trotse bezit van een garage op een
plankier van wel 75 bij 75 centimeter. Hij had twee verdiepingen, en er
ging een brug naar boven, en er zat een schuifdeur in, en allemaal
kunstig gefiguurzaagde raampjes; het was, kortom, een prachtig
geheel. Hoewel pa een enthousiast klusser was, was hij geen
schilder. Toch had hij de garage een mooi geel verfje gegeven en het
dak was, hoe kan het anders, rood. De schuifdeur was mooi, zoals het
een garage uit de vijftiger jaren betaamt, garagegroen geschilderd.
Er zaten ook elektrische lampjes in en op het plein voor de garage
stond een benzinepomp met twee pompen en een belletje. Daarmee
kon de dinky toy automobilist de pompbediende oproepen. Later
begreep ik dat mijn vader van dat belletje nog wel spijt gehad had.
Mijn huisgenoten werden, zo schijnt het, op den duur haast stapelgek
van het eindeloze gerinkel van dat ding.
Als mijn pa aan het klussen was mocht ik daar graag naar kijken. En
ongemerkt leerde ik heel wat handigheidjes en trucjes, bijvoorbeeld
om het hout niet te laten splijten als je er een spijker in joeg of een
schroef in draaide.
Hij had trouwens de gewoonte om ouwe kromme spijkers weer recht
te slaan. Dan kon je ze weer gebruiken. Het was niet de tijd van
weggooien. Het was een van de weinige klusjes waar ik hem als kind
bij mocht helpen. Verder mocht ik nergens aankomen…
Toen ik, eenmaal volwassen geworden, best aardig overweg bleek te
kunnen met hamers, spijkers en schroeven was pa verbaasd. Hij
vroeg zich af waar ik dat geleerd had. “Door te kijken als mijn vader
bezig was!”
Dat is nog steeds een beproefde manier van dingen leren: nadoen
wat je iemand ziet doen die het al kan! Net zoals je vroeger een
meester en een gezel had.
Niet dat ik nou een fantastische amateur meubelmaker ben geworden,
dat gaat wat te ver, maar het wat steviger timmer- en kluswerk lukt
wel, zeker als ik er de tijd voor neem. En ik doe het nog graag ook.
Dat onze meisjes meer en meer voor techniek kiezen las ik in een
artikel in de krant. Er stond een plaatje bij van iemand die bezig was
een plank door te zagen die ze in een bankschroef had geklemd. Ze
had hem op de zijkant staan. Het zag er ontzettend onhandig uit. Dat
zou mijn pa nooit zo gedaan hebben. En ik ook niet!

Nostalgie
(19 mei 2018
)

Onze televisie had de gewoonte, als je hem uitzette, te onthouden
welke zender je als laatste gekeken had. Als je hem dan later weer
inschakelde kwam die er automatisch weer voor.
Grote hilariteit als een van de kinderen de tv aanzette en Nostalgie-TV
in beeld kwam. “Jullie worden langzamerhand toch wel erg oud…”
was dan nog de vriendelijkste reactie die we kregen.
Nostalgie TV heet nu ONS, en je kunt er kijken naar een ouwe
Engelse Dierenarts, Flying Doctors, Medisch Centrum West en zelfs
De Fabriek, met zijn mooie inleidende muziek. Je merkt dan hoe
langzaam het vroeger allemaal ging. Soms is dat storend, maar soms
is het ook een verademing. En het is natuurlijk genieten van het
straatbeeld, met lelijke eendjes, Volkswagen kevers, Fiatjes, en wat al
niet. Wat in die tijd als auto een middenklasser mocht heten is nu een
klein autootje. En leuk om knappe jonge acteurs en actrices te zien
die tegenwoordig vooral worden ingezet als oude mensen, tot
Sinterklaas aan toe.
Je hebt ook van die Engelse detectives die in de zestiger jaren
spelen. Met oude bureaus en typemachines. Prachtig vind ik het.
Op de publieke omroep hebben we Max. Voor ouderen, voor ons dus.
Momenteel zit Max op Nederland 1 om zeven uur op de plaats waar
Matthijs van Nieuwkerk doorgaans tekeer gaat. Ook dat is een
verademing. Waar Van Nieuwkerk er op uit is mensen te prikkelen en
uit te dagen, wil Max het vooral gezellig houden. Niet alles is zwart-
wit, er is ook nuance. Interviewers stellen vragen met de bedoeling
daar een antwoord op te krijgen. En ze luisteren ook naar dat
antwoord, al zijn ze soms ook intussen bezig de volgende vraag op te
zoeken, maar ik, als kijker en luisteraar, krijg in ieder geval de
gelegenheid het antwoord tot mij te nemen.
Niet dat dat nou altijd een even groot feest is. Niet elke gast is een
geboren verteller. Als je ooit ergens geweest ben kun je daar verslag
van doen, en je hebt van die mensen die niet te beroerd zijn om de
hele context er bij te vertellen. “In die tijd was ik zus of zo, en omdat je
toen….” Enfin, het neuzelt soms maar door zonder te boeien, en ik
heb me er wel eens op betrapt dat ik stiekem een beetje verlangde
naar Van Nieuwkerk, die altijd korte metten maakt met mensen die
lang van stof zijn.
Van de week was een van de gasten Jan Janssen die vijftig jaar
geleden de Tour won. Met 38 seconden verschil, na een dikke
drieduizend kilometer. Mijn vader, geen groot sportliefhebber, begreep
de opwinding niet. Hij vond het maar vreemd dat je zo ver rijdt en dan
pas op het laatst een klein verschilletje maakt. “Hij was dus niet véél
beter dan Van Springel!”
In het gesprek werd ook even het fenomeen doping aangestipt.
Janssen maakte de grap dat hij ooit gedoopt was, maar “doping
bestond in die tijd nog niet...”
Ik moest aan Tommy Simpson denken. De beelden zie ik nog duidelijk
voor me. Bij de beklimming van de Mont Ventoux (in 1967) viel hij van
zijn fiets, mede als gevolg van het feit dat zijn lichaam stijf stond van
de doping. De presentatoren van dienst hadden die associatie
blijkbaar niet en vroegen er ook niet naar. Het moest wel gezellig
blijven!
Ze lieten wel de beelden zien van de winst van Jan Janssen. Huilend,
met zijn zonnebril, nostalgisch, in zwart-wit.

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Praten
(26 mei 2018
)

Willen we meer of minder Marokkanen? Het is alweer een tijdje
geleden dat Wilders die vraag stelde. Hij staat wegens die uitspraak
voor de rechter. Ik heb geen idee of het om haat zaaien gaat of om
discriminatie. Elke keer als het er over gaat in het journaal (het vormt
de opening, al stort er een vliegtuig neer of wordt er een aanslag
gepleegd) komen de beelden langs en zie ik weer dat mannetje dat
naast Wilders staat en dat voorzichtig enthousiast in zijn handen staat
te klappen. Ik vraag me dan steeds af wat hij er zelf van zou vinden
als hij het terugziet. Het lijkt me tamelijk gênant. Wilders heeft de
rechtbank gewraakt, een term die ik pas ken sinds dit allemaal aan de
orde is, en hij krijgt andere rechters. Die moeten zich eerst in het
dossier inlezen, dus de zaak gaat nog wel even door. Voer voor
praatprogramma’s, waarin complimenten worden uitgedeeld aan de
rechterlijke macht dat die rechters inderdaad vervangen zijn.
En er is de rechtszaak tegen Willem Holleeder die dag in dag uit de
aandacht vraagt. Een zus getuigt tegen hem. Ze schreef er een boek
over en toen dat goed verkocht werd nog een. Ze zou met toevallig (?)
ontdekte opnames deze week voor de genadeslag zorgen. Die slag
bleef uit, en ook dat is dan weer aanleiding voor veel gepraat in
praatprogramma’s.
Er werd een aanslag gepleegd in Den Haag door een verwarde man
die Allah Akbar riep. De burgemeester moest door het stof omdat ze
dat niet direct genoemd had. En de familie van de man wil de GGZ
aanklagen omdat men had moeten weten dat hij gevaarlijk was, en
had moeten voorkomen dat hij een aanslag zou plegen. Wel makkelijk
om de instanties de schuld te geven.
Ook dat verhaal kwam regelmatig langs, en we hadden minister
Grapperhaus, die het wel begrijpelijk vond, nadat Pauw hem daar
eindeloos over had doorgezaagd, dat we kinderen van
geradicaliseerde ouders uit Syrië terug zouden willen halen, en ook hij
moest door het stof, want Mark Rutte denkt daar heel anders over…
Waar ook veel werd gepraat was in de aanloop naar de trouwdienst
van prins Harry en zijn Meghan Markle. In de studio zat een
deskundige mevrouw die nieuwslezeres Amber (blijkbaar uit te
spreken als Ember) vertelde wie ze allemaal gezien had, maar van de
mensen die wij zagen moesten we zelf maar zien te achterhalen wie
dat waren. Met prinses Ann lukte dat nog wel, maar er waren ook heel
wat bekende gezichten waarvan je dacht: wie is dat toch, en dan zou
zo’n deskundige juffrouw heel praktisch kunnen zijn. Ze leuterde maar
door, ook dwars door de inleidende muziek in de kerk, uiteraard ook
weer over de vader van de bruid die zich tegen betaling had laten
fotograferen, ook al zo’n onderwerp dat dag in dag uit in elke talkshow
langs was gekomen. Gelukkig had de man een hartoperatie
ondergaan, een goed excuus om hem thuis te laten. De deskundige
mevrouw was ook zo blij dat er veel zwarte mensen in de kerk waren.
Een Amerikaanse bisschop hield een toespraak, en zelfs in het koor
stond een zwart jongetje! Door zo’n juffrouw valt je dat nog op ook.
Maar soms lijkt het wel een ziekte daar in Hilversum, al dat gepraat…
“Dit onderwerp lijkt me wel uitputtend behandeld,” zegt Gera altijd als
de kinderen (of ik…) ergens te lang over door zeuren.
En zo is dat.

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA