recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verscheen een nieuwe verzamelbundel:
Zo lust ik er nog wel een

Goede voornemens
(4 januari 2020)

Het voelt wat onhandig om, nog voor het Kerst is, de column voor de
eerste week van januari te schrijven.
Geen idee hoe de Kerst verlopen is, hoe Oud en Nieuw. Ik hoorde
iemand zeggen dat de jaarwisseling in Nederland jaarlijks meer ogen
kost dan de oorlog in Syrië. Vreemde vergelijking. Telt hij dan de
mensen die alleen een oog verloren hebben, of ook hen die
gesneuveld zijn? Want dát gebeurt toch gelukkig nog niet op grote
schaal vanwege vuurwerk.
Geen idee ook in hoeverre er in Scheveningen nog een brandstapel
geweest is. Het stoken van zo’n vuur is het jaarlijks hoogtepunt in het
leven van veel Hagenezen. Ik steek nooit vuurwerk af. Niet uit
principe, maar gewoon, omdat ik er niks aan vind.
We hadden de klimaattop. Die zou je mislukt kunnen noemen. En in
Nederland moeten we dringend iets doen aan de stikstofproblematiek,
hetgeen heeft geresulteerd in de afspraak nergens meer harder dan
100 kilometer per uur te rijden. Alleen is het probleem kennelijk niet zo
heel dringend, want die snelheidsbeperking gaat pas per 1 maart in.
En alleen overdag.
Bij ons in de buurt, op pakweg 150 meter van ons
huis, wordt gewerkt aan het bouwen van tijdelijke woningen.
Wisselwoningen of logeerwoningen, daar wil ik af zijn. De harde
werkers hebben de radio er bij aan, en ik hoorde het nieuws, ik kon
het uitstekend verstaan op die afstand, van een zender die tevens
wist te melden waar er op dat moment snelheidscontroles waren. Dan
hoef je je alleen maar dáár, en op dat moment, aan de maximum
snelheid te houden. Dan helpt het allemaal niet veel. Ik kreeg
trouwens dezelfde dag een aanbieding van Peugeot in mijn mailbox
om voor een paar tientjes in mijn auto een app te installeren die me
waarschuwt voor snelheidscontroles. Doe mij maar liever een CD
speler…
Ikzelf heb nooit goede voornemens. Maar ik weet donders goed dat ik
ook mijn bijdrage lever aan ons klimaatprobleem. Zo begin ik elke dag
met de krant. Maar wel een papieren exemplaar. Daar hou ik van. En
ik rij wel eens in de auto. Ook wel eens afstanden die ik zou kunnen
fietsen. Ik drink veel koffie en rook af en toe een sigaar. En ik lust
graag een stukje vlees. Als we zuurkool eten, of boerenkool, of
stamppot andijvie vind ik dat vooral lekker vanwege de worst of de
spekjes!
“Er is zoveel lekkers op vegetarisch gebied,” zei iemand me eens,
“met vruchten, en noten…” Zal best maar ik houd noch van vruchten,
noch van noten. Wat zeg ik, als ik een gevulde koek krijg geef ik die
noot, die er blijkbaar per se op moet, altijd aan een eventueel
aanwezige huisgenoot. Of hij gaat in de afvalboek. De groene. Dat
wel.
Onze verwarming werkt op, weliswaar heel weinig, gas. En zo kan ik
nog wel een poosje doorgaan.
Ik adem de hele dag in en uit. En dat heeft ook zo zijn effect.
Ik kan heel wat goede voornemens bedenken, maar ik ben ook nog
eens een babyboomer (boomer is verkozen tot hét woord van 2019!),
een blanke hetero man, dus veel zin heeft dat allemaal niet…
Nochtans wens ik u allen veel succes, mocht u wél goede
voornemens hebben, en daarnaast, via deze papieren krant, alle
goeds voor 2020!

Praatprogramma
(18 januari 2020)

Het valt niet mee, dagelijks een praatprogramma vullen.
“Wij trappen hier vandaag het Beethovenjaar af.”
Het was Matthijs van Nieuwkerk die besloot dat op dat moment, 8
januari 2020, het Beethovenjaar begon. Afgezien van het feit dat
Ludwig pas op 16 december 1770 werd geboren, dus het duurt nog
een maand of elf voor hij echt 250 jaar geleden geboren is, vroeg ik
me af of de heer Van Nieuwkerk dat bepaalt.
Als gasten had hij Maarten ’t Hart en Peter Buwalda, die zich eerst
vermaakten met wat flarden Elvis Presley omdat die op die dag 85
jaar zou zijn geworden. Toen het echt over Beethoven ging kregen we
wat fragmentjes van bekende Beethovenstukken te horen (maximaal
anderhalve maat per stuk!) en werd er bepaald wie nou de beste
componist uit de geschiedenis was. ’t Hart kiest voor Mozart, Buwalda
voor Beethoven, “omdat hij doof was…” alsof dat te horen zou zijn
aan het uiteindelijke resultaat. Het is dezelfde discussie die je krijgt als
er een oud schilderij opduikt. Als het van een willekeurige schilder is
hoor je er niemand over, maar als het Rembrandt blijkt te zijn is het
opeens een topstuk. Of als in een verder onopvallend orgel opeens
oud historisch pijpwerk blijkt te staan. Dat orgel gaat niet anders
klinken als we dat ontdekken.
Matthijs van Nieuwkerk wekt wel vaker de indruk alsof hij de maat der
dingen is. Nu we in een talkshowoorlog zijn beland wil hij de
presentatoren van de NPO-versie wel ontvangen en er minzaam mee
spreken. De heren presentatoren hadden het hoogste woord, de
dames zaten er wat stilletjes bij en een tafelheer was vooral bezig met
zichzelf te presenteren.
Eva Jinek is verhuisd naar RTL. Een uitstekende interviewster die de
overstap maakte, met een groot deel van haar redactie in haar
kielzog. Waarschijnlijk, nee, natuurlijk omdat de commerciëlen heel
wat meer salaris kunnen bieden dan de NPO die zich heeft te houden
aan de Balkenendenorm: niemand die van publiek geld wordt betaald
(behalve Van Nieuwkerk) mag meer verdienen dan de minister
president. Mark Rutte vertelde dat dat zo’n 7000 euro netto is. Hijzelf
vindt het meer dan genoeg. Ik ook.
Maar Eva Jinek kennelijk niet. Het is natuurlijk ook een zware klus. Vijf
dagen in de week zo’n programma presenteren. Gelukkig wordt het
voorbereidend werk allemaal gedaan door een grote redactie. Ik hoop
dat die hardwerkende mensen ook een pittige salarisverhoging
hebben gekregen!
Overigens krijg ik de indruk dat het bij RTL nog weer zwaarder is dan
bij de publieke omroep. Jinek praat harder en sneller. Bang om de
aandacht te verliezen? Voor je het weet zapt de kijker weg. Meestal is
een reclameblok zo’n moment. RTL zendt vooralsnog geen reclame
uit tijdens de uitzending om dat wegzappen te voorkomen. En als de
NPO om half elf begint, begint RTL om tien voor half elf, waarna de
NPO een reclameblok skipt om toch nog net iets eerder te kunnen
starten. Groot voordeel voor ons als kijker is dat je op een normale tijd
kunt gaan slapen.
Intussen gaan praatprogramma’s, en ook mijn verhaal hier, vooral
over praatprogramma’s. En het eerste item in het ontbijtnieuws de
volgende morgen zijn de kijkcijfers. Enthousiast kondigt de NPO aan
dat ze alweer gewonnen hebben 830.00 tegen 790.000.
Straks krijgt Jinek weer reclame tussendoor. Dat is maar goed ook.
Kan ze even uitblazen…

Gender
(1 februari 2020)

Mijn tweelingzus en ik leken niet heel erg op elkaar. Ik was een
tamelijk rustig jongetje. Mijn zus had een wat steviger temperament.
Mensen die mijn moeder met ons beiden in het dorp tegenkwamen
zeiden wel eens gekscherend dat ik het meisje had moeten zijn en zij
de jongen.
Tegenwoordig zou zo’n opmerking een heel andere impact hebben. Ik
hoor verhalen van kinderen die vanaf hun tiende jaar beginnen met
hormonen te slikken omdat ze zich niet thuis voelen in het lichaam
waarin ze geboren zijn. Ik weet dat het bestaat maar kan me er
tamelijk weinig bij voorstellen.
Mijn zus speelde met poppen en ik met autootjes. Vaak hoor je dat we
worden geconditioneerd om als jongen jongensdingen te doen en als
meisje meisjesdingen. Dat zal ook best wel zo zijn. Maar toen we als
kleuter allebei een VW-dinky toy kregen werd de hare al snel bij mij in
de garage geparkeerd. Dat zij met poppen speelde en ik met
autootjes en bouwstenen werd niet door onze omgeving bepaald. Het
was allemaal in huis, de autootjes, de poppen en de bouwstenen. Die
autootjes mogen bij de Hema geen jongensspeelgoed meer heten, en
de poppen mogen vooral niet te duidelijk voor meisjes zijn bedoeld.
En ook qua kleding mag de verkoper bij kinderkleren niet meer
vermelden of het een meisjes- dan wel een jongensjas is. Het lukt me
trouwens als man niet eens om (bij mezelf) een vrouwenjas dicht te
knopen.
Ik snap het allemaal wel maar vind ook dat wij als Nederlanders altijd
zo doorslaan.
Ik begrijp ook niet hoe het is om transgender te zijn. Dankzij Nikki
Tutorials, een onverklaarbaar wereldberoemde vrouw, is het
onderwerp actueel. Je bent een jongen maar voelt je een meisje, of
andersom. Ook dan (ingezonden stukken genoeg deze weken) lees je
dat zo iemand als kind, jongetje, veel meer naar poppen greep dan
naar jongensspeelgoed. Maar als dat onderscheid geconditioneerd is
dan klopt die redenering toch helemaal niet? Hoe weet je dan echt
hoe je je als meisje of jongen zou moeten voelen?
Een ander actueel nieuwtje is de vraag over vrouwelijke voorgangers
in behoudende kerken. Ik vermoedde dat het over de Vrijgemaakte
kerk ging, maar het was onze eigen PKN, een fusie van allerlei
partijen die op heel wat punten mijlenver uit elkaar staan. Enerzijds
was die fusie nodig omdat het toch al te gek is om met allerlei
verschillende kleine groepjes dezelfde God te willen aanbidden,
anderzijds omdat die groepjes hier en daar inderdaad erg klein waren
geworden en het financieel allemaal niet meer te regelen viel. Er
ontstond een heel brede club, van zeer vrijzinnig tot uiterst
behoudend. En de behoudende afdeling ziet, met een beroep op
Paulus, de rol van voorganger vooral als een jongensding. Toch willen
we elkaar allemaal binnen boord houden, ondanks alle verschillen,
zoals een kabinet van vier partijen dat wanhopig iets gezamenlijks
probeert uit te stralen.
Mij maakt het niet uit of we een vrouw of een man op de kansel
hebben, trouwens ook niet of de organist man of vrouw is. Als hij of zij
maar mooi speelt!
Het is een beetje een flauwe grap, maar ik ben wel benieuwd hoe we
Paulus moeten interpreteren als een transgender zich als predikant
aanbiedt. Anders gezegd: misschien is de Bijbel wel geen handleiding
voor ál onze 21e-eeuwse dilemma’s…

Hard
(15 februari 2020)

Het is een rekbaar begrip: ‘hard’. Als ik naar muziek luister hou ik van
een stevig geluidsvolume. Ik wil graag alles horen wat er gebeurt. Als
je een voluit spelend symfonieorkest op een dusdanig volume draait
dat het lijkt alsof alles ergens uit de verte klinkt doe je geen recht aan
de muziek. In crematoria en begrafenisaula’s maak je dat nog wel
eens mee.
Sterke muziek moet sterk klinken, zachte muziek zacht. In onze
digitale wereld zijn we dat nauwelijks meer gewend. Bij een
geluidsopname wordt er een soort limiter op gezet die zorgt dat de
sterkste pieken in het geluidsbeeld worden afgezwakt, en bij een
stukje fluisterzachte muziek draait men het volume stiekem wat
omhoog. Nivelleren heet dat volgens mij. In de politiek ben ik er voor,
in de muziek vind ik het vreselijk.
Overigens went een bepaald volume ook: als je een tijdje luistert op
een niveau dat je eerst als lekker stevig ervaart voelt dat na een
poosje als heel middelmatig. Net als naar een film kijken op een groot
scherm. Als de film begint vind je het fantastisch, maar na een poosje
merk je het niet meer, behalve misschien aan de stijve nek van het
ondertitels lezen.
Terug naar het volume. In een grote kerk met een groot orgel is het
soms heel prettig om dat orgel voluit te horen klinken. Het klinkt
stevig, en je hebt het gevoel dat er iets gebeurt. Maar in onze
bescheiden kerken op het Hogeland is het soms zo, dat een paar
registers van het rugwerk, waar je als kerkganger misschien maar een
paar meter vandaan zit, voor zoveel kabaal zorgen dat het al snel
gaat irriteren.
Sowieso is luisteren en horen een bijzondere bezigheid. Dat merk je
als je ergens een opname maakt. Opeens blijken er om de kerk
allemaal vogels rond te vliegen die je nog nooit gehoord hebt, en de
orgelmechaniek rammelt ook veel meer dan je vermoedde. Bij
luisteren filteren je hersens uit datgene wat je hoort de dingen die er
niet in thuishoren. Een microfoon kan dat niet. Wat zo’n ding hoort legt
hij vast.
Dat is ook altijd zo grappig als je een kerkdienst terugluistert. De
nietsvermoedende voorganger staat voor de microfoon gezellig mee
te zingen, en klinkt op Kerkdienstgemist.nl als een solozanger.
Misschien is hij of zij ook wel niet zo nietsvermoedend maar denkt dat
de gemeentezang wel een beetje hulp vanaf de kansel kan gebruiken.
Je hebt ook van die kerkgangers die dat denken trouwens. Ook dan is
‘hard’ een rekbaar, een subjectief begrip.
In de popmuziek gaat het met een heel ander soort hard. Loeihard. Ik
had het er hier vaker over. Ook daarin kan ik een eind meegaan. Als
een drummer op een trommel slaat wil ik graag horen dat hij op een
trommel slaat en als iemand tekeer gaat op zijn toetsen wil ik dat ook
graag als luisteraar als zodanig ervaren! Maar het gaat steeds harder.
En je kunt gehoorschade oplopen als je teveel naar muziek luistert.
Staatssecretaris Blokhuis sprak in 2018 met de evenementensector af
dat het geluidsniveau bij popconcerten maximaal 103 dB mag zijn. Hij
ging er daarbij van uit dat concertbezoekers oordoppen dragen die het
niveau met 15 dB dempen. Maar de helft van de concertbezoekers
draagt nooit oordoppen. Lijkt me logisch. Je gaat naar een concert om
iets te horen. Niet om iets níet te horen.
Maar misschien snap ik het wel niet.  

Verbazing
(29 februari 2020)

Vandaag wil ik het hebben over de wereld van de popmuziek. Als
liefhebber verbaas ik me over heel veel wat langs komt. Vaak snap ik
niet waarom mensen bepaalde dingen mooi vinden. Zoals Rappers
bijvoorbeeld. Altijd mannen. Ze brengen hun teksten, die ook nog
eens meestal net niet rijmen, maar dat schijnt een handelsmerk te
zijn, sprekend ten gehore, en leggen vaak de accenten een beetje
verkeerd. Op een bepaalde manier zou je het nog ‘knap gedaan’
kunnen noemen. Soms zingen ze ook, maar wat we dan te horen
krijgen gaat eerst door een harmonizer, die er voor zorgt dat het niet
vals klinkt, maar die er ook een soort metalige klank overheen legt,
zodat je direct hoort dat het niet echt is.
Waarmee ik niet wil zeggen dat vroeger alles beter was. Queen is
weken bezig geweest met het opnemen van Bohemian Rhapsody, en
The Beach Boys met hun Good Vibrations. Ik denk dan: je schrijft een
stuk muziek, voert het uit, geeft elk instrument zijn eigen microfoon,
een mengtafel om de balans hier en daar te corrigeren, zet de
bandrecorder aan, en klaar is kees. Maar al die virtuoze en mooie
meerstemmige lijntjes zijn pas na eindeloos experimenteren in de
studio tot stand gekomen. Logisch dat het live dan niet kan, omdat je
domweg niet meer weet wat je allemaal gedaan hebt.
Terug naar de rapmuziek. Afgezien van de technische en muzikale
kwaliteit verbaas ik me ook over de inhoud van de teksten die worden
gebezigd. Waar we ons bij elke prijsuitreiking van wat dan ook druk
maken dat er niet genoeg gekleurde deelnemers in de prijzen vallen,
en waar de winnares van het Leids Cabaretfestival zich haast moest
verdedigen dat ze pas de eerste vrouw was in vijftien jaar die het
Festival won, is die populaire muzieksoort niet bepaald
vrouwvriendelijk te noemen. De clips die je soms te zien krijgt
onderstrepen dat op niet mis te verstane wijze. Ik snap dan ook niet
dat het in deze tijd van #MeToo allemaal zomaar kan. Maar als je als
enthousiaste voetbaltrainer in de kleedkamer meezingt met zo’n
muzikaal gedrocht word je ontslagen omdat je je racistisch zou
hebben gedragen. De muziek mag kennelijk wel ten gehore worden
gebracht, maar als blanke luisteraar moet je het niet wagen mee te
zingen… (En dan heb ik het nog niet eens over de expliciet tot geweld
oproepende drill rap.)
Nog meer verbazing. Ik ben een man van de klok. Ik kom graag op
tijd. Ik was op een open dag van een gerestaureerd orgel. Het zou
worden gedemonstreerd op een bepaalde tijd. Toen het zover was
maakte de demonstrateur geen aanstalten naar boven te gaan. Nadat
hem een kwartier later werd gevraagd toch maar eens met zijn
demonstratie te beginnen vond hij dat hij eerst nog wel een kop koffie
kon nemen. Die begon hij, rustig keuvelend met deze en gene, op te
drinken. Hij had nog niet de neiging naar het orgel te snellen. Ik ben
naar huis gegaan.
Je hebt mensen die dat niet doen. Die wachten bij een concert van
Madonna soms uren tot het hare majesteit behaagt aan haar optreden
te beginnen. Ongetwijfeld ook nog eens voor een groot deel
playbackend.
Dat er overigens in Leiden niet zoveel vrouwen in de prijzen vallen
komt omdat er niet zoveel vrouwen meedoen. Hetzelfde geldt,
omgekeerd, voor doktersassistenten en kleuterleiders.

Verrassing
(14 maart 2020)

Elke week bereid je je als organist voor op de dienst. Ik kan me niet
meer voorstellen dat ik, zoals vroeger soms, de trap naar het orgel
bestijg terwijl ik pas vlak daarvoor van de koster het orgelbriefje heb
gekregen. Ooit stonden daar alleen psalmen op, later een paar
gezangen, nog later iets meer, en vanaf 1973 hadden we 40 jaar het
liedboek. Het kwam niet vaak voor dat je een onbekend lied moest
begeleiden. Tegenwoordig is dat anders. Van de 1300 versjes in het
nieuwe boek zijn er heel wat waar een onverwachte wending, een
vreemde sprong of een apart ritme in voorkomt. Het is mooi als je als
luisteraar wordt verrast, maar als uitvoerder, organist, is het prettiger
als je weet wat er komt.
Die verrassing is ook maar relatief. We hadden op de cantorij een lied
met een raar ritme. We hadden het al vaker gezongen en het ging
direct goed. Eén tenor vroeg zich af of we het wel in de maat zongen.
Hij miste de verrassende hobbel die hij steeds had ervaren. Ik begon
ook te twijfelen, en we zongen het lied nog een keer. Alles klopte toch
echt. Het bleek dat het verrassende ritme niet meer verrassend was.
Het nieuwtje was er af.
Als ik me voorbereid doe ik dat vooral wat betreft de manier van
begeleiden. Ik  vind dat je zo moet spelen, dat de mensen in hun
zingen als vanzelf door het orgel worden meegenomen. Een mooie
baslijn en stimulerende harmonieën kunnen daar goed bij helpen.
Voorspelen bereid ik ook soms voor, soms niet. Je kan eindeloos
oefenen op een mooi voorspel met boeiende lijntjes en een
interessante omspeling van de melodie, maar als je dat dan op
zondagmorgen in de kerk weer wilt doen valt dat vaak tegen. Veel
mooier gaat het vaak als je jezelf, en daarmee de kerkgangers, laat
verrassen. Waarmee niet is gezegd dat het dan altijd goed is. Je moet
wel een soort van richting hebben bedacht.
Wat ook een verrassing was, was de clip van het Nederlandse lied
voor het Eurovisiesongfestival. Eerst al het begin met een enkele toon
van een harmonium. Ook verrassend dat de akkoordenopeenvolging,
die op een gegeven moment erg leek op ‘My Way’, werd onderbroken
door een onverwachte vreemde wending, en de laatste verrassing
was dat het lied eindigde met een soort van stilte. Die stilte was
daarom zo verrassend omdat je er nog een akkoord achteraan
verwachtte. Het slotakkoord, op de grondtoon. Het was niet echt uit,
zo leek het. Maar de liefhebbers spraken over een heerlijk spannend
moment, die stilte.
Toen Jeangu Macrooy het lied een dag later live op de televisie liet
horen (niet met een harmonium maar met een digitaal orgelgeluidje)
barstte het applaus direct los in dat opeens niet meer zo spannende
stiltemoment. De verrassing was er helemaal af. Het was nou gewoon
een beetje een raar einde geworden.
Over raar gesproken: zelfbenoemd songfestivaldeskundige Tijl
Beckand ontdekte in de Israëlische inzending plagiaat. Parmantig
verkondigde hij dat in een bepaald fragment dezelfde muziek zat die
ook in Jesus Christ Superstar klinkt tijdens de veertig min één
zweepslagen.
Wat een onzin! Ja, er klonk D-mineur, en ja, het was ongeveer
hetzelfde tempo, 120 tellen per minuut. Maar je kunt toch moeilijk
iemand die een standaard akkoord gebruikt in een tamelijk standaard
tempo van plagiaat beschuldigen omdat iemand anders dat ook wel
eens deed? Ik speel dat akkoord elke zondag minimaal een keer of
tien!

Stil
(28 maart 2020)

Dinsdag hadden we nog gerepeteerd. Nog wat liederen doorgenomen
voor de  zondag daarop. En een onbekend versje dat we op de
Biddag zouden zingen, de dag er na. Het ging mooi op die Biddag.
Het scheelt als de helft van de kerkgangers zo’n onbekend lied al
kent.
Op vrijdag hoorden we dat bijeenkomsten van meer dan 100 mensen
werden verboden. Gelukkig zijn we een kleine kerkgemeente. Als het
mooi gaat zitten er soms wel 70 mensen in de kerk. Meestal zo tegen
de 50. Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Maar op zaterdag valt
toch het besluit om de diensten de komende weken te laten vervallen.
Ook de cantorijrepetities gaan voorlopig niet door. We mailen elkaar
en ik wijs de koorleden op een verborgen hoekje van mijn website.
Daar staat een opname uit 2016 van de teksten uit Marcus die we in
de Stille Week gaan zingen. Als iedereen er thuis op oefent kunnen
we die muziek alsnog uitvoeren.
Maar een week later komt het bericht dat ook de Stille Week helemaal
stil blijft.
Ik vind het de mooiste tijd van het jaar. De weken naar Pasen toe. Er
is zulke prachtige muziek. Elk jaar speel ik wel een keer het prachtige
‘O Mensch bewein dein Sünde gross’ van Johann Sebastian Bach,
meestal direct de eerste zondag na Aswoensdag. Dit jaar niet. Niet
direct al je kruit verschieten! Ik had allemaal bewerkingen van ‘O
Hoofd vol bloed en wonden’, en ik speelde ze rustig uit, ook toen de
kerkenraad al binnen was. Ik had ze niet gehoord, want er was deze
keer niemand bij met klikkende hakken onder de schoenen. De
tweede zondag draaide de dienst om Psalm 25. Toen speelde ik de
muziek die Willem Hendrik Zwart daar bij gemaakt had. Dat klonk best
op het Van Dam orgel. Voor de zondag daarna had ik dan Bach met
‘O Mensch’ gepland. Een heerlijk vooruitzicht. Ik had het beter direct
de eerste zondag kunnen doen. Nu kwam het er niet meer van. Het
wordt op zijn vroegst volgend jaar 21 februari, de eerste
Lijdenszondag van 2021.
Op Palmzondag zouden we ook met de cantorij zingen.
Samenzangen vierstemmig meedoen, psalm 118 in canon met de
gemeente, en ik verheugde me op het Hosanna uit Jesus Christ
Superstar, elk jaar bij het uitgaan van de kerk. Afgelast. Met Pasen
was ‘Christ lag in Todesbanden’ de bedoeling. Van Bach, en van
Krebs. En ja, dat gaat niet over het lijden, maar over de opstanding,
Christ lag, in de verleden tijd, in Todesbanden! En we zouden zingen
uit Marcus, de vrouwen die het lege graf vinden en horen dat Jezus is
opgestaan. “Ze vertelden er niets van, aan niemand, ze waren
bang…”
Bang zijn we ook. Wat staat ons allemaal nog te wachten? Niemand
weet het. Ook de deskundigen niet. Het enige wat ze kunnen doen is
vooruitlopen op de te verwachten scenario’s. Waarbij het de vraag is
welk scenario bewaarheid zal worden.
De halve krant gaat over Corona, elk praatprogramma heeft eigenlijk
nog maar één gespreksonderwerp. Ik wilde het hier, in mijn 800ste
column, hebben over de mooie muziek in de Lijdenstijd, maar ontkom
er ook niet aan. Het gaat alleen maar over afgelaste muziek. Geen
scenische Matthäus in Loppersum, geen mooie orgelkoralen, kortom,
het is erg stil…

Vraag en antwoord
(11 april 2020)

We hadden een aardige dominee. Hij stond al jaren in onze gemeente
en reed in een okerkleurige Opel, hetgeen een vriendje van mij, die ‘s
zondags naar de kerk van de Gereformeerde Gemeente ging, maar
vreemd vond. Hun dominee reed, zoals het hoort, in een zwarte auto!
Niet dat onze dominee zo frivool was. Hij liet na het lezen van de wet
vaak uit Psalm 38 zingen: ‘k Ben door uwe wet te schenden krom van
lenden. Mijn vader weigerde als kerkganger pertinent mee te zingen,
en als organist vertikte hij het die psalm te begeleiden.
Soms kwam op de catechisatie een ouderling langs om te kijken hoe
het ging. De dominee stelde ons vragen die we moesten
beantwoorden. “Zou het niet zo kunnen zijn dat….” en als je braaf ‘ja’
zei was het goed. De ouderling was onder de indruk.
Ik moest aan onze oude dominee denken toen ik me door de eerste
uitzending van M heen worstelde. Ik was Matthijs van Nieuwkerk weer
gaan waarderen de laatste tijd, hoewel zijn laatste aflevering erg
tegenviel. Een veel te druk pratend tafelheertje, een giechelige Ilse de
Lange en een erg mager lied van Henny Vrienten. De dag ervoor was
er een indrukwekkende en ontroerende André van Duin geweest.
Nu was het voorbij en tetterde Margriet van der Linden het uur vol met
breedsprakerige vragen waarin het antwoord al werd gegeven. De
ondervraagde deskundige hoefde alleen maar ja te zeggen. In andere
praatprogramma’s, vooral die met twee presentatoren, stellen ze wel
open vragen, maar interrumperen daarna zo vaak dat het antwoord
veelal halverwege blijft hangen.
Ik vind het vrij irritant. Het stellen van een vraag veronderstelt
luisteren naar het antwoord, nieuwsgierigheid, de wil om iets te horen,
te leren misschien wel. Maar het lijkt er de vraagsteller vooral om te
gaan te zorgen dat de collega presentator, én wij kijkers, niet zouden
denken dat hij of zij lang niet zo slim is als de ander.
En nou ik het toch over luisteren heb… Er was een lied. Bekende
Nederlanders vervelen zich in hun luxueuze huizen en hebben met
zijn honderden een lied gemaakt. Iets met een hart onder de riem of
zoiets. Verschillende  medewerkenden vertelden trots dat ze helemaal
niet konden zingen. In plaats dat de volgende vraag dan is waarom je
het dan in je hoofd haalt om aan zo’n lied mee te doen lijkt het of het
respect alleen maar groter wordt. O wat knap!
Het is in mijn beleving ook nog eens een draak van een lied.
Ook in de Tweede Kamer werden vragen gesteld en antwoorden
gegeven. Urenlang ging het door. Er zijn mensen die uit hun partij
gestapt zijn maar hun zetel hebben behouden.
Volksvertegenwoordigers, vinden ze zelf. Maar ze zijn
binnengekomen in het kielzog van hun lijsttrekker. Niemand, behalve
zijzelf en de buurman, heeft op ze gestemd. Ze vertegenwoordigen
ook niemand. Alleen zichzelf. Wel krijgen ze net zoveel spreektijd als
de echte Kamerleden. Daardoor verbeelden ze zich dat hun inbreng
er nog toe doet ook.
Luisterend naar alle antwoorden zou onze oude dominee vragen: “Is
het eigenlijk niet zo dat maar één partij ons land regeert, en zou dat
niet het RIVM zijn, en is dat misschien maar goed ook…?”
Er was trouwens ook een vraag aan de banken, om de belachelijk
hoge rente (13 procent) op rood staan te verlagen. Het antwoord was
een genereuze verlaging naar 10 procent… De spaarrente blijft stevig
op 0.

Lockdown en meer
(25 april 2020)

Er zijn woorden die ik mijn hele leven nog niet gehoord had en die
zomaar opeens gemeengoed zijn geworden. In de eerste plaats
natuurlijk het woord Corona zelf, ooit een vage associatie met een
exotisch biermerk. Dankzij die corona leerden we ook de term
lockdown. Ik kende hem niet. In Nederland schijnt het zelfs te gaan
om een intelligente lockdown. Die kwalificatie is bedacht door onze
regering.
In België gaat het over de motivatie om als Vlaming thuis te blijven.
Onze zuiderburen krijgen er langzamerhand genoeg van. Ze hebben
het daar nu over ‘moetivatie’.
Wat ik ook erg vind is de Koningsdag. Die heet nou opeens
woningsdag, omdat we de verjaardag vanuit huis moeten gaan vieren.
Je kan dat een flauwe woordspeling  vinden, maar het schijnt dat het
het alternatief was voor ‘Coroningsdag’. Laten we dan maar blij zijn.
Tegenwoordig hebben we influencers… Ik zie ze nooit, maar een
andere generatie dan de mijne abonneert zich kennelijk om
narcistische leeftijdgenoten te zien die via Youtube, Facebook en
Instagram vooral weinig te melden hebben. En daarmee hebben ze
invloed op die generatie en verdienen, ook dankzij op hun kijkertjes
gerichte reclame, bakken met geld. En omdat het daar om draait,
geld, vinden ze zelf dat ze er toe doen.
En dan het fenomeen recessie. Ik ben mijn hele leven al bereid om
inkomen in te leveren. Desnoods 10 procent. Maar dan wel met zijn
allen! Niet alleen ik, maar ook de sigarenboer, de garage, de
supermarkt, de bank, eigenlijk alles en iedereen waarmee we zaken
doen.
Ik ben geen econoom. Maar het lijkt me op de een of andere manier
logisch, dat, nu we allen getroffen worden door hetzelfde virus, die
recessie geen probleem hoeft te zijn. Iedereen er op achteruit. U, ik,
Albert Heijn, de ING, Shell, de KLM, John de Mol, de bakker, de
slager, de columnist van de kerkbode, de uitgever van de kerkbode…
Maar die redenering zal in de praktijk wel weer niet kloppen.
Er gaan cijfers rond van een teruggang in de economie van een
procent of 7. Ik heb geen idee wat dat inhoudt. Op welk niveau komen
we dan terecht? Wordt dat het welvaartsniveau van 1960? 1980? Ik
vermoed dat het iets zal zijn van 2012, 2014. Hadden we het toen zo
slecht?
Nog zo’n woord: de anderhalvemetersamenleving. Ik vraag me af hoe
het in dat verband moet met kerkdiensten en vooral met mijn koor.
Met zijn allen op anderhalve meter staan zou misschien net lukken.
Maar er kunnen dan geen luisteraars meer bij. En er is meer. Ik hou
van een heldere koorklank. Met duidelijk uitgesproken medeklinkers.
Ik wil graag horen, liefst ook nog verstaan, wat er gezongen wordt.
Een oude zangjuf complimenteerde me uitbundig als ik flink spetterde
tijdens het zingen. “Dan zit je mooi voorin met je zanglijn!” riep ze
juichend. Ik weet niet of dat in deze tijd nog op prijs gesteld zou
worden. En zingen met mondkapjes tegen het gespetter geeft in ieder
geval niet het resultaat waar ik week in week uit juist zo naar streef.
En kerkdiensten zonder gezang... Ik moet er niet aan denken.
“Een luxe probleem,” hoor ik u denken. U hebt gelijk. Ik klaag ook niet.
Als ik denk aan mensen, die, soms met het hele gezin, op een flat
zitten zonder balkon, dan voelt onze lockdown op het Groninger
platteland dan misschien niet direct als intelligent maar wel als luxe…

Getallen en verhoudingen
(9 mei 2020)

We zijn veel thuis. Dankzij een gul nageslacht zat ik na mijn
verjaardag in maart met een stapel boeken. Biografieën veelal. Van
Elton John, van Wim Kok, de vrouw van Joost Zwagerman en ook een
heerlijke verzamelbundel van Herman Finkers. Er was heel wat te
lezen. Daarnaast heb ik ook een fiks aantal oudere biografieën nog
eens herlezen. Zoals van Lubbers, Van Agt, Neelie Kroes, Willem
Aantjes, Schakel, Eduard Bomhoff, Femke Halsema, Ella Vogelaar,
Ed van Thijn en nog veel meer. Interessante boeken die met een
zekere afstand terugkijken in de geschiedenis en proberen te duiden
hoe en waarom de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Daar
kan een mens van leren!
Dat lezen zorgt er voor dat ik wel eens een journaal of een update van
corona oversla. Wat ik wel trouw volg zijn de debatten in de Tweede
Kamer. Bij het ‘controleren van de regering’ zie ik in de praktijk vaak
de beste stuurlui die met soms behoorlijk grote monden aan de wal
staan.
Als ik een journaal zie worden daarin vaak allerlei onderzoeken
gepresenteerd. Zoals over het vertrouwen in de economie, dat nog
nooit zo laag was. Dat wordt dan met veel aplomb genoemd terwijl het
geen sterveling op aarde zal verbazen dat het een laag cijfer is.
Dingen staan in verhouding met elkaar. Dat leerden we op de lagere
school al met breuken en verhoudingssommen. Een getal krijgt pas
betekenis in relatie met een ander getal. Toen Kain zijn broer
vermoordde viel er één dode te betreuren. Maar hij roeide ook wel in
één klap de helft van de mannelijke jeugd uit. Als er in ons huis één
persoon ziek is, is dat de helft van de populatie. Maar als ik lees over
een land met zoveel zieken en/of overledenen zegt me dat niks als er
niet bij wordt verteld hoeveel inwoners dat land heeft.
Vanmorgen hoorde ik alarmerend nieuws. Shell leed afgelopen
kwartaal een verlies van 24 miljoen euro. Dat lijkt een boel geld,
hoewel we in deze tijd net zo makkelijk praten over miljarden als over
miljoenen. Er werd bij verteld dat de winst van Shell vorig jaar over
dezelfde periode 6 miljard bedroeg. Ze hebben dus wel een soort van
buffer, denk je dan. Inderdaad. Als je even gaat rekenen blijken ze
met die winst van 6 miljard 250 keer 24 miljoen te kunnen opvangen.
Dat getal 250 zegt ook niks op zichzelf, maar 250 kwartalen is meer
dan 60 jaar. Ze kunnen even vooruit dus!
Ook in het nieuws: In Brabant moet voor een halve periode nog een
nieuw provinciaal bestuurscollege worden gevormd. CDA en Forum
voor Democratie zijn in gesprek. Er is een enquête gehouden onder
de CDA leden wat ze ervan vinden. Een krappe meerderheid is vóór
de samenwerking. Later hoor je dat slechts 18 procent van de leden
meegedaan heeft aan de raadpleging. Als je 18 procent van 5000
neemt, want zoveel leden zijn er, heb je 900 personen. Daarvan heeft
ruim de helft, een kleine 500 Brabantse CDA’ers dus, voor gestemd.
Inderdaad. Niet veel. Het is te hopen dat de club daar in het zuiden
meer stemmers dan leden heeft.
Ik weet nog hoe we in oktober 2010 aan de televisie gekluisterd zaten
bij het CDA-congres over regeren met de PVV. Je zou verwachten dat
de CDA’ers in Brabant er wat van geleerd zouden hebben. Misschien
moeten ze daar wat biografieën lezen!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Normale samenzang
(23 mei 2020)

Het was een keer na een begrafenis. Een volle kerk. In de tijd dat dat
nog gewoon kon. Het moest feestelijk, was me gevraagd. Ik vind dat
altijd lastig, en als het met mij zover is hoop ik niet dat men daarin
aanleiding ziet voor een feestelijke dienst, maar het waren mooie
liederen waarin Gods lof werd geprezen en die er om vroegen stevig
begeleid te worden. Ik werd na afloop door de familie vriendelijk
bedankt voor mijn orgelspel. Er was ook iemand die vond dat ik erg
hard had gespeeld, en de zang had overstemd. “Stel voor dat iemand
langs de kerk liep, die moet gedacht hebben dat de zang en de
begeleiding helemaal uit balans waren,” vond hij. Nou heb ik als
organist weinig te maken met mensen die lángs de kerk lopen, maar
het is ook een kwestie van definiëren. Wat versta je onder
gemeentezang? Volgens mij is het niet een zangpartij met
(orgel)begeleiding en een publiek. Het is een gezamenlijk gebeuren,
zónder publiek. In de Rooms Katholieke kerk noemen ze het
volkszang. De kerkgangers zingen daar pas sinds de zestiger jaren
mee, nou ja, dat is de bedoeling, maar erg uitbundig gaat het daar
nog steeds niet. Het koor moet het voornamelijk doen.
Wij protestanten zijn van oudsher niet zo van de koren. In eerste
instantie ook niet van de muziek. Calvijn wilde niet eens dat het orgel
meespeelde met de gemeentezang. Dat was een leuk apparaat voor
doordeweeks, en misschien voorafgaand en na de dienst.
Toen we het liedboek kregen, in 1973, ontstonden her en der
cantorijen. Ze waren vooral bedoeld om de gemeente vertrouwd te
maken met de nieuwe gezangen. Naarmate de tijd vorderde en de
cantorijen beter werden gingen ze ook in afwisseling met de
gemeente zingen. Het aanleren van nieuwe liederen was niet meer
echt nodig. Soms ook wilden ze nog veel meer, voelden minder
binding met de kerkgemeente, en werden het zelfstandige
kamerkoren.
Ik ken een gemeente waar mensen wegbleven als de cantorij
meezong, want dan duurde de dienst zo lang. Terwijl we alleen
samenzangen meezongen, soms in wisselzang, en de tekst van de
schriftlezing.
In deze tijd zoeken kerken mogelijkheden om toch diensten te
organiseren. Je ziet op kerkomroep en kerkdienstgemist.nl allerlei
manieren. Een voorganger in het verenigingsgebouw met alleen een
organist achter een keyboard (waarom niet in de kerk, op het orgel?),
soms ook met een stuk of wat gemeenteleden die op anderhalve
meter van elkaar staan te zingen en zo goedbedoeld demonstreren
dat dat iets anders is dan als gemeente samen zingen.
Je kunt het ook met een paar zangers uit de cantorij of het kerkkoor
doen, als je die hebt, maar door dat te doen selecteer je, en maak je
zonder veel moeite je koor of cantorij kapot. “Waarom zij wel, waarom
ik niet?”
Ik snap dat de echte samenzang niet zomaar weer terug kan. Dan
wordt er zoveel lucht verplaatst van de een naar de ander dat een
eventueel virus zich daar juichend op laat meevoeren. Maar ik las ook
dat uit onderzoek blijkt dat zelfs bij een professioneel zanger met een
stevig volume de luchtstroom na een meter wel zo’n beetje is
opgehouden. Dus misschien valt het mee…
Hoe het ook zij, we kunnen nog lang niet terug naar een normale,
voluit zingende kerk. En ik vind dat we het nieuwe normaal, een kerk
zonder samenzang, vooral níet gewoon moeten gaan vinden… 

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA