recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
In januari 2019 verschijnt een nieuwe verzamelbundel

Accijns
(15 december 2018)


Bij ons in het dorp heb je, vlak bij elkaar, twee benzinestations. De prijs per
liter brandstof scheelt 1 cent. In het weekend is er een goedkoper tarief,
dat scheelt soms wel 8 cent met doordeweeks. Dan heb je het al gauw
over € 3,50 op een volle tank. Maar ook dan is de ene nog steeds die ene
cent goedkoper dan die andere. Al met al is het een heel verschil met de
prijs die je betaalt als je eens een keer langs de snelweg tankt. Ik verbaas
me er altijd over dat er überhaupt nog mensen zijn die dat doen.
Een groot deel van de benzineprijs gaat op aan accijns en BTW. Om niet
zomaar wat te zeggen zocht ik het op het internet op. Een aantal sites
gaven me informatie, wel verschillende informatie, en toen ik bedacht dat
ik op de site van de overheid de juiste cijfers zou kunnen vinden bleken ze
daar helemaal niet beschikbaar. Maar misschien zocht ik wel niet goed.
Het komt er op neer dat je, als euro-loodvrij rijder, per liter bijna de helft
van het bedrag kwijt bent aan accijns; samen met de BTW is het bijna twee
derde.
Op zich is dat wel logisch. Het gebruik van een automobiel is behoorlijk
belastend voor het milieu, en ik vind het niet raar dat daar wat tegenover
staat. “De vervuiler betaalt,” roepen we graag.
Toen we als mensheid begonnen te vliegen vond men dat zo iets moois
dat het voor alle burgers beschikbaar moest zijn. Iedereen moest de
mogelijkheid krijgen om zich per vliegtuig te verplaatsen. Het mocht vooral
niet te duur worden. Onder andere daarom wordt er over de kerosine die in
grote hoeveelheden wordt verstookt geen accijns geheven.
Deze week werd bekend dat dat gaat veranderen. In 2021 wordt op elk
vliegticket 7 euro vliegtaks berekend. Voor het beeld: dat is ongeveer net
zoveel als op 10 liter benzine! Het plan dat er lag om intercontinentale
vluchten zwaarder te belasten dan korte vliegreizen redde het niet.
Daardoor wordt het in verhouding zelfs nog goedkoper om naar Amerika te
vliegen dan naar Londen!
Zoekend naar informatie voor dit verhaal viel ik van de ene verbazing in de
andere: er zijn maatschappijen die vliegtickets naar New York aanbieden
voor een schamele 68 euro. Dat wordt in 2021 dus een nog even
schamele 75 euro. Maar wat ik ook niet wist: vliegvelden alleen al in
Europa maken tien miljard omzet door belastingvrij winkelen. En dan
schijnt het ook nog zo te zijn dat werkelijk alles, van landingsbanen tot
vliegtuigen, wordt gesubsidieerd of is vrijgesteld van belasting. Zo wordt er
over vliegtickets geen BTW berekend!
In Frankrijk gaan de gele hesjes de straat op, met als aanleiding de
verhoging van de accijns op diesel. Maar de oorzaak ligt natuurlijk veel
dieper. Er is een groot verschil tussen arm en rijk waardoor er
hardwerkende mensen zijn die nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen
knopen tegenover schatrijke landgenoten. Altijd jammer bij zulke
gelegenheden dat het protest gekaapt wordt door gewelddadige lieden die
alleen uit zijn op rellen, en daardoor het wezen van de demonstratie
frustreren.
Ik heb niet het idee dat (naast Schiphol dat beweert dat de invoering banen
gaat kosten!) iemand zich druk maakt om die vliegtaks van 7 euro. Het is
ook ontzettend weinig. Zelfs als je het vermenigvuldigt met het aantal
passagiers dat in zo’n jumbo meevliegt. Bij ons in het dorp verdien ik het al
met twee keer tanken…

Boventonen en verschiltonen
(22 december 2018)


Het is schering en inslag. Elke dag word je weer geconfronteerd met
een of ander onderzoek waarvan de uitslag als opzienbarend wordt
gepresenteerd. Gaat het niet over verkeersboetes of e-bike
ongelukken dan wel over de economie van 2019 die minder zal
groeien dan verwacht. Een voorspelling, een slag in de lucht, bijstellen
naar een andere voorspelling, een andere slag in de lucht.
Ik heb, soms, de neiging meer te luisteren naar onderzoeken uit de
exacte hoek, de natuurwetenschappen. Wat daar wordt onderzocht
wordt gemeten, geteld, vergeleken, kortom, objectief vastgesteld.
Toch werd ik ook daar de afgelopen week aan het twijfelen gebracht.
In de Wetenschapsquiz zag ik twee muzikale vragen. In de ene ging
het er om waarom van twee door de zelfde klokkengieter gebouwde
carillons, de ene, in Amsterdam, minder zuiver klinkt dan de andere,
in Kampen. Ik vermoed dat het met luchtvervuiling te maken heeft,
reden ook waarom het klokkenspel in Middelstum altijd zo wordt
geprezen: het klinkt nog steeds schitterend.
De andere vraag was wat er gebeurt als je tegelijkertijd drie tonen laat
horen: Eén van 400 Hz, één van 600 Hz en één van 800 Hz.
Voor het antwoord kun je kiezen uit 200, 100 of 1800 Hz. Ik neem aan
dat het de bedoeling is 200 te antwoorden. Door aan een toon een
kwint toe te voegen - bij orgels bouwt men wel eens een 10 2/3 voets
register om, samen met de 16 voet een 32 voet te suggereren - zou er
een verschiltoon te horen zijn, een octaaf lager. Ik geloof er niet in. Bij
die 10 2/3 voets pijpen is er nog iets voor te zeggen, hoewel ik vaak
vind dat er een wat ondefinieerbaar gebrom ontstaat, hetzelfde als je
bijvoorbeeld bij een slotakkoord in het pedaal even de kwint er bij
pakt. Maar bij een toon van 400 Herz lijkt me zoiets niet aan de orde.
Dat zal ongeveer een g ééngestreept zijn, een prettige toon voor
sopranen en alten. Als je daar een toon van 600 en 800 Hz aan
toevoegt hoor je gewoon drie tonen: naast de g nog een g, een octaaf
hoger (800 Hz) en de d (600) er tussenin. Iedereen kan dat op zijn
eigen piano, of orgel natuurlijk, proberen. De wetenschapper zal dan
wel aankomen met het verhaal dat in zo’n piano ook al weer
boventonen zitten die het experiment verstoren, vermoed ik.
Wat wel interessant is, is dat je, door aan een bepaalde toon in het
octaaf erboven een kwint toe te voegen plus nog eens een grote sext
daar weer boven, je op een orgel waar die niet op zit toch een
Sesquialter kunt namaken. Het is een leuke sport om dat te proberen,
omdat je voor je gevoel rare samenklanken speelt. Maar die gekke
samenklanken zorgen voor een heel mooie samengestelde toon. En
het is genieten van de verbaasde reacties van orgelliefhebbers die het
bewuste orgel kennen.
Maar genoeg technische informatie.
Dit is de laatste column van dit jaar. Er is weer heel wat langs
gekomen. Racisme, #Metoo (maar Gatti heeft weer een baan!),
dividendbelasting, de Stint, de Matthäus Passion, de blanke hetero
van middelbare leeftijd, een aftredende minister, ontroerde sporters,
wolven, neushoorns, zwaluwen, en wat al niet.
Voor de komende tijd wens ik u goede feestdagen, een mooi uiteinde
en een goed begin van het nieuwe jaar, liefst met veel muziek, veel
mooie boventonen, en desnoods hier een daar een verschiltoon…

Zomer- of wintertijd
(5 januari 2019)

We leven naar het einde van het jaar. De Top 2000. En dat daar te
weinig vrouwen in staan. Ik vind het ook een ramp. Het blijft een strijd,
die emancipatie. Er was ergens een gemeenteraad waar de verdeling
man-vrouw precies fifty-fifty was. Maar een mevrouw maakte zich
zorgen: “We moeten alert blijven, de volgende keer kan het zomaar
weer anders zijn.”
Het leven is niet makkelijk.
Het ging vorige week over de zomertijd. Over de vraag: wat moeten
we er mee?
Minister Ollongren had een onderzoek laten uitvoeren naar de mening
van de Nederlandse bevolking. Een bureau dat zelf vindt, en de
minister blijkbaar ook, dat het verstand heeft van het uitvoeren van
zo’n onderzoek, heeft 1800 mensen gevraagd wat ze er van vinden. Ik
vind 1800 mensen niet veel. Maar het schijnt te kunnen. En dat heet
dan een representatieve steekproef. Mij is niks gevraagd.
Vervolgens verschijnt de uitslag van het onderzoek op teletekst met
als kop: ‘De meerderheid van de Nederlandse bevolking wil graag het
hele jaar wintertijd’.
Dat klopt gewoon niet, sterker nog, dat is een pertinente leugen. Want
het blijkt dat maar 41 procent dat vindt. In mijn rekensysteem is 41 op
de 100 geen meerderheid. Dat is een minderheid, best een grote
minderheid, maar er staat een groep van 59 procent tegenover die
een andere mening heeft.
Trouwens, maar dit terzijde, eigenlijk bestaat het fenomeen wintertijd
niet eens. Omdat we in maart de klok een uur vooruitzetten, noemen
we tegenwoordig dat wat ooit de normale standaard West-Europese
tijd was opeens wintertijd.
Van die andere 59 procent wil overigens 27 procent het hele jaar
zomertijd en de rest, 24 procent, “juicht het verzetten van de klok toe”.
En blijkbaar is er ook nog 8 procent die het worst zal zijn. Ik hoor bij
de 24 procent die het geen probleem vindt de klok in maart vooruit te
zetten. Want lange avonden, daar hou ik van. Maar ik sta heus niet
juichend met de handleiding in de hand de tijd van de magnetron aan
te passen.
Tot zover, zou je kunnen zeggen, en nou maar hopen dat Ollongren
zich niks van het onderzoek aantrekt.
Maar dan verschijnt er een nieuw bericht. Er is een fout gemaakt. Er
werd in de vraag over permanente zomertijd “gesuggereerd dat de
zon in dat geval eind juni om 20.00 uur ondergaat. Dat moet 22.00 uur
zijn.” Afgezien van het woord ‘gesuggereerd’ (hoezo, het werd
blijkbaar niet gewoon gezegd, maar in bedekte termen meegedeeld?)
vind ik het een rare toestand. De grap van die zomertijd is toch juist
dat het langer licht blijft. Daar gaat het toch om. Op dat gegeven
baseer je toch je mening?
Maar het bureau is niet voor een gat te vangen. Motivaction (zo heet
het knullige bedrijf) “zegt tegen Binnenlandse Zaken dat het de vraag
is of de fout van invloed is geweest op de uitslag.” Blijkbaar maakt het
niet uit hoe je je onderzoek doet.
Maar ik zou als minister, nu Motivaction zelf het onderzoek blijkbaar
weinig serieus neemt, me er ook maar niet al te veel aan gelegen
laten liggen.
Ik zou helemaal maar ophouden met al die eindeloze onderzoeken en
zogenaamd representatieve enquêtes. Onlangs werd door het CBS
de kerkelijkheid van Nederland onderzocht. Een andere club, het
Sociaal en Cultureel Planbureau, deed hetzelfde, maar met heel
andere uitkomsten. Ik geloof niemand meer!

Ik wens u een mooi 2019, en zie al weer uit naar 31 maart. Dan mag
de klok vooruit!

In verhouding
(12 januari 2019)


Het was een vraag in De Slimste Mens. Er komen acht plaatjes voorbij
van verschillende stekkers. USB, HDMI, SCART, en meer van dat
spul. Er zat er ook een bij die door de kandidaat voor een ‘jack’ werd
aangezien. Zo’n stekker van een koptelefoon. Ik dacht het ook. Maar
het werd fout gerekend, want het bleek een mini-jack te zijn. Het zal
wel zo geweest zijn, maar als je een foto ziet van alleen een stekker
zegt dat niet zoveel. Je hebt geen referentiekader. Het gaat om de
verhouding met de omgeving. Je zou het misschien wel aan het
snoertje hebben kunnen zien waarvan een klein stukje in beeld was,
want dat leek achteraf wel een tamelijk dik snoer, maar die heb je ook
in verschillende diktes, dus dat zegt ook niet zo veel.
We hebben de jaarwisseling gehad. Op het strand in Scheveningen
ontsteekt men traditioneel een grote brandstapel. Dat vindt men daar
leuk. Ik had er geen beeld bij tot ik verhalen hoorde over een hoogte
van 35 meter. Zelfs toen had ik er nog niet direct een beeld bij. Tot je
gaat nadenken.
Een flatgebouw van een verdieping of tien is 35 meter hoog, een
bescheiden kerktoren ook zoiets denk ik. Ons huis is 6 meter. En als
je je dan afvraagt wat het effect zal zijn als je zo’n stapel hout in brand
steekt kun je je niet voorstellen dat dat niet verkeerd zal gaan, zeker
niet als er een stevige wind staat.
Ik begrijp dat de bewoners van de buurt achter de boulevard
doodsangsten hebben uitgestaan wegens de overvliegende
brandende houtsnippers die op veel plaatsen in de stad allerlei zaken
in brand zetten. Een woordvoerder van de brandstapelbouwers was
zich van geen kwaad bewust, en op de vraag of het niet beter zou zijn
om er maar mee op te houden, het volgend jaar niet weer te doen,
waarschuwde hij dat het dan een vreselijke puinhoop in de stad zou
worden. Dan zouden de feestvierende pyromanen gewoon ter plekke
allerlei branden gaan veroorzaken.
En ik las over “blije gezichtjes van kinderen”. Ik weet niet of dat nou
tijdens de bouw of tijdens de brand was.
Intussen put de burgemeester zich uit in wollige taal om om de hete
brij heen te draaien. De hoogte van die brandstapel had te maken met
de wedstrijd die ze er van maken met een andere brandstapel. Wel
weer bijzonder dat die andere geen problemen heeft gegeven.
Als je aan groot en hoog denkt zag je deze week ook zo’n gigantisch
schip waar de containers letterlijk huizenhoog staan opgestapeld. Die
dingen schijnen aan elkaar vast te worden gemaakt, maar als het heel
erg stormt en de boot heel erg gaat deinen komen er kennelijk
krachten vrij die die verbindingen niet aankunnen. Je kunt je weinig
voorstellen bij de grootte van zo’n schip, ook nog niet als je een
plaatje ziet, midden op zee gefotografeerd. Maar als je je realiseert
wat dat is, een boot met 19000 containers, dus met 19000
vrachtwagens, dan pas heb je een beeld. En daarvan zijn er dus 270
overboord gekieperd.
Het schijnt dat Schiermonnikoog inmiddels al weer schoon is. De
vraag is wel wat er de komende tijd allemaal nog aan gaat spoelen.
Het heeft niks met elkaar te maken, een jack-plug, een vreugdevuur of
een containerschip. Maar bij allemaal gaat het om het referentiekader,
de verhouding.
En die is hier en daar wel enigszins zoek, lijkt me.

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Nashville
(19 januari 2019)

Je hebt van die zinnetjes die in een gezin steeds terug komen. Als het
een gereformeerd gezin is zijn dat nogal eens citaten uit de Bijbel. Bij
ons thuis klonk vaak “het blij vooruitzicht dat mij streelt”, als er iets
moois op stapel stond. Als we vonden dat we beter onze mond
konden houden zetten we “een wacht voor onze lippen”, en bij een
discussie waarbij de argumenten van de ander werkelijk nergens op
sloegen hoorde je soms “Antwoord den zot naar zijnen dwaasheid
niet!” Daarmee was je dan gelijk van het gezeur af.
Aan dat laatste citaat moest ik denken bij alle ophef over de Nashville
verklaring waarvan een paar reformatorische dominees vonden dat ze
die in het Nederlands moesten vertalen.
In wezen wordt er helemaal niks nieuws gemeld. Hoe men in orthodox
gereformeerde kringen denkt over homoseksualiteit is algemeen
bekend. Zo denkt men daar al honderden jaren. Het verhaal van
Sodom en Gomorra wordt bijvoorbeeld gesimplificeerd tot een
veroordeling van homoseksualiteit terwijl je het veel meer moet zien,
lijkt me, als een aanklacht tegen losbandigheid in het algemeen.
Maar nu de zaak op papier is gezet is Nederland in rep en roer. Er
worden regenboogvlaggen uitgestoken en de burgemeester van
Amsterdam gaat de straat op om te protesteren.
Je kunt ook je schouders ophalen. Laat ze maar, niet op reageren,
antwoord den zot niet… Als die zware mannenbroeders er zo over
willen denken moeten ze dat vooral doen. Gelukkig roepen ze niet op
tot geweld. Ik heb ook niet de indruk dat het manifest is opgesteld om
homohaat te promoten.
Natuurlijk snap ik dat je je als lid van de doelgroep gekwetst kunt
voelen, zeker als je ook nog eens lid bent van zo’n kerk. Maar, zoals
gezegd, dat jouw kerk daar zo over denkt kan geen nieuws voor je
zijn.   
Van der Staaij was bij Jinek en deed zijn best de zaak te nuanceren,
en er op te wijzen hoe in zijn kerkelijke kringen met liefde en begrip
met het onderwerp wordt omgegaan. Ik had niet het idee dat het hem
helemaal lukte. En hij had het over een nawoord waarin een en ander
nog eens wordt benadrukt. Zijn handtekening was ook niet echt een
handtekening, maar meer het resultaat van een mailtje waarin hij had
gezegd dat het hem wel een aardig idee leek om die tekst te laten
vertalen. Hij zelf begreep alle ophef ook niet. Het was toch duidelijk
hoe de Bijbel er over dacht.
We hebben de mondvol over vrijheid van meningsuiting. Iedereen
mag denken, en als hij dat wil, ook nog zeggen, wat hij vindt. Maar nu
is de wereld te klein.
Iets anders. Bij Nashville denk ik aan country muziek. Niet te
ingewikkeld, lekker in het gehoor. Zeker niet aan orgelmuziek. Maar ik
zag een paar items over het onderwerp op tv. Lucky TV maakte Van
der Staaij belachelijk, zingend bij het orgel van de Grote Kerk in
Dordrecht (waarbij trouwens in de tekst ook nog een pater figureerde,
niet bepaald een reformatorisch type) en in Nieuwsuur sprak men er
over met vage beelden van een orgelfront, ik meen Utrecht, op de
achtergrond. Dat vind ik, als organist en orgelliefhebber, dan weer
jammer.
Maar verder moeten we er maar niet al te veel woorden vuil aan
maken, al kan ik het niet laten nog een citaat te noemen dat me te
binnenschiet als ik al die verontwaardigde reacties, vooral uit niet
kerkelijke kring, zie: “Wij, zo geheel anders…” 

 Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA