recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Van de columns van 2004 tot en met 2018 verschenen in de
loop der jaren verschillende verzamelbundels.
Zie de pagina BIBLIOGRAFIE

Voor de laatste, met de columns van 2019 t/m 2022
zie Met de kennis van nu

Helden en excuses
(24 december 2022)

“Niet iedereen kan een held zijn
; er moeten ook mensen gered…” Een
zin uit een liedje van Acda en De Munnik, met een waarheid als een
koe. Ook niet alle kerkleden moeten in het kerkkoor. Het is mooi als er
ook luisteraars zijn.
Het woord ‘held’ ligt onder vuur. Want er zijn ook helden waar een
smetje aan zit. Ik had me dat nooit zo gerealiseerd. Verzetshelden zaten
in het verzet om het vaderland te dienen. Dat ze het ook spannend en
opwindend vonden, en trots op zichzelf waren, kan best zo zijn, maar
dat moeten we dan maar op de koop toe nemen.
Ik wist het wel van idolen. Als je biografieën leest van grote
Nederlanders, waarvoor je altijd veel waardering en respect had, blijkt
soms dat ze in het privédomein niet bepaald lieverdjes waren. Geen
warme echtgenoot of vader, maar een vervelende autoritaire
dwingeland. Maar ook als je dat weet blijft de prestatie die ze leverden,
waardoor ze dat idool werden, wel overeind staan.

En het klopt dus dat het sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen.
Als je alleen maar succes hebt, ga je vanzelf denken dat je alles kunt
maken, en daar word je niet bepaald een sympathieke persoonlijkheid
van. Voorbeelden te over…
Het verzetsmuseum gaat de teksten bij zijn tentoonstelling aanpassen.
We moeten heus niet denken dat iedereen die in het verzet zijn best
deed een held was! En er waren ook genoeg vrouwen die hun steentje
bijdroegen!
Louis van Gaal leek ook een groot held te worden, net als de door hem
ontdekte
keeper Andries Noppert. Toch lukte het niet helemaal. Jammer,
maar het zorgt er wel weer voor dat men met beide benen op de grond
staat.
Er zijn meer woorden die het afgelopen jaar in de ban zijn gedaan. Zo
begrijp ik dat het woord vrouw eigenlijk vervangen moet worden door
‘een persoon die menstrueert’. Ik geloofde het niet toen ik het las, maar
het schijnt echt een serieuze zaak te zijn. Ik vraag me wel af hoe een
vrouw heet die de overgang al voorbij is. Die overgang schijnt overigens
iets van een taboe te hebben, net als zwangerschap. Je zal maar vrouw
zijn…
En we spreken niet meer over ‘slaven’ maar over ‘tot slaaf gemaakten’.
Doet me denken aan krantenverslagen van verkeersongelukken: een
fietser wordt aangereden, en dan lees je dat “het slachtoffer zonder
goed te kijken de weg overstak”. Dat kan zo zijn, maar toen die fietser
overstak was hij of zij nog geen slachtoffer, dat kwam pas door die
aanrijding. Maar dit helemaal terzijde.

Het valt ook nog niet mee om op de juiste manier en het juiste moment
excuses aan te bieden voor ons slavernijverleden. We mogen kinderen
van boeven niet veroordelen voor de daden van hun vader, (Máxima kon
er ook niks aan doen dat haar pa niet deugde,) maar andersom moeten
die kinderen, dat zijn wij dus, wel door het stof voor de daden van hun
verre voorouders.

Ik vind het best. Maar wat stellen excuses, voor wat dan ook, nou voor
als je helemaal geen herinnering hebt aan het feit waarvoor je je
verontschuldigt? Dat wordt dan een beetje een inhoudsloos sorry. Ze
zouden nog dit jaar plaatsvinden, maar er kwam
een eisenpakket en
zelfs een kort geding aan te pas om dat te voorkomen. De excuses
kwamen er wel, op 19 december, met een komma erachter.
Ze worden vervolgd. We zien het wel, tot volgend jaar!

Komma
(7 januari 2023)

Zo zijn we zomaar het nieuwe jaar ingegleden met toch nog excuses
van premier Rutte voor ons slavernijverleden. Zijn opmerking ‘excuses
met een komma’ lijkt al haast een vaststaande uitdrukking geworden. Hij
oogstte alom lof voor zijn diep doorvoelde en betrokken toespraak. Van
alle kanten klonken de complimenten.
Over complimenten gesproken: In de orgelwereld van mijn studietijd, de
zeventiger jaren, was er een duidelijke tweedeling. Je had de Feike
Asma en Piet van Egmond fans en aan de andere kant, in de ogen van
die fans, de musicologisch verantwoorde en daardoor uiterst saai
spelende organisten. In die tijd kon het gebeuren dat ik vertelde dat ik
die zondag was gecomplimenteerd met mijn spel en dat een
studiegenoot mij waarschuwde: “Als de mensen vinden dat je mooi
speelt is dat verdacht. Dan pas je je waarschijnlijk teveel aan hun smaak
aan…”
Ja, een opmerking als “Wat haalt die allemaal wel niet uit dat orgel..” als
er een stevig koraal heeft geklonken is misschien een wat al te drieste
benadering. Ik heb dan de neiging om te antwoorden dat hij beter alles
erin had kunnen laten zitten, maar weet ook dat dat flauw is.
Het is soms lastig met complimenten om te gaan. Je hebt de neiging om
ze weg te wuiven, want als je de gever van de pluim gelijk geeft, als je
beaamt dat het inderdaad geweldig was wat je deed, vindt hij je
misschien wel een eigenwijze vent. Ik gooi het meestal maar op de
genade. “Ik bof maar dat het vandaag allemaal lukte!” En daarnaast doe
ik elke week weer gewoon ontzettend mijn best.
Maar ik wilde het eigenlijk niet hebben over complimenten ontvangen,
maar meer over complimenten uitdelen. Als ik iets mooi vind, of goed
gelukt, wil ik dat best kenbaar maken. Maar als ik een kunstwerk, een
boek, of een muziekuitvoering niet zo geslaagd vind, hou ik maar liever
mijn mond.
Op het koor gaat dat anders. Als het daar niet mooi gaat laat ik dat
duidelijk weten. Dat is mijn taak als dirigent, en vervolgens moet ik er
voor zorgen dat het op den duur wél goed gaat. Als dat dan ook nog lukt
ben ik ook niet te beroerd om dat uitbundig te melden. “Erg mooi,” roep
ik dan, “prachtig!”, waarop de koorleden letterlijk in koor antwoorden:
“máár…”, want zo’n maar komt er vaak wel achteraan. Het kan altijd nóg
beter, en dat weten zij ook.
Dat uitgangspunt, het kan altijd nog beter, is mij met de paplepel
ingegoten. Je best doen, niet tevreden zijn met wat er toevallig al is. Mijn
oma had wel eens medelijden met ons. “Je moet ze ook eens prijzen!”
zei ze tegen mijn moeder. Bij ons thuis waren wij namelijk niet de
prinsjes en prinsesjes van wie elke muzikale of sportieve oprisping werd
toegejuicht. En zeker niet gefilmd, zoals tegenwoordig bij elke
gelegenheid gebeurt. Het was een andere tijd, en ik heb niet de indruk
dat het nou zo verkeerd was allemaal. En ik wist heus wel dat mijn pa
best trots was op zijn orgelspelende zoon, al zei hij dat vooral tegen
anderen.
Rutte kreeg ook complimenten uit onverwachte hoek. Sylvana Simons,
fractieleider van Bij1 en behoorlijk betrokken bij het onderwerp
slavernijverleden, sprak haar bewondering voor hem uit: "Ik was eerst
sceptisch. Maar toen ik zijn woorden hoorde, werd mij heel duidelijk dat
hij en zijn tekstschrijvers hadden geluisterd."
Jammer dat ze die tekstschrijvers noemt, een soort compliment met een
komma...

Loterijdwang
(21 januari 2023)

We hebben de jaarwisseling weer gehad. Met Guido Weijers, Claudia de
Breij én fantastische oliebollen van de Lopster Harmonie (die trouwens
een fanfare is!).
Overdag denderden de carbidknallen door de omgeving en ’s avonds
was de lucht vol siervuurwerk. Elders in den lande kostte de
vuurwerktraditie weer de nodige ogen en hier en daar wat vingers of
zelfs een hele hand. Het lijkt er langzamerhand op dat er toch ooit wel
eens een vuurwerkverbod zal komen.
Wat ook bij de jaarwisseling hoort is de eindejaarstrekking van de
Staatsloterij met belachelijke prijzen. De jackpot bevatte 56 miljoen! Ik
vind dat best. Ik heb nooit met de staatsloterij meegedaan, en dus ook
nooit in spanning gezeten of die miljoenen op onze bankrekening
zouden worden gestort. Wat heel prettig is aan het niet meedoen is dat
je je ook geen zorgen hoeft te maken dat je misschien níet wint. Het
klinkt heel logisch: je doet mee aan een competitie, een wedstrijd, een
quiz, een schaaktoernooi, of dus ook een loterij, waarbij je kunt winnen
of verliezen. Als je niet meedoet kun je niet winnen, en dus ook niet
verliezen.
In Op1 zat een mevrouw wier taak het is mensen te begeleiden die
opeens schandalig rijk worden door een loterij. Als je van de ene dag op
de andere miljonair wordt is het lastig om te weten wat je met die
verworven rijkdom moet doen. De winnaars verkeren doorgaans in
shock, zo wist ze te melden. Men is emotioneel en van slag, en dat kan
zomaar een tijdje duren. Handig dat er dan een professional is die je
daarbij kan helpen.
Die mevrouw overigens werkte niet bij de Staatsloterij maar bij de
Postcodeloterij. Ook die had een grote prijsexplosie. De postcodekanjer
hebben we het dan over. Als je op postcode 1961 GB in Heemskerk
woonde, en mee had gespeeld, kon je zomaar twee en een half miljoen
euro winnen. Ik weet niet of daar nog kansspel belasting afgaat, maar
zelfs dan blijft er nog genoeg over waarvan je niet weet wat je er mee
moet.
Ooit speelden we ook mee. Het had toen niet veel gescheeld of we
hadden meegedeeld in de prijzenpot. Postcode 9932 had gewonnen,
onze postcode was 9931. Op een gegeven moment heb ik de loterij
opgezegd, wat trouwens nog niet eenvoudig was.
Nou is winnen leuk (hoewel duizend euro ook een mooie prijs is, dan
kun je voor  twee miljoen wel tweeduizend mensen blij maken), maar het
irritante van de postcodeloterij vind ik dat het de enige loterij is waarbij je
zelfs kunt verliezen als je niet meedoet. Je zal maar niet meegespeeld
hebben, en jouw straat wint de kanjer. Dan heb je opeens een paar
stinkend rijke buren.
Je kunt dan stoer zeggen dat geld niet gelukkig maakt, dat je tevreden
bent met wat je hebt, en dat kun je nog menen ook, maar het is toch
haast onvermijdelijk dat je als de schlemiel van de straat wordt gezien.
Ook dat geeft natuurlijk niks, maar leuk is het niet.
Ik durf de veronderstelling wel aan dat het systeem van de
postcodeloterij ervoor zorgt dat héél veel mensen meedoen die dat
liever niet zouden doen, maar die zich min of meer gedwongen voelen.
Alleen maar om niet te hoeven verliezen, om niet die schlemiel te zijn.
Daarom snap ik niet dat de overheid dat zomaar goed vindt.
Je zou eigenlijk een petitie moeten beginnen: STOP die geniepige
postcodeloterijdwang!

Eerlijk ?
(4 februari 2023)

Ooit, ik weet dat nog, hoewel ik er persoonlijk geen last van had, was
het hoogste belastingtarief 72%. Van elke gulden die je boven een
bepaald inkomen verdiende ging 72 cent naar het rijk. Dat had te maken
met de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Als je
zóveel verdiende kon je wel een beetje, wat zeg ik, behoorlijk meer
bijdragen dan Jan met de Pet aan de kosten van de samenleving.
Tegenwoordig is het maximum tarief 49,5 %. En het is ook zonder die
wetenschap duidelijk dat de verschillen tussen arm en rijk alleen maar
groter worden. Daar komt nog bij dat vermogen nauwelijks belast wordt,
en dus de rijken onder ons alleen maar rijker worden.
Wij hebben op ons huis zonnepanelen liggen. Zelf betaald, zonder
subsidie. Die leveren meer kilowatts op dan we gebruiken, en onze
energieleverancier betaalt graag wat terug voor die stroom. Die kunnen
zij weer doorverkopen op momenten dat er weinig zon is. Aan ons, ’s
winters, of aan mensen zonder panelen. Ik vind dat een logisch
systeem. Maar een installateur vertelde me dat het elektriciteitsnet niet
bedoeld is om stroom de andere kant op te sturen, en dat dat best
ingewikkeld is voor energiebedrijven. En daar maken ze kosten voor.
Volgens mij betalen ze daarom ook niet het volle pond voor de
teruggeleverde energie. Een soort tweedehands tarief.
Ik snap eerlijk gezegd sowieso niet veel van het systeem van
energiebedrijven en het energieplafon. Energie was vroeger een
overheidstaak. In Zeeland had je de PEZEM, in Groningen het EGD. Nu
zijn er bedrijven die er schatrijk van worden en dankzij het energieplafon
betaalt de overheid, uiteindelijk wij zelf dus, daar flink aan mee.
De salderingsregeling van de zonnepanelen gaat verdwijnen als de
regering zijn zin krijgt. De oppositie, inclusief PvdA en de groenen van
links, is daar op tegen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook niet snap.
Het heet dat mensen zonder zonnepanelen nu meebetalen aan de
kosten die energiebedrijven maken voor de kilowatts die ze
teruggeleverd krijgen. En dat zou dan niet eerlijk zijn. Men heeft het er
zelfs over dat zonnepaneleneigenaars door de salderingsregeling
onterecht subsidie krijgen.
Nou heb ik de (meestal tegenvallende) inruilprijs voor mijn auto nog
nooit als subsidie beschouwd, en ik heb ook niet het gevoel dat ik,
wandelend door de supermarkt iets of iemand subsidieer. Ik betaal
gewoon de spullen in mijn karretje…
En over dat meebetalen gesproken: ikzelf heb nooit serieus gevoetbald.
Als kind wel op een braakliggend stuk grond achter het huis. Maar als
burger betaal ik ook gewoon mee aan de subsidie voor het onderhoud
van het voetbalveld. En het zwembad niet te vergeten. En ik denk dat
niet-autorijders ook bijdragen aan wegenonderhoud. En de accijns op
mijn sigaren wordt heus niet gebruikt om mijn roken te faciliteren!
Mijn oude schoonmoeder vond het niet terecht dat zij meebetaalde aan
de kinderbijslag die wij als jonge ouders kregen, terwijl ik, dankzij de
belasting die ik betaalde, de huursubsidie die zij kreeg mede financierde.
Ik draag graag bij voor het voetbalveld, het zwembad, en probleemloos
pin ik de accijns op mijn sigaren en mijn benzine, en als ik mijn
overschot aan stroom gratis moet inleveren doe ik dat. Ik ga heus niet
de barricaden op.
Maar het gaat me wel erg ver om dat salderen subsidie te noemen. En
oneerlijk is het volgens mij al helemaal niet.
Ons denivellerende belastingsysteem is dat wél!

Kerkdienst gemist ?
(18 februari 2023)

In de kerk van mijn jeugd kon je, als je als zieke, thuiszittende
kerkganger een kerkdienst had gemist, een beroep doen op de
bandrecorder die werd gebruikt om de dienst op te nemen. Ik zie nog
broeder Sijrier met dat grote apparaat sjouwen. Er was een speciale
koffer met een haak die paste in een andere haak achter op zijn fiets en
zo doorkruiste het ding als een fietsend evangelie het dorp. Met een
uitgekiend weekrooster kon iedere gegadigde aan zijn trekken komen.
Broeder X luisterde dinsdagavond en zuster Y kreeg op
woensdagmorgen de preek te horen.
Een enkele keer vroeg ik ook wel eens om de bandrecorder, om te
horen of dat fantastische voorspel nou echt zo fantastisch was of om
vast te stellen dat die blunder waar ik zo van baalde voor een argeloze
kerkganger nauwelijks te horen was geweest. Soms gaf het
terugluisteren niet het gewenste resultaat, nog afgezien van de matige
geluidskwaliteit: dat fantastische voorspel viel wel mee, en om die
stomme fout niet te horen had je wel stokdoof moeten zijn…
In een dorp bij ons in de buurt werd de bandrecorder verzorgd door de
jeugd. Voordat ze hem afleverden moesten ze de band terugspoelen
naar het begin. Braaf deden ze dat, maar soms ook niet. Dan spoelden
ze de zaak terug tot ergens halverwege de preek, en onthielden het
nummertje van de toerenteller. Het gebeurde nogal eens dat ze hem
terugkregen met de teller op nog precies de zelfde plaats. Ze konden het
dan niet laten te vragen of het een mooie preek geweest was. Grote
hilariteit als zuster Y zei er van genoten te hebben…
Later kreeg je de kerktelefoon, met, net als de bandrecorder, vaak niet
echt een geweldige geluidskwaliteit. De predikant was goed te verstaan,
maar de muziek en zang kwamen blikkerig en soms vervormd door de
luidspreker.
Sinds Corona is er haast geen kerk meer waar je de dienst niet online
kunt volgen. Sommige kerken zijn in die tijd omgetoverd tot een soort tv
studio, met meerdere camera’s en microfoons, wekelijks enthousiaste
technici, en een account bij kerkomroep of kerkdienstgemist.nl. Je zou
denken, dat, in deze tijd, met al onze technische kennis, het mogelijk
zou moeten zijn om te zorgen dat de geluidskwaliteit enigszins behoorlijk
is. Dat het met andere woorden prettig zou zijn te luisteren, dat je de
neiging krijgt om mee te zingen met die enthousiast zingende gemeente
daar aan de andere kant van de internetkabel…
Maar nee, dat valt nog niet mee. De voorganger klinkt altijd wel goed,
maar zodra de organist begint is het mis. Als hij heel zacht speelt gaat
het nog net, maar o wee als hij gaat uitpakken: een en al vervorming. En
een eventueel koor klinkt thuis bepaald niet zo mooi als in de kerk…
Bij ons in Huizinge gaat het niet live. De dienst wordt zorgvuldig
opgenomen en later op de dag op Youtube gezet. Iemand is daar elke
zondagmiddag een hele tijd mee bezig. Het is en blijft natuurlijk het
allermooist om live aanwezig zijn, maar als je een beetje een goeie
koptelefoon op je laptop aansluit is het achteraf prettig luisteren, op het
eigen Youtube-kanaal van de kerk!
Het zal best waar zijn dat het christendom een religie van het Woord is.
Maar het zou mooi zijn als er, net als aan die fiets van broeder Sijrier,
hier en daar wat meer aandacht zou worden besteed aan het
vervoermiddel van dat Woord…

Moderne tijden
(4 maart 2023)

Het is nog niet zo heel lang geleden dat je, als je in een vreemde stad
moest zijn, je met het stratenboek naast je moest zien het juiste adres te
vinden.
Ik weet nog hoe ik ooit, op zoek naar een kerk in het halfdonker, wel in
de buurt kwam maar heel veel moeite had om het gebouw te vinden. Ik
had mijn kistorgel achterin en wilde graag zo dicht mogelijk bij de ingang
parkeren. Ik zag de toren van de kerk, maar de straten er omheen
leidden er geen van alle rechtstreeks heen. Toen ik na lang heen en
weer rijden eindelijk voor de deur stond bleek de kerk helemaal geen
kerk te zijn, maar alleen maar een toren. Ik had me op een verkeerd
punt georiënteerd.
Dat was het moment dat we toch maar een Tomtom hebben
aangeschaft, een apparaat dat toen nog vrij nieuw was. Tegenwoordig
zit de routeplanner standaard in het dashboard en je rijdt overal heen,
soms zonder een idee waar je allemaal langs was gekomen. En ons
huidige navigatiesysteem kun je zelfs sprekend bedienen: “Navigeer
naar zus of zo.” Een vriendelijke mevrouw vraagt of ik echt naar zus of
zo wil navigeren, want kennelijk gelooft ze me niet direct, maar als ik ‘ja’
roep stippelt ze daarna in een oogwenk de route uit.
Nadeel is wel dat ze bij elke afslag of een rotonde een paar keer mijn
muziek onderbreekt om er zeker van te zijn dat het goed gaat. Die
muziek staat op een usb-stick waar ik mijn favoriete cd’s op heb gezet,
want, dat is ook vooruitgang, cd-spelers in auto’s is ontzettend
ouderwets.
Op meer gebieden zijn de ontwikkelingen razendsnel gegaan, wat zeg
ik, eigenlijk op elk terrein gaat alles behoorlijk anders dan pakweg
veertig jaar geleden.
Ik ken mensen die niet meer zelf het licht aan hoeven te doen, maar
gewoon tegen een apparaat in de hoek van de kamer roepen: “Doe het
licht aan!” Vervolgens floepen de lampen aan. En ook het sluiten van de
gordijnen gaat met een opdracht aan het apparaat, of via een app op de
telefoon. Gevolg van dit alles is dan wel weer dat een mens nauwelijks
meer beweegt en naar de sportschool moet om zijn conditie op peil te
houden.
Ik begrijp zoveel niet. We hadden een waterbesparende kraan in ons
nieuwe huis.  Hadden we niet om gevraagd, maar volgens de
keukenboer was dat tegenwoordig verplicht. Ik snapte niet direct hoe
zo’n ding werkte, maar er bleek een soort zeefje in te zitten dat er voor
zorgde dat er maar een miezerig straaltje water uit kwam, met als gevolg
dat je, als je koffie wilde maken, spierpijn kreeg omdat je de koffiekan zo
ontzettend lang onder de kraan moest houden. Ik had nooit begrepen
dat een waterbesparende kraan bedoeld was om maar een halve pot
koffie te zetten. We overlegden met de leverancier over een andere
kraan, maar vonden dat toch ook weer zonde van het geld.
Gelukkig zat er aan de kraan in de garage een ander zeefje dat zich
minder druk maakte over de vraag hoe snel het water er doorheen
stroomde. Dat had ik er af gehaald om de aansluiting voor de tuinslang
te kunnen monteren. Het paste ook op de kraan in de keuken, en sinds
die tijd kunnen we ongelimiteerd koffie zetten, afwassen, en emmers
water vullen.
Een verhaal van niks, vind ik zelf ook, maar de column is weer klaar.

Gekwetst ?
(18 maart 2023)

Het is al weer een hele tijd geleden. We waren onderweg naar het
zuiden, naar Amersfoort, en hadden de gewoonte om halverwege even
aan te leggen voor een kop koffie. Er was daar een restaurant waar je je
tweede kopje gratis kon inschenken, en je was een dief van je eigen
portemonnee als je daar niet dankbaar gebruik van maakte, vond ik. Er
zat op het terras een groepje jongens bij wie de stemming er al goed in
zat. Ze zaten niet aan de koffie. De grappen en grollen vlogen over de
tafel. Toen ik langs liep riep één van de grappenmakers: “Kijk, hij daar
heeft zijn badmuts al op!” Ze schaterden het uit om de man met zijn
baard en zijn kale hoofd om wie het ging. Ik verbaasde me er over dat
mijn kapsel aanleiding gaf tot de flauwe grap, die trouwens ook een
gigantische baard had. Ik liep maar door en reageerde niet. Ik vond ze
net iets té uitgelaten. Gekwetst was ik overigens niet!
Toen ik nog wat meer haar had, en diezelfde baard, overkwam het me
eens dat iemand riep: “Kijk, daar heb je Jezus!” Dat was vaker gebeurd
en quasi ad rem antwoordde ik dat de man zich vergiste: “U bent abuis,
Jezus, dat ben ik niet, dat is mijn zoon!” Ik geloof niet dat hij het begreep
Tegenwoordig is er niet veel nodig om mensen te kwetsen. Ik begrijp dat
teksten uit het verleden waar niemand aanstoot aan nam in deze tijd
verkeerd kunnen overkomen. Of het nou gaat om iemand die dik is, of
om Jip en Janneke die in onze ogen wat al te rolbevestigend bezig
waren, of om helden die misschien ooit helden waren maar nu niet meer
als zodanig worden gezien, we passen onze teksten en afbeeldingen
graag aan. Volgens anderen doen we daarmee onze geschiedenis
geweld aan, en zo heb je weer eindeloos materiaal voor onze eindeloze
praatprogramma’s. En als je het waagt een vrouw een vrouw te noemen
ben je ook al verkeerd bezig. Een ‘persoon die menstrueert’ zou dat
moeten zijn. Het lukt me eerlijk gezegd niet om die terminologie te
gebruiken.
Laatst wandelde ik naar het dorp om een brief te posten. Het was mooi
weer en een sigaar maakte mijn geluk compleet. Ik kwam een vrouw
tegen met haar hond aan de lijn. Een aardige vrouw die ik wel vaker
zag. Gans hondenbezittend Loppersum trekt namelijk langs ons huis het
dorp uit om de viervoeter uit te laten. Ik groette haar vriendelijk, zoals ik
bij iedereen doe die ik tegenkom. Ze groette terug, maar verschanste
zich intussen snel op de oprit van de buren, haar sjaal stevig voor haar
mond. Ze had kennelijk last van mijn tabaksrook, die ik heus niet in het
gezicht van een passant blaas. Ik was meer verbaasd dan gekwetst, en
liep gewoon door, hoewel ik even de neiging had haar te melden dat ik
enigszins allergisch voor honden ben, zeker als ze hun behoefte doen in
de groenstrook naast ons huis die ik altijd meeneem als ik het gras
maai. Daar wordt mijn maaimachine niet schoner van, zal ik maar
zeggen…
Afgelopen week kwam ik een oude bekende tegen. Hij was en is van
mijn leeftijd en heeft een stevige, zij het grijze, haardos. “Nog steeds
dezelfde middenscheiding!” zei hij tegen me. En weer voelde ik me niet
gekwetst. Wel weer verbaasd over de eeuwenoude flauwe grap…

Hosanna
(1 april 2023)

Dit weekend is het Palmpasen. Jezus wordt juichend Jeruzalem
binnengehaald. ‘Hosanna’, klinkt het, maar snel daarna ook ‘Morgen
kruisig hem!’ Ik moet ook altijd denken aan dat lied van Hennie Vrienten,
‘Als je wint heb je vrienden, rijen dik’.
Vorige week hadden we verkiezingen. Voor de provincies en de
waterschappen. Maar waar het vooral over ging was de zetelverdeling in
de Eerste Kamer die wordt gekozen door die provinciebesturen. BBB is
overal de grootste en gaat volgens de prognoses 17 stoelen bezetten.
Dan moeten alle statenleden wel het juiste vakje rood maken, en ook
vooral róód maken. Vorige keer stemde een D66er met zijn eigen
blauwe balpen, en die stem werd ongeldig verklaard. Dat scheelde een
zetel in de uiteindelijke uitslag.
De grote winst van BBB doet ook denken aan de vorige keer. Toen werd
Forum voor Democratie ineens de grootste. Zoals bij veel nieuwe
partijen liep dat helemaal mis, met allerlei afsplitsingen, en dit keer bleef
er niet veel van Forum over. Dat had, mag ik hopen, toch ook te maken
met de idiote standpunten die de club uitdraagt.
We zullen zien of Caroline van der Plas er wel in slaagt de boel bij
elkaar te houden. Altijd jammer als het veelbelovende winnaars niet lukt
om te laten zien dat zij het veel beter zullen doen. Dan is de populariteit,
het hosanna, snel voorbij, en zijn je vrienden verdwenen.
Tijdens de verkiezingsavond werd ze opeens weggehaald uit de
feestzaal. Er was iets met een bedreiging. In de aanloop naar de
verkiezingen had ze om dezelfde reden ook al een tv-optreden
afgezegd. Dat is iets van deze tijd: zodra je het ergens niet mee eens
bent stuur je er via de anonieme kanalen van het internet een bedreiging
op af. Gewoon van mening verschillen en daarover praten is voor
sommige mensen en groeperingen lastig geworden.
Ik las ook dat die bedreiging niet serieus was. Fake-nieuws, zoals je er
tegenwoordig bij elk nieuwsfeit rekening mee schijnt te moeten houden
dat het fake-nieuws zou kunnen zijn. Kon je vroeger alleen een
verzonnen verhaal vertéllen, met de huidige technieken is het ook vrij
eenvoudig om daar geloofwaardige nepfilmpjes aan toe te voegen.
Ik dacht zelf altijd dat wij met onze tamelijk ouderwetse levenswijze
gevrijwaard waren van bemoeienis van buiten. We zitten niet op
Facebook, niet op TikTok, ik twitter niet, kortom, deze kolom in de
kerkbode is de enige plek waar ik wel eens in het openbaar een mening
geef. Maar toch… Ik ben een rustige slaper. Ik maak ’s nachts weinig
kabaal. Afgelopen week was ik wat verkouden en schijn ik wat te
hebben gesnurkt. Gera wees me daar ’s morgens op. Een uur later had
ik een mail in mijn mailbox met tips hoe ik met mijn snurkgedrag kan
omgaan. Big Brother is watching you.
Terug naar BBB. De grootste, en als eerste aan zet in de
collegevormingen in de provincies. Dat zal best. En hun mening lijkt
opeens dé mening van het volk te zijn. Toch kan je zoiets ook
nuanceren. Landelijk behaalde de partij 18 procent van de stemmen. De
opkomst was 58 %. En 18% van 58% is ruim 10 %. Dan hebben we het
over één op de tien Nederlanders. Ik gun Caroline haar feestje. Als je als
eenling aan de kant staat telt alleen jouw mening, als je wil regeren moet
je ook compromissen sluiten, rekening houden met die andere negen,
wier standpunten niet naadloos aansluiten op die van BBB...

Het was Pasen
(15 april 2023)

Het schijnt dat je de meest bizarre antwoorden kunt verwachten als je
tegenwoordig op straat aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat de
achtergrond van de kerkelijke feestdagen is. Kerst weten de meeste
mensen nog wel, van Jozef en Maria en het kindje in de kribbe. En van
wijzen uit het oosten en wierook en mirre. Wat mirre dan precies is laten
we maar in het midden. Pasen wordt al lastiger (mensen denken dan
vaak aan het kruis en de lijdende Jezus) en Pinksteren is een feest dat
al helemaal in het teken staat van popfestivals en campingbezoek. In
Delfzijl hebben we dan de befaamde pinksterfeesten, een soort Delfsail
maar dan zonder boten.
Pasen zit er altijd een beetje tussenin. Mensen die denken aan het kruis
zitten in ieder geval in de buurt. Dat ze aan het kruis denken heeft
misschien wel te maken met het feit dat een lijdende Jezus met een
doornenkroon die ook nog gekruisigd wordt beter is voor te stellen (daar
worden soms ook hele plastische films over gemaakt!) dan een
overleden Jezus die uit zijn graf opstaat. Een graf nota bene dat nog
bewaakt werd ook voor het geval inderdaad dat Jezus van plan zou zijn
op te staan.
Pasen staat ook vaak in het teken van eieren eten en in het noorden
doen ze op tweede Paasdag iets met noten schieten, een soort Jeu de
Boules maar dan op zijn Gronings. Van geen van beide gebruiken snap
ik iets en het eerste doe ik slechts met mate, en alleen in de vorm van
uitsmijters, en het tweede helemaal niet.
Op de grote vrijmarkt die elk jaar op Koninginnedag in Loppersum wordt
gehouden kochten we en paar jaar terug een oude schoolplaat van het
Paasgebeuren. Op de grond liggen een stuk of wat soldaten, knock out,
uitgeteld, niet meer in staat tot enige actie van betekenis. Op een steen
zit een engel, een wit gewaad en twee vleugels, en in de opening van
het graf staat Jezus, compleet met aureool. Toen ik die plaat zag
begreep ik niet hoe het mogelijk was dat de vrouwen dachten dat de
figuur met het aureool de tuinman was, los nog van de vraag wat zo’n
tuinman op zondagmorgen in de tuin te zoeken had.
Hoe het ook zij, het was weer Pasen net als vorig jaar, en net als
volgend jaar, met vooral een heerlijke veertigdagen tijd, en een mooie
Stille Week.
In de Stille week waren we op woensdag bij een cabaretvoorstelling van
Jan Beuving, een wiskundige die fijne grappen maakt, prachtige liedjes
zingt, begeleid door een fantastisch spelende en componerende pianist
Tom Dicke, en er ook nog eens een keer (uitzonderlijk voor een
cabaretier!) niet de draak mee steekt dat hij uit een kerkelijk nest komt.
Hij heeft prachtige vergelijkingen tussen fictie en non-fictie, citeert uit zijn
eigen Liedboek voor de Kerken, heeft het over het prachtige rijm in
Gezang 317, ‘Grote God, Gij hebt het zwijgen met uw eigen, met uw
lieve stem verstoord’, en hekelde het feit hoe modern Nederland geniet
als je een gereformeerde belachelijk maakt. Altijd een makkelijke prooi,
en snel succes!
Gaandeweg de voorstelling, die trouwens in Winschoten was, kreeg ik
als toeschouwer steeds meer het gevoel dat ik ook krijg als de leden van
onze cantorij in de kerk weer eens mooi gezongen hebben. En dat roep
ik dan ook: “Je boft maar als je kerkganger bent!”

Grensoverschrijdend ?
(29 april 2023)

Ooit las ik iets over het verschil in leiderschap tussen Nederlanders en
onze oosterburen. Het schijnt dat wij de gewoonte hadden om, als we
als leidinggevende iets gedaan wilden krijgen, vriendelijk aan de
betreffende werknemer te vragen of hij even zus of zo zou willen doen.
Het was niet de bedoeling dat hij ontkennend zou antwoorden, dus je
kon voor hetzelfde geld ook zeggen dat hij zus of zo móest doen, maar
zo deden we dat hier niet. Het personeel werd vriendelijk behandeld.
Een Duitse baas deed dat anders. ‘Du sollst!’, of ‘du musst!’, dat weet ik
niet precies, maar het was wel duidelijk.
Op mijn koor maakte ik een keer mee dat ik vertelde dat we een lied op
een bepaalde manier zouden gaan zingen. Een bovenstem die ik had
geschreven kwam er niet uit zoals ik hem had bedoeld, en ik besloot die
hele bovenstem maar te annuleren. “Die zingen we dus niet,” zei ik. Eén
van de koorleden merkte op dat hij dat een niet erg democratisch
genomen besluit vond. Ik antwoordde dat ik ook nog nooit een koor als
een democratisch gezelschap had beschouwd. Iemand moet toch de
leiding hebben en de knopen doorhakken. En dan het liefst iemand die
verstand van zaken heeft, zoals je van de dirigent mag veronderstellen.
(Daarom hou ik niet van koren met muziekcommissies: de leden van
zo’n commissie berijden vaak vooral hun eigen stokpaardjes.)
Tijdens mijn opleiding, in de zeventiger jaren, toen alles democratisch
was, was de docent een keer ziek. Je zou verwachten dat de les zou
worden geannuleerd maar dat gebeurde niet. “Jullie kunnen ook van
elkaar leren!” We zaten als koorklas bij elkaar en hebben heerlijk
gezongen, maar er werd meer gediscussieerd over hoe het moest dan
dat er een duidelijke en eenduidige lijn werd uitgezet. Niemand was de
baas.
Op de muziekschool waar ik werkte werd ook altijd alles met iedereen
overlegd, en de directeur moest niet proberen ons te verplichten
bepaalde dingen te doen. Er waren docenten die, onder het motto “Wij
zijn kunstenaars, geen ambtenaren!”, het domweg vertikten
presentielijsten in te leveren, en de directeur kon hoog of laag springen,
het lukte haar niet. Het waren trouwens wél ambtenaren.
De laatste jaren is de trend veranderd. Er zijn steviger bazen opgestaan.
Die vonden dat er hoe dan ook goed werk geleverd moest worden. En
dan kun je wel vriendelijk vragen of mensen hun taak willen uitvoeren,
maar als het vervolgens niet gebeurt is het onvermijdelijk dat er steviger
taal gesproken wordt. En voor je het weet zit je dan als baas in de hoek
van grensoverschrijdend gedrag. Ik praat niks goed, en er zijn heel
vervelende directeuren (m/v), mannetjesputters, haantjes, die denken
dat ze alles kunnen maken en keer op keer over de schreef gaan. Maar
aan de andere kant is het tegenwoordig wel heel makkelijk om iemand
aan de schandpaal te nagelen. Een anonieme klacht en de persoon in
kwestie wordt aan de kant gezet.
Het nieuwste nieuws op dat gebied is de jonge minister Wiersma van
onderwijs, die zelf verklaart dat hij in het begin van zijn ministersperiode
misschien wel te fel tegen zijn ambtenaren is geweest. Wel slim, niet
ontkennen, toegeven en het boetkleed aantrekken.
Zachte heelmeesters, stinkende wonden. Als je alles op zijn beloop laat
komt er niks van terecht. Als je de lat hoog legt, als je eisen stelt, bereik
je meer. Maar dat moet je dus wel vriendelijk doen.

Songfestival
(13 mei 2023)

Iemand gaf haar zangdocente bij het afscheid een boekje cadeau dat de
titel droeg ‘Iedereen kan zingen!’ Het was grappig bedoeld. De docente
was het er niet mee eens, en dat maakte ze ook met de haar
kenmerkende hoog in de huig klinkende zangstem duidelijk. Ze had
natuurlijk gelijk. Zingen is niet: je mond opendoen en genoegen nemen
met wat er dan uitkomt. Onderweg kan er nog heel wat aan geschaafd
worden. Probleem is alleen dat je dat niet altijd allemaal in de hand hebt.
De ene keer gaat het vanzelf, en de andere keer sta je te werken,
probeert bewust te ontspannen, de adem laag te houden, en lukt het
desondanks toch niet.
Deze maand is weer het songfestival. Een liedjes- en dus ook een
zangwedstrijd. ‘Een beetje, verliefd ben je altijd, dat weet je’,  ken ik niet
uit eigen waarneming maar wel uit de enthousiaste verhalen van mijn
vader. Het was in de vijftiger jaren en Teddy Scholten won. Ik herinner
me Sandy Shaw op blote voeten en Lenny Kuhr met haar troubadour.
En ‘Eres tu’ van Mocedades, wat een heerlijke harmonieën, vond ik
toen, en nog, en Abba met ‘Waterloo’ en dat fijne secunde-akkoord. Met
mijn jeugdkoor zongen we ooit nog ‘Hallelujah’ van ‘Milk and Honey’ dat
in 1979 de Israëlische winnende inzending was.
Nadat het orkest verdween en het steeds meer ging om statements en
gimmicks ben ik afgehaakt. In Nederland werd het een probleem om
kwalitatief hoogwaardige inzendingen te organiseren. Sterren wilden hun
vingers er niet aan branden, en voor mensen met weinig ervaring bleek
de spanning vaak te groot. In 2013 wilde Anouk wel meedoen, en in
2014 The Common Linnets, Ilse de Lange en Waylon. Ze werden
tweede, en verloren van een man met een baard in een jurk. Ik vind het
best, maar vraag me af of ze ook verloren zouden hebben als die
Oostenrijker er gewoon in zijn spijkerbroek had gestaan.
En toen hadden we opeens Duncan Laurence. In 2019 won hij en nu is
hij de coach van onze inzending. Ook schreef hij (en dat is goed te
horen!) mee aan het lied dat ze gaan zingen. Het duo was nog geen duo
en moet nog wennen. Hun optredens tot nu toe gingen niet optimaal.
Het was niet echt zuiver. Als je aan het zingen bent is het praktisch als
je jezelf goed kan horen, maar de oortjes voor de monitoring moeten
nog wennen. Maar misschien is het ook wel niet zo handig om naar een
internationale wedstrijd deelnemers te sturen die het vak eigenlijk nog
moeten leren.  
De oplossing lijkt nu om het lied anderhalve toon hoger te zingen. “Dan
kan het wat meer ontspannen,” hoorde ik. Ik begreep het niet, maar het
schijnt dat de zanger het nou minder met zijn borststem doet. Ik las ook
ergens dat het anderhalf octaaf hoger wordt. Iemand die ergens over
schrijft waar hij geen verstand van heeft. Ik moest ooit muziek maken
voor een zangeresje die me verklaarde dat ze het liefst in D zong. Ze
kon geen noten lezen en deed het best aardig met mijn liedje in F…
Als u dit leest is al bekend of ons duo, dat intussen aardig wat bagger
over zich heen heeft gekregen, de finale heeft gehaald. Je verwacht het
niet, maar het zou me ook niks verbazen: Zoals gezegd, soms kan je
werken wat je wil en lukt het  niet, en soms gaat het haast als vanzelf…

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Problemen ?
(27 mei 2023)

Als we in Nederland een probleem hebben (of er zijn lieden die vinden
dat er een probleem is…) benoemen we een commissie die het
probleem in kaart brengt. Als het op regeringsniveau is, wordt dat een
regeringscommissaris die het kabinet adviseert over te nemen
maatregelen. Het lijkt of er aan een oplossing wordt gewerkt, maar in
wezen schuift men het probleem alleen maar voor zich uit.
Als het iets met jeugd of school te maken heeft gaat zo’n commissie een
lesbrief maken. Of men organiseert studiedagen en workshops. Zo
stond er een tijdje terug bij een school in de buurt ook zo’n workshop op
de agenda. Er was een hele dag voor uitgetrokken. Er werd een
rollenspel gespeeld, er draaide een film, en met behulp van de toen nog
actieve muziekschool werd een lied over het onderwerp gemaakt.
Kosten noch moeite werden gespaard om het tot een succes te maken.
Het bleek te gaan om een ‘workshop pesten’. Een van de leerlingen
vroeg zich af of zo’n dag wel nodig was. “Pesten kunnen we wel,” vond
hij.
Mariëtte Hamer, ooit PvdA fractievoorzitter, is nu voorzitter van een
commissie die zich bezighoudt met discriminatie, op wat voor gebied
dan ook. Ze kwam met een soort ‘handleiding grensoverschrijdend
gedrag’. Ik moest aan de jongen op die basisschool denken. Dat gedrag
lukt wel. Veel te goed.
Er is ook nogal wat mis in onze samenleving. Het nieuwste probleem,
breed uitgemeten in ons lijfblad, is het gegeven dat boswachters vooral
mannen zijn. Er zijn wel een paar vrouwelijke, maar een van hen
vertelde dat ze, toen ze kenbaar maakte dat ze boswachter wilde
worden, van haar vader te horen kreeg dat dat geen beroep voor
meisjes was. We hebben het dan wel over een jaar of 35 geleden… Ik
weet nog dat er ouders waren die vonden dat hun dochters niet naar hbs
of Gymnasium hoefden. ULO was goed genoeg, of huishoudschool. De
meiden gingen immers toch trouwen en werden dan huisvrouw. Daar
had je geen Gymnasiumopleiding voor nodig. In dit geval hebben we het
over een jaar of zestig geleden. Tijden veranderen, en dat is maar goed
ook.
Toch is er niets nieuws onder de zon. In een interview in datzelfde blad
met Ronald van Raak, ooit SP-kamerlid, thans hoogleraar aan de
Erasmus-universiteit in Rotterdam, ging het over de samenleving in de
tijd van Erasmus. Over normen, waarden, taalgebruik, kwetsen, alles
waarvan we denken dat het zaken van onze moderne tijd zijn. Maar wat
de social media nu doen, deed de pas-uitgevonden boekdrukkunst toen.
Men kon zijn mening kenbaar maken.
En als er eens iemand gekwetst werd? Erasmus heeft het over de
‘gevoelige oren’ van zijn tijdgenoten. “Als er iemand opstaat en zegt dat
hij beledigd is, dan heeft hij een slecht geweten.” Volgens Van Raak kun
je, als je hard bent voor jezelf, ook hard zijn voor een ander. Erasmus
had ook zelfkritiek, en ironie en humor.
En polarisatie is een goed middel om ideeën met elkaar te vergelijken.
Je moet kunnen experimenteren met gedachten, maar zonder gekwetst
te worden, word je niet academisch gevormd. Is polarisatie gevaarlijk?
Welnee. Onverschilligheid, dat het je allemaal niks meer uitmaakt, is een
veel groter gevaar.
Ik denk dat Van Raak een punt heeft, maar vind aan de andere kant dat
je je niet overál druk om hoeft te maken. Dat de meeste boswachters
mannen zijn zal me eerlijk gezegd een zorg zijn…

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA