artikelen
   

>  STARTPAGINA
>  ARTIKELEN

Boekbespreking:
(1 november 2008)

Jan Siebelink, Suezkade
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2008; 381 blz.

Jan Siebelink werd zeer bekend met Knielen op een
bed violen.
Daarin beschrijft hij het leven van zijn
vader en diens geloof en de invloed die dat op het
gezinsleven had. Terwijl Siebelink de afgelopen jaren
‘s middags en ’s avonds het land doorkruiste met
lezingen en presentaties over dat boek schreef hij in
de vroege ochtenden een nieuwe roman: Suezkade.
Daarin komen we Marc Cordesius tegen. Hij is jong
docent aan het Descartes Gymnasium in Den Haag.
Geïnspireerd en vol liefde voor de Franse taal en
literatuur begint hij aan zijn baan en heeft er veel voor
over om er wat van te maken. Hij mag een oud
noodlokaal inrichten als zijn eigen Franse lokaal en
probeert aldaar zijn liefde voor het vak op de
leerlingen over te brengen.

Intussen vraag je je als lezer af wat Marc nou meer is: bevlogen of naïef. Het eerste is hij in de omgang
met de Franse taal, het tweede toch vooral in zijn contacten met de jonge Marokkaanse leerlinge
Najoua Azahaf. Hij ontmoet haar op zijn eerste werkdag en vanaf dat moment bloeit er direct iets op.
Collega’s waarschuwen hem voorzichtig, “er wordt over je gepraat”, “kijk nou uit”, maar hij lijkt blind.
Voor hem is Najoua een zielsverwante.

Leraarschap
Jan Siebelink was zelf jarenlang leraar Frans in Ede. Eerst aan een MAVO, later een
scholengemeenschap. Daaruit put hij wellicht de ervaring met het schoolleven die hij zo duidelijk
beschrijft, hoewel hij Suezkade, anders dan Knielen op een bed violen geen semi-autobiografie
noemt, maar wel degelijk fictie. Hij heeft het over de manier waarop de lerarenvergadering verloopt,
en hoe daar voorstellen worden gedaan en stemmingen gehouden over de meest futiele zaken. Er zijn
de treiterpartijen van collega’s die elkaar niet liggen, en er ontstaat een vacature voor de functie van
conrector waardoor tijdelijke bondgenootschappen worden geschapen. Tijdens de
rapportenvergaderingen blijkt de frustratie van de tekenleraar wiens vak door de anderen niet serieus
genomen lijkt te worden. En tussen al deze verhalen over de praktijk op de school door komen we ook
de droefenis tegen over het huidige niveau van het onderwijs. En de teloorgang van de lessen
literatuur komt aan de orde: Marc is gecommitteerde in een examencommissie bij het vak Franse
literatuur waar de kandidaat in totaal twee en een half Frans boek heeft moeten lezen. “Het was een
intelligent en welwillend meisje. Bij fatsoenlijk onderwijs had zij een acht of een negen kunnen scoren.
(…) Als dit land zich in het nabije verleden ooit in gunstige zin onderscheidde, was het door de
meertaligheid. Die is over een tijdje vrijwel geheel verdwenen.” (blz. 164) En verderop in het boek
lezen we “De vernietiging van het onderwijs is in volle gang” (blz. 310)

Schrijver
En het gaat over huisbezoeken - natuurlijk is het eerste bezoek dat hij aflegt aan de moeder van
Najoua – en over de verslagen die daarvan moeten worden geschreven. En over het protocol dat
daarvoor geldt, maar waaraan Marc zich niet houdt. Daardoor wordt wél ontdekt welk een begenadigd
schrijver hij is, en dat komt weer mooi van pas als er een feesttekst geschreven moet worden bij het
jubileum van de school. Maar door zijn naïviteit zorgt hij...
Maar laat ik ophouden. Ik zou nog veel meer willen vertellen, maar dat zou jammer zijn voor degene
die het boek wil gaan lezen.
Ik ben er in begonnen en ben niet gestopt voor ik het uit had. Door het hele boek heen voel je een
zekere spanning die je dwingt om verder te lezen. Je moet en zal weten waar het allemaal heen gaat.
Intussen is het genieten van de manier waarop het schoolleven en de onderlinge verhoudingen worden
beschreven.
En het is niet alléén spannend: “de tram tinkelde en maakte in de bocht naar de Zoutmanstraat even
het geluid van ijzer op ijzer. Een golf van dankbaarheid overspoelde hem. Hij kreeg er bijna een steek
van in zijn hart. Zijn leven hier was zo geruststellend, zo logisch…” (blz. 307)

Slot
Toch blijft er iets hangen als je het boek uit hebt.
Niet alle vragen die opkomen worden ook beantwoord. En we leren veel kennen van het karakter van
de jonge leraar, maar ook veel blijft onduidelijk.
De manier waarop de zaken hun loop hebben vind ik niet in alle opzichten even geloofwaardig.
Zonder nou de gang van het verhaal te verraden kan ik wel zeggen dat dat laatste wat mij betreft zeker
geldt voor de nieuwjaarsreceptie aan het eind van het boek.
Op de achterflap van het boek wordt Suezkade beschreven als “een roman over een geestdriftig maar
precair docentschap en een fatale liefde.” Beter kan men het niet verwoorden, hoewel die liefde naast
fataal óók enigszins precair zou kunnen worden genoemd…
Zoals gezegd: Nadat ik in Suezkade was begonnen heb ik het niet meer weggelegd voordat ik het uit
had. Een duidelijker aanwijzing van het feit dat ik het een zeer aan te raden roman vind is niet te
geven.
Lezen dus!     

Kees Steketee

>  STARTPAGINA
>  ARTIKELEN