recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Van de columns van 2004 tot en met 2018 verschenen in de
loop der jaren verschillende verzamelbundels.
Zie de pagina BIBLIOGRAFIE

Voor de laatste, met de columns van 2019 t/m 2022
zie Met de kennis van nu

Helden en excuses
(24 december 2022)

“Niet iedereen kan een held zijn
; er moeten ook mensen gered…” Een
zin uit een liedje van Acda en De Munnik, met een waarheid als een
koe. Ook niet alle kerkleden moeten in het kerkkoor. Het is mooi als er
ook luisteraars zijn.
Het woord ‘held’ ligt onder vuur. Want er zijn ook helden waar een
smetje aan zit. Ik had me dat nooit zo gerealiseerd. Verzetshelden zaten
in het verzet om het vaderland te dienen. Dat ze het ook spannend en
opwindend vonden, en trots op zichzelf waren, kan best zo zijn, maar
dat moeten we dan maar op de koop toe nemen.
Ik wist het wel van idolen. Als je biografieën leest van grote
Nederlanders, waarvoor je altijd veel waardering en respect had, blijkt
soms dat ze in het privédomein niet bepaald lieverdjes waren. Geen
warme echtgenoot of vader, maar een vervelende autoritaire
dwingeland. Maar ook als je dat weet blijft de prestatie die ze leverden,
waardoor ze dat idool werden, wel overeind staan.

En het klopt dus dat het sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen.
Als je alleen maar succes hebt, ga je vanzelf denken dat je alles kunt
maken, en daar word je niet bepaald een sympathieke persoonlijkheid
van. Voorbeelden te over…
Het verzetsmuseum gaat de teksten bij zijn tentoonstelling aanpassen.
We moeten heus niet denken dat iedereen die in het verzet zijn best
deed een held was! En er waren ook genoeg vrouwen die hun steentje
bijdroegen!
Louis van Gaal leek ook een groot held te worden, net als de door hem
ontdekte
keeper Andries Noppert. Toch lukte het niet helemaal. Jammer,
maar het zorgt er wel weer voor dat men met beide benen op de grond
staat.
Er zijn meer woorden die het afgelopen jaar in de ban zijn gedaan. Zo
begrijp ik dat het woord vrouw eigenlijk vervangen moet worden door
‘een persoon die menstrueert’. Ik geloofde het niet toen ik het las, maar
het schijnt echt een serieuze zaak te zijn. Ik vraag me wel af hoe een
vrouw heet die de overgang al voorbij is. Die overgang schijnt overigens
iets van een taboe te hebben, net als zwangerschap. Je zal maar vrouw
zijn…
En we spreken niet meer over ‘slaven’ maar over ‘tot slaaf gemaakten’.
Doet me denken aan krantenverslagen van verkeersongelukken: een
fietser wordt aangereden, en dan lees je dat “het slachtoffer zonder
goed te kijken de weg overstak”. Dat kan zo zijn, maar toen die fietser
overstak was hij of zij nog geen slachtoffer, dat kwam pas door die
aanrijding. Maar dit helemaal terzijde.

Het valt ook nog niet mee om op de juiste manier en het juiste moment
excuses aan te bieden voor ons slavernijverleden. We mogen kinderen
van boeven niet veroordelen voor de daden van hun vader, (Máxima kon
er ook niks aan doen dat haar pa niet deugde,) maar andersom moeten
die kinderen, dat zijn wij dus, wel door het stof voor de daden van hun
verre voorouders.

Ik vind het best. Maar wat stellen excuses, voor wat dan ook, nou voor
als je helemaal geen herinnering hebt aan het feit waarvoor je je
verontschuldigt? Dat wordt dan een beetje een inhoudsloos sorry. Ze
zouden nog dit jaar plaatsvinden, maar er kwam
een eisenpakket en
zelfs een kort geding aan te pas om dat te voorkomen. De excuses
kwamen er wel, op 19 december, met een komma erachter.
Ze worden vervolgd. We zien het wel, tot volgend jaar!

Komma
(7 januari 2023)

Zo zijn we zomaar het nieuwe jaar ingegleden met toch nog excuses
van premier Rutte voor ons slavernijverleden. Zijn opmerking ‘excuses
met een komma’ lijkt al haast een vaststaande uitdrukking geworden. Hij
oogstte alom lof voor zijn diep doorvoelde en betrokken toespraak. Van
alle kanten klonken de complimenten.
Over complimenten gesproken: In de orgelwereld van mijn studietijd, de
zeventiger jaren, was er een duidelijke tweedeling. Je had de Feike
Asma en Piet van Egmond fans en aan de andere kant, in de ogen van
die fans, de musicologisch verantwoorde en daardoor uiterst saai
spelende organisten. In die tijd kon het gebeuren dat ik vertelde dat ik
die zondag was gecomplimenteerd met mijn spel en dat een
studiegenoot mij waarschuwde: “Als de mensen vinden dat je mooi
speelt is dat verdacht. Dan pas je je waarschijnlijk teveel aan hun smaak
aan…”
Ja, een opmerking als “Wat haalt die allemaal wel niet uit dat orgel..” als
er een stevig koraal heeft geklonken is misschien een wat al te drieste
benadering. Ik heb dan de neiging om te antwoorden dat hij beter alles
erin had kunnen laten zitten, maar weet ook dat dat flauw is.
Het is soms lastig met complimenten om te gaan. Je hebt de neiging om
ze weg te wuiven, want als je de gever van de pluim gelijk geeft, als je
beaamt dat het inderdaad geweldig was wat je deed, vindt hij je
misschien wel een eigenwijze vent. Ik gooi het meestal maar op de
genade. “Ik bof maar dat het vandaag allemaal lukte!” En daarnaast doe
ik elke week weer gewoon ontzettend mijn best.
Maar ik wilde het eigenlijk niet hebben over complimenten ontvangen,
maar meer over complimenten uitdelen. Als ik iets mooi vind, of goed
gelukt, wil ik dat best kenbaar maken. Maar als ik een kunstwerk, een
boek, of een muziekuitvoering niet zo geslaagd vind, hou ik maar liever
mijn mond.
Op het koor gaat dat anders. Als het daar niet mooi gaat laat ik dat
duidelijk weten. Dat is mijn taak als dirigent, en vervolgens moet ik er
voor zorgen dat het op den duur wél goed gaat. Als dat dan ook nog lukt
ben ik ook niet te beroerd om dat uitbundig te melden. “Erg mooi,” roep
ik dan, “prachtig!”, waarop de koorleden letterlijk in koor antwoorden:
“máár…”, want zo’n maar komt er vaak wel achteraan. Het kan altijd nóg
beter, en dat weten zij ook.
Dat uitgangspunt, het kan altijd nog beter, is mij met de paplepel
ingegoten. Je best doen, niet tevreden zijn met wat er toevallig al is. Mijn
oma had wel eens medelijden met ons. “Je moet ze ook eens prijzen!”
zei ze tegen mijn moeder. Bij ons thuis waren wij namelijk niet de
prinsjes en prinsesjes van wie elke muzikale of sportieve oprisping werd
toegejuicht. En zeker niet gefilmd, zoals tegenwoordig bij elke
gelegenheid gebeurt. Het was een andere tijd, en ik heb niet de indruk
dat het nou zo verkeerd was allemaal. En ik wist heus wel dat mijn pa
best trots was op zijn orgelspelende zoon, al zei hij dat vooral tegen
anderen.
Rutte kreeg ook complimenten uit onverwachte hoek. Sylvana Simons,
fractieleider van Bij1 en behoorlijk betrokken bij het onderwerp
slavernijverleden, sprak haar bewondering voor hem uit: "Ik was eerst
sceptisch. Maar toen ik zijn woorden hoorde, werd mij heel duidelijk dat
hij en zijn tekstschrijvers hadden geluisterd."
Jammer dat ze die tekstschrijvers noemt, een soort compliment met een
komma...

Loterijdwang
(21 januari 2023)

We hebben de jaarwisseling weer gehad. Met Guido Weijers, Claudia de
Breij én fantastische oliebollen van de Lopster Harmonie (die trouwens
een fanfare is!).
Overdag denderden de carbidknallen door de omgeving en ’s avonds
was de lucht vol siervuurwerk. Elders in den lande kostte de
vuurwerktraditie weer de nodige ogen en hier en daar wat vingers of
zelfs een hele hand. Het lijkt er langzamerhand op dat er toch ooit wel
eens een vuurwerkverbod zal komen.
Wat ook bij de jaarwisseling hoort is de eindejaarstrekking van de
Staatsloterij met belachelijke prijzen. De jackpot bevatte 56 miljoen! Ik
vind dat best. Ik heb nooit met de staatsloterij meegedaan, en dus ook
nooit in spanning gezeten of die miljoenen op onze bankrekening
zouden worden gestort. Wat heel prettig is aan het niet meedoen is dat
je je ook geen zorgen hoeft te maken dat je misschien níet wint. Het
klinkt heel logisch: je doet mee aan een competitie, een wedstrijd, een
quiz, een schaaktoernooi, of dus ook een loterij, waarbij je kunt winnen
of verliezen. Als je niet meedoet kun je niet winnen, en dus ook niet
verliezen.
In Op1 zat een mevrouw wier taak het is mensen te begeleiden die
opeens schandalig rijk worden door een loterij. Als je van de ene dag op
de andere miljonair wordt is het lastig om te weten wat je met die
verworven rijkdom moet doen. De winnaars verkeren doorgaans in
shock, zo wist ze te melden. Men is emotioneel en van slag, en dat kan
zomaar een tijdje duren. Handig dat er dan een professional is die je
daarbij kan helpen.
Die mevrouw overigens werkte niet bij de Staatsloterij maar bij de
Postcodeloterij. Ook die had een grote prijsexplosie. De postcodekanjer
hebben we het dan over. Als je op postcode 1961 GB in Heemskerk
woonde, en mee had gespeeld, kon je zomaar twee en een half miljoen
euro winnen. Ik weet niet of daar nog kansspel belasting afgaat, maar
zelfs dan blijft er nog genoeg over waarvan je niet weet wat je er mee
moet.
Ooit speelden we ook mee. Het had toen niet veel gescheeld of we
hadden meegedeeld in de prijzenpot. Postcode 9932 had gewonnen,
onze postcode was 9931. Op een gegeven moment heb ik de loterij
opgezegd, wat trouwens nog niet eenvoudig was.
Nou is winnen leuk (hoewel duizend euro ook een mooie prijs is, dan
kun je voor  twee miljoen wel tweeduizend mensen blij maken), maar het
irritante van de postcodeloterij vind ik dat het de enige loterij is waarbij je
zelfs kunt verliezen als je niet meedoet. Je zal maar niet meegespeeld
hebben, en jouw straat wint de kanjer. Dan heb je opeens een paar
stinkend rijke buren.
Je kunt dan stoer zeggen dat geld niet gelukkig maakt, dat je tevreden
bent met wat je hebt, en dat kun je nog menen ook, maar het is toch
haast onvermijdelijk dat je als de schlemiel van de straat wordt gezien.
Ook dat geeft natuurlijk niks, maar leuk is het niet.
Ik durf de veronderstelling wel aan dat het systeem van de
postcodeloterij ervoor zorgt dat héél veel mensen meedoen die dat
liever niet zouden doen, maar die zich min of meer gedwongen voelen.
Alleen maar om niet te hoeven verliezen, om niet die schlemiel te zijn.
Daarom snap ik niet dat de overheid dat zomaar goed vindt.
Je zou eigenlijk een petitie moeten beginnen: STOP die geniepige
postcodeloterijdwang!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Eerlijk ?
(4 februari 2023)

Ooit, ik weet dat nog, hoewel ik er persoonlijk geen last van had, was
het hoogste belastingtarief 72%. Van elke gulden die je boven een
bepaald inkomen verdiende ging 72 cent naar het rijk. Dat had te maken
met de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Als je
zóveel verdiende kon je wel een beetje, wat zeg ik, behoorlijk meer
bijdragen dan Jan met de Pet aan de kosten van de samenleving.
Tegenwoordig is het maximum tarief 49,5 %. En het is ook zonder die
wetenschap duidelijk dat de verschillen tussen arm en rijk alleen maar
groter worden. Daar komt nog bij dat vermogen nauwelijks belast wordt,
en dus de rijken onder ons alleen maar rijker worden.
Wij hebben op ons huis zonnepanelen liggen. Zelf betaald, zonder
subsidie. Die leveren meer kilowatts op dan we gebruiken, en onze
energieleverancier betaalt graag wat terug voor die stroom. Die kunnen
zij weer doorverkopen op momenten dat er weinig zon is. Aan ons, ’s
winters, of aan mensen zonder panelen. Ik vind dat een logisch
systeem. Maar een installateur vertelde me dat het elektriciteitsnet niet
bedoeld is om stroom de andere kant op te sturen, en dat dat best
ingewikkeld is voor energiebedrijven. En daar maken ze kosten voor.
Volgens mij betalen ze daarom ook niet het volle pond voor de
teruggeleverde energie. Een soort tweedehands tarief.
Ik snap eerlijk gezegd sowieso niet veel van het systeem van
energiebedrijven en het energieplafon. Energie was vroeger een
overheidstaak. In Zeeland had je de PEZEM, in Groningen het EGD. Nu
zijn er bedrijven die er schatrijk van worden en dankzij het energieplafon
betaalt de overheid, uiteindelijk wij zelf dus, daar flink aan mee.
De salderingsregeling van de zonnepanelen gaat verdwijnen als de
regering zijn zin krijgt. De oppositie, inclusief PvdA en de groenen van
links, is daar op tegen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook niet snap.
Het heet dat mensen zonder zonnepanelen nu meebetalen aan de
kosten die energiebedrijven maken voor de kilowatts die ze
teruggeleverd krijgen. En dat zou dan niet eerlijk zijn. Men heeft het er
zelfs over dat zonnepaneleneigenaars door de salderingsregeling
onterecht subsidie krijgen.
Nou heb ik de (meestal tegenvallende) inruilprijs voor mijn auto nog
nooit als subsidie beschouwd, en ik heb ook niet het gevoel dat ik,
wandelend door de supermarkt iets of iemand subsidieer. Ik betaal
gewoon de spullen in mijn karretje…
En over dat meebetalen gesproken: ikzelf heb nooit serieus gevoetbald.
Als kind wel op een braakliggend stuk grond achter het huis. Maar als
burger betaal ik ook gewoon mee aan de subsidie voor het onderhoud
van het voetbalveld. En het zwembad niet te vergeten. En ik denk dat
niet-autorijders ook bijdragen aan wegenonderhoud. En de accijns op
mijn sigaren wordt heus niet gebruikt om mijn roken te faciliteren!
Mijn oude schoonmoeder vond het niet terecht dat zij meebetaalde aan
de kinderbijslag die wij als jonge ouders kregen, terwijl ik, dankzij de
belasting die ik betaalde, de huursubsidie die zij kreeg mede financierde.
Ik draag graag bij voor het voetbalveld, het zwembad, en probleemloos
pin ik de accijns op mijn sigaren en mijn benzine, en als ik mijn
overschot aan stroom gratis moet inleveren doe ik dat. Ik ga heus niet
de barricaden op.
Maar het gaat me wel erg ver om dat salderen subsidie te noemen. En
oneerlijk is het volgens mij al helemaal niet.
Ons denivellerende belastingsysteem is dat wél!

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA