recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Van de columns van 2004 tot en met 2018 verschenen in de
loop der jaren verschillende verzamelbundels.
Zie de pagina BIBLIOGRAFIE

Voor de laatste, zie Zo lust ik er nog wel een

Voor de columns vanaf 2019.... wellicht komt er t.z.t. weer
een verzamelbundel

Sms'jes
(28 mei 2022)

Je hebt zo van die gewoontes. Als ik wil weten wat het laatste nieuws
is kijk ik op teletekst. Korte en bondige berichten (soms een beetje
plat, als er iemand overleden is en zijn naam kost te veel ruimte staat
er niet ‘hij of zij is overleden’ maar ‘hij of zij is dood’, niks tegen in te
brengen, maar het klinkt niet heel respectvol, zal ik maar zeggen) en
je bent heel snel weer bij.
Als een van onze nakomelingen dat ziet schiet hij of zij in de lach. Jij
bent wel héél ouderwets met je teletekst. Er zijn wel andere
mogelijkheden om het nieuws tot je te nemen! Maar ik denk dan: doe
mij de NOS maar, onze neutrale nieuwsvoorziener. Hoewel ik daar
soms toch ook wel mijn twijfels bij heb als er weer een opzienbarend
onderzoek wordt gemeld. Of een nieuw taboe: na de zwangerschap is
nu de overgang aan de beurt, maar goed, ik hou het toch maar bij
teletekst. Ook makkelijk als je wil weten wie er bij Op1 zit of bij de
andere praatprogramma’s van de publieke omroep.
Afgelopen week was het weer raak qua politiek. We hebben een
ouderwetse minister-president. Hij rijdt het liefst op zijn fiets, maar
heeft ook een oude Saab, en telefoneert met een Nokia, de telefoon
waarmee ook ik in 2000 mijn mobiele telefoonleven ooit begon. Er zit
weinig opslagruimte op zo’n ding, dus Mark maakte ’s avonds voor hij
naar bed ging zijn telefoon even leeg. Alle nietszeggende berichtje
konden de prullenbak in, en wat wel belangrijk was stuurde hij naar
zijn ministerie, waar blijkbaar nog ambtenaren aan het overwerken
waren om die berichtjes te archiveren. Stel je voor dat, in het kader
van de Wet Openbaarheid Bestuur, een Kamerlid zou willen weten
wat de minister-president die dag allemaal gecommuniceerd had; dan
kon hij daarvan in kennis worden gesteld. Het verhaal was aanleiding
voor een debat en een belachelijk TikTok filmpje van Jesse Klaver.
Ik ben geen fan van Mark Rutte. Maar ik vind onze Tweede Kamer
wel heel erg ver gaan in hun wantrouwen en, vooral, hun zucht naar
scoren. Heel veel zaken blijven liggen, de problemen liggen
levensgroot en onopgelost te wachten, en Rutte moet al zijn contacten
bewaren om ze te kunnen laten zien. Vooral aan de oppositie. Ik
vraag me af hoe dat moet als hij eens een gesprek met iemand heeft.
Moet hij dan constant zijn Tascam opname apparaatje mee laten
lopen om te kunnen verantwoorden wat hij gezegd heeft?
Het is sowieso lastig, vind ik, om geschreven teksten, mails of appjes,
goed te kunnen beoordelen. Je ziet niet hóe het gezegd wordt, hoe
serieus het bedoeld is, want je ziet er geen gezichtsuitdrukking bij.
Een grijnzend verteld verhaal komt anders over dan een relaas dat
met een zuur gezicht wordt gebracht.
Bij appjes heb je dan van die emoticons die moeten verduidelijken wat
de bedoeling is. Als ontvanger moet je dan weten wat dáár nou weer
mee bedoeld wordt. Niet elk lachend gezichtje is hetzelfde, en er
schijnt ook iets te zijn met augurken of komkommers, maar daar weet
ik gelukkig het fijne niet van.
Ikzelf gebruik nooit emoticons. Ook geen gekke afkortingen trouwens.
Als ik enthousiasme wil melden gebruik ik een uitroepteken, en als ik
twijfel wordt het het beletselteken. Drie puntjes…
Zoals ik al zei, ik ben een beetje ouderwets, net als Mark Rutte. Maar
verder lijk ik helemaal niet op hem.

Vakmanschap
(11 juni 2022)

De afvoer van de gootsteen lekte. Ik was al vaker bezig geweest met
pogingen om hem te repareren, maar het lukte me niet om te
ontdekken waar het probleem zat. Op den duur kwam ik er achter. Ik
zag druppels water komen uit de verbinding tussen de afvoer en het
overlooppijpje. Het viel nog niet mee om dat allemaal uit elkaar te
halen, steviger vast te draaien en weer in elkaar te zetten. Maar het
lukte! Ik was best trots op mezelf. Helaas bleek het lek daarmee niet
gedicht.
Ik belde een installateur. Hij had zeker tot aan de bouwvak geen tijd,
en stelde me niet echt gerust met de mededeling dat dat voor al zijn
collega’s gold.
Het volgende bedrijf dat ik belde, het was op vrijdag, excuseerde zich
dat het pas maandag zou lukken. Hij kwam die maandagmorgen. Ik
bood hem koffie aan. “Eerst maar eens kijken hoe ernstig het is.” Hij
bekeek de afvoer, schroefde de bovenkant uit elkaar, lachte wat en
zei: “Doet u maar koffie.” Hij had het al gezien en had het zo voor
elkaar. Mooi, als er een vakman naar kijkt!
Ik las een stuk over Ramses Shaffy en dat zijn muziek uitgegeven zou
worden. Een hele klus, want Shaffy kon geen noten lezen, en schreef
de muziek dus niet op. Dat was lastig toen hij optrad in een circus. In
de krant stond dat zijn liedjes “op de plank bleven liggen, omdat het
meereizende orkestje ze te moeilijk vond.” Ook bij het Songfestival in
Knokke “wist het orkest weinig te beginnen met zijn grillige
composities”. Ik las het met stijgende verbazing. Je kan zo’n orkest
moeilijk kwalijk nemen dat het de muziek niet kan spelen, als die er
helemaal niet is. Hoe zouden ze dat moeten doen? Op het gevoel een
beetje voor het vaderland weg tetteren?  
Ramses was een grote, maar het is vreemd dat je niet in staat bent je
eigen composities te noteren. Wie er iets mee wil moet dus een
opname afluisteren en proberen zo uit te vogelen hoe de muziek in
elkaar zit. Het lijkt een beetje op een dichter die niet kan schrijven.
Hoe kan zo iemand ooit zijn gedichten publiceren? Voorlezen aan
iemand die wél kan schrijven?
Ooit hadden we op de muziekschool een voorstelling met een
Groninger zanger. Hij leverde zijn liedjes aan, ingespeeld op een
bandje. Mij werd gevraagd er arrangementen van te maken. Mooi
werk, maar niet als je eerst eindeloos moet luisteren om er achter te
komen wat er precies gebeurt qua harmonieën. Het zou een stuk
efficiënter werken als hij in ieder geval de akkoorden had weten te
benoemen die hij uit zijn gitaar toverde. Maar dat zat er, net als bij
Ramses Shaffy, niet in.
Ik hou van mensen die hun vak verstaan. Zoals de installateur die
onze afvoer repareerde. Maar ik vind het ook prettig als de
buschauffeur verstand van zaken heeft, en dat geldt ook voor de
tandarts en de hartchirurg, om maar eens wat voorbeelden te
noemen. Als het werk er echt toe doet hebben we liever geen
amateurs aan het roer.
In sommige kerken heb je de ‘preek-van-de-leek’. Bij gebrek aan
voorgangers moet je wel eens wat. Maar als een willekeurig
gemeentelid op de kansel staat, terwijl de dominee in de kerk zit,
schiet je toch je doel voorbij lijkt me. Hoe serieus neem je je preek
dan? En de organist? Doet diens vakmanschap er dan nog wél wat
toe?

Maatregelen
(25 juni 2022)

Je leest wel eens van die berichten waar je van schrikt. Over je CO2
voetafdruk bijvoorbeeld. Of hoeveel water het kost om een stukje
biefstuk te produceren. En dat het niet lukt om de opwarming van de
aarde tot anderhalve graad te beperken. Maatregelen werken niet of
worden gedwarsboomd omdat we vinden dat wij niet als enigen
hoeven te lijden. “Als we hier in Nederland ons best doen om de
temperatuurstijging te beperken lukt het ons misschien om te zorgen
voor 0,0007 graad,” hoor je dan, hoewel ik niet precies weet hoeveel
nullen er achter de komma staan. Maar dat het niet goed gaat is
iedereen toch inmiddels wel duidelijk.
We proberen minder vlees te eten (dat klinkt slap, hoezo proberen,
gewoon doen, zou je zeggen), en als we vlees eten zijn dat minder
grammen. Ik douche ook niet te lang, want daarvoor zie ik geen
enkele reden. Schoon is schoon tenslotte.
De krant zouden we digitaal kunnen lezen. Ik heb een account, en dat
heb ik ook nodig om sommige puzzeltjes, die ik erg leuk vind, te
kunnen spelen. Maar ’s morgens bij de koffie op bed hebben we toch
het liefst de papieren versie. En ja, die moet gedrukt worden, en
vanuit Amsterdam naar Groningen vervoerd, en iemand moet
schandalig vroeg opstaan om de krant vóór zeven uur bij ons in de
bus te schuiven, en dat lukt altijd nog ook, meestal zelfs nog veel
eerder, en dat is allemaal behoorlijk minder duurzaam dan op mijn
telefoon de columns en artikelen te lezen die ik interessant vind.
Vliegen deden we voor het laatst in 2019. De drukte op Schiphol, met
een wandeltocht naar de meest afgelegen pier, en een vliegtuig dat zó
lang aan het taxiën was dat het leek alsof we rijdend naar onze
bestemming zouden gaan, het eindeloze wachten op koffers en nog
veel meer ergernis deden ons besluiten nooit meer te vliegen. Dus
ook geen last van vliegschaamte, maar dat is op zo’n manier natuurlijk
vrij makkelijk.
Afgelopen week vierden we een paar dagen vakantie in Friesland.
Met de auto erheen, fietsen achterop, (wat ik altijd weer doodeng vind,
de hele handel op de trekhaak, bij elke scherpe bocht ben ik bang ze
te verliezen) en lekker rondgekard tussen de Friese wateren, met hier
en daar een pontje om zo’n water over te steken, en het was
genieten. ’s Avonds lekker gegeten. Een entrecote, en ik dacht aan al
die liters water die mijn stukje vlees had gekost…
Je weet nooit precies hoe dat zit. Hoe bereken je zoiets?
Bijvoorbeeld: Zoals ieder mens heb ik een vader en een moeder, voor
pa en ma Steketee geldt precies hetzelfde, en ook voor mijn
grootouders. Je hoeft niet veel generaties terug te gaan om vast te
stellen dat alleen al voor het feit dat ik besta er 30 (2+4+8+16)
mensen nodig waren. Je gaat nog twee voorouders verder en je zit al
op 126 (30+32+64). Nou heb ik drie zussen op wie ik hetzelfde
rekensommetje kan loslaten, en de vraag is ook of élke biefstuk
zoveel water kost, of dat dat voor alle biefstukken samen geldt.
Maar dat we in deze wereld met een levensgroot probleem zitten
moge duidelijk zijn. En dat we dat met zijn allen moeten aanpakken
ook. Daarbij vind ik het stiekem wel mooi dat het nou eens aan
ministers van de VVD is, de partij van groeien, groeien, groeien, om
maatregelen te nemen…

Tijden veranderen
(9 juli 2022)

Dat de tijden veranderen moge duidelijk zijn. Maar soms krijg je het
gevoel dat het wel erg snel gaat. Links en rechts worden, en dat even
los van de aardbevingsproblematiek, gebouwen die ik ooit gebouwd
zag worden weer afgebroken. Indertijd verklaard als ‘klaar voor de
toekomst’ bleek dat niet zo te zijn.
Het voelt ook vreemd om te ervaren dat uitvindingen waar de wereld
laaiend enthousiast over was binnen enkele decennia achteloos opzij
worden geschoven, zo van “zo deden we dat vroeger…”
In mijn jeugd, ik had het er vaker over, was de langspeelplaat nog erg
jong. Mijn platenspeler kon je nog instellen op 78 toeren, zodat je ook
de platen uit vroeger jaren nog kon draaien. Nadat ik, met behulp van
zakgeld en vakantiebaantjes, vele elpees van mijn favorieten had
aangeschaft kon ik in de negentiger jaren opnieuw beginnen door ze
te vervangen door cd’s.
Wat een weelde was het, de eerste autoradio waarin je
cassettebandjes kon afspelen! Bandjes met muziek van de radio, of
eigen maaksels, overgenomen van de ook al verdwenen
bandrecorder. Later, na ook de aftocht van de cassettebandjes, kon je
je cd’s meenemen in de auto, maar ook dat is verleden tijd. De cd
loopt op zijn laatste benen, en een laptop met een gleufje waar ze in
passen vind je ook nauwelijks meer. Over die laptop gesproken: goed
werkende programma’s die me bevallen worden automatisch
vervangen door versies die het ook doen, maar niet zo prettig als ik
gewend was.
Overigens, al die elpees die ik kocht werden vaak nog voorafgegaan
door de singles van dezelfde muzikanten. Door het kopen van die
singles werkte je mee aan de Top 40, en het was mooi om te zien dat
jouw favoriet mede door jouw investering hoog in die lijst stond.
Tegenwoordig heb je een hit als je veel gestreamd wordt. Het kost de
fan weinig tot niets! En als ik uit nieuwsgierigheid één keer naar een
muziekje luister, het vreselijk vind, en er daarna nooit meer iets mee
te maken wil hebben, tel ik dan toch mee voor het aantal streams?
Ik had het over de radio. Onze stereo-installatie met zijn mooie tuner
kan ook naar de kringloop. Analoge radio, net als analoge televisie
overigens, is door onze provider afgeschaft en je moet een nieuw
apparaat kopen, of een antenne door je kamer spannen om nog
gewoon naar de radio te kunnen luisteren. Tegenwoordig hebben we
de oude radio van mijn moeder in de vensterbank staan, niet
verbonden met welke provider dan ook!
Dit is geen verhaal van iemand die vroeger alles beter vond. Ik ben
best blij met heel veel verworvenheden. Zo genieten we vaak van
allerlei podcasts. Een soort online gesprekken over een bepaald
onderwerp. (Wat weer iets anders is dan een hoorspel. Wie kent dát
nog, met het hele gezin, geschaard om de radio, luisteren naar een
hoorspel, zoals, nog vóór mijn tijd, de belevenissen van de familie
Doorsnee, misschien nog wel via de draadomroep…)
Podcasts zijn populair. Tegenwoordig lees je naast tv-recensies ook
podcastrecensies in de krant. Iemand complimenteerde Maarten van
Rossum met zijn opnames over historische gebeurtenissen. “Ik val er
altijd zo heerlijk bij in slaap.” Wij luisteren zo’n podcast ook vaak af,
liggend op bed, en hebben de zelfde ervaring. Op die manier doe je
trouwens heel lang met zo’n verhaal. Net zoals ik vaak ook, lezend op
bed, langzamerhand wegzeil.
Hoop wel dat u deze column tot het eind hebt gehaald…

De meeste mensen deugen
(23 juli 2022)

Je hebt allerlei soorten mensen. Rustige karakters, opvliegende
figuren, lieden die zich druk maken om het minste of geringste onrecht
dat hun wordt aangedaan, of waarvan de kans bestaat dat het hun
aangedaan wordt. Ik stond te wachten op de lift in de parkeergarage.
De derde verdieping, -3, met een stel dat er niet bepaald vrolijk uitzag.
Zuchtend en steunend stapten ze de lift in. Ik drukte op de 0 en op de
knop om de deur te sluiten. Het was mooi dat de lift in één keer van -3
naar de begane grond schoot. Dat zei ik ook, “mooi, in één keer naar
boven!”. “Ja, dat mag wel in de krant,” mopperde de vrouw. Ze
hadden onderweg ook al geklaagd over de onderzoeken die hun te
wachten stonden en die vast niet voorspoedig zouden verlopen.
Kortom, geen lachebekjes.
Je hebt ook heel aardige mensen. Die, als ik op een smalle weg even
bij een oprit wacht om ze ruimte te geven, een hand opsteken om te
bedanken. Of die een stapje harder lopen op het zebrapad als er een
auto aankomt. Je hebt ook voetgangers die dan met opzet langzaam
gaan lopen, en tegenliggers die je nooit zullen bedanken. Het is
allemaal niet zo belangrijk, en nergens staat geschreven dat men
verplicht is aardig te zijn. Maar de wereld wordt er wel een stuk leuker
van.
De mens is van nature slecht, leerden we vroeger. Nee, de meeste
mensen deugen, schreef Rutger Bregman. Ik heb het boek niet
gelezen. Ik heb er een paar podcasts over gehoord, nou ja, ik was er
bij toen er een paar podcasts over dat boek klonken. Het blijkt dat de
meeste mensen best behulpzaam zijn en het beste voorhebben met
hun medemensen. Men steekt in noodsituaties de helpende hand toe.
Toch vind ik de titel intrigerend. ‘De meeste mensen’. Vroeger had je
een reclame voor VIM, of JIF, die beweerde 99% van de
huishoudbacteriën te doden. Het moge duidelijk zijn dat die laatste
procent, die de aanval van VIM of JIF wist te weerstaan, niet bepaald
de zwakste bacterie zou zijn.
En ik geloof best, hoewel veel mensen niet aardig zijn, dat de meeste
mensen deugen. Maar ik weet ook dat de meeste mensen een vrij
onopvallend, bescheiden en weinig imponerend leven leiden. Ze doen
hun best op hun werk, proberen het thuis en in de buurt gezellig te
hebben, gaan naar de sportclub, het koor, en er gaat niet zoveel
verkeerd. De meeste mensen zijn geen criminelen, zou je kunnen
zeggen.
Maar als de meeste mensen deugen, zelfs als dat 99% zou zijn, is er
dus ook een aantal dat niet deugt. Wereldsterren uit de popmuziek
gebruiken Nederland als goedkoop buitenland om in eigen land
minder belasting te betalen, onze topwielrenners wonen om dezelfde
reden in Monaco of België. Nee, het is niet de gewone man die
belasting ontduikt. Daarom snap ik ook niet dat het oplossen van de
toeslagenaffaire eindeloos duurt, maar de teveel betaalde belasting
door bepaald niet armlastige spaarders wel zo snel mogelijk moet
worden teruggestort.
En over niet deugen gesproken: De wereld barst van de
staatshoofden en leiders die hun macht misbruiken. Het is bekend:
macht corrumpeert. Ik hoef geen namen te noemen. Ook niet van zo’n
eurocommissaris die met haar ene hand torenhoge boetes uitdeelt
aan bedrijven die zich niet aan de regels houden, en met haar andere
hand net zo makkelijk vergelijkbare bedrijven juist faciliteert.

Bond tegen het vloeken
(6 augustus 2022)

Bond tegen het vloeken
‘Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik Zijn naam nooit’. Het was
een slogan van de Bond tegen het vloeken. De poster hing in
bushokjes en op treinstations. Misschien omdat een vertraagde bus of
trein makkelijk aanleiding zou geven tot een stevige krachtterm.
‘Vloeken is aangeleerd’ was er ook zo een, waar dan altijd wel een of
andere slimmerik de tekst ‘bidden óók’ onder had geschreven.
Toen ik jong was had je Peyton Place. We hadden nog niet heel lang
televisie en genoten van de serie. Ik vond de blonde Allison (Mia
Farrow) erg mooi, mijn vader hield meer van het type Betty. Er
verscheen ook een boek, en mijn zussen zouden dat erg graag willen
hebben. In die tijd was het niet zo dat je iets wat je graag wilde ook
direct kreeg. Een verjaardag of Sinterklaas was daarvoor het
uitgelezen moment. Wel jammer als je dan net, zoals mijn zus, op 9
december jarig bent geweest. Hoe het ook zij, op een gegeven
moment kwam het boek er toch en ze waren dolblij. Maar hun
vreugde duurde niet lang. De sfeer bleek nogal anders dan in de tv-
serie. Het taalgebruik was grof, het stond vol schuttingwoorden en
vloeken, en ook de seksuele verwikkelingen kwamen heel wat
explicieter aan de orde dan op het beeldscherm. Mijn ouders
aarzelden niet en vernietigden de zaak. Weg met die rotzooi!
Ik vond dat een mooie principiële daad. In de plaatselijke bibliotheek
deden ze het anders. In mijn ogen nogal hypocriet. Daar lazen de
trouwe enthousiaste bibliothecaressen elk boek vooraf, en streepten
met een zwarte pen de eventuele onwelvoeglijke woorden weg. En
daarna was het, in hun beleving, geschikt voor uitlenen. De lezer
kreeg een uitgave in handen met overal zwarte vlekken, een soort
conference van Youp van ’t Hek met allemaal piepjes er door.
Ik vond dat flauwekul, net als niet op zondag willen handelen, maar
daar geen been in zien als er op maandag wordt afgerekend. Ik ken
een kerk met een boekentafel die dat zo deed. En bovendien: als
lezer van zo’n boek met doorgestreepte woorden word je natuurlijk
extra nieuwsgierig naar juist die doorgehaalde teksten.
Zo ook bij de ‘Gezinsbijbel’, die we ooit kochten op een rommelmarkt.
Hij was “voorzien van eenige verduidelijkende opmerkingen en met
weglating van die gedeelten welke zich minder goed leenen voor de
voorlezing in het gezin.” Steeds als er een stuk werd overgeslagen
stond er ook bij dát er een stuk werd overgeslagen. Dus als je op zoek
was naar een pikant verhaal (bijvoorbeeld over Juda en Tamar)
hoefde je maar in je gezinsbijbel te kijken waar er iets weggelaten was
en kon je dat in een andere bijbel zo opzoeken.
Terug naar het vloeken. Ik las, in een weliswaar klein berichtje, dat de
naam van God tegenwoordig minder vaak en openlijk wordt misbruikt.
Je zou dat een mooie ontwikkeling kunnen noemen. Maar die
terugloop is niet direct te danken aan de Bond tegen het vloeken. Het
komt door (‘is te wijten aan’ stond er zelfs!) het feit dat de naam van
God veel mensen niet meer zo veel zegt. En waarom zou je die dan
nog misbruiken? Niet dat nou iedereen zich beperkt tot ‘sapperloot’
als hij zich op zijn duim slaat, denk ik, maar het zou er wel wat minder
expliciet aan toe gaan.
Zoals gezegd, een mooie ontwikkeling, maar dus niet echt voor het
bestaansrecht van de Bond tegen het vloeken…

Nuance
(20 augustus 2022)

Ik was nooit zo’n fan van Paulus. Ik vond zijn teksten, vooral in
nieuwere  vertalingen, nogal pedant overkomen. (In mijn jeugd werd
me die mening in sommige kringen niet bepaald in dank
afgenomen…) Toch is er voor mij een tekst van Paulus die ik zo
langzamerhand als mijn lijfspreuk ben gaan beschouwen: ‘Houdt zo
mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.’ Een
citaat uit Romeinen 11 vers 18. Althans, zo staat het in de vertaling
van 1951. In de nieuwe vertaling moeten we ‘alles in het werk stellen’
om met iedereen in vrede te leven. Ik vind dat wel een mooie
gedachte.
Dat valt heden ten dagen nog niet mee. De nuance is op veel
gebieden ver te zoeken. Bijvoorbeeld als we het over Corona hadden
of hebben, als het over de oorlog tegen Oekraïne gaat, of over de
boerenprotesten tegen de stikstofmaatregelen die de regering over
ons land heeft uitgestort. Als je niet voor ons bent ben je tegen ons.
Dat is ongeveer het devies. De zaak van meerdere kanten bekijken en
openstaan voor nuance kan zomaar zorgen voor digitale dan wel
uitgesproken doodsbedreigingen. Als je een ondersteboven
opgehangen Nederlandse vlag niet op prijs stelt zit je ‘dus’ in het
verkeerde kamp.
Het gevaar van de nuance omarmen is dat je verweten kan worden
een conflictmijder te zijn. Het feit dat je dat verweten wordt zegt ook al
het een en ander. Een conflict willen vermijden is blijkbaar niet goed.
Maar ik hou ook niet van ruziezoekers.
We aten in een restaurant en Gera wilde wat water naast haar glas
wijn. Het flesje stond al uitnodigend op tafel. Toen we de fikse
rekening betaald hadden bleek dat water € 4,50 te hebben gekost. Ik
had spijt van mijn fooi. Maar ik ga dan niet verhaal halen omdat ik die
viereneenhalve euro veel te gek vind. We eten tegenwoordig wel
elders.
Als er een apparaat kapot gaat, net na de garantietermijn, vind ik dat
jammer, maar ik zal geen stennis maken bij de leverancier, terwijl het
toch belachelijk is dat zo’n machine al zo snel de geest geeft.
In het verkeer geef ik graag voorrang aan een tegenligger, ook als hij
dat niet heeft. Dat hij me daarvoor dan niet bedankt irriteert me wel,
maar ik spring niet uit de auto om hem de les te lezen! Noem het
conflict mijden, ik noem het de lieve vrede bewaren.
Tussen de conflictmijder en de ruziezoeker zit de genuanceerde
denker. De vertegenwoordiger van het midden. Dat klinkt niet mooi,
midden. Het is niet zwart, het is niet wit, het is grijs. In de politiek
scoort het midden de laatste jaren niet zo geweldig. De uitersten doen
het beter. Niet voor niets had het CDA het een paar jaar geleden over
het ‘radicale midden’! Dat is tenminste niet grijs, al weet ook niemand
wat er radicaal aan zou kunnen zijn. Grijs wordt ook gezien als lauw,
het is niet warm, het is niet koud, het is onverschillig, eigenlijk niks.
Johannes heeft het daar in Openbaring 3 vers 16 over: ‘Omdat gij
lauw zijt en noch heet, noch koud, zal ik u uit mijn mond spuwen.’
We moeten niet onverschillig worden, maar het zou best mooi zijn als
we wat minder heet op alles en iedereen zouden reageren. Waren we
maar wat lauwer! En daarmee realiseer ik me dat ik dus eigenlijk meer
van Paulus dan van Johannes ben. Nooit geweten…

Doel of middel?
(3 september 2022)

Je maakt soms grappige dingen mee met jonge kleinkinderen. Ik heb
het over een tweeling van intussen vier en een half jaar oud. Laatst
keek één van de twee mij vorsend aan en vroeg me toen: “Opa Kees,
heb je bij de kapper voor kaal gekozen…?”
De jongens hebben ook geleerd ‘sorry’ te zeggen, als ze iets doen wat
ze beter hadden kunnen nalaten. Daar zijn ze best goed in. En soms
gebeurt het ook dat ze iets van plan zijn waarvan ze weten dat het
niet mag, alvast sorry roepen, en het dan alsnog doen.
Over sorry gesproken. De Tweede Kamer kwam terug van reces
omdat minister Hoekstra als partijleider van het CDA een wat andere
mening bleek te hebben dan als kabinetslid. De stikstofmaatregelen
kunnen volgens hem wel een paar jaar worden uitgesteld. Dat heeft
ongetwijfeld te maken met de beroerde peilingen voor het CDA, waar
ook in deze tijden op het platteland veel CDA-kiezers de overstap
naar BBB dreigen te maken. Hoekstra wist natuurlijk best dat zo’n
interview niet handig is, en hij snapte van tevoren dat hij daarvoor
door het stof moest. Het zou me trouwens niet verbazen als er naast
het CDA nog een regeringspartij is die het stiekem met hem eens is…
Je vraagt je soms af wat het doel van de politiek is. Wil je het land
beter maken (“ik ben de politiek in gegaan omdat ons land me aan het
hart gaat…”) of gaat het vooral om het partijbelang? Toen in 2012 het
kabinet VVD-PvdA aantrad vond het CDA het moeilijk oppositie te
voeren, want men was het in grote lijnen wel eens met het beleid, en
wat moet je dan? In mijn beleving is dat toch precies wat je wil? Dat
jouw idealen worden uitgevoerd? Maar het probleem was niet dat het
beleid goed was, maar dat het CDA zich daarmee niet kon
onderscheiden.
Het opschuiven van het stikstofprobleem lijkt het middel om het doel
(stabilisering van de partij) te bereiken. Overigens gebruiken natuurlijk
de meeste partijen dergelijke tactieken: We mogen maximaal 100 op
de snelweg, vanwege de stikstofuitstoot. Maar waarom dan ’s avonds
wel 130? Wat is het verschil? Stoten we dan minder uit? En waarom
is dat? Voor de VVD-kiezer?
In Ter Apel overleed een baby van drie maanden. Is heel erg
natuurlijk. En uiteraard wordt onderzocht wat er aan de hand was.
Daar hóef je volgens mij geen Kamervragen over te stellen, maar je
kunt je daarmee wel mooi profileren als bezorgd politicus.
We leven intussen in een energiecrisis. Het gas is schrikbarend duur
geworden. Dat zou een reden kunnen zijn om sneller van het gas af te
gaan. Maar er gaan ook stemmen op om toch maar weer meer gas uit
Groningen op te pompen. “En dan de Groningers ruimhartig
compenseren,” zeggen ze er wel bij. Dat is hetzelfde als iemand
vreselijk in elkaar slaan en intussen beloven dat je zult meebetalen
aan de ziekenhuiskosten. Sorry vooraf. Net als bij de tweeling van
vier.
Over die jongens gesproken: Soms realiseer je je dat ze waarschijnlijk
de volgende eeuwwisseling zullen meemaken. En de schrik slaat je
toch om het hart als je beseft hoe de wereld er dan uit zal zien.
‘Het doel heiligt de middelen,’ is de uitdrukking. Wat zou het mooi zijn
als de politiek de juiste middelen zou aanwenden om het goede doel
te bereiken: En dan hebben we het niet over partijbelang, maar over
landsbelang!

Eindelijk
(17 september 2022)

Het zal je maar gebeuren. Je bent een kleuter met een werkende
moeder. Toen ik jong was, was dat niet gebruikelijk. Pa was aan het
werk en moeder deed het huishouden. Dat was in die tijd ook een
zwaardere klus dan tegenwoordig. We vonden het zelfs sneu dat er
landen waren waar moeders wél buitenshuis moesten werken. Van het
salaris van vader alleen kon het gezin daar niet rondkomen. Dat ging
dan over gebieden aan de andere kant van het ijzeren gordijn. Het was
daar niet best! Ik heb ook geen idee hoe dat met kinderoppas ging, en of
die kinderen al dan niet naar buitenschoolse en voorschoolse opvang
konden, met of zonder opvangtoeslag.
De kleuter waar ik het over heb is ouder dan ik. We hebben het over
1952. Zijn moeder begon met haar baan en het jongetje wist toen al dat
hij was voorbestemd om later hetzelfde werk te gaan doen. Dat vond ik
ook sneu. Ik ben blij dat ik niet geacht werd in de voetsporen van mijn
vader te treden, en ik weet zeker dat mijn dochter het ook helemaal niet
erg vindt dat ze mij nooit zal hoeven op te volgen. Dat is ook wel zo
prettig voor de mensen die wekelijks met mijn bezigheden te maken
hebben. Andersom snap ik trouwens ook niet veel van háár baan…
De jongen in kwestie kon zijn hele jeugd zien hoe zijn toekomstige
functie werd uitgevoerd. En nog veel langer, want het bleek dat zijn
moeder niet van zins was met pensioen te gaan toen ze 65 werd.
Sterker nog: daarna bleef ze nog meer dan dertig jaar op haar post. Hij
hoefde, volwassen geworden, nog lang niet aan het werk.
Ik vond Charles, want over hem heb ik het natuurlijk, altijd wat
beklagenswaardig. Heel zijn leven stond in het teken van wachten. Je
doet een opleiding, je bent klaar, en vervolgens kun je er tientallen jaren
niks mee doen. Je zet je in voor wat goede doelen, roept eens wat over
de natuur en het milieu, trouwt met een mooi meisje van wie je niet echt
houdt, het wordt geen succes zou je kunnen zeggen, je gaat scheiden,
en vervolgens mag je van je moeder niet zomaar trouwen met de vrouw
van wie je wél houdt.
Het doet me altijd denken aan het verhaal van Jakob met zijn Rachel. Hij
werkte zeven jaar op de boerderij van Laban om haar te verdienen,
maar kreeg toen eerst Lea in de maag gesplitst. Pas ná de
huwelijksnacht ontdekte hij dat. Ik vraag me dan af hoe dat nou kan.
Misschien ook was de dagenlange bruiloft wat al te uitbundig geweest,
met te veel drank. Anders was hij er vast wel wat eerder achter
gekomen dat Laban hem een streek had geleverd. Hij mocht nog eens
zeven jaar aan het werk voor Rachel. Wel sneu voor Lea dat Jakob zo
teleurgesteld was. Maar, eerlijk is eerlijk, ik vond Lady Di ook altijd een
beetje sneu overkomen.
Na lang wachten, pas in 2005, mocht Charles van zijn toen al bejaarde
moeder met zijn grote liefde trouwen. En nu, 73 inmiddels, mag hij
eindelijk aan de baan beginnen waarvoor hij door haar ooit in de wieg is
gelegd. Het is voor hem te hopen dat hij net zo oud wordt als zijn
moeder. Dan wordt het nog een beetje de moeite…
(Maar dan krijgen we ook, met de inmiddels veertigjarige William, weer
hetzelfde verhaal.)

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Geduld
(1 oktober 2022)

Geduld is een schone zaak. Zo’n tegelwijsheid die soms goed van pas
komt. Zeker als je in een rij staat die uren duurt, en waarvan het doel is
uiteindelijk even een momentje te kunnen stilstaan bij de kist met daarin
de overleden koningin Elizabeth. In Engeland kunnen ze dat goed,
geduldig zijn. Rustig in de rij voor de bus, en als je als toerist toevallig
stilstaat bij een knipperbol om even te overleggen stoppen ze gelijk voor
je, voor het geval je wil oversteken.
Ooit stonden we op Kreta in een rij. We waren daar min of meer
automatisch aangesloten. Een groot openluchtmuseum. Toen we het
einde van de rij bereikten konden we even naar binnen kijken naar een
troon waarop keizer Cnossos gezeten zou hebben. Dat was al een
tegenvaller, en al helemaal toen bleek dat de troon (hij zag er uit als een
gewone stoel) ook nog een replica was. Hij had er helemaal niet op
gezeten!
We waren een paar dagen in Friesland, rondfietsen en genieten van het
mooie nazomerweer. We logeerden in een hotel, aten een stevig ontbijt
en ’s avonds in een eetcafé een heerlijke maaltijd. Om niet uit te drogen
kochten we in een supermarkt in Sneek een liter melk, en om de tijd tot
het avondmaal door te komen twee broodjes. Bij de kassa was een
mevrouw vóór ons met een kar vol boodschappen. En als ik zeg een kar
vol, dan bedoel ik ook een kar vol. Als het andersom was geweest zou ik
haar hebben voorgelaten, maar hoewel ze heus wel zag dat we maar
twee dingetjes hadden, deed ze dat niet. Sterker nog, ze deed
ontzettend haar best om niet onze kant op te kijken.
Zoals gezegd, geduld is een schone zaak, en ik roep het vaak tegen
mezelf als ik weer eens achter een auto rijd die, op een weg waar je
tachtig mag en ook veilig zou kunnen rijden, nauwelijks boven de zestig
komt en bij elke bocht ook nog eens afremt. Ik zou kunnen inhalen, maar
de rijstijl is ook nog eens zodanig dat je dan maar moet hopen dat hij of
zij echt rechts blijft rijden op de niet al te brede weg.
Als je contact zoekt met een energieleverancier kan het gebeuren dat je
een tijdje in de wacht wordt gezet. Je bent zomaar een uur verder
voordat je iemand te spreken krijgt. Maar het kan ook gebeuren dat na
dat uur gewoon de verbinding verbroken wordt. “Er zijn nog vier
wachtenden voor u”, hoorde je vroeger, “er zijn nog vier wachtenden
voor u”, en dat werd dan “er zijn nog drie wachtenden” en dan twee en
uiteindelijk was je aan de beurt.
We waren bij een instelling waar je een nummertje moest trekken. We
hadden 254. Nummer 253 werd al geholpen. Op een scherm stond de te
verwachten wachttijd: 0 minuten. Dat was mooi. De 0 minuten
veranderde in 1 minuut, vervolgens in 2, en elke minuut die we er langer
zaten, het waren er inmiddels 12, werd ook de te verwachten wachttijd
langer. We vonden het een vreemd systeem. Gera vroeg aan de balie of
het zin had nog langer te wachten, het werd alleen maar later en later…
en zowaar, we werden geholpen.
Geduld is best op te brengen, zeker als je vakantie hebt, maar er moet
wel een soort perspectief zijn, een soort uitzicht op het einde van de rij…

Kees Steketee

 

 

 

 

 

> COLUMNIST
> STARTPAGINA