recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar:
Zo lust ik er nog wel een

Orgelspelen in de kerk (1)
(15 mei 2021)

In de tijd dat ik begon als kerkorganist was het gebruikelijk dat de
koster ervoor zorgde dat op zondagmorgen het orgelbriefje klaarlag
op de trap naar het orgel. Naar boven lopend keek je het even door,
en boven aangekomen was het het makkelijkst om de overbekende
bundel van Worp op de lessenaar te zetten en de aangegeven
psalmen daaruit te spelen. Inclusief het voorspel. De meeste kende je
wel, en de psalmen die je niet kende werden toch nooit gezongen.
Omdat iedereen uit Worp speelde zouden trouwens veel
gemeenteleden, naast de psalm zelf, ook het voorspel makkelijk
hebben kunnen meezingen! Achteraf kan ik me nauwelijks voorstellen
dat we als organisten die gang van zaken accepteerden.
Toen mijn vader, die mij voorging als organist/begeleider, eens op
zaterdag de dominee belde met de vraag naar de te zingen liederen
kreeg hij van de voorganger doodleuk het antwoord dat hij dat nog
niet precies wist en dat de organist (ik was aan de beurt, pa belde om
mijnentwil) maar moest opletten op zondagmorgen welke nummers hij
opgaf. Mijn vader adviseerde mij toen om tijdens de kerkdienst maar
heel lang te doen over het opzoeken van de juiste psalm. Misschien
dat dat onze predikant zou stimuleren om wat eerder met de
liturgische gegevens op de proppen te komen.
Ikzelf vond het eerlijk gezegd niet zo’n probleem. Ik vond het ook nog
wel stoer om vanuit het eenstemmige psalmboek de liederen
improviserend van begeleidingsakkoorden te voorzien. Ook dat kan ik
me nu nauwelijks meer voorstellen. Niet dat het niet op die manier zou
kunnen! Heus wel! Maar een voor de vuist weg geïmproviseerde
harmonisatie haalt het natuurlijk niet bij een zorgvuldig voorbereide
zetting, waarbij een mooi lopende baslijn en stimulerende akkoorden
er voor zorgen dat de gemeente als vanzelf wordt meegenomen in de
gang van het te zingen lied. Nog steeds zorg ik dat ik op zondag een
uitgewerkt akkoordenschema bij me heb van de liederen die op de
liturgie staan. Een krakkemikkige begeleiding werkt krakkemikkig
zingen in de hand!
Nadat de ‘enige gezangen’ werden uitgebreid tot 29, later tot 59, toen
119, en in 1973 met het liedboek tot 491, begrepen de meeste
voorgangers ook wel dat je als organist soms iets voor te bereiden
had. Ook al hebben we die 491 gezangen in de veertig jaar dat dat
boek werd gebruikt natuurlijk lang niet allemaal gezongen, het kwam
nog wel eens voor dat er een lied moest worden gespeeld dat ik niet
kende, en dat ook niet als vanzelf uit de vingers kwam. Dan was het
wel handig dat je op vrijdag of zaterdag al wist dat dat versje die
zondag aan de beurt was.
Overigens ken ik collega’s voor wie dat voorbereiden van een
kerkdienst vooral bestond (en misschien nog wel bestaat) uit het op
zaterdagmiddag doornemen van interessante of virtuoze voorspelen.
Ze zoeken in hun muziekkast naar mooie bewerkingen of naar
speciaal voor kerkdiensten gecomponeerde voorspelen. Het
begeleiden van het lied (en dat is toch waar het om gaat!) neemt zo’n
organist er min of meer op de koop toe bij. Hij speelt het uit het hoofd,
waarbij het maar de vraag is of de gemeente (vooral bij een minder
bekend lied) gebaat is bij zo’n voor het vaderland weg
geïmproviseerde akkoordenopeenvolging.
In coronatijden gaat alles allemaal heel anders. En dáár wilde ik het
eigenlijk in dit verhaal over hebben. Maar mijn kolom is vol. Wordt dus
vervolgd!

Orgelspelen in de kerk (2)
(29 mei 2021)

In coronatijd is alles anders. Van een voluit meezingende
kerkgemeente zijn we in recordtijd geëvolueerd tot een online
gebeuren met drie zwijgende mensen, maar zoals het er nu naar
uitziet intussen naar weer een min of meer normale dienst, met
maximaal dertig kerkgangers. Maar die dertig kerkgangers worden
zeker niet geacht mee te zingen!
Dat biedt veel en mooie mogelijkheden voor de organist. Ik ken
collegae die online doen alsof er wel een gemeente is, er van
uitgaande dat de mensen thuis op de bank zitten mee te zingen. Ze
spelen een voorspel, soms compleet met toontje vooraf na het
voorspel, alsof ze de thuiszittende meezinger, of zichzelf (!) niet
vertrouwen, en draaien gewoon als het ware het aantal coupletten af
dat op het programma staat.
Als je thuis op de bank níet zit mee te zingen (wat ik een behoorlijk
reële optie vind) valt er weinig luisterplezier aan zo’n lied te beleven.
Ik vind juist het mooie van deze situatie dat je als organist allerlei
mogelijkheden hebt om de geprogrammeerde liederen van meer en
andere muziek te voorzien dan in een samenzangsituatie. Je kunt
over de melodie improviseren, en hoeft je daarbij niet per se aan het
ritme van de liedboekversie te houden (zoals, om maar eens iemand
te noemen, collega Johan Bach dat ook vaak niet deed!), kunt vrijuit
transponeren naar toonsoorten die wel heel mooi klinken, maar te
laag of te hoog zijn om mee te zingen, en ikzelf verkeer ook nog eens
in de gelukkige omstandigheid dat er in onze gemeente een
sopraansaxofoniste huist die graag en schitterend meespeelt.
Bachbewerkingen met uitkomende stem door sopraansax, partita’s
met duo’s en trio’s, melodie in de bas, in de tenor, in de sax, met al
naar gelang treurige, enthousiaste, langzame, swingende, of gewoon
rechttoe-rechtaan in- en uitleidingen.
Kortom, het is wat mij betreft genieten van onlinediensten zonder
zang. “Wat kun je nu goed horen wat de organist allemaal doet!” zei
me laatst een gemeentelid.
Maar uiteraard is dat niet wat we willen. We willen zingen!
Intussen zijn we begonnen met diensten met 30 mensen en een paar
zangers uit de cantorij. Ook dan hebben we de luxe om niet per se de
liederen ‘gewoon’ te zingen. Met een club die een avond wil repeteren
kan ik bewerkingen maken die het, hopelijk, voor de niet-zingende
kerkganger en de online thuiszitter prettiger maken om mee te maken.
Prettiger dan alleen maar de liederen zonder meer, of, wat ook hier en
daar gebeurt, filmpjes via de beamer, later te zien op
kerkdienstgemist, die door een handige technicus (en met de zegen
van de EO) uit ‘Nederland zingt’ worden geplukt. Ik ken ook
organisten die, overal waar ze spelen, hun filmende telefoontje
meenemen, en het resultaat daarvan later op YouTube zetten. Ook
van deze ijdelheid wordt her en der dankbaar gebruik gemaakt in
onlinediensten.
Ondanks al mijn vreugde over de luxe van de online mogelijkheden:
wat zou het mooi zijn om weer gewone diensten te hebben, waarin
het je taak als organist is de lofzang, met een voluit zingende
gemeente, gaande te houden. Met mooie, goed voorbereide en tot
zingen uitnodigende zettingen van de liederen, met ‘genoeg’ muziek
om de tijd vóór de dienst te vullen, om tijdens de collecte het slotlied
boeiend in te leiden, en met na de dienst een fijne uitsmijter, die niet
al te lang duurt, in verband met de hopelijk klaarstaande koffie!

Orgelspelen in de kerk (3, slot)
(12 juni 2021)

Het is al weer zes weken geleden dat ik iets schreef over de formatie
van ons nieuwe kabinet. In vroeger tijden was het tijdens
formatiepogingen smullen van de politieke verwikkelingen in Den
Haag, en (de kerkbode verscheen toen nog wekelijks) was er elke
week ook wel iets om je al columnend over op te winden. Dezer
dagen zijn de hoofdrolspelertjes vooral met zichzelf bezig, en dat al
bijna drie maanden. Als columnist je daar steeds weer over opwinden
lijkt me knap ongezond, en doe ik dus ook maar niet meer.
Dus toch nog maar even, tot slot, beloof ik u, over het orgelspelen in
de kerk.
Ik eindigde vorige keer met de hoop dat er na al dat gespeel, en een
kort uitleidend muziekje, een kop koffie wordt gepresenteerd. Dat gaat
nu gebeuren!
Zingen met de hele gemeente is er nog niet bij. We mogen nog even
muziek maken met een paar mensen in een minicantorijtje. Erg mooi
om te doen! Ik zag wel een advies van de PKN over dat zingen. Het
zou best mogen, maar dan moeten de mensen hun stem niet al te
zeer verheffen, en het liefst ook alleen het laatste lied van de liturgie.
Dan kan daarna iedereen zo snel mogelijk na het zingen de kerk uit,
(met excuus voor de flauwe woordspeling,) als tenminste het
uitleidende muziekje niet te lang is.
Sommige organisten zetten namelijk een stuk literatuur van heb ik jou
daar op de lessenaar. De gemeenteleden worden dan geacht die zes,
zeven, acht minuten braaf uit te luisteren op hun zitplaats. Als
orgelliefhebber is dat geen probleem, maar als je dat niet bent, en
waarom zou je als kerkganger automatisch orgelliefhebber moeten
zijn, is dat een hele zit. Er zijn dus ook mensen die dat niet volhouden
en zich toch maar alvast naar de uitgang begeven, dit tot ergernis van
hen die wel zitten te luisteren, een ergernis die het vaak wint van het
luistergenot. Voor hen is de lol er dan ook af. “Wat een
orgelbarbaren!”  Dus wat mij betreft toch maar een kort stukje na de
dienst.
Voor de dienst wordt ook altijd orgelspel verwacht. In coronatijden
hoefde dat niet per se, want de online dienst kon ook gewoon direct
starten. Je hoeft de mensen thuis niet bezig te houden terwijl ze thuis
zitten te wachten. Dan kunnen ze nog wel even koffie drinken of de
zaterdagkrant lezen. Maar nu de diensten weer fysiek worden is er
ook weer als vanzelf muziek voor de dienst. Ik ken kerken waar je als
organist behoorlijk in de toetsen moet grijpen om boven de
keuvelende gemeente uit te komen. Ik doe dat dan niet, want daar
gaat men alleen maar harder van praten. Ik speel mooi zacht, en kan
rustig mijn muziek wisselen tussendoor, want als het orgel even zwijgt
merkt men dat niet eens. In zulke kerken was het overigens bij
begrafenissen meestal wél stil voor de dienst, hoewel ik de indruk heb
dat dat de laatste tijd ook minder wordt. Vooral als de overledene al
op leeftijd was ziet niet iedereen aanleiding om in stilte de dienst af te
wachten. Stil zijn vinden we op de een of andere manier eng, lijkt het
wel.
Niettemin, mooi dat het land weer open gaat, en je als kerkganger
weer de mogelijkheid krijgt live aanwezig te zijn, en je
medekerkgangers te ontmoeten, en te spreken, vóór, tijdens en ná de
dienst! 

CDA
(26 juni 2021)

Ooit was ik, geboren in een warm ARP-nest, enthousiast lid van het
CDA. In de trein naar Den Haag, we schrijven juni 1977, stak ik mijn
sigaren aan met lucifers uit een groen CDA-lucifersdoosje. In de
rookcoupé. Zoals je stil bent in een stiltecoupé, rook je in de
rookcoupé! Een al wat oudere mevrouw (hoewel, ze was niet ouder
dan ikzelf nu ben, alles is relatief) werd helemaal lyrisch toen ze mijn
lucifers zag en praatte de hele verdere treinreis over Van Agt en Den
Uyl.
In de loop der jaren is mijn enthousiasme een stuk minder geworden.
Van Agt vond ik nog wel grappig, soms ook irritant, en op den duur
een karikatuur van zichzelf, en ik was niet echt weg van Lubbers. Wat
moet je ook als gereformeerde jongen met die katholieken, maar ik
heb wel altijd een zwak gehad voor het CDA. Waarbij ik me ook
realiseer dat ‘een zwak hebben’ voor iets of iemand altijd iets
meewarigs in zich draagt. Iets van medelijden. Ik schiet ook nog
steeds vol als ik op het politieke net weer een herhaling zie van het
congres in 2010 waar het ging over die vermaledijde samenwerking
met de PVV. Klink was toen mijn man, en die Limburgse
schreeuwlelijk die nog een tijdje bij de KLM heeft gewerkt zeker niet.
Als Groninger was je trots op Henk Bleker maar dat duurde maar héél
even.
Het CDA is weer behoorlijk in het nieuws. Eerst al met die vreselijke
lijsttrekkersverkiezing. Je zou denken dat mensen van de
geschiedenis leren. Van hun eigen geschiedenis, maar ook die van
anderen. Zoals van de ervaring van de VVD met Mark Rutte en Rita
Verdonk. En al helemaal van de PvdA met  Samsom en Asscher. Die
strijd werd haast letterlijk een  broedermoord. Maar het CDA
organiseerde toch ook zo’n onding en De Jong versloeg, zij het nipt,
Omtzigt. Diens vrouw werd via de stemsite bedankt voor haar stem op
De Jong. Maar er was niks verkeerd gegaan, zo liet men blijken uit
onderzoek. Toen De Jong al dan niet uit eigen beweging stopte werd
niet Omtzigt de leider, maar Wopke Hoekstra, de man die geen
kandidaat had willen zijn, omdat hij zichzelf geen politicus vindt.
De Kamerverkiezingen worden voor het CDA een fiasco. Men gaat
intern onderzoeken hoe dat zo gekomen is, en een vertrouwelijke
notitie van Omtzigt, nou ja, notitie, een scriptie van 67 kantjes, lekt uit.
Hoe kan nou een vertrouwelijk stuk uitlekken? Je stuurt het naar
Liesbeth Spies, en meer exemplaren zijn er dan toch ook niet?
Kwade tongen beweren dat Omtzigt zelf heeft gelekt om zijn vertrek
uit het CDA te legitimeren. Ik vind ook wel dat hij zich steeds meer
gaat gedragen als hét geweten van het CDA, alsof hijzelf de enige
echte CDA’er is.
Wat me ook verbaast, is dat Van Rij nu weer voorzitter is. Dat was hij
eerder, en toen probeerde hij zelf lijsttrekker te worden. Zijn
machtsgreep mislukte en de onbekende Balkenende werd succesvol
partijleider en daarna premier. Van Rij af. Voorgoed, dacht ik toen.
Inmiddels schijnt er een kabinetsformatie gaande te zijn. Het ligt niet
alleen aan het CDA dat dat langzamerhand een lachwekkende
vertoning is. Andere partijen kunnen er ook wat van, maar VVD en
D66 mocht ik toch al niet!
Zoals gezegd, ooit was ik lid van het CDA, en ik draag de partij nog
steeds een warm hart toe. Maar het wordt me daarbij vanuit Den
Haag niet echt gemakkelijk gemaakt.

De ironie van de vrouw?
(10 juli 2021)

Ooit schreef ik een column met als titel ‘De vrouw moet zwijgen’. Het
was in 2005. Een verzamelbundel kreeg dezelfde titel. Het werd een
best aardig verkocht boek. Veel mannen kochten het als een
presentje voor hun echtgenote, maar ook op een ontmoetingsdag van
Passage gingen er enkele tientallen over tafel.
Het ging over een tekst van Paulus die bijvoorbeeld over vrouwen
zegt dat “ze ondergeschikt moeten blijven” en “als ze iets willen leren,
moeten ze het thuis aan hun man vragen.” Het zal duidelijk zijn dat de
titel ironisch bedoeld was. Het stukje was geschreven om mijn
ergernis over bepaalde vrouwen kwijt te kunnen. Ook kwam de SGP
langs waarbij ik me afvroeg en nog steeds afvraag waarom andere
partijen zich zo druk maken dat SGP-vrouwen zich stil houden. Ze
houden zich braaf en blijkbaar vrijwillig aan Paulus’ voorschriften. Ik
kom nog uit de tijd dat je op je kop kreeg als je beweerde dat “wij
tegenwoordig meer weten dan Paulus.” En dat is toch echt zo, want
hij wist, om maar een simpel voorbeeld te nemen, nog niet eens wat
een fiets was…
Overigens was er ook commentaar op de titel: er zijn nog altijd
mensen die het fenomeen ironie niet kennen en zich opwinden over
alles waar ze het niet mee eens zijn, of denken te zijn. Voor hen goed
te weten dat ik helemaal niet vind dat vrouwen moeten zwijgen.
Daarvoor ben ik een veel te groot liefhebber van de soort!
Ik kreeg ook eens kritiek op mijn opmerking in een column dat wij als
mensen de aarde regeren. Ik kreeg te horen, dat ik vond dat wij de
baas over de schepping zijn. Dat vind ik niet, hoewel in Genesis wel
behoorlijk die indruk wordt gewekt, met de mens als de kroon op de
schepping. Maar wij spélen wel dat we de baas zijn. Wij bepalen
welke diersoorten beschermd zijn en welke niet, passen onze
bouwplannen aan als er een vleermuizengezinnetje op de bouwplaats
woont, en zorgen dat de korenwolf in Limburg niet uitsterft. Daarnaast
leggen we, behalve in Friesland, de rode loper uit voor de echte wolf.
Benieuwd hoe het zou aflopen als de schepping het zelf zou
organiseren, als wolf en korenwolf het samen moesten uitvechten! En
hebben wij als mensheid er niet voor gezorgd dat het klimaat
verandert en zijn we ook niet weer wanhopig bezig als mensheid om
te proberen dat ongedaan te maken? Met alle problemen van dien. In
de IJstijd ging dat heel anders. Niemand bemoeide zich er mee. Dat
de dinosaurus is uitgestorven is niet ónze schuld!
Er was weer opwinding in de Tweede Kamer. Niet over de schepping
of het klimaatprobleem, maar over een politica, die zich drie jaar lang
door een cameraploeg had laten volgen, vast niet uit bescheidenheid.
Op een gegeven moment zit ze achter in haar dienstauto zonder
gordel om. In het hedendaagse Nederland schijnt dat een groot
vergrijp te zijn, en om te voorkomen dat ze aan een of andere
schandpaal zou worden genageld, is er zelfs geprobeerd een
autogordel in de film te monteren. Dat is niet gelukt, en dat feit, naast
het niet dragen van de gordel zelf, gaf aanleiding tot Kamervragen.
Je zou het ironie kunnen noemen.
In een reactie heeft mevrouw Kaag, zij was het, verklaard dat ze een
bedrag heeft overgemaakt aan Veilig Verkeer Nederland. Ze had
beter kunnen zwijgen. Zo’n vrouw neem je toch niet meer serieus?

Vakantie
(24 juli 2021)

Het is vakantietijd. Een periode waarnaar veel mensen uitzien. Zeker
in de tijden waarin we nu leven, met een al anderhalf jaar durende
Coronapandemie.
Ik herinner me vakanties waarin ik op het strand via de radio dagelijks
de finish van de Tour de France volgde. Met Steven Rooks en Gert
Jan Theunisse die, beide klimmers, streden om de bolletjestrui. Dit
jaar deed de sympathieke Wout Poels, een uitstekend wielrenner,
maar geen klimmer, hetzelfde. Op de laatste berg van de Pyreneeën
werd hij alsnog uit de trui gereden door alleskunner Pogačar. Jammer.
De afgelopen weken werd de uitzending met de nabeschouwing op de
Touretappe dankzij voetbalwedstrijden met verlengingen en
strafschopseries steeds later uitgezonden, soms zelfs na
middernacht. Het lukte me meestal niet om niet voor die tijd al in slaap
te vallen. Nu het voetbal voorbij was gebeurde dat ook weer, maar nu
door een extra uitzending van Op1 over de wateroverlast in Limburg.
Een wijsneuzig jongetje en zijn vader, die beide niets te melden
hadden, zaten aan tafel, alsmede een vrouw die op vakantie was en
de camping moest verlaten. Ze besloot met haar gezin niet naar huis
te gaan, maar naar een hotel in Valkenburg. Ook daar moesten ze
weg wegens het water en ze had filmpjes gemaakt van hun avonturen
in de laadbak van een shovel. Gelukkig hadden ze ook al eens een
vakantieplek moeten verlaten wegens een grote bosbrand, dus ze
waren er wel op voorbereid. Ik begreep haar niet. Net zomin als ik,
jaren geleden, iets begreep van huilende vakantiegangers wier
vakantie in het water viel door een grote tsunami (we schrijven Kerst
2004) terwijl de bewoners van dat gebied door die ramp letterlijk alles
kwijt waren. De vakantiegangers konden gewoon naar huis, net zoals
die mevrouw in Limburg had kunnen doen.  
Jort Kelder had het een paar keer over de Watersnoodramp van 1952,
waar ik altijd dacht dat het jaartal 1953 in ons collectieve geheugen
gegrift zou staan.
Vakantie is tegenwoordig een soort van heilig recht. Net zoals uitgaan
en feestvieren. De coronamaatregelen werden versoepeld, en De
Jonge met zijn “dansen met Janssen” zorgde er voor dat iedereen
zich als een malle ging uitleven. In de tijd dat de regering strenge
maatregelen afkondigde was het verwijt dat ze te weinig vertrouwen
had in het gezonde verstand van haar burgers. En zo is het nooit
goed. De Tweede Kamer kwam terug van reces en besteedde er weer
een middag en avond aan om het er over te hebben. Het waren in de
meeste gevallen niet de fractievoorzitters, want die waren uiteraard op
vakantie. En Mark Rutte verontschuldigde zich weer voor de
misrekening.
Inmiddels kleurt Nederland rood op de coronakaart en de provincie
Groningen zelfs donkerrood. Als u dit leest zitten we in Friesland.
Nee, dat zeg ik verkeerd, nu ik dit schrijf staan we op het punt die kant
op te gaan, als u dit leest zijn we al weer thuis. Een weekje
Gaasterland met fiets en mooie boeken mee. Ik hoop dat we er in
mogen als Groningers!
Komend weekend eerst nog een kerkdienst begeleiden met cantorij
en veel samenzang door de gemeente. Het kan en mag weer. Tot er
misschien een vierde coronagolf aankomt, met de deltavariant.
Intussen dreigen veel vakanties, vooral naar het buitenland, niet door
te kunnen gaan. Maar dat lijkt me een luxe probleem, vergeleken met
de sores van de mensen in Limburg, met huizen die tot het plafon
hebben volgestaan met water.

Ontroering
(7 augustus 2021)


Het is een vreemd fenomeen. Ontroering. Dat iets je zozeer aangrijpt
dat je de tranen niet meer binnen kunt houden. De een heeft het bij
mooie muziek, de ander zodra hij het Wilhelmus hoort, weer een
ander als hij een mooi schilderij bekijkt, en afgelopen week hoorde ik
iemand die zelfs vol schiet als het geserveerde eten erg lekker blijkt te
zijn. Ik heb het vooral bij muziek. In sommige gevallen weet ik precies
wanneer het komt, in welke maat van het muziekstuk, welke regel van
het couplet. Meestal komen dan op dat moment ook de tranen.
Ik heb het ook wel bij sportmomenten, hoewel ik me daar dan ook wel
weer voor schaam. Leuk dat ze de wedstrijd winnen, maar meer is het
toch niet?
We zitten midden in de Olympische spelen. De hele nacht is er live
sport te zien. Ik laat het voor het merendeel aan me voorbijgaan. Ik
heb wel vorige week de wekker gezet voor het wielrennen. De
wegwedstrijd van de vrouwen. Ik weet nog hoe Annemieke van
Vleuten in Rio de Janeiro in gewonnen positie een bocht verkeerd
nam en onderuit ging en doodstil bleef liggen. Het fragment werd weer
een paar keer getoond, en ik schoot weer vol. Een aangrijpend
gezicht. Anna van der Breggen won toen het goud. Dit keer ging het
anders. Een onbekende Zwitserse reed met een groepje vooruit en
kreeg tien minuten voorsprong. Het groepje werd teruggepakt,
behalve de Zwitserse. Van Vleuten wist dat niet, dacht dat ze
gewonnen had, en reageerde verbazingwekkend nuchter toen bleek
dat ze tweede was geworden. Ik begreep haar niet. Er mankeerde iets
aan de communicatie. De tijdrit, een paar dagen later, won ze wel, en
bij de mannen werd Tom Dumoulin tweede. Was ook mooi om te zien.
Zo’n man die eigenlijk niet weet of hij wel gelukkig wordt van al dat
fietsen, het gevoel heeft dat hij de druk niet aankan, en er een paar
maanden mee stopt. Aan de ene kant wordt hij gewaardeerd om zijn
openheid, het zich kwetsbaar opstellen, aan de andere kant krijgt hij
ook kritiek: “Als ik tegen mijn baas zeg dat ik even geen zin heb, krijg
ik te horen dat ik dan maar zin moet maken, of anders elders mijn heil
moet zoeken.”
Een Amerikaanse turnster trok zich terug wegens mentale problemen.
Ook zij krijgt er van langs: “Met zulke types winnen we de oorlog niet!”
Nou is turnen geen oorlog, het is een wedstrijd in lenigheid, niet meer
dan een spelletje. Maar wel een spelletje waar mensen als
bijvoorbeeld onze roeiers jarenlang, dag in dag uit, full time, voor
trainen. Zuur als je dan net geen medaille haalt. Hetzelfde geldt voor
judoka’s, zwemsters, eigenlijk iedereen die alles opzij zet voor de
heilige Olympische Spelen. Je kan het natuurlijk ook een beetje
dwaas vinden om je leven jarenlang in het teken te stellen van één
wedstrijd.
En, zoals altijd, lukt het niet om vrijwel zekere gouden medailles
binnen te halen, terwijl er ergens anders uit het niets groot succes
wordt geboekt.
Onze BMX’er, tijdens de training nog hard in aanraking gekomen met
een overstekende official, won goud. Het ontroerde me niet.
Integendeel. Ik vind het er vooral beetje koddig uitzien. De fietsen
waar ze op rijden doen me erg denken aan die van onze
kleinkinderen, een tweeling van ruim drie jaar. Ze hebben er net
afgelopen week op leren rijden. Dat ontroert dan weer wel…

Feministes
(21 augustus 2021)

Deze week wil ik het hebben over een paar belevenissen met
vrouwen. Ik hou van vrouwen namelijk...
Een paar weken geleden speelde ik voor het eerst weer een dienst
waarin de kerkgangers alles meezongen. We hadden een
gastvoorganger en zongen onder andere uit ‘Eva’s lied’, een bundel
met 99 liederen, alle geschreven door vrouwen. Het eerste deel van
Eva’s bundel verscheen in 1984 en één van de componistes die er
aan meewerkte was een oud-studiegenote van me, met wie ik me ooit
door de solfège opdrachten op het conservatorium had heen geworsteld.
Op de liturgie stond het lied ‘‘k Zou zo graag een ketting rijgen’.
Typisch een lied voor vrouwen en meisjes denk ik dan als man, maar
dat is vast een verkeerde gedachte, in ieder geval niet geëmancipeerd
natuurlijk!
Er komen namen van vrouwen langs die in de Bijbel van belang
waren, zoals Martha, Lydia, Ruth, Bathseba, Hagar. In het eerste
couplet zongen we ook van Debora, met een wat wonderlijke
klemtoon op Débora. Ook de naam Salomé kwam er in voor, de
vrouw die de onthoofding van Johannes de Doper organiseerde. Ze
had zeker een belangrijke rol in de Bijbel, maar om haar nou als
rolmodel te bezingen…
Eerlijk gezegd vond ik het een wat knullig geheel, en ik was enigszins
verbaasd hoe uitbundig de kerkgangers zongen. Maar, zo bedacht ik
mij, dat komt natuurlijk omdat we zo ruimdenkend zijn. Het is ons niet
gauw te gek! 
In een toelichting bij het versje, op kerkliedwiki.nl, lees ik dat “de
namen kunnen worden aangepast aan de gelegenheid waarbij het
gebruikt wordt.” Dat had de voorganger, die uiteraard een
voorgangster was, ook enthousiast gedaan, en zo kon het gebeuren
dat we in het laatste couplet geacht werden te zingen: “Al een stevig
koord met kralen / zijn wij deel van Gods verhalen / Reint, Kees en
Barbara / wij, in de Gloria!” De meerderheid in dit rijtje bestaat in ieder
geval niet uit vrouwen… Ik heb de begeleiding even onderbroken, en
zo klonken de namen vrolijk a capella!
Een andere vrouw, Sifan Hassan, was ook uitgebreid in het nieuws.
Ze leverde een wereldprestatie met twee gouden en een bronzen
medaille in Tokyo. Haar race over tien kilometer heb ik van het begin
tot het einde gevolgd. Indrukwekkend! In Trouw las ik de maandag
daarna dat ze met haar prestatie had laten zien wat je als vrouw kunt
bereiken: een ware feministe. Ik begreep het niet, ik dacht dat ze een
hardloopster was.
En toen zag ik een bericht over Famke Louise, een bekende
Nederlandse. Ik kende haar niet, voordat ze zichzelf onvergetelijk op
de kaart zette, toen ze in een praatprogramma vorig jaar vertelde dat
ze niet meer mee deed aan de coronamaatregelen. Ze had wat
rondgegoogeld en was tot de conclusie gekomen dat het allemaal
flauwekul was. Later kwam ze daar van terug en werd zelfs assistente
van Diederik Grommers bij diens poging Nederland te overtuigen van
de ernst van de zaak. Het kan verkeren. Ik snap nooit waarop de
invloed is gebaseerd die influencers zoals zij kennelijk hebben.
Inmiddels is ze zwanger. Zelfs in Trouw was daar een berichtje aan
gewijd. Er werd ook nog meegedeeld dat ze haar kind genderneutraal
gaat opvoeden, wat dat ook zijn mag…
Zoals gezegd, ik hou van vrouwen, en snap best dat ze zich soms
tekort gedaan voelen in een wereld waarin het lijkt of de mannen het
voor het zeggen hebben. Maar je kan alles overdrijven.

Moet kunnen
(4 september 2021)

We leven in een mooi land. Iedereen mag zijn wie hij of zij wil zijn.
Ook als je noch een hij, noch een zij wíl zijn. Dan zeggen we geen
‘dames en heren’ meer, en haasten we ons om genderneutrale
toiletten te maken. Leven en laten leven. De laatste weken zien we
vreselijke voorbeelden in een land waar dat zeker niet zo is.
Vergeleken met de situatie in Afghanistan zijn onze problemen, zoals
een zich voortslepende kabinetsformatie, haast lachwekkend. Hoewel
de term ‘voortslepen’ nog te hoog gegrepen is voor het gehanteerde
tempo.
In Amsterdam heeft iemand brand gesticht in een flatgebouw waar
naar zijn zin teveel regenboogvlaggen hingen. Ik weet niet waarom
men ze daar had opgehangen, maar blijkbaar vonden mensen dat
belangrijk om te doen. De brandstichter vond dat dus niet. Ik begrijp
ze geen van beiden. Waarom moet je een vlag aan je deur hangen?
Om te laten zien dat je gelukkig bent met je geliefde van hetzelfde
geslacht? Of om, als single, te laten zien op wie je zoal zou kunnen
vallen? En waarom moet die vlag dan zo nodig in de brand?
In Nederland mag alles. We vinden ook alles normaal. En als we iets
vreemd vinden, of opvallend, haasten we ons om onszelf politiek
correct tot de orde te roepen: moet kunnen! En we zijn van de
afspiegeling. Genoeg vrouwen, genoeg mensen met een niet
westerse achtergrond, genoeg mensen uit de lhbti gemeenschap, en
ga zo maar door. We balanceren wat af met elkaar!
Ik ben een fan van het programma ‘De slimste mens’. Ook daar kan
natuurlijk alles. Laatst was er een kandidaat, een man, gekleed in een
jurk. Een uiterst kort exemplaar. Ik begreep niet de bedoeling
daarvan, temeer daar hij ook een baard droeg. Kennelijk was het niet
zijn streven er als een vrouw uit te zien. Dan had hij zich beter kunnen
scheren. Na één aflevering was het voor hem voorbij. Ik vond het
prima. Ik vond het niet prettig naar hem te kijken. Dat mag ik vinden.
Ik zag een televisiepresentator met allerlei armbandjes. Geen
sieraden, maar stoffen en plastic dingetjes, die allemaal een betekenis
hadden. Hij discrimineerde niet, noch op huidskleur, noch op seksuele
voorkeur, en hij had ook een armbandje waarmee hij aangaf tegen
kanker te zijn, alsof er iemand vóór kanker zou zijn. En hij maakte zich
erg druk toen een cafetaria-eigenaar vertelde er problemen mee te
hebben dat bij hem voor de deur een stel met elkaar stond te tongen.
Bij mij voor de deur heb ik dat ook liever niet, en, voor alle zekerheid,
het maakt me niet uit of het om een man en een vrouw gaat of om
twee mensen van hetzelfde geslacht. In beide gevallen heb ik liever
dat ze het bij elkaar thuis doen.
Wat dat betreft ben ik, zonder armbandjes, ook best heel
verdraagzaam. Iedereen mag zijn zoals hij is, mag in zijn privé
omgeving doen of laten wat hij wil of niet wil, mag alles denken wat er
in hem opkomt, en als hij of zij dat hardop wil zeggen vind ik dat
doorgaans ook helemaal geen probleem. Maar ook dat hoeft niet bij
mij in de voortuin!
Ik vind het allemaal best. Maar ik hoef het niet allemaal leuk te vinden!
(Ik begreep trouwens laatst dat een overtuigd transgender die een
geslachtsverandering had ondergaan juist helemáál niet blij was met
genderneutrale toiletten. Doe het maar eens goed…)

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Alweer Kaag
(18 september 2021)

De vakanties zijn voorbij. Het is weer begonnen, het politieke seizoen.
De formatie van een nieuw kabinet sleept zich voort. Men zag er geen
been in om het proces drie weken stil te leggen in verband met de
vakantie. Waar je vroeger verhalen hoorde over beoogde ministers
die van een camping werden geplukt was die dreiging er nu niet. Alles
lag stil.
Intussen is wel de Tweede Kamer verhuisd. Het Binnenhof wordt
verbouwd. Op de politieke zender zie je af en toe een filmpje waarop
de Kamervoorzitter een stoel uit de zaal naar buiten rijdt. Ik kan me
niet voorstellen dat dat bedoeld is om ons de indruk te geven dat ze
heeft geholpen bij het sjouwwerk, maar ik zou ook niet weten waarom
het filmpje anders gemaakt en uitgezonden zou moeten worden.
De vergaderingen vinden tijdelijk plaats in het vroegere ministerie van
buitenlandse zaken. Het tijdelijke zie je er niet aan af. Het lijkt wel
alsof de plenaire zaal in zijn geheel in een nieuwe ruimte is
gedeponeerd. Compleet met de knullige loopplank op de plaats waar
een rolstoelrijdend Kamerlid zich naar de interruptiemicrofoon kan
begeven. Er werd gedebatteerd. Over de formatie. Mevrouw Kaag
had er alvast een bom onder gelegd. Ze hield de avond vóór het
debat een lezing waarin ze op weinig subtiele wijze liet merken dat ze
niet blij is met Mark Rutte. Een bijzondere actie, een stoot onder de
gordel, na een gezamenlijke inspanning een ‘aanzet voor een opzet
van een mogelijk regeerakkoord’ te schrijven. Lastig als je jezelf als
de maat der dingen beschouwt.
Ze neemt Rutte en Hoekstra kwalijk dat ze de combinatie Ploumen en
Klaver blokkeren, maar ziet er zelf geen been in Gert Jan Seegers
ongewenst te verklaren, en nu er een minderheidskabinet lijkt aan te
komen staat ook het CDA op de zwarte lijst.
Uiteraard werd ze aangevallen op haar lezing. Ze verdedigde zich
door te melden dat ze drie kwartier had gesproken “langs de lijnen
van de inhoud” (wat dat ook zijn moge) en maar heel even een zijpad
had bewandeld, en dat de inhoud van dat zijpad tot koppen in de
kranten leidde. Daarmee gaf ze ook journalistiek Nederland nog even
een veeg uit de pan. “Hoezo word ik beoordeeld op één klein
onderdeeltje uit een verder fantastische toespraak?”
Omdat een voetballer een rode kaart krijgt voor één doodschop, óók
na een verder prima gespeelde wedstrijd. Daarom!
D66 is ooit opgericht met het doel het Nederlandse democratische
systeem te laten ontploffen. Ik hoor het Hans van Mierlo nog zeggen.
De club bestaat nu vijfenvijftig jaar. Bij het veertigjarig jubileum
adviseerde ik op deze plaats de zaak maar op te heffen. Als het je in
al die tijd niet lukt je doelstellingen te bereiken heb je misschien niet
zoveel bestaansrecht, vond ik toen.  
D66 is niet opgeheven. Het zeteltal schommelde, dan weer eens wat
meer, dan weer eens wat minder. En het is de partij, vijftien jaar later,
nog steeds niet gelukt het democratische systeem te doen
imploderen. In het voorjaar probeerde minister Ollongren het al wel
heel opzichtig door met haar formatieaantekeningen open en bloot
over straat te lopen. Het liep met een sisser af. Nu Sigrid Kaag
daadwerkelijk aan de macht denkt te zijn gaat het anders. Nieuw
leiderschap! En met haar manier van politiek bedrijven lijkt ze er
inderdaad in te slagen, waar al haar voorgangers, van Van Mierlo tot
Jetten, faalden: het onbestuurbaar maken van ons land.

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA