recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Van de columns van 2004 tot en met 2018 verschenen in de
loop der jaren verschillende verzamelbundels.
Zie de pagina BIBLIOGRAFIE

Voor de laatste, met de columns van 2019 t/m 2022
zie Met de kennis van nu

Helden en excuses
(24 december 2022)

“Niet iedereen kan een held zijn
; er moeten ook mensen gered…” Een
zin uit een liedje van Acda en De Munnik, met een waarheid als een
koe. Ook niet alle kerkleden moeten in het kerkkoor. Het is mooi als er
ook luisteraars zijn.
Het woord ‘held’ ligt onder vuur. Want er zijn ook helden waar een
smetje aan zit. Ik had me dat nooit zo gerealiseerd. Verzetshelden zaten
in het verzet om het vaderland te dienen. Dat ze het ook spannend en
opwindend vonden, en trots op zichzelf waren, kan best zo zijn, maar
dat moeten we dan maar op de koop toe nemen.
Ik wist het wel van idolen. Als je biografieën leest van grote
Nederlanders, waarvoor je altijd veel waardering en respect had, blijkt
soms dat ze in het privédomein niet bepaald lieverdjes waren. Geen
warme echtgenoot of vader, maar een vervelende autoritaire
dwingeland. Maar ook als je dat weet blijft de prestatie die ze leverden,
waardoor ze dat idool werden, wel overeind staan.

En het klopt dus dat het sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen.
Als je alleen maar succes hebt, ga je vanzelf denken dat je alles kunt
maken, en daar word je niet bepaald een sympathieke persoonlijkheid
van. Voorbeelden te over…
Het verzetsmuseum gaat de teksten bij zijn tentoonstelling aanpassen.
We moeten heus niet denken dat iedereen die in het verzet zijn best
deed een held was! En er waren ook genoeg vrouwen die hun steentje
bijdroegen!
Louis van Gaal leek ook een groot held te worden, net als de door hem
ontdekte
keeper Andries Noppert. Toch lukte het niet helemaal. Jammer,
maar het zorgt er wel weer voor dat men met beide benen op de grond
staat.
Er zijn meer woorden die het afgelopen jaar in de ban zijn gedaan. Zo
begrijp ik dat het woord vrouw eigenlijk vervangen moet worden door
‘een persoon die menstrueert’. Ik geloofde het niet toen ik het las, maar
het schijnt echt een serieuze zaak te zijn. Ik vraag me wel af hoe een
vrouw heet die de overgang al voorbij is. Die overgang schijnt overigens
iets van een taboe te hebben, net als zwangerschap. Je zal maar vrouw
zijn…
En we spreken niet meer over ‘slaven’ maar over ‘tot slaaf gemaakten’.
Doet me denken aan krantenverslagen van verkeersongelukken: een
fietser wordt aangereden, en dan lees je dat “het slachtoffer zonder
goed te kijken de weg overstak”. Dat kan zo zijn, maar toen die fietser
overstak was hij of zij nog geen slachtoffer, dat kwam pas door die
aanrijding. Maar dit helemaal terzijde.

Het valt ook nog niet mee om op de juiste manier en het juiste moment
excuses aan te bieden voor ons slavernijverleden. We mogen kinderen
van boeven niet veroordelen voor de daden van hun vader, (Máxima kon
er ook niks aan doen dat haar pa niet deugde,) maar andersom moeten
die kinderen, dat zijn wij dus, wel door het stof voor de daden van hun
verre voorouders.

Ik vind het best. Maar wat stellen excuses, voor wat dan ook, nou voor
als je helemaal geen herinnering hebt aan het feit waarvoor je je
verontschuldigt? Dat wordt dan een beetje een inhoudsloos sorry. Ze
zouden nog dit jaar plaatsvinden, maar er kwam
een eisenpakket en
zelfs een kort geding aan te pas om dat te voorkomen. De excuses
kwamen er wel, op 19 december, met een komma erachter.
Ze worden vervolgd. We zien het wel, tot volgend jaar!

Komma
(7 januari 2023)

Zo zijn we zomaar het nieuwe jaar ingegleden met toch nog excuses
van premier Rutte voor ons slavernijverleden. Zijn opmerking ‘excuses
met een komma’ lijkt al haast een vaststaande uitdrukking geworden. Hij
oogstte alom lof voor zijn diep doorvoelde en betrokken toespraak. Van
alle kanten klonken de complimenten.
Over complimenten gesproken: In de orgelwereld van mijn studietijd, de
zeventiger jaren, was er een duidelijke tweedeling. Je had de Feike
Asma en Piet van Egmond fans en aan de andere kant, in de ogen van
die fans, de musicologisch verantwoorde en daardoor uiterst saai
spelende organisten. In die tijd kon het gebeuren dat ik vertelde dat ik
die zondag was gecomplimenteerd met mijn spel en dat een
studiegenoot mij waarschuwde: “Als de mensen vinden dat je mooi
speelt is dat verdacht. Dan pas je je waarschijnlijk teveel aan hun smaak
aan…”
Ja, een opmerking als “Wat haalt die allemaal wel niet uit dat orgel..” als
er een stevig koraal heeft geklonken is misschien een wat al te drieste
benadering. Ik heb dan de neiging om te antwoorden dat hij beter alles
erin had kunnen laten zitten, maar weet ook dat dat flauw is.
Het is soms lastig met complimenten om te gaan. Je hebt de neiging om
ze weg te wuiven, want als je de gever van de pluim gelijk geeft, als je
beaamt dat het inderdaad geweldig was wat je deed, vindt hij je
misschien wel een eigenwijze vent. Ik gooi het meestal maar op de
genade. “Ik bof maar dat het vandaag allemaal lukte!” En daarnaast doe
ik elke week weer gewoon ontzettend mijn best.
Maar ik wilde het eigenlijk niet hebben over complimenten ontvangen,
maar meer over complimenten uitdelen. Als ik iets mooi vind, of goed
gelukt, wil ik dat best kenbaar maken. Maar als ik een kunstwerk, een
boek, of een muziekuitvoering niet zo geslaagd vind, hou ik maar liever
mijn mond.
Op het koor gaat dat anders. Als het daar niet mooi gaat laat ik dat
duidelijk weten. Dat is mijn taak als dirigent, en vervolgens moet ik er
voor zorgen dat het op den duur wél goed gaat. Als dat dan ook nog lukt
ben ik ook niet te beroerd om dat uitbundig te melden. “Erg mooi,” roep
ik dan, “prachtig!”, waarop de koorleden letterlijk in koor antwoorden:
“máár…”, want zo’n maar komt er vaak wel achteraan. Het kan altijd nóg
beter, en dat weten zij ook.
Dat uitgangspunt, het kan altijd nog beter, is mij met de paplepel
ingegoten. Je best doen, niet tevreden zijn met wat er toevallig al is. Mijn
oma had wel eens medelijden met ons. “Je moet ze ook eens prijzen!”
zei ze tegen mijn moeder. Bij ons thuis waren wij namelijk niet de
prinsjes en prinsesjes van wie elke muzikale of sportieve oprisping werd
toegejuicht. En zeker niet gefilmd, zoals tegenwoordig bij elke
gelegenheid gebeurt. Het was een andere tijd, en ik heb niet de indruk
dat het nou zo verkeerd was allemaal. En ik wist heus wel dat mijn pa
best trots was op zijn orgelspelende zoon, al zei hij dat vooral tegen
anderen.
Rutte kreeg ook complimenten uit onverwachte hoek. Sylvana Simons,
fractieleider van Bij1 en behoorlijk betrokken bij het onderwerp
slavernijverleden, sprak haar bewondering voor hem uit: "Ik was eerst
sceptisch. Maar toen ik zijn woorden hoorde, werd mij heel duidelijk dat
hij en zijn tekstschrijvers hadden geluisterd."
Jammer dat ze die tekstschrijvers noemt, een soort compliment met een
komma...

Loterijdwang
(21 januari 2023)

We hebben de jaarwisseling weer gehad. Met Guido Weijers, Claudia de
Breij én fantastische oliebollen van de Lopster Harmonie (die trouwens
een fanfare is!).
Overdag denderden de carbidknallen door de omgeving en ’s avonds
was de lucht vol siervuurwerk. Elders in den lande kostte de
vuurwerktraditie weer de nodige ogen en hier en daar wat vingers of
zelfs een hele hand. Het lijkt er langzamerhand op dat er toch ooit wel
eens een vuurwerkverbod zal komen.
Wat ook bij de jaarwisseling hoort is de eindejaarstrekking van de
Staatsloterij met belachelijke prijzen. De jackpot bevatte 56 miljoen! Ik
vind dat best. Ik heb nooit met de staatsloterij meegedaan, en dus ook
nooit in spanning gezeten of die miljoenen op onze bankrekening
zouden worden gestort. Wat heel prettig is aan het niet meedoen is dat
je je ook geen zorgen hoeft te maken dat je misschien níet wint. Het
klinkt heel logisch: je doet mee aan een competitie, een wedstrijd, een
quiz, een schaaktoernooi, of dus ook een loterij, waarbij je kunt winnen
of verliezen. Als je niet meedoet kun je niet winnen, en dus ook niet
verliezen.
In Op1 zat een mevrouw wier taak het is mensen te begeleiden die
opeens schandalig rijk worden door een loterij. Als je van de ene dag op
de andere miljonair wordt is het lastig om te weten wat je met die
verworven rijkdom moet doen. De winnaars verkeren doorgaans in
shock, zo wist ze te melden. Men is emotioneel en van slag, en dat kan
zomaar een tijdje duren. Handig dat er dan een professional is die je
daarbij kan helpen.
Die mevrouw overigens werkte niet bij de Staatsloterij maar bij de
Postcodeloterij. Ook die had een grote prijsexplosie. De postcodekanjer
hebben we het dan over. Als je op postcode 1961 GB in Heemskerk
woonde, en mee had gespeeld, kon je zomaar twee en een half miljoen
euro winnen. Ik weet niet of daar nog kansspel belasting afgaat, maar
zelfs dan blijft er nog genoeg over waarvan je niet weet wat je er mee
moet.
Ooit speelden we ook mee. Het had toen niet veel gescheeld of we
hadden meegedeeld in de prijzenpot. Postcode 9932 had gewonnen,
onze postcode was 9931. Op een gegeven moment heb ik de loterij
opgezegd, wat trouwens nog niet eenvoudig was.
Nou is winnen leuk (hoewel duizend euro ook een mooie prijs is, dan
kun je voor  twee miljoen wel tweeduizend mensen blij maken), maar het
irritante van de postcodeloterij vind ik dat het de enige loterij is waarbij je
zelfs kunt verliezen als je niet meedoet. Je zal maar niet meegespeeld
hebben, en jouw straat wint de kanjer. Dan heb je opeens een paar
stinkend rijke buren.
Je kunt dan stoer zeggen dat geld niet gelukkig maakt, dat je tevreden
bent met wat je hebt, en dat kun je nog menen ook, maar het is toch
haast onvermijdelijk dat je als de schlemiel van de straat wordt gezien.
Ook dat geeft natuurlijk niks, maar leuk is het niet.
Ik durf de veronderstelling wel aan dat het systeem van de
postcodeloterij ervoor zorgt dat héél veel mensen meedoen die dat
liever niet zouden doen, maar die zich min of meer gedwongen voelen.
Alleen maar om niet te hoeven verliezen, om niet die schlemiel te zijn.
Daarom snap ik niet dat de overheid dat zomaar goed vindt.
Je zou eigenlijk een petitie moeten beginnen: STOP die geniepige
postcodeloterijdwang!

Eerlijk ?
(4 februari 2023)

Ooit, ik weet dat nog, hoewel ik er persoonlijk geen last van had, was
het hoogste belastingtarief 72%. Van elke gulden die je boven een
bepaald inkomen verdiende ging 72 cent naar het rijk. Dat had te maken
met de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Als je
zóveel verdiende kon je wel een beetje, wat zeg ik, behoorlijk meer
bijdragen dan Jan met de Pet aan de kosten van de samenleving.
Tegenwoordig is het maximum tarief 49,5 %. En het is ook zonder die
wetenschap duidelijk dat de verschillen tussen arm en rijk alleen maar
groter worden. Daar komt nog bij dat vermogen nauwelijks belast wordt,
en dus de rijken onder ons alleen maar rijker worden.
Wij hebben op ons huis zonnepanelen liggen. Zelf betaald, zonder
subsidie. Die leveren meer kilowatts op dan we gebruiken, en onze
energieleverancier betaalt graag wat terug voor die stroom. Die kunnen
zij weer doorverkopen op momenten dat er weinig zon is. Aan ons, ’s
winters, of aan mensen zonder panelen. Ik vind dat een logisch
systeem. Maar een installateur vertelde me dat het elektriciteitsnet niet
bedoeld is om stroom de andere kant op te sturen, en dat dat best
ingewikkeld is voor energiebedrijven. En daar maken ze kosten voor.
Volgens mij betalen ze daarom ook niet het volle pond voor de
teruggeleverde energie. Een soort tweedehands tarief.
Ik snap eerlijk gezegd sowieso niet veel van het systeem van
energiebedrijven en het energieplafon. Energie was vroeger een
overheidstaak. In Zeeland had je de PEZEM, in Groningen het EGD. Nu
zijn er bedrijven die er schatrijk van worden en dankzij het energieplafon
betaalt de overheid, uiteindelijk wij zelf dus, daar flink aan mee.
De salderingsregeling van de zonnepanelen gaat verdwijnen als de
regering zijn zin krijgt. De oppositie, inclusief PvdA en de groenen van
links, is daar op tegen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook niet snap.
Het heet dat mensen zonder zonnepanelen nu meebetalen aan de
kosten die energiebedrijven maken voor de kilowatts die ze
teruggeleverd krijgen. En dat zou dan niet eerlijk zijn. Men heeft het er
zelfs over dat zonnepaneleneigenaars door de salderingsregeling
onterecht subsidie krijgen.
Nou heb ik de (meestal tegenvallende) inruilprijs voor mijn auto nog
nooit als subsidie beschouwd, en ik heb ook niet het gevoel dat ik,
wandelend door de supermarkt iets of iemand subsidieer. Ik betaal
gewoon de spullen in mijn karretje…
En over dat meebetalen gesproken: ikzelf heb nooit serieus gevoetbald.
Als kind wel op een braakliggend stuk grond achter het huis. Maar als
burger betaal ik ook gewoon mee aan de subsidie voor het onderhoud
van het voetbalveld. En het zwembad niet te vergeten. En ik denk dat
niet-autorijders ook bijdragen aan wegenonderhoud. En de accijns op
mijn sigaren wordt heus niet gebruikt om mijn roken te faciliteren!
Mijn oude schoonmoeder vond het niet terecht dat zij meebetaalde aan
de kinderbijslag die wij als jonge ouders kregen, terwijl ik, dankzij de
belasting die ik betaalde, de huursubsidie die zij kreeg mede financierde.
Ik draag graag bij voor het voetbalveld, het zwembad, en probleemloos
pin ik de accijns op mijn sigaren en mijn benzine, en als ik mijn
overschot aan stroom gratis moet inleveren doe ik dat. Ik ga heus niet
de barricaden op.
Maar het gaat me wel erg ver om dat salderen subsidie te noemen. En
oneerlijk is het volgens mij al helemaal niet.
Ons denivellerende belastingsysteem is dat wél!

Kerkdienst gemist ?
(18 februari 2023)

In de kerk van mijn jeugd kon je, als je als zieke, thuiszittende
kerkganger een kerkdienst had gemist, een beroep doen op de
bandrecorder die werd gebruikt om de dienst op te nemen. Ik zie nog
broeder Sijrier met dat grote apparaat sjouwen. Er was een speciale
koffer met een haak die paste in een andere haak achter op zijn fiets en
zo doorkruiste het ding als een fietsend evangelie het dorp. Met een
uitgekiend weekrooster kon iedere gegadigde aan zijn trekken komen.
Broeder X luisterde dinsdagavond en zuster Y kreeg op
woensdagmorgen de preek te horen.
Een enkele keer vroeg ik ook wel eens om de bandrecorder, om te
horen of dat fantastische voorspel nou echt zo fantastisch was of om
vast te stellen dat die blunder waar ik zo van baalde voor een argeloze
kerkganger nauwelijks te horen was geweest. Soms gaf het
terugluisteren niet het gewenste resultaat, nog afgezien van de matige
geluidskwaliteit: dat fantastische voorspel viel wel mee, en om die
stomme fout niet te horen had je wel stokdoof moeten zijn…
In een dorp bij ons in de buurt werd de bandrecorder verzorgd door de
jeugd. Voordat ze hem afleverden moesten ze de band terugspoelen
naar het begin. Braaf deden ze dat, maar soms ook niet. Dan spoelden
ze de zaak terug tot ergens halverwege de preek, en onthielden het
nummertje van de toerenteller. Het gebeurde nogal eens dat ze hem
terugkregen met de teller op nog precies de zelfde plaats. Ze konden het
dan niet laten te vragen of het een mooie preek geweest was. Grote
hilariteit als zuster Y zei er van genoten te hebben…
Later kreeg je de kerktelefoon, met, net als de bandrecorder, vaak niet
echt een geweldige geluidskwaliteit. De predikant was goed te verstaan,
maar de muziek en zang kwamen blikkerig en soms vervormd door de
luidspreker.
Sinds Corona is er haast geen kerk meer waar je de dienst niet online
kunt volgen. Sommige kerken zijn in die tijd omgetoverd tot een soort tv
studio, met meerdere camera’s en microfoons, wekelijks enthousiaste
technici, en een account bij kerkomroep of kerkdienstgemist.nl. Je zou
denken, dat, in deze tijd, met al onze technische kennis, het mogelijk
zou moeten zijn om te zorgen dat de geluidskwaliteit enigszins behoorlijk
is. Dat het met andere woorden prettig zou zijn te luisteren, dat je de
neiging krijgt om mee te zingen met die enthousiast zingende gemeente
daar aan de andere kant van de internetkabel…
Maar nee, dat valt nog niet mee. De voorganger klinkt altijd wel goed,
maar zodra de organist begint is het mis. Als hij heel zacht speelt gaat
het nog net, maar o wee als hij gaat uitpakken: een en al vervorming. En
een eventueel koor klinkt thuis bepaald niet zo mooi als in de kerk…
Bij ons in Huizinge gaat het niet live. De dienst wordt zorgvuldig
opgenomen en later op de dag op Youtube gezet. Iemand is daar elke
zondagmiddag een hele tijd mee bezig. Het is en blijft natuurlijk het
allermooist om live aanwezig zijn, maar als je een beetje een goeie
koptelefoon op je laptop aansluit is het achteraf prettig luisteren, op het
eigen Youtube-kanaal van de kerk!
Het zal best waar zijn dat het christendom een religie van het Woord is.
Maar het zou mooi zijn als er, net als aan die fiets van broeder Sijrier,
hier en daar wat meer aandacht zou worden besteed aan het
vervoermiddel van dat Woord…

Moderne tijden
(4 maart 2023)

Het is nog niet zo heel lang geleden dat je, als je in een vreemde stad
moest zijn, je met het stratenboek naast je moest zien het juiste adres te
vinden.
Ik weet nog hoe ik ooit, op zoek naar een kerk in het halfdonker, wel in
de buurt kwam maar heel veel moeite had om het gebouw te vinden. Ik
had mijn kistorgel achterin en wilde graag zo dicht mogelijk bij de ingang
parkeren. Ik zag de toren van de kerk, maar de straten er omheen
leidden er geen van alle rechtstreeks heen. Toen ik na lang heen en
weer rijden eindelijk voor de deur stond bleek de kerk helemaal geen
kerk te zijn, maar alleen maar een toren. Ik had me op een verkeerd
punt georiënteerd.
Dat was het moment dat we toch maar een Tomtom hebben
aangeschaft, een apparaat dat toen nog vrij nieuw was. Tegenwoordig
zit de routeplanner standaard in het dashboard en je rijdt overal heen,
soms zonder een idee waar je allemaal langs was gekomen. En ons
huidige navigatiesysteem kun je zelfs sprekend bedienen: “Navigeer
naar zus of zo.” Een vriendelijke mevrouw vraagt of ik echt naar zus of
zo wil navigeren, want kennelijk gelooft ze me niet direct, maar als ik ‘ja’
roep stippelt ze daarna in een oogwenk de route uit.
Nadeel is wel dat ze bij elke afslag of een rotonde een paar keer mijn
muziek onderbreekt om er zeker van te zijn dat het goed gaat. Die
muziek staat op een usb-stick waar ik mijn favoriete cd’s op heb gezet,
want, dat is ook vooruitgang, cd-spelers in auto’s is ontzettend
ouderwets.
Op meer gebieden zijn de ontwikkelingen razendsnel gegaan, wat zeg
ik, eigenlijk op elk terrein gaat alles behoorlijk anders dan pakweg
veertig jaar geleden.
Ik ken mensen die niet meer zelf het licht aan hoeven te doen, maar
gewoon tegen een apparaat in de hoek van de kamer roepen: “Doe het
licht aan!” Vervolgens floepen de lampen aan. En ook het sluiten van de
gordijnen gaat met een opdracht aan het apparaat, of via een app op de
telefoon. Gevolg van dit alles is dan wel weer dat een mens nauwelijks
meer beweegt en naar de sportschool moet om zijn conditie op peil te
houden.
Ik begrijp zoveel niet. We hadden een waterbesparende kraan in ons
nieuwe huis.  Hadden we niet om gevraagd, maar volgens de
keukenboer was dat tegenwoordig verplicht. Ik snapte niet direct hoe
zo’n ding werkte, maar er bleek een soort zeefje in te zitten dat er voor
zorgde dat er maar een miezerig straaltje water uit kwam, met als gevolg
dat je, als je koffie wilde maken, spierpijn kreeg omdat je de koffiekan zo
ontzettend lang onder de kraan moest houden. Ik had nooit begrepen
dat een waterbesparende kraan bedoeld was om maar een halve pot
koffie te zetten. We overlegden met de leverancier over een andere
kraan, maar vonden dat toch ook weer zonde van het geld.
Gelukkig zat er aan de kraan in de garage een ander zeefje dat zich
minder druk maakte over de vraag hoe snel het water er doorheen
stroomde. Dat had ik er af gehaald om de aansluiting voor de tuinslang
te kunnen monteren. Het paste ook op de kraan in de keuken, en sinds
die tijd kunnen we ongelimiteerd koffie zetten, afwassen, en emmers
water vullen.
Een verhaal van niks, vind ik zelf ook, maar de column is weer klaar.

Gekwetst ?
(18 maart 2023)

Het is al weer een hele tijd geleden. We waren onderweg naar het
zuiden, naar Amersfoort, en hadden de gewoonte om halverwege even
aan te leggen voor een kop koffie. Er was daar een restaurant waar je je
tweede kopje gratis kon inschenken, en je was een dief van je eigen
portemonnee als je daar niet dankbaar gebruik van maakte, vond ik. Er
zat op het terras een groepje jongens bij wie de stemming er al goed in
zat. Ze zaten niet aan de koffie. De grappen en grollen vlogen over de
tafel. Toen ik langs liep riep één van de grappenmakers: “Kijk, hij daar
heeft zijn badmuts al op!” Ze schaterden het uit om de man met zijn
baard en zijn kale hoofd om wie het ging. Ik verbaasde me er over dat
mijn kapsel aanleiding gaf tot de flauwe grap, die trouwens ook een
gigantische baard had. Ik liep maar door en reageerde niet. Ik vond ze
net iets té uitgelaten. Gekwetst was ik overigens niet!
Toen ik nog wat meer haar had, en diezelfde baard, overkwam het me
eens dat iemand riep: “Kijk, daar heb je Jezus!” Dat was vaker gebeurd
en quasi ad rem antwoordde ik dat de man zich vergiste: “U bent abuis,
Jezus, dat ben ik niet, dat is mijn zoon!” Ik geloof niet dat hij het begreep
Tegenwoordig is er niet veel nodig om mensen te kwetsen. Ik begrijp dat
teksten uit het verleden waar niemand aanstoot aan nam in deze tijd
verkeerd kunnen overkomen. Of het nou gaat om iemand die dik is, of
om Jip en Janneke die in onze ogen wat al te rolbevestigend bezig
waren, of om helden die misschien ooit helden waren maar nu niet meer
als zodanig worden gezien, we passen onze teksten en afbeeldingen
graag aan. Volgens anderen doen we daarmee onze geschiedenis
geweld aan, en zo heb je weer eindeloos materiaal voor onze eindeloze
praatprogramma’s. En als je het waagt een vrouw een vrouw te noemen
ben je ook al verkeerd bezig. Een ‘persoon die menstrueert’ zou dat
moeten zijn. Het lukt me eerlijk gezegd niet om die terminologie te
gebruiken.
Laatst wandelde ik naar het dorp om een brief te posten. Het was mooi
weer en een sigaar maakte mijn geluk compleet. Ik kwam een vrouw
tegen met haar hond aan de lijn. Een aardige vrouw die ik wel vaker
zag. Gans hondenbezittend Loppersum trekt namelijk langs ons huis het
dorp uit om de viervoeter uit te laten. Ik groette haar vriendelijk, zoals ik
bij iedereen doe die ik tegenkom. Ze groette terug, maar verschanste
zich intussen snel op de oprit van de buren, haar sjaal stevig voor haar
mond. Ze had kennelijk last van mijn tabaksrook, die ik heus niet in het
gezicht van een passant blaas. Ik was meer verbaasd dan gekwetst, en
liep gewoon door, hoewel ik even de neiging had haar te melden dat ik
enigszins allergisch voor honden ben, zeker als ze hun behoefte doen in
de groenstrook naast ons huis die ik altijd meeneem als ik het gras
maai. Daar wordt mijn maaimachine niet schoner van, zal ik maar
zeggen…
Afgelopen week kwam ik een oude bekende tegen. Hij was en is van
mijn leeftijd en heeft een stevige, zij het grijze, haardos. “Nog steeds
dezelfde middenscheiding!” zei hij tegen me. En weer voelde ik me niet
gekwetst. Wel weer verbaasd over de eeuwenoude flauwe grap…

Hosanna
(1 april 2023)

Dit weekend is het Palmpasen. Jezus wordt juichend Jeruzalem
binnengehaald. ‘Hosanna’, klinkt het, maar snel daarna ook ‘Morgen
kruisig hem!’ Ik moet ook altijd denken aan dat lied van Hennie Vrienten,
‘Als je wint heb je vrienden, rijen dik’.
Vorige week hadden we verkiezingen. Voor de provincies en de
waterschappen. Maar waar het vooral over ging was de zetelverdeling in
de Eerste Kamer die wordt gekozen door die provinciebesturen. BBB is
overal de grootste en gaat volgens de prognoses 17 stoelen bezetten.
Dan moeten alle statenleden wel het juiste vakje rood maken, en ook
vooral róód maken. Vorige keer stemde een D66er met zijn eigen
blauwe balpen, en die stem werd ongeldig verklaard. Dat scheelde een
zetel in de uiteindelijke uitslag.
De grote winst van BBB doet ook denken aan de vorige keer. Toen werd
Forum voor Democratie ineens de grootste. Zoals bij veel nieuwe
partijen liep dat helemaal mis, met allerlei afsplitsingen, en dit keer bleef
er niet veel van Forum over. Dat had, mag ik hopen, toch ook te maken
met de idiote standpunten die de club uitdraagt.
We zullen zien of Caroline van der Plas er wel in slaagt de boel bij
elkaar te houden. Altijd jammer als het veelbelovende winnaars niet lukt
om te laten zien dat zij het veel beter zullen doen. Dan is de populariteit,
het hosanna, snel voorbij, en zijn je vrienden verdwenen.
Tijdens de verkiezingsavond werd ze opeens weggehaald uit de
feestzaal. Er was iets met een bedreiging. In de aanloop naar de
verkiezingen had ze om dezelfde reden ook al een tv-optreden
afgezegd. Dat is iets van deze tijd: zodra je het ergens niet mee eens
bent stuur je er via de anonieme kanalen van het internet een bedreiging
op af. Gewoon van mening verschillen en daarover praten is voor
sommige mensen en groeperingen lastig geworden.
Ik las ook dat die bedreiging niet serieus was. Fake-nieuws, zoals je er
tegenwoordig bij elk nieuwsfeit rekening mee schijnt te moeten houden
dat het fake-nieuws zou kunnen zijn. Kon je vroeger alleen een
verzonnen verhaal vertéllen, met de huidige technieken is het ook vrij
eenvoudig om daar geloofwaardige nepfilmpjes aan toe te voegen.
Ik dacht zelf altijd dat wij met onze tamelijk ouderwetse levenswijze
gevrijwaard waren van bemoeienis van buiten. We zitten niet op
Facebook, niet op TikTok, ik twitter niet, kortom, deze kolom in de
kerkbode is de enige plek waar ik wel eens in het openbaar een mening
geef. Maar toch… Ik ben een rustige slaper. Ik maak ’s nachts weinig
kabaal. Afgelopen week was ik wat verkouden en schijn ik wat te
hebben gesnurkt. Gera wees me daar ’s morgens op. Een uur later had
ik een mail in mijn mailbox met tips hoe ik met mijn snurkgedrag kan
omgaan. Big Brother is watching you.
Terug naar BBB. De grootste, en als eerste aan zet in de
collegevormingen in de provincies. Dat zal best. En hun mening lijkt
opeens dé mening van het volk te zijn. Toch kan je zoiets ook
nuanceren. Landelijk behaalde de partij 18 procent van de stemmen. De
opkomst was 58 %. En 18% van 58% is ruim 10 %. Dan hebben we het
over één op de tien Nederlanders. Ik gun Caroline haar feestje. Als je als
eenling aan de kant staat telt alleen jouw mening, als je wil regeren moet
je ook compromissen sluiten, rekening houden met die andere negen,
wier standpunten niet naadloos aansluiten op die van BBB...

Het was Pasen
(15 april 2023)

Het schijnt dat je de meest bizarre antwoorden kunt verwachten als je
tegenwoordig op straat aan willekeurige voorbijgangers vraagt wat de
achtergrond van de kerkelijke feestdagen is. Kerst weten de meeste
mensen nog wel, van Jozef en Maria en het kindje in de kribbe. En van
wijzen uit het oosten en wierook en mirre. Wat mirre dan precies is laten
we maar in het midden. Pasen wordt al lastiger (mensen denken dan
vaak aan het kruis en de lijdende Jezus) en Pinksteren is een feest dat
al helemaal in het teken staat van popfestivals en campingbezoek. In
Delfzijl hebben we dan de befaamde pinksterfeesten, een soort Delfsail
maar dan zonder boten.
Pasen zit er altijd een beetje tussenin. Mensen die denken aan het kruis
zitten in ieder geval in de buurt. Dat ze aan het kruis denken heeft
misschien wel te maken met het feit dat een lijdende Jezus met een
doornenkroon die ook nog gekruisigd wordt beter is voor te stellen (daar
worden soms ook hele plastische films over gemaakt!) dan een
overleden Jezus die uit zijn graf opstaat. Een graf nota bene dat nog
bewaakt werd ook voor het geval inderdaad dat Jezus van plan zou zijn
op te staan.
Pasen staat ook vaak in het teken van eieren eten en in het noorden
doen ze op tweede Paasdag iets met noten schieten, een soort Jeu de
Boules maar dan op zijn Gronings. Van geen van beide gebruiken snap
ik iets en het eerste doe ik slechts met mate, en alleen in de vorm van
uitsmijters, en het tweede helemaal niet.
Op de grote vrijmarkt die elk jaar op Koninginnedag in Loppersum wordt
gehouden kochten we en paar jaar terug een oude schoolplaat van het
Paasgebeuren. Op de grond liggen een stuk of wat soldaten, knock out,
uitgeteld, niet meer in staat tot enige actie van betekenis. Op een steen
zit een engel, een wit gewaad en twee vleugels, en in de opening van
het graf staat Jezus, compleet met aureool. Toen ik die plaat zag
begreep ik niet hoe het mogelijk was dat de vrouwen dachten dat de
figuur met het aureool de tuinman was, los nog van de vraag wat zo’n
tuinman op zondagmorgen in de tuin te zoeken had.
Hoe het ook zij, het was weer Pasen net als vorig jaar, en net als
volgend jaar, met vooral een heerlijke veertigdagen tijd, en een mooie
Stille Week.
In de Stille week waren we op woensdag bij een cabaretvoorstelling van
Jan Beuving, een wiskundige die fijne grappen maakt, prachtige liedjes
zingt, begeleid door een fantastisch spelende en componerende pianist
Tom Dicke, en er ook nog eens een keer (uitzonderlijk voor een
cabaretier!) niet de draak mee steekt dat hij uit een kerkelijk nest komt.
Hij heeft prachtige vergelijkingen tussen fictie en non-fictie, citeert uit zijn
eigen Liedboek voor de Kerken, heeft het over het prachtige rijm in
Gezang 317, ‘Grote God, Gij hebt het zwijgen met uw eigen, met uw
lieve stem verstoord’, en hekelde het feit hoe modern Nederland geniet
als je een gereformeerde belachelijk maakt. Altijd een makkelijke prooi,
en snel succes!
Gaandeweg de voorstelling, die trouwens in Winschoten was, kreeg ik
als toeschouwer steeds meer het gevoel dat ik ook krijg als de leden van
onze cantorij in de kerk weer eens mooi gezongen hebben. En dat roep
ik dan ook: “Je boft maar als je kerkganger bent!”

Grensoverschrijdend ?
(29 april 2023)

Ooit las ik iets over het verschil in leiderschap tussen Nederlanders en
onze oosterburen. Het schijnt dat wij de gewoonte hadden om, als we
als leidinggevende iets gedaan wilden krijgen, vriendelijk aan de
betreffende werknemer te vragen of hij even zus of zo zou willen doen.
Het was niet de bedoeling dat hij ontkennend zou antwoorden, dus je
kon voor hetzelfde geld ook zeggen dat hij zus of zo móest doen, maar
zo deden we dat hier niet. Het personeel werd vriendelijk behandeld.
Een Duitse baas deed dat anders. ‘Du sollst!’, of ‘du musst!’, dat weet ik
niet precies, maar het was wel duidelijk.
Op mijn koor maakte ik een keer mee dat ik vertelde dat we een lied op
een bepaalde manier zouden gaan zingen. Een bovenstem die ik had
geschreven kwam er niet uit zoals ik hem had bedoeld, en ik besloot die
hele bovenstem maar te annuleren. “Die zingen we dus niet,” zei ik. Eén
van de koorleden merkte op dat hij dat een niet erg democratisch
genomen besluit vond. Ik antwoordde dat ik ook nog nooit een koor als
een democratisch gezelschap had beschouwd. Iemand moet toch de
leiding hebben en de knopen doorhakken. En dan het liefst iemand die
verstand van zaken heeft, zoals je van de dirigent mag veronderstellen.
(Daarom hou ik niet van koren met muziekcommissies: de leden van
zo’n commissie berijden vaak vooral hun eigen stokpaardjes.)
Tijdens mijn opleiding, in de zeventiger jaren, toen alles democratisch
was, was de docent een keer ziek. Je zou verwachten dat de les zou
worden geannuleerd maar dat gebeurde niet. “Jullie kunnen ook van
elkaar leren!” We zaten als koorklas bij elkaar en hebben heerlijk
gezongen, maar er werd meer gediscussieerd over hoe het moest dan
dat er een duidelijke en eenduidige lijn werd uitgezet. Niemand was de
baas.
Op de muziekschool waar ik werkte werd ook altijd alles met iedereen
overlegd, en de directeur moest niet proberen ons te verplichten
bepaalde dingen te doen. Er waren docenten die, onder het motto “Wij
zijn kunstenaars, geen ambtenaren!”, het domweg vertikten
presentielijsten in te leveren, en de directeur kon hoog of laag springen,
het lukte haar niet. Het waren trouwens wél ambtenaren.
De laatste jaren is de trend veranderd. Er zijn steviger bazen opgestaan.
Die vonden dat er hoe dan ook goed werk geleverd moest worden. En
dan kun je wel vriendelijk vragen of mensen hun taak willen uitvoeren,
maar als het vervolgens niet gebeurt is het onvermijdelijk dat er steviger
taal gesproken wordt. En voor je het weet zit je dan als baas in de hoek
van grensoverschrijdend gedrag. Ik praat niks goed, en er zijn heel
vervelende directeuren (m/v), mannetjesputters, haantjes, die denken
dat ze alles kunnen maken en keer op keer over de schreef gaan. Maar
aan de andere kant is het tegenwoordig wel heel makkelijk om iemand
aan de schandpaal te nagelen. Een anonieme klacht en de persoon in
kwestie wordt aan de kant gezet.
Het nieuwste nieuws op dat gebied is de jonge minister Wiersma van
onderwijs, die zelf verklaart dat hij in het begin van zijn ministersperiode
misschien wel te fel tegen zijn ambtenaren is geweest. Wel slim, niet
ontkennen, toegeven en het boetkleed aantrekken.
Zachte heelmeesters, stinkende wonden. Als je alles op zijn beloop laat
komt er niks van terecht. Als je de lat hoog legt, als je eisen stelt, bereik
je meer. Maar dat moet je dus wel vriendelijk doen.

Songfestival
(13 mei 2023)

Iemand gaf haar zangdocente bij het afscheid een boekje cadeau dat de
titel droeg ‘Iedereen kan zingen!’ Het was grappig bedoeld. De docente
was het er niet mee eens, en dat maakte ze ook met de haar
kenmerkende hoog in de huig klinkende zangstem duidelijk. Ze had
natuurlijk gelijk. Zingen is niet: je mond opendoen en genoegen nemen
met wat er dan uitkomt. Onderweg kan er nog heel wat aan geschaafd
worden. Probleem is alleen dat je dat niet altijd allemaal in de hand hebt.
De ene keer gaat het vanzelf, en de andere keer sta je te werken,
probeert bewust te ontspannen, de adem laag te houden, en lukt het
desondanks toch niet.
Deze maand is weer het songfestival. Een liedjes- en dus ook een
zangwedstrijd. ‘Een beetje, verliefd ben je altijd, dat weet je’,  ken ik niet
uit eigen waarneming maar wel uit de enthousiaste verhalen van mijn
vader. Het was in de vijftiger jaren en Teddy Scholten won. Ik herinner
me Sandy Shaw op blote voeten en Lenny Kuhr met haar troubadour.
En ‘Eres tu’ van Mocedades, wat een heerlijke harmonieën, vond ik
toen, en nog, en Abba met ‘Waterloo’ en dat fijne secunde-akkoord. Met
mijn jeugdkoor zongen we ooit nog ‘Hallelujah’ van ‘Milk and Honey’ dat
in 1979 de Israëlische winnende inzending was.
Nadat het orkest verdween en het steeds meer ging om statements en
gimmicks ben ik afgehaakt. In Nederland werd het een probleem om
kwalitatief hoogwaardige inzendingen te organiseren. Sterren wilden hun
vingers er niet aan branden, en voor mensen met weinig ervaring bleek
de spanning vaak te groot. In 2013 wilde Anouk wel meedoen, en in
2014 The Common Linnets, Ilse de Lange en Waylon. Ze werden
tweede, en verloren van een man met een baard in een jurk. Ik vind het
best, maar vraag me af of ze ook verloren zouden hebben als die
Oostenrijker er gewoon in zijn spijkerbroek had gestaan.
En toen hadden we opeens Duncan Laurence. In 2019 won hij en nu is
hij de coach van onze inzending. Ook schreef hij (en dat is goed te
horen!) mee aan het lied dat ze gaan zingen. Het duo was nog geen duo
en moet nog wennen. Hun optredens tot nu toe gingen niet optimaal.
Het was niet echt zuiver. Als je aan het zingen bent is het praktisch als
je jezelf goed kan horen, maar de oortjes voor de monitoring moeten
nog wennen. Maar misschien is het ook wel niet zo handig om naar een
internationale wedstrijd deelnemers te sturen die het vak eigenlijk nog
moeten leren.  
De oplossing lijkt nu om het lied anderhalve toon hoger te zingen. “Dan
kan het wat meer ontspannen,” hoorde ik. Ik begreep het niet, maar het
schijnt dat de zanger het nou minder met zijn borststem doet. Ik las ook
ergens dat het anderhalf octaaf hoger wordt. Iemand die ergens over
schrijft waar hij geen verstand van heeft. Ik moest ooit muziek maken
voor een zangeresje die me verklaarde dat ze het liefst in D zong. Ze
kon geen noten lezen en deed het best aardig met mijn liedje in F…
Als u dit leest is al bekend of ons duo, dat intussen aardig wat bagger
over zich heen heeft gekregen, de finale heeft gehaald. Je verwacht het
niet, maar het zou me ook niks verbazen: Zoals gezegd, soms kan je
werken wat je wil en lukt het  niet, en soms gaat het haast als vanzelf…

Problemen ?
(27 mei 2023)

Als we in Nederland een probleem hebben (of er zijn lieden die vinden
dat er een probleem is…) benoemen we een commissie die het
probleem in kaart brengt. Als het op regeringsniveau is, wordt dat een
regeringscommissaris die het kabinet adviseert over te nemen
maatregelen. Het lijkt of er aan een oplossing wordt gewerkt, maar in
wezen schuift men het probleem alleen maar voor zich uit.
Als het iets met jeugd of school te maken heeft gaat zo’n commissie een
lesbrief maken. Of men organiseert studiedagen en workshops. Zo
stond er een tijdje terug bij een school in de buurt ook zo’n workshop op
de agenda. Er was een hele dag voor uitgetrokken. Er werd een
rollenspel gespeeld, er draaide een film, en met behulp van de toen nog
actieve muziekschool werd een lied over het onderwerp gemaakt.
Kosten noch moeite werden gespaard om het tot een succes te maken.
Het bleek te gaan om een ‘workshop pesten’. Een van de leerlingen
vroeg zich af of zo’n dag wel nodig was. “Pesten kunnen we wel,” vond
hij.
Mariëtte Hamer, ooit PvdA fractievoorzitter, is nu voorzitter van een
commissie die zich bezighoudt met discriminatie, op wat voor gebied
dan ook. Ze kwam met een soort ‘handleiding grensoverschrijdend
gedrag’. Ik moest aan de jongen op die basisschool denken. Dat gedrag
lukt wel. Veel te goed.
Er is ook nogal wat mis in onze samenleving. Het nieuwste probleem,
breed uitgemeten in ons lijfblad, is het gegeven dat boswachters vooral
mannen zijn. Er zijn wel een paar vrouwelijke, maar een van hen
vertelde dat ze, toen ze kenbaar maakte dat ze boswachter wilde
worden, van haar vader te horen kreeg dat dat geen beroep voor
meisjes was. We hebben het dan wel over een jaar of 35 geleden… Ik
weet nog dat er ouders waren die vonden dat hun dochters niet naar hbs
of Gymnasium hoefden. ULO was goed genoeg, of huishoudschool. De
meiden gingen immers toch trouwen en werden dan huisvrouw. Daar
had je geen Gymnasiumopleiding voor nodig. In dit geval hebben we het
over een jaar of zestig geleden. Tijden veranderen, en dat is maar goed
ook.
Toch is er niets nieuws onder de zon. In een interview in datzelfde blad
met Ronald van Raak, ooit SP-kamerlid, thans hoogleraar aan de
Erasmus-universiteit in Rotterdam, ging het over de samenleving in de
tijd van Erasmus. Over normen, waarden, taalgebruik, kwetsen, alles
waarvan we denken dat het zaken van onze moderne tijd zijn. Maar wat
de social media nu doen, deed de pas-uitgevonden boekdrukkunst toen.
Men kon zijn mening kenbaar maken.
En als er eens iemand gekwetst werd? Erasmus heeft het over de
‘gevoelige oren’ van zijn tijdgenoten. “Als er iemand opstaat en zegt dat
hij beledigd is, dan heeft hij een slecht geweten.” Volgens Van Raak kun
je, als je hard bent voor jezelf, ook hard zijn voor een ander. Erasmus
had ook zelfkritiek, en ironie en humor.
En polarisatie is een goed middel om ideeën met elkaar te vergelijken.
Je moet kunnen experimenteren met gedachten, maar zonder gekwetst
te worden, word je niet academisch gevormd. Is polarisatie gevaarlijk?
Welnee. Onverschilligheid, dat het je allemaal niks meer uitmaakt, is een
veel groter gevaar.
Ik denk dat Van Raak een punt heeft, maar vind aan de andere kant dat
je je niet overál druk om hoeft te maken. Dat de meeste boswachters
mannen zijn zal me eerlijk gezegd een zorg zijn…

Eerste Kamer
(10 juni 2023)

Afgelopen week kozen de leden van de Provinciale Staten de nieuwe
Eerste Kamer, ‘Le Chambre de Réflection’, waar, los van de waan van
de dag, wetgeving wordt gecontroleerd. Die verkiezing is een
ingewikkeld proces, want niet elke stem van elk lid is even veel waard.
Het hangt van de grootte van je provincie af. Een Zeeuw
vertegenwoordigt minder kiezers dan een Zuid-Hollander, zoiets. En dan
zijn er ook restzetels, die soms handig aan bevriende partijen kunnen
worden toegespeeld.
De regeringscoalitie wist zo twee extra zetels binnen te slepen. Van een
kleine minderheid werd het een iets minder kleine minderheid. En
dankzij die twee zetels en de resultaten van de anderen kunnen Rutte
c.s. kiezen of ze voor een meerderheid over links of over rechts gaan.
Waarbij trouwens moet worden opgemerkt dat de Eerste Kamer bedoeld
is om wetsvoorstellen met name inhoudelijk op hun kwaliteit te
beoordelen, niet op hun politieke consequenties. Het zou eigenlijk voor
de Eerste Kamer niet moeten uitmaken of een meerderheid nou over
rechts of over links is verkregen…
Een GroenLinks mevrouw in Zuid-Holland had op Volt gestemd. Dat
kostte de GroenLinks-PvdA combinatie een zetel, en het was menigeen
een raadsel waarom ze dat had gedaan. Er zou sprake zijn van
discriminatie door partijgenoten, en op die manier had ze wraak
genomen. Vervolgens namen die weer wraak op haar en werd ze uit de
partij gezet. Ze gaat als eenling verder.
Er was meer discriminatie aan de orde. Er schijnt een nieuwe film te zijn
uitgebracht over het verhaal van ‘De kleine zeemeermin’. Ik ken het
verhaal niet en hou ook niet van films met onbestaanbare figuren als
zeemeerminnen. Maar er was nogal ophef op de sociale media over het
feit dat de meermin werd gespeeld door een donker meisje. Belachelijk,
schandalig, en wat is het probleem, zou je zeggen. Maar blijkbaar is de
kleine zeemeermin een witte of blanke (ik weet niet welk woord nou juist
niet meer of nog wel mag) figuur met een waarschijnlijk grijsachtige
staart. En men staat in de rij om dat luid en duidelijk te laten horen.
Maar er waren ook heel andere reacties. Kleine donkere meisjes die
dolgelukkig zeiden te zijn dat ze nu eindelijk ook een rolmo
el hadden in die kleine zeemeermin. Ik begrijp ze niet, beide kanten niet.
Onze Trouwcolumnist met als specialisme discriminatie kwam ook weer
aan het woord. Hij pleitte voor Keti Koti als Nationale Feestdag (Ik vind
het best, ik zal niet afreizen naar de herdenking, net zo min als ik op 5
mei bevrijdingsfestivals bezoek) en memoreerde dat de slavernij 250
jaar geleden was afgeschaft. “Dat zijn drie generaties,” schreef hij. Ook
al had hij het juiste aantal jaren genoemd, 150 dus, dat zijn geen drie
generaties, maar toch zeker vijf, ervan uitgaande dat je ouders een
andere generatie zijn dan jezelf.
Terug naar de politiek. Minister Kaag was in het nieuws. Bedreigingen
aan haar adres zijn aan de orde van de dag en haar dochters roepen
haar op uit de politiek te stappen. Het schijnt ook dat de animo om de
politiek in te gaan, zowel op gemeentelijk als provinciaal en landelijk
niveau, juist vanwege haatmails en bedreigingen de laatste jaren een
stuk minder is geworden. Het is ook niet voor niets dat veel raadsleden
en wethouders voortijdig afhaken.
In de Eerste Kamer, zoals gezegd, in principe verder weg van de waan
van de dag, hoor je niet over bedreigingen. Of ben ik nou naïef?  

Zing !
(24 juni 2023)

Het is alweer een tijdje geleden dat de EO via het programma Korenslag
op zoek was naar het beste koor van Nederland. In mijn beleving nog
maar een paar jaar, maar het blijkt tussen 2007 en 2011 geweest te zijn.
Waarschijnlijk vond de EO zelf ook dat het lang stil geweest was qua
korencompetitie dus is er al weer enkele weken een nieuw programma
aan de gang waarin koren en zanggroepen de strijd met elkaar
aangaan.
Je hoort dan vaak opmerkingen als appels met peren vergelijken. Die
opmerking zelf snap ik al niet, want het is niet zo ingewikkeld om de
verschillen tussen appels en peren te benoemen. Ik vind het een stuk
lastiger om een Goudrenet van een Elstar te onderscheiden, maar dit
allemaal terzijde.
Het is wel duidelijk dat de aantredende gezelschappen (het heet dit keer
geen korenslag maar ‘Zing!’, want het fenomeen koor zal wel niet
modern genoeg klinken) behoorlijk van elkaar verschillen. Zo was er een
koor, ‘The Victorians’, dat, in negentiende eeuwse kostuums zich
toelegde op het zingen van Christmas Carols. Als er meer van die clubs
geweest waren zou je kunnen kijken welke van hen die Carols het
mooiste zong, maar ze waren de enige op dat gebied en werden
vergeleken met een zingend trio (ze oefenden gezellig thuis aan de
keukentafel) en een gigantisch popkoor, dat zich Rockkoor noemde om
zichzelf in ieder geval qua naam te onderscheiden van alle popkoren die
er al bestaan.
Het Carolkoor zong braaf drie coupletten van een kerstlied, waarbij elk
couplet exact hetzelfde was als het vorige. Niet even de melodie in een
andere partij, of een variatie, gewoon, drie keer één recht één averecht,
waarbij de zuiverheid niet echt je van het was. Ze haalden de kwartfinale
niet.
Er is een driekoppige jury die ook als coach van de deelnemende
groepen optreedt. Het zijn Tania Kross, Roel van Velzen, en Glen Faria.
Van Tania Kross weet ik het niet zeker, maar de andere twee zijn in
ieder geval geen koordirigenten. Hun commentaar komt er steeds op
neer dat je een verhaal moet vertellen en dat de boodschap moet
aankomen of zoiets.
Drie koren zingen voor één jurylid en die mag kiezen met wie van de
drie hij verder wil. Criterium daarbij is ook of het jurylid denkt dat hij iets
met het gezelschap kan bereiken. Als je al fantastisch zingt maak je
weinig kans, want dan zou Roel van Velzen niet weten wat hij er verder
nog aan zou moeten doen… maar als het nog een beetje rammelt kan
hij aan de slag. En zo’n coach moet dan kiezen tussen de Carolclub,
een subtiel meisjestrio en een gigantisch popkoor. Toch iets met appels
en peren.
Een enkel gezelschap laat zich op piano of gitaar begeleiden, maar in de
meeste gevallen loopt er een geluidsb(est)and mee. De soms
aanwezige dirigenten doen dan niet anders dan meeslaan met de
begeleiding, letterlijk achter de zaak aanlopen, en dus een beetje de
omgekeerde wereld, want dirigeren is juist en vooral vooruitzien! Maar
bij sommige dirigenten was het maar goed dat de begeleiding vastlag en
als een trein liep want aan veel bewegingen van die overdadig
beweeglijke dames en heren koorleiders kon ik geen touw vastknopen,
en de koorleden wellicht ook niet.
Kortom, best een leuk programma nu ‘Even tot hier’ er even niet is.
En het idee, een competitie tussen koren en zanggroepen, vind ik
fantastisch. Alleen de uitwerking is hier en daar tenenkrommend.

De som der delen
(8 juli 2023)


Vorige keer had ik het over ‘Zing!’, de korencompetitie van de EO. Ik
ga nog even verder over koren en zingen.
Als je voor het eerst je eigen stem via een opname terughoort klinkt
die heel anders dan je had gedacht. Het mooie sonore geluid dat via
allerlei meetrillende botten en holtes in je hoofd naar binnen komt
blijkt in werkelijkheid een stuk minder sonoor te zijn.
Iedereen zit daar volgens mij mee. Het is ook daarom dat
geluidstechnici een zanger soms tweemaal opnemen: na de eerste
opname zingt de solist nog een keer met zichzelf mee. Als je zorgt dat
de medeklinkers niet ongelijk gaan, je laat ze de tweede keer zo’n
beetje weg, krijg je dan een heel aannemelijk resultaat. Tegenwoordig
zal die techniek ongetwijfeld digitaal worden aangewend, maar zelfs
een grootheid als John Lennon, ook niet echt enthousiast over zijn
eigen stem, deed het af en toe. Lieden als Rob de Nijs en Gerard Cox
deden het ook regelmatig op die manier. En als je heel goed luistert,
kun je het nog horen ook.
Eigenlijk is het zingen in een koor net zoiets. Door meerdere stemmen
samen te voegen ontstaat een resultaat dat, zoals je dat zo mooi zegt,
meer is dan de som der afzonderlijke delen. Als je in je koor eens een
keer alleen als bas hebt gestaan weet je weer hoe heerlijk het is om
met meer bassen samen te zingen. Twee bassen klinken mooier dan
twee keer één bas, zal ik maar zeggen.
Toch zit er ook een grens aan die optelsom. Je kunt niet maar
oneindig mensen bij elkaar zetten met als resultaat dat het allemaal
steeds mooier wordt. Niet iedereen zingt even goed…
Ik had vroeger een koor, en iedereen was daar welkom. Als een
nieuw lid zich aanmeldde werd hij of zij zonder pardon tussen de
andere zangers gezet: hoe meer zielen hoe meer vreugd. Het ziet er
mooi uit, en het is ook goed voor de contributie. Maar als dirigent wil je
toch ook graag kwaliteit, en ik was soms jaloers op voetbaltrainers: die
stellen hun elf beste spelers op, en daarmee gaan ze het doen. En de
rest mag aan de kant toekijken. Zo’n systeem zou sowieso een
kwaliteitsimpuls aan het koor geven, want iedereen doet natuurlijk
ontzettend zijn best om wél opgesteld te worden. Partijen worden
goed geoefend thuis, en we zorgen dat we elke repetitieavond, die we
nooit een keer zullen overslaan, weer in vorm zijn. Niemand wil op de
reservebank zitten.
En als dan tijdens het concert een zanger toch onverhoopt last krijgt
van zijn keel of wat vermoeid raakt, kan de dirigent vanaf de bank
gewoon een verse kracht oproepen!
Laten we wel wezen, in onze vergrijzende korenwereld zijn we blij met
iedereen die wil meezingen. En net zoals in een voetbalteam niet elke
speler een spits hoeft te zijn - een snelle linksbuiten die er voor zorgt
dat de spits kan scoren is net zo waardevol als die spits zelf – hoeft
ook niet elk koorlid een gouden strotje te hebben. Een stemvaste
sopraan kan er bijvoorbeeld aan bijdragen dat de buurvrouw met haar
mooie stem helemaal tot haar recht kan komen, en hoe onmisbaar is
een misschien niet zo geweldig zingende, maar wel super
organiserende tenor!
Een mooie taak voor de dirigent om dan toch steeds maar weer te
zorgen dat het totaal meer wordt dan de som der delen…

Demissionair
(29 juli 2023)

De oppositiepartijen hadden de messen geslepen, en het was de
bedoeling dat de demissionaire premier zou worden weggestuurd.
Weg met hem!, was het adagium. Ook niet meer demissionair
doormodderen. De motie van wantrouwen lag al klaar. Ze waren er
graag voor teruggekomen van het zomerreces.
Maar Mark Rutte, slim als hij is, nam ze de wind uit de zeilen door
direct aan te kondigen dat hij niet meer beschikbaar was als
lijsttrekker van de VVD. De motie van wantrouwen verdween in de
prullenbak en er werd alom respect uitgesproken voor zijn besluit,
maar ook voor zijn tomeloze inzet voor het land, de afgelopen dertien
jaar. Het voelde allemaal wat dubbel. We hebben soms de neiging om
overledenen letterlijk de hemel in te prijzen, maar de Kamerleden
konden er ook wat van! Uiteraard, want ook die Kamerleden zijn niet
gek, werden de complimenten vergezeld van kritische kanttekeningen,
want er is in de periode Rutte warempel wel het een en ander
misgegaan.
Er namen meer politici afscheid. Pieter Heerma stopt als CDA
fractieleider, Hoekstra stapt uit de politiek, Hugo de Jonge wil ook niet
meer op de CDA-lijst, want stel je voor als het CDA niet meer gaat
regeren, wat niet eens zo’n bijzonder gedachte is, dan ben je zomaar
opeens kamerlid… Liane de Haan, namens 50plus als enig Kamerlid
gekozen en ook nog in staat gebleken zich af te scheiden van
zichzelf, stopt ook.
Ook Sigrid Kaag houdt er mee op. Haar beweegredenen zijn tamelijk
ernstig, en ons gave landje is toch wel ver weg gezakt dat we online
iedereen die het ons niet naar de zin doet maar gaan bedreigen. In de
tijd dat je daar een enveloppe en een postzegel voor nodig had
gebeurde dat een stuk minder vaak…
Jesse Klaver, mede initiator en enthousiast pleitbezorger voor de
samenwerking van GroenLinks met de PvdA, is niet beschikbaar als
lijsttrekker voor de combinatie en zijn nummer twee, Corinne Ellemeet
stopt er helemaal mee.
De vraag is nog wat Pieter Omtzigt gaat doen. De kip met de gouden
eieren die door het CDA achteloos werd geslacht. Die partij is voor
hem een vanzelfsprekend gepasseerd station. Er waren stemmen die
dachten dat hij zich bij BBB zou aansluiten, maar dat doet hij niet. Hij
heeft nog twee mogelijkheden: stoppen of zelf een partij beginnen.
Lijkt me een hele klus, waar hij dan langzamerhand wel aan zou
moeten beginnen...
Ik vraag me trouwens ook af wat Wybren van Haga’s plannen zijn. Hij
was VVD’er, scheidde zich af, ging alleen verder, kwam toen via
Forum voor Democratie weer in de Kamer en scheidde zich net zo
snel wéér af. Ik neem niet aan dat er nu nog een partij is die hem een
lift naar een Kamerzetel wil geven. We zijn dus voorgoed van hem af.
Wie ook is gestopt is Renske Leijten. Het SP-kamerlid dat zich
letterlijk sterk maakte voor de zwakken in onze samenleving. Ook zij
kreeg lovende woorden toegezwaaid. Interessant was de reactie van
Omtzigt: “Zonder haar hadden we niet samen de toeslagenaffaire
kunnen aanpakken…” Een waarheid als een koe.
Intussen ligt het land stil, en alles waar geen consensus over bestaat
kan de Kamer als controversieel aanmerken. Dan hoeft er dus niks
aan gedaan te worden.
Laatste nieuws: Frans Timmermans wil lijsttrekker worden van
PvdA/GroenLinks. Dan voert hij dus de kandidatenlijst voor de
Tweede Kamer aan. Maar dan lees ik ook: “Desnoods gaat hij de
Kamer in.” Is op zijn minst vreemd te noemen.
Leve de democratie!

Applaus
(19 augustus 2023)

Het is een bijzondere gewoonte. Applaudisseren. Ik heb geen idee
wie het bedacht heeft, misschien is het wel niet eens door iemand
bedacht, maar is het vanzelf ontstaan. Apen hebben ook van tijd tot
tijd de neiging om in hun handen te klappen. Maar als de afspraak
was om na een mooi concert als uiting van onze dank in de neus te
gaan staan peuteren zouden we dat waarschijnlijk ook doen.
Soms staan mensen al tijdens de muziek in de handen te klappen. Ik
zie wel eens een flard van een programma als ‘Muziekfeest op het
plein’, en daar schijnt dat de gewoonte te zijn. Ik zou heel raar worden
aangekeken als ik thuis voor de tv mee zou doen. Bij André Rieu, ik
heb veel respect voor de man, gebeurt het ook vaak en daar word ik
niet blij van. Ik snap ook nooit de zin van dat meeklappen. Dirigenten
als Rieu vragen er zelf ook altijd om.
Maar applaus hoort er bij. Het geeft een lekker gevoel als publiek als
je je enthousiasme voor het gebodene kwijt kunt (al bepaalt bij tv
programma’s de regisseur meestal wanneer dat wel of niet het geval
mag zijn) en voor de uitvoerenden voelt het mooi gewaardeerd te
worden. Daarbij is tegenwoordig de staande ovatie haast standaard.
Als na een concert het publiek rustig zittend zijn applaus afwerkt krijg
je het gevoel dat het wel wat tegengevallen zal zijn.
Als er tijdens kerkdiensten een koor meewerkt wordt er doorgaans
niet geapplaudisseerd. Ik vind dat wel mooi. Samen met de gemeente
zing je teksten, het is niet zozeer een optreden van de een voor de
ander, en dus hoeft de ander ook niet voor de een te klappen. Je hebt
dan altijd wel weer dominees die aan het eind van de dienst het koor
voor de fantastische medewerking bedanken, en “dat vond u toch ook,
nietwaar, gemeente…?” en ja hoor, de handen gaan op elkaar. Ik
snap best dat mensen hun waardering willen tonen, maat toch vind ik
het altijd wat gênant, zo’n vraag om applaus, als een soort aai over de
bol door de kleuterjuf. Ja, als we het over een koortje jonge kindertjes
hebben: van mij mogen we voor ze klappen! Zo’n dominee nam dan
trouwens vaak in zijn applausbestelling ook de organist maar even
mee, want we zijn nou toch net zo lekker bezig... Laten we dan ook
gelijk maar klappen voor de dominee!
Even terzijde: als conservatoriumstudent werd ik door studiegenoten
gewaarschuwd voor kerkgangers die al te enthousiast reageerden op
mijn orgelspel: als mensen vinden dat je mooi speelt pas je je teveel
aan hun smaak aan. Een bijzondere wereld, die orgelwereld…
We klappen soms ook bewust niet. Zoals na uitvoeringen in de
lijdenstijd, wanneer Maria aan het kruis heeft staan treuren in het
Stabat Mater, wanneer de Johannes Passion heeft geklonken, of The
Crucifixion. Op de een of andere manier voelt het raar om dan
enthousiast te reageren. Aan de andere kant is het ook vreemd om
niets te doen. Ik maakte wel eens zo’n applaus mee waarop de
kwaaie dirigent uit alle macht probeerde het applaus te doen stoppen.
Ja, een stilte kan indrukwekkend zijn, maar als die al te opgelegd
wordt beleefd (“we moeten onder de indruk zijn, dus we blijven een
tijdje staan met bedrukte gezichten…”) heeft dat ook iets onwerkelijks.
Maar meeklappen tijdens het slotkoor in de Matthäus heb ik gelukkig
nog nooit meegemaakt…

Bontenbal
(2 september 2023)

Deze column voor de krant van 2 september schrijf ik, wegens een
korte vakantie, al op 22 augustus. Best mogelijk dat de actualiteit
alweer veel verder is dan uw scribent… (Overigens, voor de onverlaat
die het nodig vond vorige week bij ons met een grote steen een ruit
met driedubbel glas in te gooien om zo te pogen in te breken, maar
daarbij gestoord werd door mijn gestommel op de overloop: als u dit
leest zijn we alweer lang en breed thuis!)
Het was de eerste avond na de zomerstop. Bij Op1 zat Henri
Bontenbal, de lijsttrekker van het CDA. Hij heeft een enthousiaste
uitstraling en is vast van plan zijn CDA weer op de kaart te zetten. Zijn
carrière als kamerlid begon hij op 1 juni 2021 als vervanger van de
zieke Pieter Omtzigt, de man die op zondagavond in het nieuws kwam
met een interview in het Twentse Tubantia waarin hij zijn deelname
aan de verkiezingen van 22 november aankondigde. We hoorden het
in het ochtendjournaal. Toen viel me direct al weer op hoe een
nieuwsitem gekleurd kan worden. Omtzigt zei te hopen dat hij niet al
te groot wordt. Niet direct de manier om een twijfelende kiezer de
overstap te doen maken. Het klinkt ook wat arrogant, zo uit het niets.
En ik geloof ook niet dat hij echt zo weinig mogelijk stemmen wil
binnenhalen.
Later zag ik het hele interview. Hij reageerde daarin op een peiling
waarin hem 46 zetels worden voorspeld. Logisch dat je dat getal dan
wat nuanceert.
Omtzigts plannen vormden ook het eerste gespreksonderwerp in Op1,
waar de arme Bontenbal mocht zeggen wat hij er van vond. Hij kweet
zich manmoedig van zijn taak, als lijsttrekker van zijn partij, een
functie die nog niet lang geleden werd betwist tussen Hugo de Jonge
en dezelfde Pieter Omtzigt. De Jonge won nipt, trok zich terug, en
vervolgens werd niet Omtzigt de leider, maar Hoekstra, de bestuurder
die te kennen had gegeven dat hij het lijsttrekkerschap niet
ambieerde: “Ik ben meer een bestuurder dan een politicus…”
Omtzigt exit en het CDA in een vrije val. Ik zeg dit zonder
leedvermaak. Opgegroeid in een warm ARP-nest heeft ook het CDA
een plekje in mijn leven gehad, en ik vond de periode Van Agt meer
dan vermakelijk. Maar met het afserveren van Omtzigt heeft het CDA
bestuur zijn kip met gouden eieren wel heel makkelijk geslacht.
En dan hoor je commentaren dat Pieter heus geen makkelijke man is.
Gelukkig maar! Met slapjanussen en meelopers red je het niet in de
politiek. En hij krijgt vast ook weer commentaar dat hijzelf geen
premier wil worden. De pers beschouwt dat als het ultieme doel, terwijl
je er ook van kunt uitgaan dat een Kamerlidmaatschap, het volk
vertegenwoordigen, veel meer bevrediging kan schenken. En we
kiezen niet de premier maar de Tweede Kamer!
Bij Op1 kwam ook Caroline van der Plas, ook al ex-CDA, aan het
woord. Uiteraard wenste ze hem veel succes, maar ze snapt natuurlijk
ook dat haar BBB het beter zou doen zonder de partij van Omtzigt op
het stembiljet.
Het wordt een mooie verkiezingstijd. Er valt wat te kiezen. Misschien
komt het er nu toch van, die nieuwe bestuurscultuur. Het enige
jammere vind ik de naam van Omtzigts club: Nieuw Sociaal Contract,
de titel van zijn bestseller (2021) die ik weer eens opnieuw gelezen
heb. NSC, het bekt gewoon niet lekker.
En Bontenbal wens ik veel succes, het is een moedig man!

De goede weg
(16 september 2023)

In mijn jeugd kwam ik wel eens over de vloer bij mensen die een plaat
hadden hangen over ‘de Brede weg en het smalle pad’. De weg naar de
hel was breed, met veel vermaak, met bioscopen, theaters, en alles wat
maar zondig kon heten. Naar de hemel liep een smal, moeilijk
begaanbaar bergpaadje. De vader des huizes mocht graag verhalen
over alle verleidingen die het leven ons biedt. Het kwam er op neer dat
het smalle pad de juiste weg was! Ik was, en ben, niet zo’n uitgaanstype,
ik had niet het idee dat die verleidingen echt aan mij besteed waren, en
bovendien vond ik die brede weg veel minder mooi dan dat bochtige
paadje.
Over bochtige paadjes gesproken... Bij ons achter het huis begint een
pad dat Loppersum in zuidwaartse richting verbindt met de Delleweg.
Het is zo’n zestienhonderd meter lang, hier en daar een bocht, en ook
zelfs wat glooiend. Links en rechts zijn akkers met het ene jaar
aardappelen, dan weer eens tarwe, soms koolzaad, en soms mais. Dan
lijkt vanuit ons huis het Groninger platteland opeens een bos te zijn. De
verharding bestond altijd voornamelijk uit schelpen, met wat kleine
steentjes en zand. Kortom, een schoolvoorbeeld van een rustiek en
romantisch paadje.
Overigens loopt er ook nog een soort dwarspad, dat niet verhard is, je
zou het ook een graspad kunnen noemen, Eddy’s pad heet het,
waarmee je van je wandeling een rondje kunt maken. Op dat graspad is
het zaak, zeker als het geregend heeft, goed op je voorganger te letten.
Ooit wandelde ik er met Gera en haar moeder. Wegens modder en
plassen liepen we in een soort ganzenpas achter elkaar, enthousiast
Psalm 17 zingend: Ik zet mijn treden in uw spoor opdat mijn voet niet uit
zou glijden. Eerlijkheidshalve moet ik er bij zeggen dat mijn bijdrage
meer bestond uit het meehummen van de melodie dan uit een duidelijk
gearticuleerde uitspraak van de tekst.
Op een gegeven moment, een paar jaar geleden, hoorden we dat er
vergunning was verleend om van het rustieke pad een betonpad te
maken. Meegaan met je tijd en vooruit in de vaart der volkeren, zoiets,
denk ik. Er waren meer paden die zouden worden aangepakt, mede om
fietsend woon-werkverkeer te faciliteren. Op plekken waar van woon
werkverkeer niet echt sprake was, lukte het een paar bewoners om er
voor te zorgen dat het een niet al te breed betonpad werd.
Achter ons huis werd de breedte twee meter vijftig. We waren
aanvankelijk niet blij met ons in een betonweg veranderd slingerpaadje.
Maar naarmate het er langer ligt, en de bermen begroeid zijn, ziet het er
eigenlijk weer net zo rustiek uit. En ja, er wordt sneller gefietst, en ja, er
rijden brommers, die soms heel stoer een heel stuk op alleen hun
achterwiel rijden, waarbij wij achter het huis zitten te hopen dat ze niet
zullen vallen, maar, ja, je kan er ook gewoon lekker met zijn tweeën
naast elkaar lopen. Dus, samengevat, is de conclusie, misschien mag je
het zelfs een soort levensles noemen: je vindt iets mooi, je bent er blij
mee, en je vindt het jammer als het verandert. Maar áls het dan
verandert pakt het soms uiteindelijk toch misschien goed uit.
Ons smalle paadje werd niet een heel brede weg, het werd een iets
bredere weg, ik vind het een goede weg. Het heet ook niet voor niets, al
zo lang het er ligt, het Juisterpad…

Concoursen
(30 september 2023)

Ik ben niet zo van de zangconcoursen. Ook nooit geweest. Ik vind
wedstrijden soms wel leuk, maar in zaken die niet bedoeld zijn om
elkaar de maat te nemen vind ik het niet nodig om dat wel te doen.
Het is, vind ik, bijvoorbeeld onzin om uit te zoeken wie het langst op
een paal kan zitten, wie in tien minuten de meeste hamburgers kan
eten, of wie het langst achter elkaar televisie kan kijken.
Wie het snelst een bepaalde afstand kan rennen vind ik wel weer
interessant: rennen is bedoeld om snel van punt A naar punt B te
geraken, en dan is het mooi om te zien wie dat nóg sneller zou
kunnen… En met schaatsen heb ik dat ook, en met fietsen, maar dat
noemen we dan wielrennen.
Maar ik had dus nooit zin om met het koor naar een concours te gaan.
Muziekmaken is volgens mij niet iets dat is bedoeld om in
wedstrijdvorm te beoefenen. Al snap ik ook wel dat het best
stimulerend kan werken als je jezelf eens kunt vergelijken met
anderen. Maar aan de andere kant achtte ik me heus wel in staat om
zelf te beoordelen of het een beetje vooruit ging, of er met andere
woorden een stijgende lijn in zat. Maar ik had ook goed in de gaten
dat er, om met de woorden van een collega-koordirigent te spreken,
veel teveel kaf onder het koor zat om echt fantastisch te kunnen
presteren. Het was een gezellige club en ik dirigeerde het spul
vanachter de piano. Iedereen die het leuk vond om te zingen mocht
meedoen. Het was zo’n koor waar tijdens de repetitie eens iemand
opmerkte dat het niet eerlijk was: een aantal alten had die week thuis
stiekem geoefend. Toch ging het soms ontzettend mooi! Er waren
trouwens ook bassen en tenoren die niet zozeer het zingen als wel de
sopranen en alten erg leuk vonden.
Ooit deden we mee aan een festival: we werden vakkundig
beoordeeld, en kregen ook adviezen mee, maar er kwamen geen
punten en prijzen aan te pas. De bedoeling van zo’n festival was om
de koren warm te maken om in de toekomst toch eens een keer mee
te doen aan het ‘echte’ concours. Het is er in ons geval nooit van
gekomen.
“Dat komt omdat dirigenten niet met de billen bloot durven te gaan,”
hoor je dan. “Ze zijn bang om af te gaan!”
Het is ontegenzeggelijk waar: hoe beter de dirigent, hoe beter het
koor. Maar het is wel een wisselwerking. Zonder goede zangers houdt
het zelfs voor een fantastische dirigent ook een keer op.
Toen ik in mijn jonge jaren een klein koortje leidde met een aantal
enthousiaste mensen kreeg ik van een dorpsgenoot te horen dat het
geen kunst was om met mensen die goed konden zingen een mooi
koor te maken. Het zou veel knapper zijn om dat met mindere goden
voor elkaar te krijgen. Hijzelf trainde de voetbalclub, maar stelde wel
zijn beste spelertjes op… En de aspirant leden van de fanfare,
waarvan hij bestuurslid was, moesten wel eerst les nemen voor ze
met het orkest mee mochten spelen!
Na het festival merkte één van de juryleden op dat het koor maar
zuinig moest zijn op zo’n pianist als ondergetekende. Ik voelde me
gestreeld, maar de voorzitter van het koor zag het heel anders: “Hij zei
niet dat we zuinig moesten zijn op onze dirigent…”

Concoursen (2)
(14 oktober 2023)

Vorige keer had ik het er over dat ik niet zo van de concoursen ben.
En dat je dan het verwijt krijgt dat je niet met de billen bloot durft. Een
uitdrukking die in deze tijd misschien niet meer zo handig is. Je kunt
tegenwoordig overal om aangepakt worden.
Als het me op het koor niet helemaal naar de zin gaat kan ik wel eens
uit mijn slof schieten. Elke dirigent herkent dat: er gaat iets mis, en dat
is helemaal niet erg, maar als dat een dingetje is dat al drie keer mis is
gegaan, en waar je al evenzoveel keer voor gewaarschuwd hebt, kan
een vriendelijke aanwijzing zomaar evolueren tot een pittig
commentaar. Laatst gebeurde mij dat ook. Voor de zoveelste keer
zong iemand een noot verkeerd waar alle anderen al weken een
kringetje omheen hadden staan: kijk uit, linke plaats, je zingt zomaar
fout. Ik mopperde stevig en niet erg vriendelijk. Ik heb direct mijn
excuses aangeboden, en de mensen verzekerd dat ze zich niet
onveilig hoeven te voelen. Maar dat het wel prettig zou zijn als ze zich
iets van mijn aanwijzingen zouden aantrekken. Maar dit allemaal
terzijde naar aanleiding van die blote billen uit de eerste alinea…
Terug naar het concours. Je hebt koren die maandenlang repeteren
om op zo’n krachtmeting goed uit de verf te komen. Dat zijn ze
trouwens wel gewend, want ook het concert dat ze één of twee keer
per jaar geven vraagt om eindeloze repetitieavonden, met soms nog
een extra avond of een repetitieweekend.
De koren waar ik leiding aan mocht en mag geven waren altijd
kerkelijke koren. Een jeugdkoor, kerkkoor, cantorijen. Dat maakt het
trouwens ook lastig om, als organist, meerdere koren te dirigeren: je
kan op zondagmorgen maar op één plek tegelijk zijn. Die clubs waren
en zijn niet bedoeld om concerten te geven, maar om de kerkdienst
van mooie muziek te voorzien. Niet maanden repeteren voor een
concert, maar een paar weken voor een dienst. Daar zingen we dan
wisselzangen met de gemeente, speciaal gemaakte liedbewerkingen,
soms een schriftlezing op muziek, en ook nog wel eens een solostuk.
Door al die speciaal voor de bedoelde dienst gemaakte muziek puilt
de kast van onze archivaris inmiddels uit van de liedbewerkingen, de
muziek op de lijdensverhalen van alle vier de evangelisten, en de
cantates waar we ons ook mee bezig houden. Daar doen we
trouwens meestal wel wat langer over dan een paar weken...
“Is het niet jammer, dat je al die stukken soms maar één keer zingt?”
hoor ik wel eens, “je hebt er zoveel werk van…” Ja, dat is misschien
soms wel eens jammer, zeker als ik zelf vind dat het best een aardig
gelukte bewerking is, zo een die je met een beetje goede wil een
motet zou kunnen noemen. Maar aan de andere kant: Een
voorganger maakt zijn preek, houdt hem een keer, en draagt hem
misschien ook nog eens in een andere gemeente voor, maar hij of zij
steekt toch ook heel wat werk in zo’n een- of tweemalige actie.
Ik noemde al even de cantates, die wat meer tijd kosten. Een jaarlijkse
traditie was wegens corona even tot stilstand gekomen. Maar
zondagmiddag 22 oktober pakken we de draad weer op. De kerk van
Huizinge organiseert dan een cantatedienst waarin we de cantate
Jakob, met teksten van Barbara de Beaufort en muziek van
ondergetekende ten doop houden. Huizinge, de Johannes de
Doperkerk, om half vijf!

Nostalgie
(28 oktober 2023)

We waren een paar dagen in Zeeland. Op plekken waar ik als jonge
jongen in de zestiger jaren woonde. We reden langs het huis van mijn
kleutertijd, ook de straat van mijn tienerjaren, en de bocht waar ik na
een uitbundig verjaardagsfeest onderuit ging en me bij thuiskomst pas
realiseerde dat ik mijn bril niet meer op de neus had. De volgende
zondagmorgen, voordat ik mijn tocht naar het orgel in Haamstede
aanving, ging pa mopperend met mij terug naar de bocht, en we
vonden zowaar de bril. En zagen met daglicht ook dat de
varkensruggetjes langs de weg een klein stukje over het asfalt heen
lagen. Die brommerbotsing was dan misschien wel dom en onnozel,
maar lag toch niet alléén aan het genoten bier…
En we vierden meer nostalgie. Liepen in Zierikzee langs de Katholieke
Kerk met zijn Marcussen orgel, waar ik orgelles had, de plek waar
mijn school had gestaan, en de cafetaria waar ik al spijbelend Ard
Schenk op de televisie Olympisch eremetaal had zien winnen.
We brachten een dag door op Neeltje Jans, de tot eiland verbouwde
zandplaat in de Oosterscheldekering, dat kostbare staaltje van
bouwkundig vernuft waarmee Rijkswaterstaat er voor zorgde dat het
getij in de Oosterschelde bleef zoals het was, hetgeen niet gebeurd
zou zijn als het oorspronkelijke plan, een dichte dam, was uitgevoerd.
Dankzij het kabinet Den Uyl, én de Groninger aardgasopbrengsten,
werd die Oosterscheldekering gerealiseerd. De noodbrug overigens,
die aangelegd werd om bouwmaterialen en personeel te vervoeren,
kostte meer dan de hele Zeelandbrug, waarvoor je als Zeeuw nog
jarenlang tol moest betalen.
We maakten vanuit Neeltje Jans een rondvaart over de Oosterschelde
en hoorden over een zandplaat waar veel vogels uitrusten tijdens hun
trektocht, en dat die zandplaat langzamerhand kleiner werd, en dat er
toen vele tonnen zand zijn gestort om hem weer aan te vullen. De
bulldozers die bij eb hun werk deden werden elke keer voordat het
vloed werd weer per boot van de plaat gehaald.
En ik zag mijn oude lagere school alwaar de scepter werd gezwaaid
door een sympathieke bovenmeester die organist was in de kerk van
de Gereformeerde Gemeente. Zwarte kousen dus. God, Nederland,
Oranje, het nieuwe volk van God.
Ik weet nog hoe in juni 1967, tijdens de zesdaagse oorlog, Israël
dagelijks langskwam in het journaal. Het land uit de Bijbel! Je zag dat
je gewoon naar Jeruzalem zou kunnen reizen, en naar Bethlehem, en
Jericho. En ik verbaasde me er over dat de inwoners Israëli’s werden
genoemd, en niet Israëlieten, zoals in de Bijbel.
En uiteraard stonden we als Nederland vierkant achter Israël. Ook dat
klinkt nostalgisch. Wat was het mooi dat er vrede kwam met Egypte.
Toen werd president Sadat vermoord. En ik was later fan van Rabin.
Ook aan zijn leven werd, op 4 november 1995, met geweld een einde
gemaakt.
Van die nostalgie, wat was het vroeger mooi, is niet veel meer over.
Je wordt geacht te kiezen: voor of tegen Israël. Als je voor Israël bent,
ben je tegen de Palestijnen. Ik ben voor vrede, voor de mogelijkheid,
voor iedereen, om te leven in vrijheid. Ik wens voor alle mensen het
goede, en de kans tevreden te kunnen zijn met wat er is, en gun
iedereen ook de ruimte daarvoor, zowel in figuurlijke als in letterlijke
zin.
En ik realiseer me dat we het hier in Nederland wel erg goed hebben,
als we kennelijk de middelen hebben om zandplaten op te spuiten
voor uitrustende trekvogels.

Kiezen
(11 november 2023)


Pieter Omtzigt vond dat televisiedebatten geen zin hadden als ze
bedoeld waren voor het registreren van oneliners. “Je kunt niet in één
minuut een degelijk standpunt verwoorden over een ingewikkelde
zaak.”
De journalisten die debatten organiseren wilden best een beetje met
hem meegaan, maar ze waren ook gepikeerd. Het is niet de bedoeling
dat politici commentaar leveren op hun werk. Dat mag alleen
andersom.
Natuurlijk heeft Omtzigt gelijk: Je kunt best een mooie tekst
produceren in één minuut, maar dan kom je niet verder dan een paar
zinnen. En waarom werd hem dan kwalijk genomen dat hij zo laat
kwam met zijn verkiezingsprogramma. Hoezo? Dat zijn toch vele
tientallen pagina’s tekst? Daar kun je toch niks mee in die ene minuut
voor de eenentwintigste eeuwse snelle smartphone burger?
We baseren ons liever op de kieswijzer. Dertig stellingen aan de hand
waarvan blijkbaar bepaald kan worden welke partij het beste bij je
past. Alleen zijn die dertig stellingen geselecteerd uit een lijst van wel
honderd uitspraken. Politieke partijen zelf mochten aangeven welke
stelling ze graag in de kieswijzer hadden, en welke niet. Wat ik van
mensen hoor die de kieswijzer raadplegen is, dat ze dat doen om te
controleren of de uitslag past bij hun eigen keuze. Iemand die zichzelf
graag links van het midden positioneert sloeg de schrik om het hart
toen hij SGP’er bleek te zijn. Ik denk ook niet dat hij op die partij
gestemd heeft.
Intussen lijkt het of Caroline van der Plas te vroeg gepiekt heeft. De
grootste in de Eerste Kamer, en erg groot in de peilingen loopt het
nou wat terug. Dat is best sneu. Een tijdje terug presenteerde ze haar
premiers kandidaat, Mona Keijzer. Ze kreeg daar kritiek op, en toen
was het opeens ‘gewoon de nummer twee’ van de lijst. Mona zelf
heeft intussen ook door dat ze wel premiers kandidaat heette, maar
dat het wel bij dat kandidaat zal blijven.
Omtzigt noemt geen naam voor het premierschap en ook dat wordt
hem weer kwalijk genomen. “Krijg je straks zo maar opeens een totaal
onbekend figuur uit de hoge hoed getoverd die premier wordt…”
Het is ook helemaal geen wet van Meden en Perzen dat de grootste
partij de minister-president levert. Het gebeurt wel vaak, en de laatste
decennia eigenlijk altijd, maar mensen als Jelle Zijlstra en Barend
Biesheuvel (ja, ik weet het, ik word ouder…) waren dat zeker niet.
O ja, het langverwachte rapport over Kamervoorzitter Arib is er. Het
zal wel in een la verdwijnen. Want mevrouw Arib is weg en de huidige
voorzitter is straks ook weg, dus die gaat er niks meer mee doen. Ik
begreep dat ze zich bezig gaat houden met de nazorg voor
slachtoffers van Aribs stemverheffing. Als leidinggevende heb je soms
wat overtuigingskracht nodig, maar in deze tijd moet dat met fluwelen
handschoenen. Een ondergeschikte kan zich zomaar onveilig voelen,
en heeft dan dus nazorg nodig…
Al schrijvend realiseer ik me dat dit de laatste column voor de
verkiezingen is. Ben erg benieuwd wat het gaat worden. Er is veel te
kiezen. Anders dan alle andere keren dat ik de afgelopen vijftig jaren
mocht stemmen ben ik er nog niet uit wat het gaat worden. Er zijn
verschillende opties. Maar er is niet één partij met de standpunten
waarvan ik het honderd procent eens ben. Eigenlijk zou je een soort
top drie moeten kunnen inleveren.
En die kieswijzer, nu toch maar eens ingevuld, helpt ook niet…

Tegelijkertijd
(25 november 2023)

Iedereen heeft zijn eigen stopwoorden: een beetje een bijzonder
woord dat hij of zij heel vaak gebruikt, en dat je van anderen
nauwelijks hoort. We hadden ooit een docent die een abonnement
leek te hebben op het woord ‘saillant’. Als hij een bepaald onderwerp
had besproken kwam er op het laatst altijd wel weer een ‘saillant
detail’ langs, iets waar wij steeds weer op zaten te wachten, en waar
we ook steevast om moesten gniffelen als het weer gebeurde. Een
collega student bestond het zelfs om een keer, voordat het zover was,
te veronderstellen dat zus of zo toch wel een opvallend detail was,
waarop de docent dat bevestigde met zijn eigen saillante stopwoord,
zonder dat hij in de gaten had dat er een spelletje met hem gespeeld
werd.
Wat ook opvalt is, dat in een talkshow vrijwel elke gast, als er een
vraag gesteld wordt, het antwoord begint met ‘nou ja…’. Daarna gaat
hij, als het een politicus is, eerst de vraag uitgebreid herhalen, en
bevestigen dat het een probleem is, waarna hij meestal wel weer
wordt geïnterrumpeerd. Hetzij door een collega politicus, hetzij door
een presentator die er kennelijk niet zit om informatie te vergaren,
maar om punten te scoren. En daarbij wil hij zeker niet onderdoen
voor zijn medepresentator die met precies hetzelfde bezig is. En dan
heb je ook nog tv-persoonlijkheden die al zo’n lange staat van dienst
hebben dat ze in die programma’s als een soort goeroe van bovenaf
de zaak mogen beoordelen. En als een politica, het ging om Caroline
van der Plas, dan naar aanleiding van een bepaald onderwerp een
punt weet te maken, verwijt de wijsneus de redactie van het
programma dat die een fout gemaakt heeft door haar die kans te
bieden. Ik begreep hem niet. Als er een nieuwsfeit is waar iemand iets
van vindt wat jou niet aanstaat heb je dan liever dat we dat nieuwsfeit
verzwijgen? Dat lijkt wel censuur. En dat ‘moeten we toch niet willen’,
ook al zo’n standaardformulering die om de haverklap langskomt.
Ooit had het CDA Wobke Hoekstra als leider. De man verdwijnt naar
Europa, en ik heb geen idee wat hij de politiek in Nederland en het
CDA in het bijzonder heeft nagelaten. Of het moet het woord
‘tegelijkertijd’ zijn, dat hij vaak gebruikte, en dat tegenwoordig elke
politicus te pas en te onpas in de mond neemt: “We moeten oog
hebben voor de problemen van de mensen aan de onderkant, maar
tegelijkertijd…” en dan kun je alles wat je daarvoor gezegd hebt weer
relativeren.
Ik schrijf dit verhaal op 18 november. U leest dit op donderdag, of
vrijdag, na de verkiezingen. Geen idee wat daar is uitgekomen.
Peilingen proberen ons een bepaalde kant op te sturen. Als je niet wilt
dat de VVD de grootste wordt kun je beter op één van de andere
grote partijen stemmen dan op een kleine. Dan stem je niet principieel
maar strategisch. Ik twijfel nog steeds. Er zijn kleine partijen die wat
mij betreft wel wat steun kunnen gebruiken, maar daarmee speel ik
andere partijen, die ik bepaald niet zou willen steunen, in de kaart.
Nou ja, de tijd zal het leren, saillant detail: vaak blijken de peilingen er
faliekant naast te zitten. Tegelijkertijd zijn we, hoewel we dat ‘niet
zouden moeten willen’, allemaal wel door die peilingen beïnvloed
geworden. Want zogenaamde grote en kleine partijen zijn alleen nog
maar groot en klein in die peilingen…
Wat is wijsheid?

Vriendschappelijke verhoudingen
(9 december 2023)

We zijn op weg naar de Kerstdagen. Daarbij denken we aan
gezelligheid, vrede op aarde. Soms lijkt het wel alsof die vrede op
aarde verder weg is dan ooit.
Wereldwijd zijn er vele conflicten gaande. De oorlog in Oekraïne en de
Gazastrook zijn de dichtstbijzijnde en lijken tamelijk uitzichtloos. De
partijen vechten net zolang tot ze elkaar zo’n beetje helemaal
vernietigd hebben. Ik moet vaak denken aan een lied van Neêrlands
hoop’, getiteld ‘Als hij terugkomt uit de oorlog’. Daarin staat de zin:
“Per jaar doodden we duizenden, en verloren we ook duizenden, min
tien, want we zijn sterker.” Daarmee precies weergevend wat een
belachelijke bezigheid oorlogvoeren eigenlijk is. Mocht er een winnaar
uitkomen dan heeft die een hele grote puinhoop veroverd.
Bizar om te zien hoe het er aan toe gaat bij het vrijlaten van gijzelaars
door Hamas. Je ziet ze vriendschappelijk afscheid nemen. Men zwaait
elkaar glimlachend toe.
In ons land intussen is er een kabinetsformatie gaande. Nou ja,
gaande, er wordt wat gepraat, maar eigenlijk ook niet, en de verwijten
vliegen over en weer. Als de ene partij niet met de andere wil is dat
zijn goed recht, maar o wee, als die andere de PVV is, dan heet het
opeens uitsluiten van 2,5 miljoen kiezers. Je hebt altijd regerings- en
oppositiepartijen. Die laatste noem je toch niet per definitie
uitgesloten?
Overigens werkten de peilingen er naar toe dat de PVV de grootste
werd, maar de grootte van de winst was door niemand voorzien. Toch
kon in een praatprogramma de eigenwijze Maurice de Hond, zonder
te worden tegengesproken, zeggen dat hij het wel had zien
aankomen. En dan hoor je dat de kiezer heeft gesproken, en dat die
Wilders wil. Het wordt serieus beweerd, door verstandige mensen, en
door de journalistiek. Inderdaad heeft een kwart van Nederland op de
PVV gestemd, net zoals driekwart dat niet deed.
In een vorige column noemde ik Jelle Zijlstra en Barend Biesheuvel
als voorbeelden van premiers van de toen niet grootste partij. Maar er
was er nog één, hoe kon ik hem vergeten: in 1977, Van Agt, terwijl
Den Uyl de grootste was. Die had de verkiezingen gewonnen, maar
de formatie verloren. Die formatie had ook ontzettend lang geduurd.
En dat had vooral te maken met de persoonlijke verhoudingen, die
niet bepaald goed waren. En Dries van Agt bleek het uiteindelijk prima
te kunnen vinden met Hans Wiegel.
Terwijl ik dit schrijf vindt de verkenning plaats door Ronald Plasterk,
en via X levert Wilders commentaar op zijn collega’s fractieleiders. Hij
noemt Omtzigt zelfs een ‘Roomse gluipkop’. Ook gooit hij nog wat olie
op het vuur door als actievoerder naar een demonstratie tegen een
asielzoekersopvang te gaan. Mevrouw Yeşilgöz voerde campagne
voor samenwerking met de PVV, maar, nu ze niet de grootste is, wil
ze alleen vanaf de zijlijn meedoen. Wat is dat voor raar gedraai?
Bescheidenheid omdat ze verloren heeft? Dat vind ik ook zo’n onzin.
Het gaat in de Tweede Kamer om meerderheden, om het aantal
zetels dat je hebt, hier en nú. Niet per se over de verhouding tussen
het huidige en het vorige aantal.
Over verhoudingen gesproken: die lijken niet bepaald heel
vriendschappelijk. Een als vertrouwelijk bedoeld overleg wordt via X
gewoon geopenbaard. Het wordt al met al een langdurige en
moeizame formatie.
Vrede op de hele aarde is ver weg, maar ook in ons kleine landje zijn
we er nog lang niet.

Sterren
(23 december 2023)

Afgelopen week hoorde ik het bericht dat Madonna bij een concert haar
fans anderhalf uur had laten wachten. Ik begrijp daar helemaal niks
van. Sowieso, maar dit terzijde, begrijp ik niet dat je fan van haar wordt,
maar dan nog: juffrouw Madonna dankt haar succes aan al die fans die
haar platen kopen en haar concerten bezoeken. Uiteraard kan ze wel
wat. Maar je gedragen alsof je god zelf bent, en diezelfde mensen
eindeloos laten wachten getuigt toch wel van een wat overdreven
gevoel voor sterrenstatus. Minachting voor je publiek, je zou het wat mij
betreft ook een soort grensoverschrijdend gedrag kunnen noemen. En
die trouwe fans moeten dan ook nog vóór het einde van het concert
weg om de laatste trein naar huis te halen…
Ikzelf ben fan van Focus, de club van Thijs van Leer. Ik vind dat ze
prachtige muziek maken, maar ik aanbid meneer Van Leer niet. Ik vind
hem live op het podium zelfs vaak wat irritant. Niet als hij aan het
spelen is, maar wel als hij op humoristische wijze de zaak aan elkaar
praat. Zijn humor is de mijne niet.
Ook als je naar een concert van Focus gaat wordt je geduld soms op de
proef gesteld. Een aankondiging dat het feest om negen uur begint
betekent doorgaans niet dat het feest om negen uur begint. Als
liefhebber word je geacht rustig te wachten tot het zover is, intussen
luisterend naar een voorprogramma, malt bier drinkend, want je moet
ook weer naar huis rijden, en, maar dat is er al lang niet meer bij,
gezellig een sigaar rokend.
Ik vind het irritant. De laatste keer, het is al weer even geleden, dat we
een concert bezochten aten we voorafgaand aan het gebeuren bij de
plaatselijke Chinees. Ik ben graag op tijd, dus we zaten al vroeg aan
tafel. Het ging allemaal niet zo snel en ik maakte me wat zorgen of we
tijdig in de zaal zouden zijn. Gera was daar wat makkelijker in. “Ze
beginnen heus niet precies om negen uur, en als ze dat wel doen, nou
dan missen we misschien de eerste nummertjes…”
Ik was dat niet met haar eens want juist ook het opkomen in het
halfduister, achter het orgel gaan zitten, de gitaar om de nek hangen,
wat modderen met de versterker, nog wat bijstemmen, de bekkens
even verhangen, het hoort er allemaal bij, vind ik.
Gelukkig ontdekte ik dat Thijs van Leer bij dezelfde Chinees zat (nee, ik
vraag in zo’n geval geen handtekening, zoals gezegd, ik aanbid hem
niet!) en we konden dus rustig onze Babi Pangang nuttigen. Zolang hij
zijn toetje nog niet op had zou Focus zeker niet beginnen.
Over sterren gesproken: De Nederlandse deelnemer aan het
songfestival is bekend. Nou ja, bekend, ik kende hem niet maar we
weten wie er afgevaardigd gaat worden. Na de misser van afgelopen
jaar, met een onervaren duo dat de klus mocht klaren, wordt er nu een
solist gestuurd. Het blijkt een rapper te zijn die meer van show houdt
dan van zingen. Het lijkt dus een goede keus voor een songfestival dat
steeds meer met show en festival en steeds minder met songs te
maken heeft. Ik was ook al lang afgehaakt.
Terug naar Focus en Thijs van Leer. Ze begonnen deze keer gewoon
om negen uur, speelden de sterren van de hemel, en toonden daarmee
aan dat het best kan: een ster zijn en je aan je afspraken houden!

Compromissen
(20 januari 2024)

In de dagen voor de Kerst heb ik oude afleveringen van ‘Nederland
zingt’ bekeken, en een uitzending vanuit Loenen aan de Vecht, met het
Flentrop orgel, alwaar ooit Louis van Dijk zijn elpee met Beatle
improvisaties volspeelde. Het orgel werd niet gebruikt. Een combo,
zangsolisten en backing vocals, en alles niet bepaald op traditioneel
gereformeerde wijze, maar, met wisselend succes, een beetje
vergospeld, hoewel ik niet weet of dat een goed Nederlands woord is.
Het klonk ook allemaal tamelijk neutraal, kennelijk bedoeld om ook de
niet ervaren kerkgaande kijker te boeien. Een soort compromis zou je
kunnen zeggen…
Ook bij de Kerstnachtdienst verzeil je als kerkgemeente in
compromissen. Hoe vul je zo’n dienst in? Er klinken stemmen die
vinden dat je rekening moet houden met de mensen die die avond wél
komen en de rest van het jaar niet. Natuurlijk zijn we gastvrij. Iedereen
moet zich welkom weten. En er is ook niks op tegen om ‘Stille Nacht’ te
zingen. Maar we hoeven onszelf geen geweld aan te doen en opeens
een heel andere dienst in elkaar te zetten dan we gewend zijn. Als je
als handballiefhebber naar een voetbalwedstrijd gaat krijg je toch echt
een potje voetbal te zien, en geen handbalduel. We zijn wie we zijn. Als
ik bij een vegetarisch gezin ga eten gaan ze voor mij ook geen biefstuk
bakken!
Kerst is voorbij. De wereld draait door. De Kamer is terug van reces en
de wonderlijke bezigheden die tot een nieuwe regering moeten leiden
zijn weer hervat. De democratie wordt op de proef gesteld. Hoe doe je
als politiek recht aan de wens van de kiezer. Door ons
veelpartijenstelsel bestaat ‘de’ wens van ‘de’ kiezer niet, en kun je dus
nooit iedereen helemaal tevreden stellen. In een gezonde democratie
snapte iedereen dat ook altijd. En daar kon wel eens dat probleem
zitten. We horen: “Je kunt twee miljoen kiezers niet negeren.” Nee,
natuurlijk niet, maar bij élke meerderheid hoort een minderheid waar
ook rekening mee wordt gehouden, maar die zich desondanks
genegeerd zou kunnen voelen. In een tweepartijenstelsel is dat nog
veel erger; daar draait een nieuwe meerderheid oude besluiten
doodleuk terug.
Wij zijn het land van de compromissen. Niemand krijgt helemaal zijn
zin, maar je bent in heel veel dingen wel vrij. Zo kun je tegen winkelen
op zondag zijn, en dan doe je dat niet, maar je kunt het je buurman niet
verbieden. Maar als we het idee hebben dat we niet meetellen kan het
zomaar gebeuren dat we de volgende keer op een andere partij
stemmen, een waarvan we denken dat die wél rekening met ons houdt.
Ik heb het idee dat daardoor politici, hoewel dat vroeger ook heus wel
gebeurde, vaker besluiten nemen die meer zijn gebaseerd op te
verwachten electorale gevolgen dan op het algemeen belang, dus ook
het belang van andere dan hun eigen kiezers.
Bij de jaarwisseling werd voor 105 miljoen euro vuurwerk verstookt. Ik
doe er niet aan mee, ik kijk er soms naar, liefst van verre, en vind het
best. Maar ik snap ook dat er voor een landelijk verbod op vuurwerk
wordt gepleit, ook met het oog op alle geweld die hulpdiensten over
zich heen krijgen. De formerende partijen willen er, met het oog op hun
veronderstelde achterban, niet aan.
Ik wens u een mooi 2024. Het zal weer vol compromissen zitten.
Overigens: als ik een vegetariër op bezoek krijg eet ik ook geen
biefstuk. Is dat nou een compromis?

Debatten
(3 februari 2024)

Het zijn nogal wat nieuwe gezichten en het zal wel even duren voor ik
ze allemaal ken. Onder de 150 leden van de Tweede Kamer zijn 67
debutanten. Ik mag er graag naar kijken, debatten op tv. Afgelopen
week waren er zelfs twee tegelijk. Op NPO1 het Vragenuurtje in de
Tweede Kamer, op het politieke net het debat in de Eerste Kamer over
de Spreidingswet.
Beide Kamers vergaderen in tijdelijke onderkomens. De Tweede Kamer
zit in een soort kopie van het eigen gebouw. Als kijker merk je niet eens
dat ze verhuisd zijn. De eerste Kamer moet het doen met een
ontzettend saaie en modern ogende vergaderruimte die in niets doet
denken aan de eerbiedwaardige vergaderzaal waar de al wat oudere,
even eerbiedwaardige leden, met elkaar van gedachten wisselen.
De VVD-fractie in de Senaat was zo vriendelijk haar eigen
staatssecretaris Van der Burg te steunen, en daarmee ook de eigen
minister, en directe baas van Van der Burg: Ye
şilgöz. Normaal
gesproken zou je daar als minister blij mee zijn, maar in dit geval wilde
mevrouw
Yeşilgöz helemaal niet dat ze gesteund zou worden. Bizar
allemaal.
Het zijn sowieso vreemde tijden. Zo pleitte tijdens de
verkiezingscampagne Geert Wilders voor het afschaffen van het eigen
risico in de zorg. Niet op termijn, volgend jaar of zo, nee, nu! Direct! In
de Tweede Kamer is daar nu ook een meerderheid voor. ‘Tel je
zegeningen!’, zou ik tegen Wilders willen zeggen. Maar zijn
zorgwoordvoerder Fleur Agema wrong zich in allerlei bochten om uit te
leggen dat het er niet van kon komen.
Zoals ik zei, ik kijk graag naar debatten. Ik zie dan hoe zo’n vergadering
zich ontwikkelt. En verbaas me over Caroline van der Plas die ook altijd
de kijkers aanspreekt. “Dit snappen de mensen thuis niet,” zegt ze dan
bijvoorbeeld, alsof ze in een talkshow zit. Nee, de Kamerleden
vergaderen en wij kijken toe. We doen niet mee thuis! Als we live als
publiek in de zaal zijn mogen we ook niet meedoen. We mogen niet
eens reageren.
Ooit waren we een paar dagen in Den Haag en bezochten een
vergadering. Het was toen nog lastig geweest om binnen te komen. Je
wordt zo’n beetje binnenstebuiten gekeerd. Al het metaal moet door
een scanner en om dat niet al te ingewikkeld te maken werd me
gevraagd mijn jasje in zijn geheel in een bak te deponeren. De attente
bewakingsbeambte, hulde voor zijn nauwgezetheid, wilde weten wat
dat metalen voorwerp in een van de zakken was. Hij vertrouwde het
zaakje niet. Hij gaf me mijn jasje en vroeg me het er uit te halen en een
verklaring te geven. Ik pakte de stemvork, want daar ging het om, tikte
er tegen en zette hem boven op mijn hoofd. De 440 Herz klinken dan
heerlijk zinderend binnendoor door de hersenpan tot aan de oren. De
man keek behoorlijk verbaasd. “De juiste toon vinden, de toon
aangeven bij een koor, muziek, pom pom pom…” zei ik, en realiseerde
me dat ik me niet heel duidelijk uitdrukte.
Zijn collega kwam me te hulp. Hij wist wel wat een stemvork was, en liet
ons, gerustgesteld, de zaal in, die trouwens in het echt veel kleiner was
dan hij op de televisie lijkt te zijn.
Thuis kan ik, ongecontroleerd, alles volgen, mezelf koffie inschenken
als het weer eens saai wordt, want dat wordt het wel heel vaak, en
genieten, zij het met enig schuldgevoel, van de humor van
Kamervoorzitter Bosman.

Nuance
(17 februari 2024)

Er is weinig ruimte voor nuance, als het gaat om zogeheten
grensoverschrijdend gedrag. Jan Slagter (Omroep Max) vond dat het
toch niet zo heel erg was als een baas of leidinggevende eens een
keer uit zijn slof schoot als iets niet naar de zin ging. Het werd hem
hier en daar erg kwalijk genomen.
Nuanceren, relativeren, ervan uitgaan dat de soep altijd al wel weer
wat is afgekoeld als hij wordt opgediend, het lijkt wel of we daar geen
boodschap meer aan hebben.
Bij de formatiebesprekingen (sorry, het gaat er alweer over, maar het
houdt de gemoederen ook steeds weer bezig…) zagen we het ook.
Vier partijen die vinden dat de kiezer heeft gezegd dat ze het samen
moeten proberen. (Nuance: ik ben ook een kiezer en heb dat nooit
gezegd, en zo ken ik er heel veel!) Ze praten met elkaar, overleggen,
proeven elkaars nieren, denk ik, en zo zou er zomaar een soort van
band kunnen ontstaan, een club die het ziet zitten om het land te gaan
regeren. Maar als ze dan ’s avonds weer thuis zijn komt er een tweet
langs van Geert Wilders die een sneer maakt naar een van zijn
beoogde partners, (je zou het ook gewoon grensoverschrijdend
gedrag kunnen noemen,) waarop zo’n partner weer reageert en ze de
volgende dag dus eerst kunnen beginnen dat recht te breien.
Zo kom je niet snel tot een kabinet. Wantrouwen is geen goede basis.
Ik weet het, ik word ouder, maar herinner me nog heel goed hoe het in
1977 ging, met Den Uyl en de vorige week overleden Van Agt, de
kleurrijke oud-minister en oud-premier met zijn archaïsche taalgebruik.
Het kabinet was in Middelstum (!) gevallen, de formatiebesprekingen
duurden eindeloos en het werd niks. Daarna werden Van Agt en
Wiegel het samen héél snel eens.
Omtzigt is er mee gestopt. Hij zat er toch al niet uit enthousiasme bij.
Als je in zo’n sfeer moet onderhandelen snap ik dat je er op den duur
een punt achter zet. Afhankelijk van welke krant of tv-zender je leest
of hoort, gaat het dan van uiterst negatief tot ‘de man heeft groot
gelijk’.
Terzijde: ooit was ik dirigent van een koor. Het ging mooi. Maar zoals
dat ook gaat werd de wederzijdse inspiratie wat sleets, mensen
sloegen steeds makkelijker een repetitie of uitvoering over, en ik
kreeg er langzamerhand genoeg van. Ik zei niet: ‘als het zo doorgaat
stop ik er mee!’ Dat leek me niet bevorderlijk voor de sfeer, en voor
het enthousiasme van de leden die wél trouw waren. Maar toen ik er
uiteindelijk een punt achter zette, werd me verweten dat ik ‘er zomaar
opeens de brui aan gaf’.
Omtzigts manier van opstappen was wellicht niet heel sjiek, en
bepaald onhandig. Daarin lijkt hij wel wat op Van Agt. Ook diens
afhaken kon in 1977 toch geen verrassing zijn. Maar politieke duiders
weten, al dan niet met peilingen in de hand, alweer te vertellen wat de
kiezer in het algemeen of de NSC-kiezer in het bijzonder ervan vindt.
En ook dát hangt weer af van de krant of de tv-zender die het zegt. De
heren van VI bijvoorbeeld (over nuance gesproken!) praten héél
anders dan Nieuwsuur.
O ja, ik zag zaterdag een rouwadvertentie van het ministerie van
Justitie: “De heer Van Agt was oud-minister van justitie van 1971 tot
1977.” Volgens mij werd hij dat toch echt pas daarná…
Sapristie! Zo’n taalongeluk zou hemzelf om den drommel nooit
overkomen zijn!

Absoluut kleurenzwak
(2 maart 2024)

Even niet over de politiek, maar over muziek. Het absoluut gehoor.
Als je dat hebt, kun je een toon herkennen zonder dat je een
referentiekader hebt. Sommige mensen hebben het, de meeste niet.
Ikzelf doe het ook zonder. Als ik de toon a (440 hz) hoor kan ik daarna
heel makkelijk een g herkennen, of een bes, of een cis, al naar
gelang, maar zonder die eerste basistoon lukt me dat niet. Als je een
absoluut gehoor hebt kun je dat wel. Je weet direct welke toon je
hoort. Ooit was ik jaloers op mensen die op die manier heel makkelijk
een ingewikkeld liedje kunnen uitzoeken, maar de praktijk leert dat het
ook heel onhandig kan zijn.
Historische orgels bijvoorbeeld staan namelijk zelden precies op 440
hz gestemd. Vaak zijn ze een halve toon hoger. Je hoort dan een stuk
waarvan je de toonsoort kent, maar het klinkt anders. Met een
absoluut gehoor kan spelen op zo'n orgel lastig zijn. Ikzelf, met mijn
niet-absolute gehoor, heb er zelfs ook wel eens last van. In Farmsum
bijvoorbeeld kan ik, al spelend, zomaar in de war raken omdat het
opeens voor mijn gevoel te hoog klinkt. En als ik er als luisteraar zit,
en ik weet niet wat er gespeeld wordt maar op de een of andere
manier herken ik het wel, dan denk ik mee in een bepaalde toonsoort
maar kan het niet thuisbrengen. Als dan blijkt dat het bijvoorbeeld niet
d klein, maar c klein was, weet ik opeens wel welk stuk het was.
Hoe een mens aan een absoluut gehoor komt is mij trouwens een
raadsel. In de baarmoeder heb je toch geen idee van toonhoogtes en
notennamen. Iemand heeft je blijkbaar ooit verteld: dit is deze hoogte,
en dat onthoud je dan de rest van je leven. Net zoals er mensen zijn
die, als je ze eenmaal hebt verteld hoe de kleur 'bruin' er uitziet, die
kleur de rest van hun leven herkennen. Ikzelf ben enigszins
kleurenblind, ik noem het trouwens liever kleurenzwak, want ik zie wel
kleuren maar ik weet niet altijd hoe ze heten. Je kan mij vertellen dat
iets 'bruin' is en soms onthoud ik dat, maar als het niet overtuigend
bruin is, een beetje lichter, of wat donkerder, zie ik het gewoon niet
precies. Maar ik kan een schilderij of ander kunstwerk best mooi
vinden, zonder dat ik weet wat voor kleuren er allemaal inzitten. Net
zoals een muziekliefhebber gelukkig wel van muziek kan genieten,
zonder dat hij hoort in welke toonsoort zich een en ander afspeelt.
Met mijn kleurenzwakte zie ik weinig verschil tussen de kleur van de
ouderwetse natrium lantaarnpalen en een rood stoplicht. Als ik zo’n
lantaarn nader heb ik de neiging te stoppen, en dat is niet per se
rampzalig, en ik doe het ook niet, maar andersom zou het wel
gevaarlijk worden.
Ik vind het ook lastig als er in de krant tabellen of kaarten worden
afgedrukt met allerlei vage kleurtjes. In plaats van gewoon getallen te
noemen zie je plattegronden van de tweede kamer met gekleurde
balletjes die aangeven waar welke partij zit en met hoeveel zetels. Ik
zie geen verschil tussen het blauw van de PVV en dat van de VVD, en
zo zijn er nog veel meer dergelijke tinten die voor mij niet van elkaar
te onderscheiden zijn. Ik zie ze allemaal als één pot nat, en zo klinken
ze vaak ook. Ben ik toch weer bij de politiek uitgekomen…

Geraakt door muziek

(16 maart 2024)

 

Laatst kreeg ik de vraag welke muziek mij het meest raakt, en
waarom. Het is een interessante vraag, maar ook een moeilijke.
Behept met een soort beroepsdeformatie luister je minder
onbevangen naar muziek dan iemand die daar geen last van heeft.
Als ik ontroerd word door muziek, en dat gebeurt heel vaak, probeer ik
te analyseren hoe dat komt. Zit het hem in de melodie? De tekst? De
gang van de akkoorden?
Het grappige is dat dat nooit met zekerheid valt te zeggen. Een
popmuzikant, aan wie ongeveer dezelfde vraag werd gesteld, vond
het ook lastig. “Als ik wist hoe dat werkt was het niet bij die ene hit
gebleven!” Met andere woorden: als je weet op welke manier muziek
mensen kan ontroeren, kun je die techniek gewoon steeds weer
gebruiken om dat doel te bereiken, en dan is het dus altijd raak.
Heel mijn leven gebeurde het dat ik, als ik iets voor het eerst hoorde,
werd gegrepen, soms ontroerd. Dat was zo toen ik ‘Help’ van Rogier
van Otterloo hoorde, of ‘München 74’. Ik had het bij ‘Nikita’ van Elton
John, bij sommige stukken uit Jesus Christ Superstar, uit de Matthäus
Passion, en nog veel meer. Dat had vaak te maken met de
verrassing. Verbazing over wat ik hoorde. Naarmate die muziek vaker
langs kwam (want je kocht die plaat dan natuurlijk!) was de verrassing
er wat af, en werd de ontroering ook minder, of verdween zelfs
helemaal.
We waren bij een scenisch uitgevoerde Matthäus Passion door het
Luthers Bach Ensemble. We zaten vanaf het begin met een brok in de
keel te kijken en te luisteren. Een paar jaar later waren we er weer, en
het was weer fantastisch, maar de verrassing was er niet meer, en de
ontroering daardoor ook wel wat minder.
Al zolang ze bestaan ben ik fan van Kayak, de popgroep van Ton
Scherpenzeel. Een van hun nummers doet het erg goed bij ons thuis
en in de auto. Om de tekst, om de harmonieën, maar ook om de
manier waarop de gitaarsolo wordt ingezet. Op Youtube zag ik een
nieuwere uitvoering, met een andere gitarist en een andere solo.
Jammer was dat…
Maar soms blijft het gevoel, de emotie, en komt de ontroering, steeds
weer. Er is muziek, er zijn stukken, waarvan ik van te voren haast
weet wanneer het zover zal zijn. Altijd bijzonder om, zelf spelend,
ontroerd te raken, maar ik heb het bijvoorbeeld als we met de cantorij
in Huizinge de zegen van Rutter zingen, of ‘Ga met God en Hij zal met
je zijn’. (Trouwens: als je dat Gezang 416 niet vierstemmig zingt, en,
zoals ik meemaakte, met een pingelige pianobegeleiding, vind ik het
weer helemaal niks…)
In de veertigdagentijd, klinkt weer de Johannes Passion, met zijn
prachtige slotkoraal. De tekst eindigt met: “Erhöre mich, erhöre mich,
ich will dich preisen ewiglich.” Na de tweede ‘erhöre mich’ staat alles
even stil, en als dan de laatste regel inzet schiet ik steevast vol. Of ik
het nou hoor, of zelf speel. Op de een of andere manier grijpt die plek
me enorm aan. En dat komt vooral door de muziek, de harmonieën,
het stemmenverloop.
Ik speelde het ook eens na de dienst, als gastorganist, in een andere
kerk. De man die de zaak voor Kerkdienstgemist.nl vastlegde vond
die stilte vóór de laatste regel een mooi moment om de opname te
stoppen. Ook dat riep bepaalde gevoelens op…

 

Daar juicht een toon

(30 maart 2024)

 

Het is al weer een hele tijd geleden. We hadden in onze kerk een
mooi Van Vulpen orgel, één klavier, zeven stemmen (met onder
andere een Quintadena 16’) met aangehangen pedaal. Er kwam een
club organisten van gereformeerde gemeenten op bezoek. Ze hadden
het over de bárok, met het accent op ba. Mijn vader had mij gevraagd
het orgel te demonstreren. Hij was dan wel organist maar niet een
groot liefhebber van de neobarokke Van Vulpen.
Ik speelde een bewerking van ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een
stem’. Het waren de zestiger jaren, elektronische orgels begonnen net
zo’n beetje aan hun ontwikkeling. De Eminent bij ons thuis was onze
trots, twee klavieren, met een pedaal van één octaaf. Als je het orgel
aanzette moest hij eerst warm worden voor er geluid uit kwam. Maar
de trompet klonk als een trompet!
Die ‘daar juicht een toon’ improvisatie had ik thuis geprobeerd, en mijn
pa vond hem erg geslaagd. Die moest ik zeker aan de zware
orgelbroeders laten horen! Temeer omdat zij in hun kerk alleen maar
psalmen mochten zingen. Een beetje om te plagen ook.
Toen mijn demonstratie, waar ik zelf best tevreden over was, voorbij
was, merkte een van de aanwezige clubleden met een beetje
meewarige blik op dat ik waarschijnlijk veel op een elektronisch orgel
oefende: ik gebruikte immers vooral de linkervoet, waarbij ik ook nog
eens mijn schoen had uitgetrokken. Ik had, als jongetje van een jaar
of veertien geen weerwoord. “De man zelf oefent waarschijnlijk op een
harmonium, dat past immers ook beter bij de manier waarop ze in zijn
kerk de psalmen zingen,” vond mijn vader: “oersaai en zeurend.” Dat
is voor veel mensen ook hét kenmerk van orgelmuziek en mede reden
om als kerkganger af te haken.
Wij organisten doen al ons hele leven ons uiterste best om te laten
horen dat orgelmuziek niet saai en zeurend hoeft te zijn, en het orgel
ook niet zo’n donderend herrie-instrument, zoals je het ook wel eens
hoort. En ja, de huidige generatie, niet behept met een kerkelijke
jeugd, vindt het instrument soms best een interessante machine. Maar
het imago van saai en gereformeerd blijft aan ons kleven. Het is niet
anders.
Wel klinkt het orgel meer en meer in de politiek. En dan bedoel ik niet
Henry Bontenbal die er op speelt, maar vooral in de term ‘vol op het
orgel gaan’, die ik begrijp als loeihard, van dik hout zaagt men
planken! In een verslag over een miljarden order aan duikboten waar
een Frans bedrijf mee vandoor ging, ging een PVV’er zelfs ‘vol op het
vandoor-orgel’.
En nou ik toch weer in de politiek terecht ben gekomen viel me weer
op wat een onzin mensen soms uitkramen. Ik zag een stukje VI,
(nieuwsgierig maar toch altijd weer verbijsterd over de smakeloosheid
en onzin die daar langs komt,) zappend en wachtend op de
Avondshow van Lubach. Het ging over NSC als een soort CDA-light,
en Johan Derksen had het over “Omtzigt en zijn gereformeerde
streken.” Nou kun je veel van ex-CDA’er Omtzigt zeggen, maar
gereformeerd is hij nooit geweest!
Die broeders in Nieuwerkerk duidelijk wel. Best mogelijk dat ze dit
weekend, met Pasen, ‘Daar juicht een toon’ mogen zingen, waar wij
als PKN’ers dat niet meer in de bundel hebben staan. (De melodie
nog wel, gezang 637.) Maar ik speel het nog wel eens: “Daar juicht
een toon, daar klinkt een stem, hiea, hiea, ho!”

 

Monnikenwerk

(13 april 2024)

Soms heb je een werkje te doen dat niet leuk is, lang duurt en daardoor
erg gaat vervelen. Dat noemen we monnikenwerk. De uitdrukking zal
wel te maken hebben met de tijd dat we nog geen boekdrukkunst
kenden: Monniken schreven trouw handschriften over en dat werden
weer nieuwe handschriften en die werden ook weer overgeschreven.
Het ging dan natuurlijk vaak om bijbelboeken, want je bent niet voor
niets monnik geworden.
Geen wonder dat er wel eens een foutje werd gemaakt, of iets werd
vergeten. De schrijver van het Johannes evangelie had het verhaal al
verteld over Petrus die het oor van een knecht van de hogepriester er af
slaat, en bedacht later dat ’s mans naam er ook nog bij moest: O ja, hij
heette Malchus…
Bij Marcus overigens was het niet Petrus, maar een omstander die dat
oor trof, en Lucas en Mattheus hebben het over een van de discipelen.
De heer Malchus wordt verder door niemand genoemd. Ze kenden de
naam niet, of vonden die niet belangrijk genoeg. En Johannes vindt het
dan weer niet nodig te vermelden, of wist dat niet, dat Jezus het oor er
weer aan geplakt had…
Als, wat theoloog Van Kooten meent, anders dan altijd werd
aangenomen door bijbelwetenschappers niet Marcus maar Johannes
het oudste evangelie is, hadden ze allen kunnen weten dat het Petrus
was, en dat het slachtoffer Malchus heette…
Terug naar het monnikenwerk. Probeer maar eens (hoewel, waarom zou
u…) deze column foutloos over te schrijven! Tegenwoordig is dat geen
kunst met onze delete-toets en de backspace-knop, en ook Malchus
plak je er makkelijk tussen, maar met pen en papier wordt het heel
anders. Je springt soms zomaar een regel over als je ergens een woord
ziet staan dat je zojuist had opgeschreven en dat, achteraf, blijkt
tweemaal voor te komen, of je schrijft juist twee keer dezelfde zin over
omdat je naar een verkeerde regel keek. Als je dat overkomt kun je weer
opnieuw beginnen. Of je denkt stiekem: laat maar…, en dan staat er
twee keer dezelfde zin.
Inderdaad: monnikenwerk. Grappig is dat zo’n vervelende klus ook wel
anders wordt omschreven, haast met tegengestelde bewoordingen. Dat
zal dan wel te maken hebben met het overschrijven van niet-christelijke
handschriften: een heidens karwei.
Je hebt meer van die uitdrukkingen die hetzelfde bedoelen maar heel
tegengesteld klinken. Als het in een verhaal of toneelstuk de schrijver
niet lukt om tot een logische oplossing te geraken laat hij soms zomaar
opeens iemand of iets ten tonele verschijnen om de oplossing te
leveren: een deus ex machina (een god uit een machientje). Maar
diezelfde god uit dat machientje kan ook worden omschreven als een
duvel uit een doosje: ook dat is een type dat optreedt op het moment dat
niemand hem verwacht.
Ik zou wel eens willen weten hoe dat komt. Wie heeft dat bedacht, om
monnikenwerk een heidens karwei te noemen en die deus ex machina
een duvel uit een doosje? Mijn bovenmeester zou het wel geweten
hebben: dat was de antichrist, want die was verantwoordelijk voor elke
ontwikkeling in onze maatschappij die niet paste in zijn zware
gereformeerde wereldbeeld. Hoewel: die meester moest óók weer niets
hebben van monniken, want het rooms-katholicisme (met zijn vervloekte
paapse mis!) was zo’n beetje het slechtste dat er bestond.
Trouwens, als je het over de duvel hebt trap je hem op zijn staart en als
je over een engel spreekt klapwieken zijn vleugels…

 

Psalmzingen

(27 april 2024)

 

Ooit, het was nog in de vorige eeuw, was ik met mijn vader bij een
orgelconcert van Klaas Jan Mulder. Het was op de Veluwe, in Putten.
Vanuit de kerk had je mooi zicht op het orgel, dat boven de preekstoel
hing, en de organist die het vanaf de zijkant bespeelde. Het viel ons op
hoe doodstil Mulder zat terwijl hij aan het spelen was. “Het lijkt wel een
ambtenaar,” zei mijn vader, hetgeen als zelfspot valt op te vatten
aangezien hij dat zelf ook was.
Aan het slot van het concert was er samenzang. Geen idee meer wat we
zongen. Het was een psalm. Uiteraard. En het ging, zoals dat heet, op
hele noten. Niet ritmisch, en uiterst langzaam. Pa, die in zijn jeugd niet
anders had gedaan in Yerseke, ergerde zich er aan, en zei dat hij niet
snapte dat we deze manier van zingen ooit als ‘eerbiedig’ hadden
beschouwd. Maar ik vond het op een bepaalde manier wel ontroerend.
Op de ledenvergadering van de lagere school deden ze het ook erg
langzaam en op gelijke noten. Mijn vader probeerde met zijn stevige
stem bij het openingslied het tempo wat op te voeren. Bij het slotlied
voegde de voorzitter daarom voor alle zekerheid aan de aankondiging
toe het ‘op gepaste wijze’ te willen zingen. Die vergadering overigens
werd bezocht door alleen de vaders, want alleen zij konden lid worden.
Het waren andere tijden, denk je dan. Maar deze week las ik in de krant
een verhaal van André Rouvoet en de kerk waar hij preses van de
kerkenraad is. Het ging over de Christelijke Gereformeerde Kerken en
de vrouw in het ambt. Rouvoet heeft het over ‘mijn’ gemeente. Hoewel ik
hem hoog heb zitten vind ik dat een irritante manier van je uitdrukken. Ik
zou kiezen voor ‘onze’. Maar dit terzijde. En terwijl Vrijgemaakten en
Nederlands Gereformeerden in 2023 zijn samengekomen als
‘Nederlandse Gereformeerde Kerken’ dreigt er nu in Rouvoets kerk een
scheuring vanwege de vrouw. Plaatselijke kerken kiezen hen soms in de
kerkenraad; het is landelijk officieel niet toegestaan. Een speciaal
convent gaat er over vergaderen met een aantal uitgangspunten
waaronder ook de mogelijkheid dat een gemeente zich in zijn geheel bij
een ander kerkgenootschap aansluit. Dat doet me denken aan een
(PKN) classispredikant die in onze gemeente op bezoek kwam met
vooral adviezen over wat te doen als we er mee wilden stoppen…
Terug naar het niet ritmisch zingen. Ik kijk wel eens op YouTube naar de
schitterende psalmimprovisaties van Sietze de Vries op zijn speciale
psalmensite. Alleen op het orgel, of met solistische medewerking,
komen alle psalmen langs. YouTube suggereert mij dan via zijn
algoritme nog meer psalmen. Zo kwam ik terecht in de grote kerk van
Dordrecht bij de serie ‘mannenzang’. Filmpjes waarin een groep mannen
een psalm (berijming 1773) ten gehore brengt. Een lang voorspel, het
orgel wordt niet gespaard, tussenspelen met modulaties, en de
coupletten op héél lange noten. Tussen de regels veel tijd om adem te
halen en dan met zijn allen weer rustig op gang voor de volgende regel.
Een psalm duurt zomaar een kwartier. De kerk was afgeladen vol,
met mannen waarvan het leek alsof ze zo uit het werk weggelopen waren,
die vol overtuiging, en zeer fortissimo, hun psalmen zongen. Aan de ene
kant moest ik er ontzettend om lachen, maar, net als in Putten ooit, vond
ik het ergens ook ontroerend.
Overigens zag ik ook al filmpjes waarin vrouwen meedoen. Modern!

 

Betutteling

(11 mei 2024)

 

Het was Koningsdag. Loppersum was gezellig druk, en op de vrijmarkt
was weer veel te zien. Ergens stond een mevrouw met een bord waarin
een groot gat zat, en waarop je je handtekening kon zetten als je niet
appte achter het stuur van de auto of op de fiets. Ik heb mijn naam er op
gezet. Ik app wel eens, maar nooit achter het stuur of al fietsend. Zo
handig ben ik daar nou ook weer niet in. Ik had niet helemaal door wat
het doel van de actie was, maar ook niet het idee dat het op de een of
andere manier kwaad zou kunnen. Baat het niet, het schaadt in ieder
geval ook niet. Als dank mocht ik achter het gat in het bord gaan staan
en werd er een foto van me gemaakt. “En wat gaat daar mee
gebeuren?” vroeg ik. Ik wil best verklaren dat ik niet app in het verkeer,
maar ik hoef niet met mijn hoofd in een of andere anti-app-campagne.
“Die krijgt u van me mee!” Het was een ouwerwetse Polaroid die na een
paar minuten zichtbaar werd. Ik weet niet wat ik er verder mee moet, en
ik snap ook niet goed wat die mevrouw daar nou deed. Als klap op de
vuurpijl kreeg ik trouwens ook nog een sleutelhanger waarop ‘MoNo’
stond.
Het deed me denken aan die keer dat ik werd aangehouden en in het
kader van een alcoholcontrole moest blazen. Het resultaat was P, “van
prima!” aldus de agent. Als dank voor het alcoholvrij chaufferen kreeg ik
toen ook een sleutelhanger aangeboden, maar die heb ik geweigerd. Ik
ben geen kleuter, of een huisdier die een beloning krijgt als hij wat goed
doet. Ik erger me ook altijd aan die borden langs de weg: ‘Ben je BOB,
zeg het hardop’, of ‘Autogordels, ook achterin’. Ik hou niet van die
betuttelende acties van de overheid. “Kijk naar je zelf!” zou ik zeggen.
Nog een voorbeeld: Om de een of andere reden word ik wel eens
geënquêteerd. Het gaat over allerlei zaken, zoals mijn mening over de
kwaliteit van het openbaar vervoer, de fietspaden in Groningen, de partij
die ik stem, de partij die ik zeker niet zou stemmen, het vertrouwen in
het Koningshuis, en nog veel meer.
De laatste keer ging het over douchen, en of ik dat ook korter zou willen
doen. Ik douch regelmatig, en altijd kort. Nat worden, inzepen,
afspoelen, afdrogen, klaar. Nog geen twee minuten, zelfs inclusief
haarwassen! Mij werd gevraagd een aantal keren de tijdsduur op te
nemen. Ik kreeg een app in de mail met een startknop voor als ik begon
te douchen en een stopknop voor als ik klaar was. Ik kon dus niet
zomaar iets invullen; het werd centraal geregeld. Na die drie keer kwam
er weer een vragenlijst en of ik ook korter zou willen douchen. Ik
antwoordde dus ‘nee’, en moest toen uitleggen waarom niet. “Omdat ik
het altijd al heel vlot doe!” Een paar dagen later kreeg ik een apparaatje
thuisgestuurd. Als je het aanzet licht het groen op. Na verloop van tijd
wordt het blauw, en na nog meer verloop van tijd wordt het rood. Dat is
dan het teken dat je te lang onder de douche staat.
Ik gebruik dat apparaatje, uiteraard, niet. Wel heb ik af en toe de neiging
om, uit pure balorigheid over deze betutteling, extra lang te douchen…

 

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Betutteling (2)

(25 mei 2024)

Nog even een paar dingen over het onderwerp ‘betutteling’ in mijn vorige
column.
Maar eerst wat anders: Tot halverwege 2019 verscheen de kerkbode
wekelijks. Mijn verhaal verzond ik op zondagavond, en de donderdag
daarop lag de kerkbode in de bus. Er zaten vier dagen tussen schrijven
en lezen. Op die manier was het mogelijk om te reageren op de
actualiteit.
Tegenwoordig verschijnt dit blad om de veertien dagen, en, in verband
met het op tijd bezorgen door de KPN wordt mij verzocht mijn tekst
vroegtijdig in te sturen. Liefst vóór het weekend, zodat het, in de ideale
situatie al, gebeurt dat er minimaal een week voorbij gaat voordat u leest
wat ik er van gebakken heb.
Die vorige column, over betutteling dus, schreef ik op 29 april. Hij was
bedoeld voor de Kerkbode van 11 mei. Vandaag is het 16 mei, en mij is
gevraagd, in verband met de Pinksteren, extra vroeg te zijn. Overigens
is de KPN er nog niet in geslaagd de kerkbode van 11 mei al te
bezorgen, dus mijn column is minstens 17 dagen oud als hij u als lezer
onder ogen komt. In diezelfde kerkbode stond trouwens een
enthousiaste aankondiging van een cantatedienst in Westeremden op
12 mei, maar ook die leest u pas in de week daarna. Ook dat is
jammer… Wel heeft de KPN inmiddels besloten de prijs van een
postzegel, waarvan de verhoging al was aangekondigd, nog verder te
verhogen. (Waarbij ik ook wel weet dat een postzegel van een euro een
euro blijft, maar daarmee kun je geen brief meer versturen, maar dit
terzijde.) Bezorgen lijkt een dure en tijdrovende activiteit.
Als ik dus al iets met de actualiteit zou willen, zoals het Songfestival of
de kabinetsformatie, dan zou die actualiteit al lang zijn achterhaald. (Er
komt een mail binnen van de drukker: hij moet echt vandaag binnen
zijn…)
Qua betutteling was ik vorige keer nog wat zaken vergeten. Ik las een
interview met Rob Jetten. Het ging over de kabinetsformatie en hij
noemde de naam ‘Geert’. Voor ons als lezers staat er dan tussen
haakjes bij: (Wilders, leider van de PVV, red.) Dat vind ik een vrij irritante
manier van doen. Een redacteur als schoolmeester. Hetzelfde, in
dezelfde krant, over het koken van een vegetarische maaltijd wat lastig
schijnt te zijn voor iemand die een avg’tje gewend is. Gelukkig wordt het
uitgelegd: (aardappelen/groente/vlees, red.) Dankuwel! Ik snap het.
Bij ons in Loppersum is een spoorwegovergang in een fietspad. Die
werd beveiligd met alleen knipperlichten. Tegenwoordig ook
spoorbomen. Het is enkelspoor. Maar sinds kort staat er ook het
bekende blauwe bord: ‘Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog
een trein komen.’ Ik heb werkelijk geen idee waarvandaan dan wel!
Toch nog even de actualiteit. Het schijnt dat het rechtse kabinet er nu
toch gaat komen. We weten inmiddels dat we weer 130 mogen op de
snelweg. Hier heeft Nederland op zitten wachten! We weten terwijl ik dit
schrijf nog niet wie de premier wordt. Ik hoop u, als u dit leest, wel
Dankzij de al dan niet terechte diskwalificatie van Joost Klein konden
Van der Laan en Woe in ‘Even tot hier’ schitteren met Getty van ‘Teach
in’, die in 1975 het Songfestival won met het nummer ‘Ding-a-dong’. In
die tijd ging het festival nog over liedjes. Ze sloeg de spijker zingend op
de kop: “Is het lang geleden dat je nog gewoon je ding zingen kon!”
Perfect!

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA